Posts tonen met het label reis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reis. Alle posts tonen

vrijdag 29 april 2016

Op pad met pastoor Beerenbroek

...Abdij van Tongerlo naar pentekening De Noter (1760)...

Hij was kapelaan in Tilburg, pastoor in Drunen en ondernam als jongeling een reis naar Rome, de Eeuwige Stad. Omdat deze Bonifacius Beerenbroek (1745-1811) een dagboek bijhield, kunnen we eenvoudig zijn sporen volgen. Voordat we op pad gaan, eerst meer over Bonifacius zelf...

Egodocumenten brengen ons dichter bij een persoon uit het verleden. Zo krijgen vaak onbekende historische figuren plotseling een stem. Dergelijke bronnen kunnen bijvoorbeeld meer inzicht geven in hoe een dorp, stad,  rivier of gebouw er in andere tijden uit zag, of wat een hongersnood, oorlog of feestelijkheden met een bevolking deed. Een egodocument vertelt echter altijd het meest over diegene die het geschreven heeft. Met wat geluk van overlevering kunnen latere generaties te weten komen hoe iemand uit het verleden tegen bepaalde zaken aankeek en wat voor persoon hij of zij was. Bonifacius Beerenbroek is hier een goed voorbeeld van.

Bonifacius Beerenbroek (16 maart 1745, Eindhoven – 2 november 1811, Drunen) behoorde tot de Orde van Norbertijnen. Deze kloostergemeenschap werd rond 1120 door de edelman Norbert van Gennip (ca. 1082-1134) gesticht in het Franse plaatsje Prémontré. Om die reden worden de kloosterlingen ook wel Premonstratenzers genoemd. Rond 1130 werd er in Tongerlo een abdij gesticht voor de Orde, waar ook Beerenbroek eeuwen later zou intreden.

Net als vele andere Norbertijnen volgde Bartholomeus, zoals zijn seculiere naam luidde, een opleiding Theologie aan de Universiteit van Leuven. Op 20 mei 1764 werd de jongeling gewijd tot bisschop van Antwerpen. Tussen 1770 en 1773 verbleef hij aan het Norbertijnencollege in Rome ter voltooiing van zijn studie. Over zijn reis naar Rome schreef de Brabander een reisverslag. Hij benoemt de noemenswaardige gebouwen, met name de kerken, en de aanwezige relieken die hij is tegengekomen, en vertelt regelmatig over wat hij onderweg heeft beleefd.

Na zijn terugkomst uit Rome werd Beerenbroek kapelaan in Tilburg, waar hij onder andere in 1785 een volkstelling verrichtte. Na supprior en novicenmeester te zijn geweest, hield hij zich in 1790 bezig met het administreren van de goederen van het convent. In 1791 werd Beerenbroek pastoor van Drunen, waar hij tot zijn dood in 1811 in functie bleef. Gedurende enkele jaren als pastoor van Drunen hield Beerenbroek een dagboek bij, waarin hij onder andere vertelt over Franse belegeringen van de Langstraat, contacten met Franse soldaten, plunderingen en overstromingen. Een kopie van het dagboek is terug te vinden in het Brabants Historisch Informatie Centrum.

Het is tijd om aan de hand van zijn reisverslag en zijn dagboek meer kleur te geven aan het bestaan van Bonifacius Beerenbroek. Volgende week meer over zijn reisverslag naar Rome. Ga je mee op pad?

Geschreven door: 
Jurian ter Horst

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Kijkje in kerkelijke archieven
- Kapelaan achter de tralies

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






woensdag 1 april 2015

Feest in Den Bosch in 1744 valt letterlijk in het water

...illustratie uit de Europische Mercurius... 
Alles is in kannen en kruiken. De huwelijksreis van aartshertogin Maria Anne en haar gemaal Prins Karel van Lotharingen in 1744 – beiden gouvernante en gouverneur der Nederlanden – zou gaan via Praag, Dresden en Leipzig en uiteindelijk - via het land van Kleef - ook Noord-Brabant aan doen. Ook ’s-Hertogenbosch staat op de route en daar begint men al snel aan de voorbereiding.

Want in het kielzog van het kersverse echtpaar komt een stoet van 27 zadelpaarden, 178 transport- of trekpaarden met karren voor de bagage en 25 à 30 losse paarden (voor het geval dat er paarden zouden uitvallen wegens ziekte of overmatige vermoeidheid). Dat zijn 230 viervoeters in totaal! De voorbereiding van dit hele gezelschap heeft dan ook de nodige voeten in aarde.

Want let wel: de reis vindt plaats halverwege de 18de eeuw dus te paard (al dan niet in rijtuig), deels over kasseiwegen of zandbanen of per schip. De vorstin kiest voor het eerste alternatief. De boden van de Staten Generaal krijgen het druk want alle gouverneurs, commandanten en commanderende officieren van diverse garnizoenssteden worden aangeschreven. Er moeten brieven met beschrijvingen bezorgd worden bij de heren Staten van Gelderland, de ambtman van Grave, de hoogschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch, de drosten van Loon op Zand en Breda en zij op hun beurt dienen andere belanghebbenden in hun district van de juiste informatie te voorzien.

Een kostbare operatie: de Staten van Brabant in Brussel – die hun goedkeuring aan die reis hebben gegeven – verleent een subsidie van maar liefst 1.200.000 florijnen waarvan  500.000 als huwelijksgift voor het majesteitelijk echtpaar.
 
...illustratie uit de Europische Mercurius... 
In de resoluties van de Raad van State staat het relaas over deze reis vermeld. In de brief van de gezant staat dat het prinselijk paar op 16 maart in Grave zou arriveren, om de volgende dag naar ’s-Hertogenbosch te gaan en op de 18de van ’s-Hertogenbosch via Loon op Zand (waar de paarden werden gewisseld) naar Breda te trekken. Volgens het voorlopige routeschema zou de dag daarna koers gezet worden richting Brussel.

Maar dan stijgt het water van de Maas, en wel tot zó’n hoogte dat stadhouder Juin laat weten dat de route van Grave naar ’s-Hertogenbosch te gevaarlijk is. Terwijl de Bosschenaren nog eens langs alle voorbereidingen lopen – kanonschoten afvuren, klokken luiden, vreugdevuren, inwoners in twee rijen langs de straten en grootse ontvangst in het stadhuis –  wordt besloten verder te reizen via Nistelrode, Vorstenbosch, Veghel, Schijndel naar Boxtel, om van daaruit via Tilburg garnizoensstad Breda te kunnen bereiken. Indrukwekkend voor de inwoners van deze dorpen en een grote domper voor ’s-Hertogenbosch. Een feest dat letterlijk in het water valt.

bronvermelding:
BHIC toegang 178 inv.nr.341 Resoluties van de Raad van State dienstjaar 1744 1e kwartaal – folio 310 dd. 6 maart 1744 en folio 383 verso dd. 13 maart 1744
Mr. Johan Hendrik van Heurn Historie der Stad en Meyerye van ’s-Hertogenbosch vierde deel [1729-1766] Utrecht 1778 – heruitgave Adr. Heinen [1974] pagina 72 e.v.
Nederlandsch Gedenkboek of Europische Mercurius 1744 1e deel [University of Michigan – General Library

Deze gastblog is van de hand van Henk Beijers. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-) 


Vind je dit interessant? Lees dan ook: