Posts tonen met het label Maas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maas. Alle posts tonen

maandag 14 maart 2016

Bliksembezoek per schietschouw

Een zogenaamde 'scietschouw' klaar om het ijs op te gaan
Begin 1814 trekt het Franse leger zich geleidelijk terug uit Nederland. En sinds 30 november van het jaar daarvoor staat, in de persoon van prins Willem Frederik, weer een Oranjevorst aan het roer. Diens zoon, erfprins Willem, 21 jaar oud, is opperbevelhebber van het Nederlandse leger. 

Gesteund door Pruisische troepen neemt hij na een wekenlang beleg op 26 januari de vesting 's-Hertogenbosch in. Noord-Brabant is nu grotendeels in Nederlandse handen.

Protestantse vorst
Erfprins Willem
Erfprins Willem heeft iets speciaals met Zuid-Nederland, en vooral met Tilburg. Dat zal zeker later duidelijk worden tijdens zijn koningschap (1840-1849), maar in februari 1814 blijkt al zijn interesse in het Brabantse.
Om te beginnen brengt hij vanuit 's-Hertogenbosch onverwachts een bezoek aan Tilburg. Daarna maakt ook de regio ten noordoosten van 's-Hertogenbosch kennis met Willem, die natuurlijk niet zomaar rondreist: hij heeft soldaten nodig, en zeker in de regio Oss wil men niet vechten in dienst van een protestantse vorst!

'IJsschuitje'
Op 21 februari arriveert de prins in winters Orthen, in een "cierlijk toegesteld ijsschuitje", dat getrokken wordt door enkele Bosschenaren op schaatsen. Daar stapt het gezelschap over in een koets, die over de dijken verder hobbelt richting Empel, Gewande en Alem, gevolgd door een aantal schaatsers.

Dorpssecretaris Dirk Luijcx van Breugel en de heer L.D. van Tengnagel de Raad vormen het ontvangstcomité. Ten huize van de secretaris maakt de prins 's avonds kennis met burgemeester Lucas Bokstart, de pastoor en de dominee. De kerkklokken luiden, de vlaggen zijn uitgestoken en het "huis der gemeente" is feestelijk verlicht.

De volgende ochtend reist het vorstelijk gezelschap per overdekte schietschouw of sleeschuit over het ijs van de bevroren Beerse Maas van Lithoijen naar Oss. Bij de weduwe van de vroegere schout Le Heu in huis spreekt Willem met deken Duchateau en andere geestelijken uit de regio. Daarmee verdwijnt de kou uit de lucht: het is feest in Oss en de schuttersgilden presenteren zich! Nadien vertrekt de schietschouw weer, richting Lithoijen en Oijen, met aan boord een tevreden prins.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Heesch op stoom!
Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 20 januari 2016

Gevecht met het water

...een kaart van het Hoog Hemaal uit 1680 toont het gebied dat tot dit waterschap behoorde, met de stad 'Osch''...
We maken een sprong van meer dan 690 jaar terug in de tijd, naar de middeleeuwen. Naar 1325 om precies te zijn. We blijven wel dichtbij huis, in de Brabantse Maaskant. Daar is hard gewerkt aan de beteugeling van de Maas: van Dordrecht tot voorbij Megen liggen er in 1325 dijken langs de Maas.

Er is ook een afwateringssysteem gecreëerd. Een netwerk van sloten en de pas gegraven Hertogswetering brengen het teveel aan regenwater naar Gewande, waar het via een sluis uitstroomt in de Maas. Behalve wanneer het rivierpeil te hoog is, want dan worden de sluisdeuren gesloten en kan het water er dus niet uit. Windmolens en gemalen zijn helaas nog toekomstmuziek.

Het gevecht met en tegen het water gaat niet vanzelf. Dijken en sluizen moeten worden onderhouden en sloten op diepte gehouden. Daar horen bindende afspraken bij, niet alleen voor het eigen dorp, maar ook met een hele regio. De grondeigenaren moeten de klussen opknappen. Wie dat niet doet, wordt gestraft! In Orthen, Rosmalen en Nuland zijn ze al zo ver. Daar bestaat sinds 1309 de Polder van der Eigen, bestuurd door zeven heemraden, afkomstig uit de drie dorpen. Het polderbestuur is ingesteld door hertog Jan II van Brabant, die alle afspraken heeft laten vastleggen in een perkamenten oorkonde of charter.

Ook In Lith en Lithoijen, en in het laaggelegen noorden van Geffen en Oss wordt de noodzaak gevoeld van een regionale aanpak van het waterprobleem. Inmiddels zijn de dorpsbestuurders zeker gaan buurten in de Polder van der Eigen en willen zij ook zo’n charter.  Op 27 november 1325 krijgen zij dat van hertog Jan III van Brabant. Ook hier worden zeven heemraden aangesteld: twee uit Lith, Lithoijen en Oss, en een uit Geffen. De polder krijgt pas later een naam: het Hoog Hemaal. Een hemaal is een omheinde plek waar recht wordt gesproken en bestuurd, en tevens het gebied dat onder dat bestuur valt. En waarom ‘hoog’? Vanaf 1349 vormen de Maasdorpen Alem, Maren en Kessel ook een regiopolder, het Laag Hemaal; ‘laag’, omdat deze polder benedenstrooms van het andere hemaal ligt, dat dus net iets hoger ligt en Hoog Hemaal wordt genoemd.

Het Hoog Hemaal heeft bestaan tot ver in de twintigste eeuw. Al die tijd hebben de polderbestuurders uit Geffen, Lith, Lithoijen en Oss niet kunnen bevroeden dat zij ooit deel zouden uitmaken van de ene grote gemeente Oss!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




woensdag 1 juli 2015

'Van Sasse' weer in bedrijf

Gemaal Van Sasse opnieuw geopend onder de tropische zon in Grave
Op vrijdag 12 juni 2015 beleefde Gemaal Van Sasse aan de monding van de Raam bij Grave zijn tweede officiële opening. De eerste had al in 1929 plaatsgevonden, onder de vlag van Waterschap De Maaskant, dat in 2004 opging in Waterschap Aa en Maas. Samen met de burgemeester van Grave verrichtte de dijkgraaf van Aa en Maas de openingshandeling.

Alexander van Sasse van Ysselt
Gemaal Van Sasse is gebouwd om een einde te maken aan de wateroverlast in het Land van Cuijk. Vooral het riviertje de Raam was daarvoor verantwoordelijk. Het bracht zuur Peelwater de regio in en mondde via de oude haven van Grave uit in de Maas.
Die monding voldeed niet meer en doordat bij de kanalisatie van de Maas bij Grave een stuw (met verkeersbrug) was gebouwd, moest het riviertje voortaan beneden die stuw, dus ten westen van Grave, uitstromen in de Maas.

Bij de nieuwe monding verrees in 1928-1929 een nieuw gemaal, voor een bedrag van 101.950 gulden. Naamgever was Alexander van Sasse van Ysselt, die van 1921 tot 1927 de eerste voorzitter was geweest van het toen pas opgerichte Waterschap De Maaskant.

Mis en noenmaal
Woensdag 29 mei 1929 tussen 9 en half 10 arriveert een groot aantal VIP's, onder wie de minister van Waterstaat bij de Elisabethkerk in Grave. Zij wonen een plechtige Mis bij, het eerste programmaonderdeel van de opening van Van Sasse.

Zou jij ook aan willen schuiven bij dit heerlijke noenmaal?

Daarna verplaatst de stoet zich naar het gemaal, dat eerst wordt ingezegend en dan pas officieel geopend. Na de "eerewijn", de bezichtiging en de fotoshoots is het hoog tijd voor de lunch, maar het programma maakt bovendien gewag van een "noenmaal", in Hotel Boggia aan de Burchtstraat in Nijmegen.

Broodjes en een wandelkaart
86 jaar later verloopt de opening enigszins anders. De gasten komen aan onder een brandende, tropische zon en vinden dankbaar onderdak in een tent, waar blowers de hitte temperen. Voor degenen die hun lunch moeten missen zijn er broodjes, maar vooral de gekoelde flesjes water zijn in trek.

Het feestelijke programma uit 1929, heel wat anders dan 86 jaar later!
Na een viertal korte presentaties in de tent volgt dan de openingshandeling bij het gemaal. De burgemeester van Grave mag een plastic koker uit het water naar boven halen. In de koker treft hij een wandelkaart aan met een route langs 'natte' bezienswaardigheden in en rondom Grave. Vervolgens kunnen de genodigden rondwandelen in en rondom het gemaal en de vistrap. Met de gang van zaken in 1929 nog in het achterhoofd constateert de lezer met mij dat er in 86 jaar heel wat veranderd is...

Geschreven door:
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Eeuwige zwanenliefde 
Stort Uw zegen uit...


De beste verhalen via e-mail ontvangen?




maandag 26 mei 2014

Klachtenregen over zeer gevaarlijke Maasveer

Het veer te Boxmeer, waarschijnlijk in betere conditie dan in 1872...
Deze weken krijgt het LAKS dagelijks duizenden klachten te verwerken van ploeterende examenkandidaten, die zich ergeren aan te ingewikkelde vragen of bijvoorbeeld geluidsoverlast tijdens hun examens. Tegenwoordig hoeven de scholieren maar hun computer of smartphone aan te zetten en zo kunnen ze online hun klacht indienen. In 1872 ging dat wel anders. Reizigers van het nieuwe 'Grootveer' te Boxmeer konden hun bezwaren kwijt in een zogeheten 'klachtenboek', dat de veerman altijd bij zich had. 

Voorkant van het klachtenboek
Vallende paarden
Op 22 september 1872 werd de nieuwe veerpont, het 'Groote Maasveer' te Boxmeer, ingesteld en dan begint ook de klachtenregen.
Op het eerste blad van dit boek wordt aangegeven dat de veerman dit register 'ten allen tijde, benevens pen en inkt, in gereedheid moet houden, ten einde de reizigers daarin, des begeerende, hunne bezwaren tegen hem kunnen opteekenen.' 

Sommige reizigers hebben hier gretig van gebruik gemaakt en vooral de onveiligheid van het veer komt geregeld aan de orde. Zo beschrijft een passagier de pont als 'malijdijk en gevaarlijk' en weer een ander vindt het veer zó gevaarlijk dat bij het in- en uitrijden het paard en de voerman ten val kunnen worden gebracht!
Dit laatste is gebeurd met een passagier op 15 oktober 1872. Hij beschrijft het voorval in het klachtenboek: 'Heden is een groot jeugdig paard van mij beladen met een vrachtje dakpannen vierkant omgeslagen door de gladigheid (...)'
Overzicht van enkele klachten over het gevaarlijke Maasveer
Welgemeende adviezen
Het klachtenboek werd niet alleen gebruikt voor het spuwen van allerlei kwade woorden over het veer. Sommige reizigers komen ook met welgemeende adviezen voor de veerman. Op 14 mei 1873 wordt aan andere voermannen geadviseerd om met een kar geladen met 1500 kilo granen niet meer over dit veer te komen, 'aangezien de pont met in en uitvaren te stijl is en gevaarlijk voor de paarden om een ongeluk te krijgen.' 
Een andere passagier laat weten dat de pont heus wel 'doelmatig' zou wezen, als deze vlakker gebouwd  zou zijn. Zeker in de wintertijd met regen en sneeuw was de pont te gevaarlijk om te betreden, volgens de meeste reizigers.

Tot slot: een boze Duitser!
Een hevig verontwaardigde Duitser
Niet alleen Nederlandse handelaren ondervonden last van de slechte staat waarin het Maasveer verkeerde. Ook een Duitser schreef zijn klacht in gebroken Nederlands neer in dit klachtenboek. De heer Mürköster uit Kleinenberg bij Paderborn meende dat de 'Undulmatege Pont' hem 'vel Geld' heeft gekost, omdat hij de Maas nooit over had kunnen steken zonder de hulp en het gereedschap van de schipper. Nu maar hopen voor die arme veerman dat al die kosten van gewonde paarden, gevallen vrachten en kapot materieel niet op hem persoonlijk werden verhaald...


Vind je dit interessant? Lees dan ook:
De Maas over, soms samen met 'n koe
- Het oude pontje bij Ravenstein-Niftrik


maandag 12 mei 2014

Eigenaardige artsen in het 'Dorp aan de Rivier'

Roman van Antoon Coolen, waarop het openluchttheater in Lith is gebaseerd

Theaterliefhebbers kunnen in juni hun hart weer ophalen aan de Veerweg van het Brabantse Lith. Dit dorpje vormt namelijk het decor van het openluchttheaterspektakel 'Dorp aan de Rivier', waarin het leven van verschillende Lithse bewoners uit de periode van het Interbellum wordt nagespeeld. Centraal staat hierin de persoon van de eigenzinnige dokter Tjerk van Taeke, die niet alleen bekend stond om zijn heldhaftige optreden bij bevallingen en ziekten, maar ook om zijn vijandelijkheid jegens burgemeesters, pastoors en enkele Lithse boeren...

Het toneelstuk is gebaseerd op de gelijknamige roman van Antoon Coolen (1897-1961), die in 1934 verscheen en waarvan inmiddels 41 drukken zijn verschenen. Bovendien is het boek in acht talen vertaald en in 1958 is het verhaal verfilmd door Fons Rademakers. 'Dorp aan de Rivier' werd de eerste Nederlandse speelfilm en is bekroond met een Gouden Kalf en de film was zelfs genomineerd voor een Oscar. In juni van dit jaar wordt de roman opnieuw tot leven gewekt door Lithse inwoners aan de Maas.

De Wiegersma's: eigenzinnige artsen
Romanschrijver Antoon Coolen heeft zijn roman niet helemaal uit zijn duim gezogen. Grote gedeeltes van het verhaal zijn waar gebeurd en de hoofdpersoon van het boek, dokter Tjerk van Taeke, is gebaseerd op een echte arts, namelijk Jacob Wiegersma. Deze Jacob kwam oorspronkelijke uit Friesland en was van 1889 tot en met 1929 huisarts in Lith.
Huisarts Jacob Wiegersma (1863-1931) bij zijn 40-jarig jubileum in 1929
Coolen kreeg alle pikante details over deze arts te horen van zijn zoon, Hendrik Wiegersma, met wie hij innig bevriend was. Hendrik volgde het voorbeeld van zijn vader en vanaf 1917 runde hij een eigen huisartsenpraktijk in Deurne. Dit was een groot succes, want op drukke dagen werden op het station van Deurne volgnummertjes uitgereikt voor zijn praktijk. Naast dokter was Hendrik ook een bekende schilder en tekenaar en hij voorzag de roman van Antoon Coolen dan ook van tientallen houtsnedes en tekeningen. 
Coolen heeft goed geluisterd naar alle verhalen die Hendrik over zijn vader wist te vertellen, maar hij heeft ook gekeken naar de persoon van Hendrik zelf, die tevens bekend stond om zijn onorthodoxe behandelingsmethoden en ongebruikelijke medicijnvoorschriften. Al die eigenaardigheden hebben geleid tot het personage van Tjerk van Taeke.

Heldhaftige bevallingen en krankzinnige boeren
Dokter Van Taeke stak de bevroren Maas over om te helpen bij een bevalling
De Lithse dokter was beroemd om zijn hulp bij bevallingen. Zo ondernam hij eens een barre tocht over de bevroren Maas om een vrouw in barensnood te helpen. De 'nonnekes' van het dorp snelden naar de veerdam toe en begonnen vurig voor de arts en de vrouw te bidden. Bij terugkomst zegt hij tegen de nonnen dat ze niet moeten denken dat hun gebeden geholpen hebben bij het slagen van de bevalling. Hij stuurt ze meteen terug naar het klooster, 'want anders hebt ge morgen allemaal bronchitis.' Van Taeke moest niet veel hebben van pastoors en nonnen, maar ook de burgemeester had hij niet hoog staan en sommige boeren moesten het tevens ontgelden.

Zo was er boer Piet van den Oudendijk, die de vrouw van de arts lastig had gevallen. Uit wraak reed de dokter elke dag langs zijn boerderij en richtte zijn dubbelloops jachtgeweer op de boer. De trekker overhalen doet Van Taeke echter niet. Hij zorgde ervoor dat boer Piet iedere dag een beetje doodsangst had, 'want hij heeft mij in mijn liefde voor mijn vrouw beleedigd.' Volgens de verhalen werd deze boer uiteindelijk krankzinnig van angst door het dagelijkse optreden van Van Taeke.

1000 gulden in het vuur!
Het 40-jarig jubileum van dokter Wiegersma in 1929
Uiteindelijk leidden klachten over deze krankzinnig geworden boer en een andere boer, die door toedoen van Van Taeke zou zijn overleden, tot discussie in de gemeenteraad. Besloten werd om hem 1000 gulden te geven bij zijn zilveren jubileum en hem eervol ontslag te geven. Van Taeke kwam achter deze plannen en vlak na de toespraak van de burgemeester nam hij de envelop met het geld aan en verbrandde deze. Hij sprak de burgemeester woedend toe, pakte zijn spullen en vertrok uit het dorp aan de rivier de Maas...

Vind je dit interssant? Lees dan ook:

maandag 27 januari 2014

Alarm aan de Maas

...uit het Limburgsch Dagblad 1952 (klik erop voor vergroting)...
Als vroeger de Maas overstroomde in de Beerse Overlaat, werd er in Grave een kanon gelost om iedereen in de wijde omgeving te waarschuwen (een bewijs hoe stil het vroeger was). Vóór de ontmanteling van de vesting Grave in de jaren tachtig van de negentiende eeuw was dat een simpele zaak: kanonnen te over. 

Daarna werd het moeilijker. Hoe het precies geregeld was, weten we niet, maar zeker is dat er rond de jaren twintig in Grave twee kanonnen gereed stonden voor dat belangrijke schot. Het waren twee Franse kanonnen:  l’Intriguant, uit 1778, en Le Partisan, uit 1787. Ze waren kennelijk buitgemaakt in de Franse tijd. Tegenwoordig staan ze op een in ere hersteld rondeel in de Maasmuur, maar uit een tekening uit 1920 blijkt dat ze toen waren opgesteld aan de loswal, ver voorbij die muur (zie tekening hieronder). 


Deze zogenaamde seinposten, opgesteld en onderhouden door het Ministerie van Oorlog, verloren hun functie na de kanalisatie van de Maas in de jaren twintig van de twintigste eeuw. Burgemeester en wethouders van Grave wisten in 1926 te regelen dat de kanonnen met affuiten en al in Grave bleven staan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ze door de gemeente veiligheidshalve in de grond ingegraven. Een poging in 1949 om ze te claimen voor het Legermuseum werd door Burgemeester en wethouders vriendelijk maar zeer beslist afgeslagen. 

Wanneer ze op het rondeel zijn beland, was tot nu toe niet terug te vinden. Ze staan er vooral krijgshaftigheid uit te stralen: met Grave valt niet te spotten! Zo’n houding roept eerbied op, maar ze werkt ook uitdagend, uitdagend genoeg voor het Brabantse studentengilde van Onze Lieve Vrouw, op kamp in Cuijk om daar een serie culturele activiteiten te realiseren. In de nacht van maandag 28 op dinsdag 29 juli 1952 gingen zij er vandoor met Le Partisan, uiteraard zonder een visitekaartje achter te laten. In Cuijk was men opgetogen, in Grave razend. Maar al op dinsdagavond kon De Graafsche Courant in een strooibiljet bekendmaken dat de roof was gewroken. De burgemeester van Cuijk en de praeses van het gilde waren gevankelijk naar Grave ontvoerd met een feestelijke uitruil als doel. Die werd bezegeld in het Oranjehotel van de familie Van Zwam, waar de jenever rijkelijk vloeide. Op woensdagochtend 30 juli om 2 uur, nog voor het krieken van de ochtend dus, werd het kanon in triomf teruggevoerd naar zijn standplaats aan de Maas (waar het affuit was achtergebleven). 
...uit de Graafsche Courant, 1 augustus 1952 (klik erop voor vergroting)...
Vanuit Roermond telegrafeerde mevrouw P. Ficq de Graafse burgemeester Raaijmakers een passend commentaar: Hulde strategis beleid Graves oude roem gaat nooit verloren – oud Burgemeesterse. De directeur van het Legermuseum kon er echter niet om lachen. Hij stuurde een boze brief waarin hij Raaijmakers kapittelde: Een kanon is voor een artillerist iets heiligs (…) en geen kinderspeelgoed. Hij wilde de kanonnen daarom zelf graag hebben. De burgemeester wist hem echter ervan te overtuigen dat de kanonnen ook voor Grave heilig waren. Het jaar daarop werd de kei bij het Cuijkse gemeentehuis ontvoerd naar Grave en daarmee was de wraak volledig.

Deze tekst is van de hand van gastblogger Leny van Lieshout. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

woensdag 31 juli 2013

Graafse 'Pierenbak' in de Maas

Pleitbrief uit 1893 voor een gemeentelijk 'koud stroombad'
Met tropische temperaturen en warme zonnestralen ontstaat al snel de behoefte aan een frisse duik. Maar voor de Graafse bewoners in de negentiende en begin twintigste eeuw waren er nog geen keurig ingerichte zwemparadijzen met glijbanen en duikplanken. Velen zochten echter hun vertier in de Maas zonder enkele vorm van toezicht op veiligheid en de 'zeden'. Daarom gingen er al in 1893 steeds meer stemmen op voor het oprichten van een gemeentelijke zweminrichting, zodat men in Grave ook kon genieten van deze 'zoo nuttige en gezonde sport.'
In juni 1893 wordt een ingezonden brief in de Graafsche Courant gepresenteerd, waarin nadrukkelijk wordt gewezen op de voordelen van zo'n zwembad. Zwemmen is niet alleen een 'kostelijk middel om het lichaam gezonder en krachtiger te maken', het zal ook een gunstige invloed hebben op de moraliteit. Je moet er niet aan denken welke ongewenste intimiteiten zouden kunnen voorkomen tussen al die schaars gekleede lichamen zonder enige vorm van toezicht!
Graafse schandalen in de Maas?
Ook in 1936 wordt gevreesd voor 'misstanden op zedelijk gebied' en de auteur van deze brief, die zichzelf als 'zwementhousiast' aanduidt, waarschuwt zelfs voor grote schandalen als er geen nieuw zwembad komt. Hij doet een beroep op de 'doortastendheid en de nimmer falende levensdurf van de Gravenaars.' Wanhopig vraagt de zwementhousiast zich af of Grave alwéér achter moet doen bij 'zoovele omliggende plaatsen.'
Vanaf 1919 konden de Gravenaren hun hart ophalen en konden zij hun baantjes trekken in een nieuw rivierbad. In 1936 bleek dit echter niet meer te voldoen, onder andere door de toename van het aantal zwemmers en de bouwvallige toestand van het bad. Het wordt omschreven als primitief en zelfs als een 'pierenbak.' Steeds meer mensen zochten hun heil aan de Overasseltsche Maaskant, waar toezicht geheel ontbrak.  Kortom, er was behoefte aan iets groters...
Onvrede over de Graafse 'Pierenbak'
Uiteindelijk weet de gemeente Grave in 1936 de ondernemende L. Derijck zover te krijgen om een nieuwe zweminrichting aan te kopen en te exploiteren. Volgens de Graafsche Courant gaat het hier 'in een woord om een pracht inrichting', bestaande uit 400 vierkante meter zwemplezier! Eindelijk hadden de Gravenaren weer de ruimte om een heerlijk bad te nemen in de Maas. Tot slot probeert de auteur van de krant niet-zwemmers te overtuigen toch echt een duik te nemen in het pas geopende bad, zodat zij, 'zoo niet te oud, nog enthousiaste zwemmers zullen worden.'
Vind je dit interessant? Lees dan ook:

maandag 15 april 2013

Bruggen slaan in Grave

...Veer met Maasbrug bij Gelderse oever...

Het BHIC in Grave zit nu vijf jaar aan de Arnoud van Gelderweg 73 in Grave. In het kader van het lustrum verzorgt Leny van Lieshout drie maanden iedere maandag een blog over bijzondere archiefstukken. Vandaag deel negen. 

In 1929 kwam er een vaste verbinding tot stand in de vorm van een brug tussen de oevers van de Maas bij Grave respectievelijk Nederasselt. Alle eeuwen daarvoor had het verkeer zich moeten behelpen met een veer dat een eindje stroomopwaarts tussen de Maas- of Veerpoort in Grave en de andere oever voer. Dat veer wordt al gedocumenteerd in 1381. 

Het was en bleef steeds in particuliere handen. De eigenaren anno 1929 waren uiteraard niet blij met de brug, temeer daar de rijksoverheid van geen schadevergoeding wilde weten. De procedures daarover liepen op niets uit. In tijden van oorlog was een veer natuurlijk kwetsbaar en schoot het bovendien in capaciteit tekort. Er werden dan tijdelijke schipbruggen gelegd, boten dwars op de rivier met planken erop, vroege versies van de jaarlijkse pontonbrug over de Maas bij Cuijk ter gelegenheid van de Vierdaagse. Scheepvaart was er in oorlogstijd niet of nauwelijks, maar onder normale omstandigheden des te meer. Een brug van voldoende hoogte was en is bij toenemend verkeer dan de enige oplossing. 

Uit archivalia in Brussel (Algemeen Rijksarchief) en Grave (archief van het veer; stadsarchief Grave) blijkt dat zo’n Graafse brug tenminste één keer, en wel heel vroeg, serieus in discussie is geweest. In 1545 bepaalde keizer Karel V als heer van Grave alvast de tarieven voor een te maken houten brug bij Grave: zoveel voor een kar, zoveel voor een os, zoveel per persoon. Het kwam er niet van, maar het moet niettemin als haalbaar zijn beoordeeld: de Maas zal toen minder breed zijn geweest dan nu. 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: