Posts tonen met het label gemeentebestuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeentebestuur. Alle posts tonen

woensdag 13 mei 2015

Eeuwige zwanenliefde

Een eenzaam eendje in de Graafsche Raam - in de jaren zestig zwom hier een eenzame zwaan, op zoek naar gezelschap...
Dit keer geen tranentrekkende liefdesbrief over mensen maar... over zwanen! Het Graafs gemeenteraadslid Laguette maakt zich in 1968 namelijk ernstig zorgen over 'een eenzame zwaan van het mannelijk geslacht', die in de Graafsche Raam rondzwemt en het de andere eendjes knap lastig maakt. Reden genoeg voor Laguette om in de pen te klimmen en de gemeente Rijkswijk om een donatie te vragen van... een vrouwtjeszwaan!

Waardige echtgenote gewenst!
De eenzame Graafse zwaan, overigens een fraai exemplaar, wordt er 'door het alleen zijn niet vriendelijker op en duldt de grote hoeveelheid eenden nauwelijks,' zo schrijft het raadslid. Een tijdje geleden bezocht Laguette de gemeente Rijswijk en aldaar stuitte hij op diverse gelukkige zwanenfamilies.

Een bijzondere Graafs-Rijswijkse echtverbintenis
Gezien de zwakke financiële positie van de gemeente Grave verzoekt Laguette de gemeente een 'waardige echtgenote' voor de Graafse zwaan te sturen, 'zodat ook onze grachten in het voorjaar door een hopelijk gelukkige Graafs-Rijswijkse echtverbintenis, méér bevolkt zullen worden door deze edele dieren, iets waar vooral onze jeugdige inwoners reikhalzend naar uitzien.'

En ze leefden nog lang en gelukkig!
De burgemeester en wethouders van Rijswijk hebben goed nieuws voor die arme zwaan in Grave: Laguette mag daar een prachtige vrouwtjeszwaan op komen halen met de wens 'dat deze beschikbaarstelling tot een goed en vruchtbaar huwelijk zal leiden.'

Eeuwige zwanenliefde!
Aanvankelijk was het de bedoeling dat de vrouwtjeszwaan terug zou keren naar Rijswijk, wanneer dit huwelijk inderdaad zijn vruchten af zou werpen. Maar het voormalige vestingstadje werd dubbel gematst: het liefdeskoppel mocht permanent samen in de Graafsche Raam rondzwemmen!

De gemeente Rijswijk zorgt hiermee voor een romantisch einde van een prachtig sprookje: 'Ofschoon uw gemeente als garnizoensplaats vermoedelijk gewend is aan detacheringen, is het onze bedoeling dat U deze zwaan een permanent verblijf in Uw gemeente aanbiedt. Ook ten deze huldigen wij de opvatting dat een goed huwelijk onontbindbaar moet zijn.'

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Wilde klopjachten!
Alarm aan de Maas

 

woensdag 20 augustus 2014

Blaffende honden bijten niet

Vluchtoord Uden rond 1915, waar vele Belgische vluchtelingen werden opgevangen
Het vluchtoord Uden draait in 1916 op volle sterkte. Ruim 6000 Belgische vluchtelingen zijn er op dat moment gehuisvest. Begrijpelijk dat zoveel vluchtelingen ook problemen oproepen, al zijn meestal niet de vluchtelingen zelf de boosdoeners...

Fel wordt er in november 1916 door het gemeentebestuur van Uden geprotesteerd tegen de gevorderde inkwartiering van 600 huzaren. Hun commandant wordt onhebbelijk optreden tegen de burgerbevolking in de schoenen geschoven. Volgens het Udense gemeentebestuur is de aanwezigheid van zoveel militairen 'in zeer hoge mate uiterst nadelig inzake hygiëne en moraliteit.' Terzijde wordt fijntjes aangehaald dat de overheid het Vluchtoord kosteloos op Udense gemeentegrond heeft geplaatst.

Lastige honden
Ook de bewoners in de omgeving laten zich niet onbetuigd. Zij ondervinden veel last van de honden die op het Vluchtoord worden gehouden. Uitputtend besteedt de Udense gemeenteraad aandacht aan deze klacht, waarbij ook het niet aangeslagen worden voor de hondenbelasting meteen in de breedvoerige discussie wordt meegenomen. De Raad oppert dat er toch maar geen hondenbelasting geheven moet worden, daar het innen teveel moeite zal kosten. Als ze de honden maar niet jankend en huilend op openbaar terrein laten rondlopen. En af laten schieten door de veldwachter is altijd nog een optie! Tenslotte besluit de Raad om de Regeringscommissaris van het Vluchtoord te vragen maatregelen te nemen die er toe leiden dat er verbetering wordt gebracht.

Enkele hoogwaardigheidsbekleders bij het Vluchtoord

Het antwoord van de Commissaris komt per kerende post. Hij geeft aan dat alle honden op het Vluchtoord aangelijnd liggen. Verder zijn er, voor zover hem bekend, geen klachten binnengekomen. Hij verzoekt om aan te geven wie de klachten hebben ingebracht, en in hoeverre last wordt ondervonden, zodat er passende maatregelen genomen kunnen worden.

De gebeten hond...
De rijksveldwachter krijgt opdracht om bij de aanwonenden te polsen in hoeverre er overlast is. Uit zijn ondervraging blijkt dat bij een bewoner de honden vroeger wel eens achter de kat aan gingen, maar nu niet meer. En bij een ander gingen de honden vorig jaar achter de kippen aan. Maar of dat honden van het Vluchtoord waren? Door de overige bewoners worden geen klachten geuit.
Tegenpruttelend gaat de Raad akkoord en wordt het hondenprobleem als afgedaan beschouwd, al voelen ze zich in deze zaak duidelijk de gebeten hond...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog
- Preview nieuwe website: gevlucht uit België, gevonden op onze site


vrijdag 8 augustus 2014

Annemarie kiest: zorgplicht gemeenten #stukvanhetjaar2014


Het gemeentebestuur van Vught neemt de zorg van het 'ongelukkige schepzel' Jenneke van Hal op zich
Met ingang van 2015 worden door het rijk veel zorgtaken bij de gemeenten neergelegd. Samen met alle bezuinigingen in de sociale sector geeft dat veel commotie in de samenleving. Op soms kritische wijze wordt er gekeken naar de uitvoering.

Niets nieuws onder de zon
Van oudsher bekommerde de kerkelijke Armentafel (ook wel tafel van de H. Geest) in elk dorp en elke stad zich om haar eigen armen. De armentafel kan men letterlijk opvatten als een tafel achter in de kerk waarop brood en kleding aan de armen werden uitgedeeld. Deze vorm van armenzorg groeide onder invloed van de 'eerste grondwet van de armenzorg' van keizer Karel V in 1531 uit tot een overheidstaak, uitgevoerd door armmeesters. Zij moesten financiële verantwoording van de armenkas afleggen aan het plaatselijk dorps- of stadsbestuur. Daarnaast bleef kerkelijke armenzorg gewoon voortbestaan. 

Borg- en ontlastbrieven
Armoede was in de 18e eeuw een veel algemener maatschappelijk verschijnsel dan heden ten dage. Om te voorkomen dat er teveel armlastige nieuwkomers een beroep zouden doen op de plaatselijke armenkas, moesten sociaal zwakkeren die vanwege kostwinning of huwelijk wilden verhuizen, een borgbrief van hun geboorteplaats of laatste woonplaats overleggen. Als iemand zijn geboorteplaats verlaten had en al 'jaar en dag' in een andere woonplaats werkte en woonde, moest die laatste woonplaats borg staan. Anders kwam je een nieuwe plaats niet in!

Zo'n borgbrief was bedoeld om de nieuwe plaats van vestiging te ontlasten van de zorgplicht als zo'n nieuwkomer tot armoede zou komen te vervallen. Die zorgplicht was voor rekening van de geboorte- of voorlaatste woonplaats van de nieuwkomer. Arme kinderen kwamen voor gezamenlijke rekening van de geboorteplaatsen van de vader en de moeder, ieder voor de helft.

Deze 'zorg garantieverklaringen' werden door het plaatselijk bestuur of schepenbank op mooi gezegeld papier afgegeven. Dit systeem van borg- en ontlastbrieven werd overigens niet altijd consequent toegepast. Verder hoefden welgestelden, seizoenarbeiders en militairen geen borgbrieven te overleggen. Andere benamingen zijn: akten van indemniteit en brieven van cautie.

Zorgplicht van Vught voor Jenneke van Hal
De trouwakte van Jenneken en Herman, die in 1737 in Helvoirt trouwden
Jenneke Nicolaas van Hal, geboren in Vught, trouwde op 10 februari 1737 in Helvoirt met Harman Adriaansen van IJrsel, die in Helvoirt geboren was. Allebei woonden ze in Helvoirt volgens de trouwakte. Harman wordt in andere stukken 'Hermen' genoemd, maar laten wij hem voor het gemak maar even Herman noemen.

Borgbrief van de gemeente Vught
Bijna een week vóór de bruiloft gingen Jenneke en haar Herman bij het dorpsbestuur van Vught een borgbrief halen, waarin Vught bij verval tot armoede garant stond voor de helft van de onderhoudskosten van de kinderen die in Helvoirt of elders geboren zouden worden. Bekend is dat dit echtpaar in elk geval één kind kreeg. Dochter Joanna werd op 13-11-1738 gedoopt in de katholieke kerk van Helvoirt.

Op de kar terug naar Vught...
Toen Jenneke hoogbejaard was, werd zij ziek en begon te tobben. Of haar man en dochter toen nog leefden en haar mantelzorgers waren, weten we niet. Maar als je geen dokterskosten kon betalen, moest je toch een beroep doen op de armenkas. In Jennekes geval op die van Vught, waar zij geboren en getogen was. Op 29 november 1797 schreef het gemeentebestuur van Vught aan Jan van de Goor, municipaal in Helvoirt (we zitten inmiddels in de 'Franse tijd') de volgende brief:

Het Stuk van het Jaar van Annemarie: Vught neemt de zorg voor Jenneke op zich en laat het arme oude vrouwtje op een kar van Helvoirt naar Vught vervoeren...
Waarom de keuze voor dit stuk?
Deze brief ontroerde mij, nu de maatschappelijke discussie over zorgplicht door gemeenten zo levendig is... Je ziet het tafereeltje zo voor je. Oude zieke Jenneke op een kar langs de binnenwegen van Helvoirt naar Vught. Het enige wat ze had, was haar schamele plunjezak. Alles wat zij over had gehouden van een leven lang hard werken... Een scootmobiel of goedkoop taxivervoer heeft Jenneke nooit gekend en nog nooit kon zij in haar tijd gehoord hebben van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. In een kar moest zij van Helvoirt naar Vught vervoerd worden.

Hoewel men zich niet bewust was van de term, zal de participatiemaatschappij in die tijd de normaalste zaak van de wereld zijn geweest. En ook toen werd er door 'gemeenten' voor de armen gezorgd. Maar niet altijd door de woongemeente. Met een beetje pech werd je teruggestuurd naar je geboorte- of vroegere woonplaats...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Lisette kiest: Opsporing Verzocht in 1733
- Marilou kiest: brein achter Osse bende