Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brieven. Alle posts tonen

woensdag 2 september 2015

Zeventiende-eeuwse hartenkreten

Non Mariana kwijnt weg terwijl haar geliefde Chamilly haar verlaat...
Deze liefdesgeschiedenis is even mooi als hartverscheurend. Vijf brieven van een wanhopige Portugese non spreken al eeuwenlang tot de verbeelding. Ze smeekt haar geliefde officier Chamilly haar niet te verlaten, maar deze vertrekt noodgedwongen en ontpopt zich als een uitstekend veldheer...in Grave!

Portugese non
In 1669 verschijnen op een mysterieuze wijze vijf zogeheten minnebrieven van een onbekende Portugese non. Enkele jaren later worden er meerdere edities en vertalingen uitgegeven en duikt voor het eerst de naam van de Franse officier Chamilly op.

Raam van het klooster in Beja, van waaruit Mariana Chamilly begluurde
Pas in 1810 wordt duidelijk wie de heimelijke brievenschrijfster is: Soror Mariana Alcoforado. Als 12-jarig meisje werd zij opgenomen in het klooster in Beja. Vanuit haar raam viel haar oog op de toen 28-jarige Noël Bouton de Chamilly. De Fransman vocht samen met de Portugezen tegen aartsvijand Spanje.

Geen Clooney!
Vanuit haar kloosterraam had Mariana goed zicht op de stoere cavalerist. Contacten tussen religieuzen en militairen waren niet ongewoon, zo lezen we in de literatuur. Het is dus goed mogelijk dat Chamilly en Mariana een verhouding hebben gehad.
Noël Bouton de Chamilly
Eén element in deze liefdesgeschiedenis is echter niet cliché. Je zou denken dat het nonnetje Mariana verblind was door het uiterlijk van Chamilly, maar hij was alles behalve een Brad Pitt of een George Clooney. Hij wordt in de negentiende eeuw als volgt omschreven: 'Een groot, breed man, de beste dapperste en meest eervolle mensch die men zich denken kan, doch zóó dom en zóó plomp dat men zich bijna niet verbeelden kon, dat hij eenig talent voor de krijgskunde bezat.'  

Heldendaden in Grave
Maar die talenten bezat Chamilly wel degelijk. Helaas voor Mariana, maar de plicht roept! De officier moet zijn biezen pakken en in 1669 kiest hij het ruime sop, op weg naar Kreta. Op zijn weg naar dat eiland zou hij de brieven van Mariana hebben ontvangen. Zijn matrozen zouden de hartenkreten van Mariana achteloos in het water hebben gegooid, ware het niet dat zij werden tegengehouden door Chamilly. Hij drukte de matrozen snel wat geld in de hand en zo redde hij de prachtige brieven.

'De Stercke Stadt Grave' met vooraan de uittocht van Chamilly
Jammer genoeg is hij nooit teruggekeerd naar Beja, voor zover wij weten. Na zijn avontuur in Kreta werd hij namelijk uitgezonden naar Grave in 1674. Daar werd hij beroemd vanwege de heldhaftige verdediging van Grave tegen de troepen van de Prins van Oranje.

Legercommandant Rabenhaupt richtte een totale verwoesting in Grave aan; de kerk stortte in, het kasteel verdween van de aardbodem en huizen brandden af. Chamilly probeerde de vrouwen en kinderen van hun ondergang te redden, maar tevergeefs. Rabenhaupt kende geen genade. Maar liefst 93 dagen hielden de Fransen stand tegen de Staatse legers, maar op 28 oktober 1674 moest de Fransman zich toch overgeven.
Het beleg van Grave in 1674
Uiteindelijk trouwde Chamilly in 1677 met Madame Du Bouchet, maar dit huwelijk bleef kinderloos. In 1715 stierf hij op 79-jarige leeftijd. Wie weet hoe vaak hij nog troost heeft geput uit de brieven van Mariana?

Dramaqueen
Historici zijn het niet eens over de herkomst van de brieven. Sommigen menen dat zij later door een Franse graaf en politicus zijn geschreven. Hoe dan ook, de minnebrieven hebben voor een omwenteling in de literatuur gezorgd en hebben zelfs een rol gespeeld in de vorming van een nieuw genre, namelijk het genre épistolaire. En wij kunnen in verschillende talen genieten van de 'dramaqueen' Mariana. Lees maar mee:

Mariana Alcoforado
'Je sors le moins qu'il m'est possible de ma chambre, ou vous ȇtes venu tant de fois et je regarde sans cesse votre portrait, qui m'est mille fois plus cher que ma vie, il me donné quelque plaisir mais il me donné aussi bien de la douleur, lorsque je pense que je ne vous reverrai, peut-ȇtre, jamais...'

 'Ik ga zo min mogelijk weg uit mijn kamer, waar u zovele malen bent gezien en ik bekijk zonder ophouden uw portret, dat mij veel dierbaarder is dan mijn eigen leven. Het geeft me iets van plezier, maar bezorgt me minstens zoveel pijn, omdat ik denk dat ik u misschien nooit meer terug zal zien...'


Geschreven door: Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
 - Ik moet u melden dat ik niet gelukkig ben
 - 'Ick sal U noijt verlaaten'  

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 

woensdag 13 mei 2015

Eeuwige zwanenliefde

Een eenzaam eendje in de Graafsche Raam - in de jaren zestig zwom hier een eenzame zwaan, op zoek naar gezelschap...
Dit keer geen tranentrekkende liefdesbrief over mensen maar... over zwanen! Het Graafs gemeenteraadslid Laguette maakt zich in 1968 namelijk ernstig zorgen over 'een eenzame zwaan van het mannelijk geslacht', die in de Graafsche Raam rondzwemt en het de andere eendjes knap lastig maakt. Reden genoeg voor Laguette om in de pen te klimmen en de gemeente Rijkswijk om een donatie te vragen van... een vrouwtjeszwaan!

Waardige echtgenote gewenst!
De eenzame Graafse zwaan, overigens een fraai exemplaar, wordt er 'door het alleen zijn niet vriendelijker op en duldt de grote hoeveelheid eenden nauwelijks,' zo schrijft het raadslid. Een tijdje geleden bezocht Laguette de gemeente Rijswijk en aldaar stuitte hij op diverse gelukkige zwanenfamilies.

Een bijzondere Graafs-Rijswijkse echtverbintenis
Gezien de zwakke financiële positie van de gemeente Grave verzoekt Laguette de gemeente een 'waardige echtgenote' voor de Graafse zwaan te sturen, 'zodat ook onze grachten in het voorjaar door een hopelijk gelukkige Graafs-Rijswijkse echtverbintenis, méér bevolkt zullen worden door deze edele dieren, iets waar vooral onze jeugdige inwoners reikhalzend naar uitzien.'

En ze leefden nog lang en gelukkig!
De burgemeester en wethouders van Rijswijk hebben goed nieuws voor die arme zwaan in Grave: Laguette mag daar een prachtige vrouwtjeszwaan op komen halen met de wens 'dat deze beschikbaarstelling tot een goed en vruchtbaar huwelijk zal leiden.'

Eeuwige zwanenliefde!
Aanvankelijk was het de bedoeling dat de vrouwtjeszwaan terug zou keren naar Rijswijk, wanneer dit huwelijk inderdaad zijn vruchten af zou werpen. Maar het voormalige vestingstadje werd dubbel gematst: het liefdeskoppel mocht permanent samen in de Graafsche Raam rondzwemmen!

De gemeente Rijswijk zorgt hiermee voor een romantisch einde van een prachtig sprookje: 'Ofschoon uw gemeente als garnizoensplaats vermoedelijk gewend is aan detacheringen, is het onze bedoeling dat U deze zwaan een permanent verblijf in Uw gemeente aanbiedt. Ook ten deze huldigen wij de opvatting dat een goed huwelijk onontbindbaar moet zijn.'

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Wilde klopjachten!
Alarm aan de Maas

 

woensdag 15 april 2015

Kapelaan in opspraak!

Kapelaan Fenneker doet 'vrijwillig' afstand van zijn functie. Wat is er gebeurd?
We hebben ze in verschillende vormen en van veel verschillende schrijvers: mooie, bijzondere brieven. Op initiatief van Tresoar twitteren archieven en musea regelmatig een mooie brief uit hun collectie met #HistoryPost. Het BHIC doet mee en deze week bekijken we twee brieven over een Oeffeltse kapelaan die werd beschuldigd van bijgelovige, zelfs magische praktijken!

Olie en zout
Op 7 april 1836 belandt een verontrustende brief op de deurmat van de deken in Cuijk met een ernstige verdenking van de kapelaan Fenneker te Oeffelt. Een zeer geloofwaardig man had deze geestelijke bezocht, omdat iemand in zijn familie ziek was. Hierop antwoordde Fenneker hem: 'Dan weet ik het al, gij hebt dat gisteren op die en die uur gedagt en op die uur van huis gegaan.' En inderdaad het was ' juist zoo!'

Lees hier welke 'wondere werken' de pastoor allemaal uitvoerde...
Maar deze voorspelling was nog niets vergeleken bij de magische sessie die daarna door de kapelaan werd uitgevoerd. De bezoeker moest een maatje olie en een pond zout halen, vervolgens werd hij verzocht driemaal 'het geloof' te bidden. Hij haastte zich daarna met de olie naar huis, die de zieke 'in den mond moest nemen' en daarmee zijn borst bestrijken, en hij moest zeggen 'In den naam des Heere J.C. verdwijnt van mij ziekte.'

Het zout moest vervolgens aan de vier hoeken van het bed worden gebonden en het overige in het 'bedstroo' worden gestrooid. 'Dan zou de persoon in 9 dagen zeker genezen zijn,' verzekerde Fenneker hem. Onderaan de brief wordt vermeld dat de man stellig werd bevolen de kapelaan niet te verraden. Dit gebod is dus helaas voor Fenneker niet opgevolgd...

Wijze raad
Hierboven kon je al lezen dat Fenneker in 1840 uiteindelijk 'vrijwillig' afstand deed van zijn functie. Maar hoe vrijwillig was dit eigenlijk? Waarschijnlijk zal hij in Oeffelt met de nek zijn aangekeken en zal er veelvuldig over hem geroddeld zijn.

Dagelijks naar de kerk om boete te doen!
Gelukkig verloor de deken van Cuijk hem niet uit het oog. Hij schrijft de kapelaan bovenstaande brief, waarin hij hem een hart onder de riem steekt en hem van wijze raad voorziet: 'Uwe toestand is zoo naar lighaam als naar ziel waarschijnlijk te beklagen maar ook gemakkelijk te verbeteren, gij hebt dit zelf in uwe handen.'

Eer en rust?
Maar wat stond Fenneker dan te doen? De deken is hier heel duidelijk over: 'Ja ik smeek u volg mijnen raad, begin met dagelijks naar de kerk te gaan vooral zondags nooit te ontbreken en alles zal goed gaan.' Mocht de kapelaan dit een maand volhouden, dan zou hij zijn oudedagsvoorziening gewoon ontvangen en de deken belooft hem 'zoo zult gij de weinige dagen die u nog te leven overblijven in eer en rust slijten.'

Zijn broer was overigens pastoor van Oeffelt en ook hij bezorgde de parochie de nodige problemen. Heel rustig is het in de parochie van Oeffelt dus niet geweest...


Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Brief vertelt het verhaal van de eigen tijd
Negentien jaar en gesneuveld in Oeffelt



maandag 19 januari 2015

Op oorlogspad naar Rusland!

Ploeterde soldaat Ermers met dit tenue door de sneeuw van Warschau?
Wie denkt dat de Tweede Wereldoorlog de enige oorlog was, die grote impact heeft gehad op ons land, heeft het mis. Ook begin 19e eeuw moesten vele Hollandse jongemannen het ontzien. Zij werden zonder pardon ingelijfd bij het grote Napoleontische leger, dat in 1812 bestond uit ruim 600.000 man! Ga mee op een barre veldtocht naar het koude Rusland met één van die soldaten, van wie drie unieke brieven bewaard zijn gebleven...

De plicht roept!
In 1810 werd Nederland onderdeel van het Franse Keizerrijk en Napoleon vond het welletjes: de Hollanders hadden lang genoeg genoten van hun vrijheid! Meteen voerde hij de dienstplicht in en tienduizenden jongemannen werden opgeroepen om in de Franse legers te dienen.

De eerste brief van Ermers, nog geschreven vanuit Amiens
Eén van die arme soldaten was Johannes Ermers, afkomstig uit Sint Hubert en daar geboren in 1790. Hij was dus pas 22 jaar oud toen hij op 6 maart 1812 vanuit Den Bosch vertrok naar Amiens. In de eerste brief beschrijft hij zijn belevenissen tijdens deze tocht door België.

Een vrome soldaat
Soldaten roepen vaak het beeld op van brassende dronkenlappen, wiens taalgebruik op zijn zachtst gezegd nogal grof genoemd mag worden. Misschien geldt dit voor de meeste infanteristen, maar zeker niet voor Johannes Ermers!

Oei, oei...een mis gemist!
Zo begint hij zijn brief niet met het klagen over zijn lange reis of over de eindeloze militaire oefeningen, maar spreekt hij zijn zussen en zwagers als volgt toe: 'Wilt over mij niet meer weenen, maar weent over uwe ende mijne zonde en oover de zonde van de geheele weereld, die zeer veel zijn.'

Het slot van de brief: groetjes aan alle pastoors!
In het grootste gedeelte van zijn brief beschrijft hij de 'schoone' kerken van België en de missen die hij heeft bijgewoond. Op 19 april werd hij echter gedwongen om met zijn geweer op onderzoek uit te gaan voor de 'groot mayoor, hetwelk mij heeft belet mis te hooren, het was sondig, het welk mij heeft verdriet aangedaan.' Verder spreekt hij in zijn brief ook de pastoor aan en klaagt hij over het feit dat hij 'soo wijt' van de kerk af is, wel een kwartier! Bovendien moet hij 's ochtends eerst 'erpel' (aardappels) schillen en exercieren, voor hij zich eindelijk aan het gebed kon wijden.

Een 'duer leven'
Naast alle missen die Johannes heeft bijgewoond, doet hij ook uitgebreid verslag van alle uitgaven die hij heeft gedaan. Hij klaagt steen en been over het 'duere leven'; hij moet zelf zijn boter en eieren kopen of hij moet droog brood eten! Bovendien was er een 'kurperaal' die het geld van zijn soldaten in zijn eigen zak hield!

Volgende week: massieren en exercieren door Duitsland!
Soldaat Ermers sluit zijn brief af door de groetenis over te brengen aan 'alle goede vrinden en bekende, voor namentlijk aan mijnheer pastoors' van Sint Hubert, Mill en Wanroij! Maar wier naam prijkt ook onderaan dit lijstje? De 'meijt van mijn heer pastoor'! Zou hij misschien toch een vriendinnetje in Sint Hubert hebben achtergelaten? Volgende week volgen we Johannes verder op zijn tocht van Frankrijk naar Duitsland...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Napoleon verlaat Nederland via Grave
- Graafse logies- en serviesgelden

Het vervolg:
- 'Een dal der traanen' 
- Naar het 'velt', naar den Rus! 

maandag 23 juni 2014

Sigaartje erbij?

Prachtig briefhoofd van sigarenfabriek én hofleverancier Karel I uit Eindhoven

Tegenwoordig wordt er meer geld gestoken in campagnes om van het roken af te komen dan voor sigaretten en sigaren. Denk maar aan de reclames van nicotinepleisters en de afschrikwekkende teksten op sigarettenpakjes. Dat was begin en halverwege de twintigste eeuw wel anders! Diverse sigarenfabrieken maakten al een heel werk van hun briefhoofden, die soms wel een halve pagina in beslag namen!

Sigarenfabriek 'In de Zwaan' uit Boxtel
Hierboven kon je al een prachtig exemplaar zien van Karel I sigarenfabrieken uit Eindhoven. Op papier ziet de brief er overigens nóg indrukwekkender uit, omdat de rode letters met extra glans zijn gedrukt.

Hiernaast is een rekening te vinden van de sigarenfabriek 'In de Zwaan' uit Boxtel, waarin de fabrikant ook meteen vist naar goede mond-op-mond reclame: 'Wij wenschen u goede ontvangst en hopen dat de zending Uwe volle goedkeuring zal wegdragen om daardoor weldra met Uwe verdere gunstige berichten te mogen worden vereerd.'

Het briefhoofd van de landelijke tabaksfabriek Van Nelle spant echter de kroon. Bijna een halve pagina is ingeruimd voor de prachtige tekening. Ook in Brabant had deze fabriek enkele vestigingen, namelijk in 's-Hertogenbosch en in Breda.

Uitgebreid briefhoofd van tabaksfabriek Van Nelle

Volgende week: Graafse sigarenetiketten!
Niet alleen de briefhoofden van sigarenfabrieken kunnen gezien worden als ware kunstwerken, ook sommige sigarenetiketten zijn prachtig om te zien. Volgende week zullen we enkel exemplaren uit Grave laten zien, waar in de twintigste eeuw ook een sigarenfabriek heeft gestaan. 






Vind je dit interessant? Lees dan ook: