Posts tonen met het label HistoryPost. Alle posts tonen
Posts tonen met het label HistoryPost. Alle posts tonen

maandag 29 juni 2015

Wil je je Chevrolet aub ergens ànders neerzetten?

...uit het archief van Van Lanschot...
Je mag dan wel G. van Lanschot uit Den Bosch zijn, dat wil niet zeggen dat je je dure Chevrolet zo maar overal neer mag zetten. Zeker niet als je je auto ondertussen bij een andere dealer koopt. In 1929 tikt het bedrijf Lathouwers de Bossche bankier met een brief even flink op de vingers.

“Daar U den laatsten tyd steeds Uwe nieuwe wagens by andere firma’s koopt en wy de plaatsen in onze garage productiever kunnen maken voor cliënten, die by ons ook hunne nieuwe wagens koopen, zou het ons aangenaam zyn, wanneer U tegen 1 July a.s. naar eene andere garage zoudt willen uitzien”, staat te lezen in de brief van 14 juni 1929.

Waar meneer Van Lanschot zijn wagens dan wel kocht, wordt niet duidelijk. Maar via deautovanmnopa is te zien dat de familie Van Lanschot in die jaren een aardig wagenpark bezit. Zo iemand zou je toch liever wel als klant hebben maar de firma Lathouwers lijkt met de brief de moed te hebben opgegeven.

...reclamemateriaal Chevrolet...
Het schrijven van Lathouwers komt uit het archief van de familie Lanschot (toegangsnummer 200, inventarisnr 469) waarin ook wat reclamemateriaal van Chevrolet bewaard is gebleven. En hoewel er geen bedrag wordt genoemd, is al snel duidelijk dat deze auto’s behoorlijk aan de prijs zijn. “Neemt de waarde van het voertuig in aanmerking, niet slechts zijn prijs. Overtuigt U of het in staat is Uw werk te doen.”

Mooi ook om te zien dat ronkende reclametaal ook in die beginjaren van de vorige eeuw volop werd gebezigd. “De reusachtige laboratoria voor wetenschappelijk en technisch onderzoek, de uitgestrekte proefterreinen (die ter wereld huns gelijke niet vinden), het nuttig verwerken van alle materiaal, zonder dat iets verloren gaat, de ongeëvenaarde mogelijkheid voor massa-inkoop, waarover zij beschikt, stellen haar in de gelegenheid tot het in alle details bestudeerd ontwerpen en uitvoeren der modernste constructie aan de laagste prijzen.” Aan welk bedrag moeten we dan denken? Volgens deze advertenties op de site van Conam ligt die in 1929 op 2400 gulden. Heb je wel trouwens een zescilinder. Dat dan weer wel.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 25 mei 2015

Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief #HistoryPost

De Pijp. Marktstraat gezien vanaf hoek Suikerstraat met brug over Binnendieze.
Op de prentbriefkaart is abusievelijk de naam Tolbrugstraat vermeld.
(collectie Afdeling Erfgoed gemeente 's-Hertogenbosch, nr. 0006752)

Vroeger kon men ze vast feilloos aanwijzen, maar in onze archieven zijn ze tegenwoordig maar lastig terug te vinden: illegale bordelen. En soms heb je geluk. Een mooie brief voor HistoryPost.

Zo stuitte ik op deze brief, gedateerd 16 januari 1881, van de Bossche diender Van Goor, die belast was met toezicht op en ontsmetting van logementen waarvan publieke vrouwen in ’s-Hertogenbosch gebruik maakten. De brief is gericht aan de commandant van het militaire garnizoen in de stad, die zijn militairen blijkens de brief een bordeelverbod had opgelegd. Dat was niet zomaar, dat was in het landsbelang! Militairen waren in garnizoenssteden als Den Bosch trouw afnemer van de diensten van prostituees, maar liepen daarmee ook grote kans op besmettelijke (geslachts)ziekten.

In de brief legt Van Goor aan de garnizoenscommandant uit dat die maand geneeskundige controles zijn gestart en dat “de Geneesheer met dat onderzoek belast heeft verklaard, dat van de vier en twintig door hem onderzochte vrouwen, twaalf zijn behebt gevonden met venerische ziekte, van welke besmette vrouwen elf in het zieken gasthuis alhier worden verpleegd; terwijl één besmette vrouw onze gemeente naar elders heeft verlaten.” Kortom, de helft van alle onderzochte prostituees bleek ziek, maar gelukkig voor de militairen was het besmettingsgevaar inmiddels geweken en kon men weer veilig naar de Bossche hoertjes. Weetje: tussen 1881 en 1884 kelderde het percentage gevallen van venerische ziekte onder de Bossche soldaten van 12,3 naar 5,1%! Ongetwijfeld tot grote tevredenheid van hun commandant.

Voor het garnizoen verboden
Maar naast het relaas over deze officiële bordelen maakt Van Goor ook melding van een illegaal bordeel, ter waarschuwing aan de commandant: “Intusschen komt mij als zéér gewenscht voor, dat ofschoon de mede verboden tapperij van de herbergierster Grietje Kloots, in de tolbrugstraat alhier, niet als bordeel officieel bekend, voor het garnizoen verboden blijft; omdat zij met grond wordt verdacht gehouden binnen hare woning aan bezoekers gelegenheid te geven gemeenschap te hebben met zoogenaamde baan of straatmeiden, die niet aan het geneeskundig onderzoek onderworpen zijn.

De Tolbrugstraat (gelegen tussen de Markt en de Zuid-Willemsvaart) lag in een wijk die in de volksmond ook wel ‘de Pijp’ werd genoemd. Het was van oudsher al een buurt vol winkeltjes, herbergen en bordelen, zeker toen in 1840 de gemeente ’s-Hertogenbosch besloot om de legale prostitutie in deze straat te concentreren. Dat zou in de rest van de stad minder overlast moeten geven. In deze wijk bevond zich trouwens ook de Tolbrugkazerne, die pas in 1892 zijn functie verloor.

En in deze straat bevond zich dus ook de herberg van Grietje Kloots, die daarin een illegaal bordeel bestierde, als we Van Goor mogen geloven. Hoe dan ook een mooi startpunt in de archieven om verder op zoek te gaan naar dit illegale bordeel. Te beginnen bij de archieven van de rechtbank. De naamindex van het BHIC op criminele vonnissen maakt alvast melding van een Grietje Kloots, in 1889 veroordeeld voor – dat is nou jammer – diefstal. Maar wie weet?

Onder de rokken
Volgens het vonnis is deze Grietje 45 jaar oud, geboren in Rotterdam, ventster en zangster van beroep. Ene C. Herwaarden ontmoet Grietje in een herberg aan de Brede Haven, waar ze liedjes zingt. Hij verklaart “dat hij ongeveer tegelijk met beklaagde die herberg verliet en langs de haven opwandelende met haar in een straatje gegaan is, dat zij daar elkander vast hebben gehouden, en hij beklaagde, onder de rokken gevoeld heeft.” Maar toen Grietje riep dat er volk aankwam en ze elkaar verlieten bleek naderhand zijn portefeuille gerold. Herwaarden ging haar achterna en vond Grietje in de Tolbrugstraat.

Nou goed, voor de rechter verklaarde Grietje dat er allemaal niks van het verhaal klopte, maar uiteindelijk werd ze niet geloofd en moest ze een maand zitten. Bovendien zijn er dus verschillende aanwijzingen dat het zowel in de brief als in het vonnis wel eens om dezelfde Grietje Kloots zou kunnen gaan... En los daarvan laten de oude archieven ons toch weer een sfeervol beeld schetsen van het nachtelijk leven van toen!

Christian van der Ven

Als je dit interessant vindt, lees dan ook:
- Over ontucht en andere onzedelijkheden
- Vunzige verklaringen

woensdag 13 mei 2015

Eeuwige zwanenliefde

Een eenzaam eendje in de Graafsche Raam - in de jaren zestig zwom hier een eenzame zwaan, op zoek naar gezelschap...
Dit keer geen tranentrekkende liefdesbrief over mensen maar... over zwanen! Het Graafs gemeenteraadslid Laguette maakt zich in 1968 namelijk ernstig zorgen over 'een eenzame zwaan van het mannelijk geslacht', die in de Graafsche Raam rondzwemt en het de andere eendjes knap lastig maakt. Reden genoeg voor Laguette om in de pen te klimmen en de gemeente Rijkswijk om een donatie te vragen van... een vrouwtjeszwaan!

Waardige echtgenote gewenst!
De eenzame Graafse zwaan, overigens een fraai exemplaar, wordt er 'door het alleen zijn niet vriendelijker op en duldt de grote hoeveelheid eenden nauwelijks,' zo schrijft het raadslid. Een tijdje geleden bezocht Laguette de gemeente Rijswijk en aldaar stuitte hij op diverse gelukkige zwanenfamilies.

Een bijzondere Graafs-Rijswijkse echtverbintenis
Gezien de zwakke financiële positie van de gemeente Grave verzoekt Laguette de gemeente een 'waardige echtgenote' voor de Graafse zwaan te sturen, 'zodat ook onze grachten in het voorjaar door een hopelijk gelukkige Graafs-Rijswijkse echtverbintenis, méér bevolkt zullen worden door deze edele dieren, iets waar vooral onze jeugdige inwoners reikhalzend naar uitzien.'

En ze leefden nog lang en gelukkig!
De burgemeester en wethouders van Rijswijk hebben goed nieuws voor die arme zwaan in Grave: Laguette mag daar een prachtige vrouwtjeszwaan op komen halen met de wens 'dat deze beschikbaarstelling tot een goed en vruchtbaar huwelijk zal leiden.'

Eeuwige zwanenliefde!
Aanvankelijk was het de bedoeling dat de vrouwtjeszwaan terug zou keren naar Rijswijk, wanneer dit huwelijk inderdaad zijn vruchten af zou werpen. Maar het voormalige vestingstadje werd dubbel gematst: het liefdeskoppel mocht permanent samen in de Graafsche Raam rondzwemmen!

De gemeente Rijswijk zorgt hiermee voor een romantisch einde van een prachtig sprookje: 'Ofschoon uw gemeente als garnizoensplaats vermoedelijk gewend is aan detacheringen, is het onze bedoeling dat U deze zwaan een permanent verblijf in Uw gemeente aanbiedt. Ook ten deze huldigen wij de opvatting dat een goed huwelijk onontbindbaar moet zijn.'

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Wilde klopjachten!
Alarm aan de Maas

 

woensdag 6 mei 2015

Ik moet u melden dat ik niet gelukkig ben


We hebben ze in verschillende vormen en van veel verschillende schrijvers: mooie, bijzondere brieven. Op initiatief van Tresoar twitteren archieven en musea regelmatig een mooie brief uit hun collectie met #HistoryPost. Het BHIC doet mee en toont dit keer een brief vol hartzeer.



De brief bevat alle ingrediënten voor een mooie afscheidsbrief: prachtig dichtgelakt met een rood zegel, een onberispelijk handschrift en vol venijn in de staart. Het gaat om het schrijven van C.H. de Kock aan haar waarde Vriend Roomer. Daarmee maken we al snel kennis met de omgangsvormen in 1801 want alhoewel al snel duidelijk wordt dat deze dame en heer veel voor elkaar betekenen (of in ieder geval hebben betekend); voornamen worden in deze brief niet gebruikt.

Mejuffrouw De Kock windt geen doekjes om haar boodschap. Ze begint met de bekentenis dat ze het niet durft te zeggen en dat haar 'waarde Vriend' dit zeker niet gedacht zou hebben. Maar: "Ik moet u melden dat ik niet gelukkig ben en dat wel om dat ik u te opregt bemin en dat uwe Lievde niet meer zoo vuurig is als toen wij elkander eerste leerden kennen."

Nou fraai, denk je in eerste instantie, moet je zoiets dan per brief doen? Maar volgens mejuffrouw De Kock lijkt de liefde steeds meer van één kant te komen. "Uwe bezoek zijn zoo spaarzaam en dan nog is het als of gij het deet uit pligt. Maar u gezelschap is mij zoo dierbaar dat ik mij telkens verheugde als ik meende te zien en te omhelzen en dat namt gij mij kwaalijk. Maar wat behoef ik zoo uitewijden u Hart zal u genoeg zeggen dat ik gelijk heb."

En dan is het wachten op de verdere verwijten. "Gij meende dat als gij mij eens trouwde het dan genoeg zou zijn en dan alle plaisiertjes waarnemen. Ik trouw niet om getrouwt te weezen o neen maar enkel uit lievde, uit overtuiging dat ik gelukkig zal worden met die geenen die mij het liefste heeft en die voor mij alles is." Wijze woorden van de jonge dame die vijf jaar later toch in het huwelijk zal treden, zo verklapt het trouwboek in Heusden. Maar wel met een andere man dus gaan we ervan uit dat ze de ware lievde toch heeft gevonden.


Maar dat weet ze nog niet als ze deze brief schrijft en afsluit met: "Bedank ik u voor alle verdere kennis van nu aan zijt gij mijn minnaar niet meer. Ik ben hoogste bedroeft, alles behalven onverschilligheid. God weet mijne gedagte en die zal mij troosten. Dag Roomer leeft gelukkig wens uwe vriendin, C. H. De Kock." 

Gevolgd door een stekelige post srciptum: PS ik verzoek mijn silhouet terug, ik zal u het uwe dan ook bezorgen


Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-
 GTST anno 1786
Gebroken harten op Nemerlaer





woensdag 15 april 2015

Kapelaan in opspraak!

Kapelaan Fenneker doet 'vrijwillig' afstand van zijn functie. Wat is er gebeurd?
We hebben ze in verschillende vormen en van veel verschillende schrijvers: mooie, bijzondere brieven. Op initiatief van Tresoar twitteren archieven en musea regelmatig een mooie brief uit hun collectie met #HistoryPost. Het BHIC doet mee en deze week bekijken we twee brieven over een Oeffeltse kapelaan die werd beschuldigd van bijgelovige, zelfs magische praktijken!

Olie en zout
Op 7 april 1836 belandt een verontrustende brief op de deurmat van de deken in Cuijk met een ernstige verdenking van de kapelaan Fenneker te Oeffelt. Een zeer geloofwaardig man had deze geestelijke bezocht, omdat iemand in zijn familie ziek was. Hierop antwoordde Fenneker hem: 'Dan weet ik het al, gij hebt dat gisteren op die en die uur gedagt en op die uur van huis gegaan.' En inderdaad het was ' juist zoo!'

Lees hier welke 'wondere werken' de pastoor allemaal uitvoerde...
Maar deze voorspelling was nog niets vergeleken bij de magische sessie die daarna door de kapelaan werd uitgevoerd. De bezoeker moest een maatje olie en een pond zout halen, vervolgens werd hij verzocht driemaal 'het geloof' te bidden. Hij haastte zich daarna met de olie naar huis, die de zieke 'in den mond moest nemen' en daarmee zijn borst bestrijken, en hij moest zeggen 'In den naam des Heere J.C. verdwijnt van mij ziekte.'

Het zout moest vervolgens aan de vier hoeken van het bed worden gebonden en het overige in het 'bedstroo' worden gestrooid. 'Dan zou de persoon in 9 dagen zeker genezen zijn,' verzekerde Fenneker hem. Onderaan de brief wordt vermeld dat de man stellig werd bevolen de kapelaan niet te verraden. Dit gebod is dus helaas voor Fenneker niet opgevolgd...

Wijze raad
Hierboven kon je al lezen dat Fenneker in 1840 uiteindelijk 'vrijwillig' afstand deed van zijn functie. Maar hoe vrijwillig was dit eigenlijk? Waarschijnlijk zal hij in Oeffelt met de nek zijn aangekeken en zal er veelvuldig over hem geroddeld zijn.

Dagelijks naar de kerk om boete te doen!
Gelukkig verloor de deken van Cuijk hem niet uit het oog. Hij schrijft de kapelaan bovenstaande brief, waarin hij hem een hart onder de riem steekt en hem van wijze raad voorziet: 'Uwe toestand is zoo naar lighaam als naar ziel waarschijnlijk te beklagen maar ook gemakkelijk te verbeteren, gij hebt dit zelf in uwe handen.'

Eer en rust?
Maar wat stond Fenneker dan te doen? De deken is hier heel duidelijk over: 'Ja ik smeek u volg mijnen raad, begin met dagelijks naar de kerk te gaan vooral zondags nooit te ontbreken en alles zal goed gaan.' Mocht de kapelaan dit een maand volhouden, dan zou hij zijn oudedagsvoorziening gewoon ontvangen en de deken belooft hem 'zoo zult gij de weinige dagen die u nog te leven overblijven in eer en rust slijten.'

Zijn broer was overigens pastoor van Oeffelt en ook hij bezorgde de parochie de nodige problemen. Heel rustig is het in de parochie van Oeffelt dus niet geweest...


Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Brief vertelt het verhaal van de eigen tijd
Negentien jaar en gesneuveld in Oeffelt



vrijdag 27 maart 2015

Brief vertelt het verhaal van de eigen tijd

...uit de brief over Willem V...
We hebben ze in verschillende vormen en van veel verschillende schrijvers: mooie, bijzondere brieven. Op initiatief van Tresoar twitteren archieven en musea regelmatig een mooie brief uit hun collectie met #HistoryPost. Het BHIC doet mee en tilt een tipje van de sluier van een intrigerende machtsstrijd.

Het nieuwe initiatief #HistoryPost ging 16 maart van start en hé, laat dat nu net exact 200 jaar geleden zijn dat Willem I als soeverein vorst de titel Koning der Nederlanden aannam: formeel het begin van ons huidige Koninkrijk. In ons archief treffen we een brief over Willem V, de vader van onze eerste Koning.  Ook dan (in 1786) is het alles behalve pais en vree. Frederik Willem, koning van Pruisen, schrijft aan de Staten-Generaal dat hij niet afzijdig zal kunnen blijven als de macht van prins Willem V verder wordt beknot. 

Behalve de inhoud is het handschrift vaak veelzeggend. Dergelijke brieven vertellen het verhaal  van de tijd waarin ze zijn geschreven. Soms geven ze een inkijkje in een privégebeurtenis, maar net zo goed kan een brief exemplarisch zijn voor een gebeurtenis die het persoonlijke overstijgt. Maar altijd is het de toon, de nuance, de stijl van de schrijver die de brief als egodocument zo onderscheidend en boeiend maakt.

Doel van dit initiatief is om te laten zien dat er in archieven, musea, oudheidkamers, maar ook bij mensen thuis boeiende brieven of brievenverzamelingen worden bewaard.  Niet alleen erfgoedinstellingen maar ook privépersonen kunnen hun brieven delen.


Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook: