Posts tonen met het label Den Bosch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Den Bosch. Alle posts tonen

woensdag 11 mei 2016

Boete voor de molenaar!

...Een eigengereide Kilsdonkse molenaar bezorgt grondeigenaren stroomopwaarts natte voeten. Bij gebrek aan wind, gaat het peil in de Aa omhoog voor stuwkracht van de watermolen...
De Kilsdonkse molen is wijd en zijd bekend. De zeldzame combinatie van een water- en windmolen maakt het bouwwerk tot een waardevol erfgoed. De gerestaureerde molen heeft geen invloed meer op de waterstanden in de Aa. De loop is veranderd. Dat was ooit anders. Op 4 maart 1856 bericht de Noord-Brabanter over de toestanden die "zeker molenaar uit de gemeente Dinther" veroorzaakt. 

Molenaar Cornelis van Aart houdt zich niet aan de eeuwenoude afspraak met Veghel dat de molen alleen in de winter mag malen. Van Aart maalt ook 's zomers. Als compensatie voor de niet altijd werkende windmolen. Hij heeft allerlei voorzieningen getroffen die de stroomopwaartse hooilanden in een drassige soep veranderen. Het regent klachten uit Veghel. Dinther komt in actie, constateert dat Van Aart zich niet aan de regels houdt en daagt hem voor het kantongerecht.

Molenaar Van Aart krijgt een boete van 100,- guldens aan zijn broek. Aangezien hij in hoger beroep gaat, wordt de zaak in Den Bosch voortgezet. In de Bossche archieven wordt een akte uit 1492 opgeduikeld waaruit blijkt dat Kilsdonk een wintermolen is. De rechtbank acht Van Aart strafbaar. Wie denkt dat daarmee de kous af is, heeft het mis. Van Aart heeft er maling aan. Ondertussen bemoeit de provincie zich met de kwestie, komen er stapels onderzoeken over te hoge waterstanden op tafel en wordt Van Aart meerdere malen beboet. Het leidt niet tot oplossingen.

Hoewel de provincie zich mild opstelt, vergist Van Aart zich in de standvastige houding van de gemeente Veghel die alles in het werk wil stellen om de waterafvoer in de Aa te verbeteren. Veghel trekt aan het langste eind. Na de dood van molenaar Van Aart blijven de erfgenamen met een onverkoopbare molen achter. Bij gebrek aan interesse wenden ze zich in 1880 tot Jonkheer Victor de Kuijper, burgemeester van Veghel en Erp.

Die grijpt zijn kans. Als eigenaar van Huize Zwanenburg in Dinther heeft hij wateroverlast aan den lijve ondervonden. Namens Veghel en Erp koopt hij de Kilsdonkse molen. Het verwijderen van sluizen, raderen en maalwerk luidt het definitieve einde in. Maar juist de door Veghel gemaakte tekeningen van het molenwerk worden later gebruikt bij de reconstructie van de watermolen. Die draait nu weer als vanouds. Zonder dat iemand natte voeten krijgt.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



vrijdag 22 april 2016

35.000 Dagen plezier met mooi raadhuis

...het voormalig raadhuisje in Heesch...
Op 21 maart 1941 vindt de officiële opening plaats van het raadhuis van Heesch. Alle sprekers zijn vol lof over het karakteristieke gebouw, ook de Bossche burgemeester Van Lanschot: “Eens in de 100 jaar bouwt men een raadhuis. Is het lelijk, dan heeft men 35.000 dagen ergernis - is het mooi, dan 35.000 dagen plezier ervan. Heesch kan waarlijk verheugd zijn, want het heeft een mooi raadhuis gekregen.”

Inderdaad is het een eeuw geleden dat Heesch een raadhuis bouwde. Dat dateert van 1840, en in 1919 meldt het provinciaal verslag dat het gebouwtje volgepropt is met allerlei documenten en boeken. Er is niets van te maken, en de gemeente beschikt over onvoldoende middelen voor een radicale verbetering, aldus het verslag. Jarenlang gebeurt er niets, maar vanaf het aantreden van burgemeester Offermans in 1931 staat het gemeentehuis regelmatig op de raadsagenda. Struikelblok is dan vooral de economische crisis. Caféhouder Willem van den Berg, eigenaar van het kermisterrein naast zijn zaak, kan het niet langer aanzien. In augustus 1933 gaat hij bij de kermisexploitanten met de pet rond voor een nieuw gemeentehuis. De gemeenteraad is blij met de opbrengst: 867 gulden 50!

En alweer gaan er vier jaren voorbij. Op Oudejaarsdag 1937 besluit de raad de knoop door te hakken. Het gemeentehuisje, “een varkensstal” volgens raadslid Van Zutphen, blijkt nu ook een broeinest te zijn “van vliegen, die zomer en winter in groten getale op de secretarie zitten, in de kasten, op en achter de boeken en voor de ramen.” Via steun van het landelijke Werkfonds wil men, net als in Uden en Nuland, eindelijk een nieuw gemeentehuis bouwen. Twee jaar later hebben de architecten A.J. Kropholler (Wassenaar) en P.G. Elemans (Ravenstein) de plannen rond. Aannemer Quirinus de Veer uit Geffen krijgt de klus, voor ƒ 20.400,-. Vanaf 1 april 1940 vindt de secretarie tijdelijk onderdak aan de overkant van de Rijksweg, bij Smederij Van Erp.

Het project duurt langer dan begroot. Oorzaak is de Duitse inval in mei 1940, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen tijdelijk stil ligt. En wellicht zorgt de zware storm van november ook voor enige vertraging, want de directiekeet stort in. Maar in maart 1941 kan in Heesch de vlag uit. Niet bij de architecten overigens, want die moeten nog enkele jaren geduld hebben, voordat al hun declaraties zijn betaald….

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Komt de Beerse Maas terug?
De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








maandag 11 april 2016

Rondzwerven door erfgoed in Den Bosch


...de nieuwe website werd vorige week in het Tuighuis gepresenteerd...
Wil je wandelen op de Markt in Den Bosch in 1500? Heb je meer belangstelling in historische kaarten en hoe de huidige situatie daaruit is ontstaan? Of toch meer interesse in opmerkelijke plekken in Den Bosch? Via de kaart 's-Hertogenbosch op de kaart vind je het allemaal. En nog veel meer. 

Want met deze kaart zijn verschillende bronnen aan elkaar gekoppeld, ook vanuit verschillende partijen. Zo leverden de medewerkers van architectuur de 3D-impressie van het Bossche stadshart in de Middeleeuwen. Maar wie meer wil weten over de achtergrond van een straat in Den Bosch, komt uit op de Bossche Encyclopedie. En die bundeling van informatie maakt de kaart zo sterk, vindt wethouder Huib van Olden die vorige week de opening verrichte.


Het erfgoedcluster dat tekent voor de productie van de kaart is "ongelooflijk jong", stelde Van Olden tijdens bij de lancering van de website. De afdelingen Stadsarchief, Vestingwerken en Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten (BAM) hebben hun krachten - en daarmee de cultuurhistorische kennis van de stad - sinds september vorig jaar gebundeld. "De kracht ligt in de verbinding van diverse partijen, om op die manier erfgoed onder de aandacht te brengen", vond de wethouder.

Communicatiemedewerker Dennis Dekker leidde de aanwezigen rond door de nieuwe site. Maar het opzoeken van deze informatie kan ook vanuit je luie stoel of terwijl je door Den Bosch loopt, met je smartphone. Behalve zoeken op straten of bijzondere plekken zijn er op de kaart ook thema's te vinden, zoals Toen en Nu (in samenwerking met fotograaf Marc Bolsius), Vesting en Poorten en Rijksmonumenten.

Bijzonder is ook dat mensen zelf content kunnen toevoegen aan de kaart. Dus als je oude foto's van Den Bosch hebt die aan een locatie zijn te koppelen, kun je die vrij eenvoudig toevoegen. Staat die ook op de kaart, samen met andere historische plekken van 's-Hertogenbosch.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Horeca op suikerzakjes

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 7 maart 2016

Puk en Muk in de Brabanthallen?

...gemaakt door de dan 19-jarige Van Grinsven...
Puk en Muk in de Brabanthallen: het zou zo maar de titel van een boek kunnen zijn. Want Puk en Muk zijn twee jongetjes uit een reeks kinderboeken; geschreven door Frans Fransen en geïllustreerd door tekenaar Leo van Grinsven. En diezelfde Van Grinsven maakte óók tekeningen van de opening van de Brabanthallen in Den Bosch in 1931.

Onze vrijwilliger Adriaan van den Akker wees ons op deze bijzondere prentjes waar op originele manier wordt stilgestaan bij de opening van de Bossche Brabanthallen in 1931. In deze hallen vindt al gauw de grootste veemarkt van Zuid-Nederland plaats; boeren onderhandelen er volop met het traditionele handjeklap. 

Na de uitbraak van mond- en klauwzeer – een besmettelijke virusziekte voor runderen, varkens, schapen en geiten - gaat de veemarkt in de Brabanthallen in 2001 na enkele maanden definitief dicht. Inmiddels draait het nieuwe congres- en vergadercentrum 1931 op volle toeren in dit gebouw.

Voor tekenaar en geboren Bosschenaar Leo van Grinsven is het vastleggen van de opening van de Brabanthallen – nu alweer 85 jaar geleden - een echte thuiswedstrijd. 

Als de veemarkt voor de eerste keer haar deuren opent, is Van Grinsven pas 19 jaar oud. Dan zijn de eerste titels van Puk en Muk al verschenen, dan nog geïllustreerd door bedenker Carl Storch. Maar de vier titels van Puk en Muk die nà de Tweede Wereldoorlog verschijnen, worden van tekeningen voorzien door Van Grinsven.







Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?





woensdag 10 februari 2016

Jeroen Bosch verblijft even bij de buren


...detailopname uit de lijst met inschrijvingen...
Het staat er echt: Jheronimus Anthonissoen Bosch van Aken. In sierlijke letters wordt de befaamde schilder in 1487 ingeschreven in het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. En waar vind je deze bijzondere archieven anders dan bij het BHIC? Dat wil zeggen: normaal gesproken dan, want in dit bijzondere Jeroen Bosch-jaar zijn deze - en andere archiefstukken - even bij de buren.

Je kunt het niet hebben gemist: 2016 staat vanwege zijn 500ste sterfjaar in het teken van Jheronimus Bosch. Met een prachtige expositie in het Noord-Brabants Museum maar ook volop aandacht in het Zwanenbroedershuis, dat onderdeel vormt van de Bosch Experience. Op deze twee plekken in Den Bosch zijn ook stukken uit ons archief terug te vinden. Want deze stad is nu eenmaal de bakermat van deze bijzondere schilder.

Rond 1450 wordt Jheronimus van Aken in ’s-Hertogenbosch geboren. Hij krijgt de roepnaam Joen of Jeroen en ontwikkelt zijn schildertalent in het familieatelier aan de Bossche Markt. Over zijn jeugd is niet veel bekend. Mogelijk heeft hij als kind in 1463 een grote brand in de stad zelf aanschouwd; hierbij gingen 4000 huizen in vlammen op. In het latere werk van Bosch komen vaak stadsbranden voor. Maar dat is een aanname.

Zeker is dat hij rond 1480 trouwt met de welgestelde Aleid van de Meervenne. Samen betrekken ze Aleids huis aan de Markt 61 in Den Bosch. Langzaam klimt ook de roem van Bosch, die zich dan nog Van Aken noemt. Dat hij later signeert als Jheronimus Bosch, is voor kunstkenners een teken dat hij ook buiten Den Bosch bekend is óf enige tijd ergens anders heeft gewoond.

...de pagina waarop Jheronimus staat ingeschreven, vierde van onder...
In 1488 mag hij ook toetreden als ‘gezworen lid’ van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Het doel van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap is in eerste instantie gericht op het vereren van Maria, maar bijeenkomsten in eigen huis met maaltijden en muziek gaan – naast armenzorg - een steeds belangrijkere plaats innemen. Zowel zijn inschrijving, als het feit dat hij gezworen broeder wordt, én het plaatshebben van een dergelijke broederlijke maaltijd in zijn eigen huis: het is allemaal terug te vinden in onze archieven.

Het karakteristieke werk van Bosch staat vol illusies en hallucinaties, wonderlijke gedrochten en nachtmerries en verbeeldt de grote thema’s van zijn tijd: verleiding, zonde en rekenschap. Op zijn raadselachtige werk raak je niet uitgekeken. Juist door deze speciale aandacht voor Bosch kan het BHIC ook weer laten zien welke pareltjes we in huis hebben. Want ben je benieuwd of er naast Jeroen Bosch nog meer grote namen in het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap staan? Of wat er allemaal te zien is in een koorboek? Klik dan eens hier. Dan kun je zo maar dit tegenkomen. Weliswaar geen vergelijking met de creaties van Bosch, maar toch: een kunstwerkje… Of niet soms? ;-) 


Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?






maandag 8 februari 2016

Carnaval leidt tot overlast en ziekten

...letterlijk in twee helften...
“Verbied het zich onkenbaar maken door het dragen van een masker of anderzins op de openbare straat of openbare plaatsen.” Dat voorstel haalde de agenda van de gemeenteraad in… 1882. Want carnaval, dat leidt alleen maar tot losbandigheden en uitspattingen en bedreigt goede zeden en gezondheid.

Er zijn voor- en er zijn tegenstanders van carnaval: dat is 134 jaar geleden niet veel anders. “Ze zijn voorbij de vastenavonddagen, die dagen waarin inwoners van ’s-Hertogenbosch zich letterlijk in twee helften gescheiden, waarin het eene deel der bevolking had te zuchten over de buitensporigheid van het andere”, staat te lezen in stukken uit het archief van J.B. van Son, minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst.

“Verborgen achter een masker, ongekend en dus ongestraft, vervalt in die dagen een deel der bevolking tot dronkenschap en hoogst onzedelijke verkwisting. Niet alleen tot eigen schade en ondergang van het gezin, maar ook tot last en ergernis van de meerderheid der vreedzame ingezetenen wordt dan in deze gemeente aan benden van gemaskerde troepen soms op dolzinnigen gelijkend, gedurende drie dagen vrijheid gelaten om al zingende, schreeuwende en tierende de straten onveilig te maken.”

Het is duidelijk dat hier geen voorstander aan het woord is. Want naast het gedrag van feestvierders heeft hij het ook niet op hun kleding. “Men bedient zich daarbij van kleêren, welke veelal gehuurd worden, die meestal uit den vreemde of van elders worden ontboden, voor hetzelfde doel meermalen gediend hebben en dikwerf niet vrij zijn van onreinheid en smetstof.” Oftewel, niet alleen trekt men lallend door de straten, dat gebeurt ook nog eens in ranzige kleding waar vlooien welig tieren.


Dus het carnavalsfeest zorgt niet alleen voor overlast; het kan ook leiden tot ziekten. “Dronkenschappen en slemperijen verheffen geen volk, maar ontzenuwen zijn beste krachten en maken het bij uitnemendheid vastbaar voor alle ziekten en kwalen”, gaat de briefschrijver verder. En daar hebben niet alleen eerzame burgers last van maar ook kranken en zwakken, bedroefden en stervenden worden in hunne rust gestoord, van slaap beroofd door een hoop onzinnigen, zonder dat de sterke arm zich hiertegen verzet.”

Daarom is de brief gericht aan de gemeenteraad van Den Bosch. Want eerder traden burgemeester van Nijmegen, Tilburg en Maastricht al op door paal en perk te stellen aan het openblijven van tapperijen en café’s. Een voorbeeld dat de gemeente Den Bosch zou moeten volgen door 1. het verbieden van het dragen van maskers in het openbaar en 2. ernstig te waken op de sluiting der herbergen en koffiehuizen, alsmede tegen alle nachtelijke straatgeraas.

Dat is nog maar één schrijven uit het stapeltje brieven dat zich bevindt in het archief van minister Van Son onder de verzamelingnaam “Stukken over de vieren van vastenavond.” Ook andere brievenschrijvers willen vaak “paal en perk” stellen aan openingstijden en pleiten voor krachtig optreden tegen hen “die hunne vloeken en liederen des ontucht in onze woning te doen klinken.”

Met veel dank aan collega Jan voor de tip!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 1 februari 2016

De lotgevallen van een 'hulpeloos mensch'

Slot van de lange klachtbrief van Swinkels. Onthou vooral zijn handschrift...
Ook deze week nemen we in het kader van de  openbaarheidsmaand weer een kijkje in één van onze kerkelijke archieven. Dit keer duiken we in het tragische verhaal van Martinus Swinkels, die keer op keer de Udense pastoor Spierings, bisschop Van de Ven en zelfs de aartsbisschop van Utrecht smeekte om te mogen trouwen. Wanneer we verder graven in onze archieven, vinden we de opmerkelijke reden van deze pertinente weigeringen...

Martinus Swinkels was geboren in 1874 te Uden als zoon van een ongetrouwde moeder. Op een gegeven moment vond hij werk bij een meubelmaker in Duitsland. Zijn 'zuur gespaarde penningen' wilde hij spenderen aan een mooie bruiloft. Maar helaas, de geestelijken stribbelden tegen...

Van Herodus naar Pilatus...
Het archief van de parochie Sint Petrus te Uden bevat een ellenlange klachtenbrief van Martinus Swinkels, gericht aan de 'aardsbisschop' van Utrecht. In een uiterste poging om tóch dispensatie te krijgen voor zijn huwelijk legt hij op 8 juni 1900 zijn 'treurigen toestand' aan de hooggeplaatste geestelijke bloot.

Vervreemd en uitgeworpen...Martinus twijfelt aan de Kerk!
De Udense pastoor Spierings had geweigerd om een verzoek voor dispensatie door te sturen naar bisschop Van de Ven in Den Bosch. Hij bemoeide zich niet met die zaak; dit waren 'zijne eigene woorden,' aldus een geagiteerde Martinus.

De gehele brief bestaat uit een klaagzang over de handelswijze van Spierings en Van de Ven, die hem verschillende reizen vanuit Duitsland lieten maken, allemaal zonder resultaat. Uiteindelijk bleef Martinus geruïneerd achter, als een 'hulpeloos mensch' en met een 'ledige beurs.'  Hij had er schoon genoeg van om telkens van 'Herodus naar Pilatus' te worden gestuurd en begon zelfs te twijfelen aan de leerstellingen van de Rooms-Katholieke kerk!

Schande
Na de zoveelste reis naar Nederland bleek dat er geen dispensatie kon worden verleend omdat hij in Duitsland woonde. Inmiddels had hij zijn aanstaande bruid bij zich in huis genomen, omdat zij niet langer kon wonen in haar 'onhoubare stal.' Je kunt het je voorstellen hoe heel Uden schande sprak van deze situatie. Teleurgesteld wendde Martinus zich 'fluks' tot de pastoor van Sterkrade en diens antwoord was verrassend. Lees maar mee:

De Duitse pastoor ziet geen enkel probleem!
Deze Duitse pastoor meende dus dat Swinkels zonder bezwaar in 'Holland' zou kunnen trouwen en dat er helemaal geen dispensatie verleend hoefde te worden! Het probleem was dat men het stel gewoon niet wílde trouwen, aldus de pastoor. Wat waren dan de achterliggende redenen voor Spierings en Van de Ven, die halsstarrig weigerden dit huwelijk te voltrekken?

Harmonicaspeler
Hiervoor moeten we even terug naar de prille jeugd van Martinus Swinkels. Op 15-jarige leeftijd komt hij als een onschuldig ogende harmonicaspeler al voor het eerst in aanraking met justitie. Wegens bedelarij tussen Sambeek en Boxmeer werd hij acht dagen in hechtenis genomen.

Aanklacht tegen de bedelende Martinus, 1890
In bovenstaande aanklacht staat precies beschreven hoe de pientere Swinkels dit aanpakte. Hij stak één van zijn armen in de jas 'ten einde de liefdadigheid der voorbijgangers op te wekken, willende doen voorkomen alsof hij die arm miste.'

Twaalfvoudige dief
Was dit dan voldoende grond om hem de kerkelijke zegen over zijn huwelijk te ontzeggen? Misschien konden de bisschoppen dit akkefietje nog wel door de vingers zien, maar een jaar later werd Martinus opnieuw in de kraag gevat. Ditmaal voor een ernstiger vergrijp, namelijk een twaalfvoudige diefstal!

De 16-jarige harmonicaspeler belandt in 1891 wéér in de gevangenis

Deze keer kwam Swinkels voorlopig de gevangenis van Breda niet uit. Hij kreeg maar liefst een jaar gevangenisstraf opgelegd. Zekerheid hebben we natuurlijk niet, maar het is heel goed mogelijk dat Spierings en Van de Ven vanwege zijn misdadige verleden geen dispensatie voor zijn kerkelijk huwelijk wilden verlenen.

Beschrijving van Martinus Swinkels in het gevangenisregister. Vergelijk zijn handtekening met de eerste foto...
Toch lijkt het erop dat Martinus zijn leven heeft verbeterd. Na 1891 duikt zijn naam niet meer op in de gevangenisregisters en op 28 juli 1900 stapte hij uiteindelijk in het huwelijksbootje met zijn geliefde Johanna Maria van Boxtel. Of het kerkelijk huwelijk ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft vooralsnog een mysterie...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Kijkje in kerkelijke archieven
Elk huisje heeft zijn kruisje

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

vrijdag 8 januari 2016

„Dorus, Dorus, ge slaat mij dood…”

...hangend aan de galg...
‘Vol berouw en leedwezen over zijne afschuwelijke misdaden is hij met gelatenheid en vol vertrouwen op God de eeuwigheid ingegaan.’ Zo schreven de kranten er over in april 1838. Over de dood van Dorus Koenen (45). Op de markt in Den Bosch, op donderdag 19 april 1838, blies de Vierlingsbeekse dagloner en jager zijn laatste adem uit. Hangend aan de galg.

Het was dan ook niet niks, de misdaad waarvoor Koenen van zijn rechters de zwaarste straf had gekregen. Hij had zijn eigen moeder vermoord. De 87-jarige vrouw zó hard geslagen, zo ruw mishandeld, dat ze kort na die daad in haar bedstee was overleden. En dan had ie ook nog geprobeerd die vreselijke moord op een ongeluk te laten lijken. In de ochtend van 22 augustus 1837 was hij zijn buren, Jan Jacobs en Jan Verstralen, gaan halen. Of ze misschien wilden helpen bij het afleggen van het lijk van zijn moeder? Die was die nacht in haar bedstee overleden. Er was een muurtje omgevallen en de vallende stenen waren haar fataal geworden.

De buren wisten heel goed met wat voor een sujet ze te maken hadden. Die Dorus stond niet zo goed bekend. Dus toen de buren bij de bedstee kwamen en dat toegetakelde gezicht zagen van hun oude buurvrouw geloofden ze niks van Dorus’ verhaal. Verspreid in bed lagen inderdaad wat stenen van een muurtje en wat steengruis. Vast wel afkomstig van dat muurtje daarnaast. Maar ze vertrouwden het niet. „Wij raken dat lijk niet aan”, zeiden ze. Ze waarschuwden de burgemeester. 

De vrederechter in Boxmeer gelastte een lijkschouwing en daaruit bleek al snel dat die stenen niet de doodsoorzaak waren geweest. Tijdens die lijkschouwing sloop Dorus stiekem het huisje uit. Hij liep naar Venray en vroeg daar in een herberg of het klopte dat ‘deserteurs’ in die plaats nog op asiel konden rekenen. „Een moordenaar zal in de vier hoeken van de wereld niet vrij zijn”, zei de herbergier.

De volgende dag meldde Dorus Koenen zich bij de vrederechter. Daar kwam de waarheid snel aan het licht. Dorus’ vrouw getuigde dat hij de avond ervoor dronken was thuisgekomen van de Groeningse kermis. Dat hij haar met haar kinderen op weg naar huis was tegengekomen en haar dusdanig had bejegend dat ze het raadzaam achtte de nacht ergens anders door te brengen. Dorus was thuisgekomen en had daar zijn bij hem inwonende moeder mishandeld. Buren hadden het zelf gehoord, hoe de oude vrouw nog geroepen had: „Dorus, Dorus, ge slaat mij dood…”

En zo was het ook.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Criminaliteit in Gestel
Goede mannen, steekt uw sweert in uw schede

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 30 december 2015

Stap op de paardentram naar Den Bosch


Het begon allemaal met een rood lijntje op een oude kaart van Den Bosch. “Dat prikkelde mijn nieuwsgierigheid”, vertelt Bosschenaar Bob van Boekel. De rode lijn bleek een tramlijn en Van Boekel reconstrueerde de geschiedenis van deze paardentram. Het leidde uiteindelijk tot dit Youtube-filmpje dat inmiddels veel wordt bekeken.

Want via het filmpje kun je instappen op tramlijn 37, bij conducteur Martinus Brandenburg die het woord ook rechtstreeks tot je richt. Op die manier rijd je met de paardentram van Vught naar Den Bosch, en dat allemaal zo rond 1900. “Met dat lijntje op de plattegrond in mijn achterhoofd ben ik in de archieven op zoek gegaan naar foto’s van paardentrams. Alle trams hebben een nummer en zo kun je weer achterhalen welke route tram nummer 37 reed. Toen ik op internet conducteur Martinus Brandenburg tegenkwam, wist ik dat ik mijn hoofdrolspeler had gevonden.”

Op het filmpje neemt Brandenburg de kijker mee op de route, langs mooie plekken in de stad. “Ik vond online de kleinzoon van Brandenburg die me weer aan extra foto’s kon helpen. Als je het verhaal laat vertellen door een bestaand persoon, wordt het geheel veel levendiger. Dat is ook een veel gehoord compliment.” Want dit filmpje werd al meer dan 1500 keer bekeken. “Ik maak ze in eerste instantie voor mezelf maar het werkt natuurlijk wel heel motiverend om te merken dat het aanslaat bij een groter publiek.” Als lid van een filmclub is Van Boekel gewend om materiaal mooi in beeld te brengen. “Met mijn voorliefde voor geschiedenis is het maken van dit soort filmpjes een ideale combinatie.” Het maken van een dergelijke productie kost heel wat uurtjes, weet Van Boekel. “Ik kan daar zo maar honderd tot tweehonderd uur mee kwijt zijn. Maar als het je hobby’s is, maakt dat ook niets uit.”

...fragment uit het filmpje over lijn 37...
Als 67-jarige weet Van Boekel prima de social media te vinden voor het verspreiden van zijn materiaal. “Het Facebook-deel neemt mijn vrouw voor haar rekening, hoor. Dergelijke kanalen bieden veel voordelen: je kunt je product aan een veel groter publiek laten zien. En mensen kunnen er ook weer op reageren: die interactie maakt het ook interessant.” Inmiddels is Van Boekel al wel druk bezig met een nieuwe film. “Ik ga er nog niets over vertellen, behalve dat het zich in Den Bosch afspeelt. Sinds 1852 woont onze familie in Den Bosch; de zesde generatie heeft zich hier ook gevestigd”, vertelt hij niet zonder trots. “Het is zo’n mooie stad: daar kun je nog talloze films over maken.”

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



vrijdag 13 november 2015

Waar laat je 300 Franse krijgsgevangenen?

...over het transport van Franse krijgsgevangenen...
1747 staat in de geschiedenisboeken met name te boek als het jaar van het Beleg van Bergen op Zoom. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) wisten de Franse troepen deze Brabantse vestingstad te belegeren, als onderdeel van een veldtocht tegen de Republiek der Verenigde Nederlanden. Maar het verging lang niet alle Franse militairen voorspoedig. Een flink aantal wordt krijgsgevangen genomen maar wat dan?

Waar moeten deze mannen worden ondergebracht? Henk Beijers trof deze kwestie aan in de Raad van State waarbij de Fransen als een hete aardappel van het ene bord naar het andere worden geschoven. De Raad van State was tijdens de Republiek het uitvoerend orgaan van de Staten-Generaal. Alle besluiten die op de zittingen van de Raad van State werden genomen, werden vastgelegd in resoluties. Daarin vinden we ook de zoektocht om de Franse gevangenen onder te brengen. De Citadel in Den Bosch wellicht?

Eén van de mannen die zich over de kwestie buigt is de dan 86-jarige Van Cromstrom, gouverneur van Den Bosch (en bevelhebber bij het beleg van Bergen op Zoom). Uit de stukken blijkt dat ook hij niet goed raad weet met de mannen. Want er is al een aantal naar Zeeland gestuurd maar ook daar geeft men toe dat "men er geen weg mede weet." Ook is het niet betamelijk - zo staat in keurige bewoordingen - om in deze conjunctuur iemand met een grote groep krijgsgevangenen op te zadelen.
 
...klik op het plaatje voor een vergroting...
Dan toch maar naar den Papenbril, "indien geen ander bequamer plaats in de Stad te vinden is" en ze daar op te sluiten op "brood, water en stroo". "En daar van exacte notitie doen houden; En sal hiervan mede bij Extract dezer kennis werden gegeven aan den Generaal Van Cromstrom, om te strekken tot zijn nagisting." Je zou bijna denken aan een soort bed bad brood-regeling maar dan uit de 18de eeuw.

Maar het magazijn "op den Papenbril" (de bijnaam voor de Citadel) is "defectueus" en dan bevindt zich daar ook nog eens "een groote quantiteyt Kruijd van den Engelschen". Het wachthuis (Corps de Guarde) is ook nog eens "Seer Kleijn" dus nee, de Citadel valt af. In de missive van de Raad van State wordt voorgesteld de Franse krijgsgevangenen - tot het getal van drie honderd toe in drie a vier reijsen - "te senden na Naarden in de Provincie van Holland onder een behoorlijk Escorte.”

bron:
BHIC toegang 178 Collectie Rijksarchief inv.nr.355 Resoluties van de Raad van State folio 112v dd. 18.8.1747  en folio 162 dd. 23.8.1747

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



vrijdag 6 november 2015

Geboeid door boeven!


Van kruimeldief tot moordenaar, van wanbetaler tot vechtjas, je komt ze allemaal tegen in onze archieven. De gevangenisregisters zijn een prachtige bron voor stamboomonderzoekers, maar ook bijvoorbeeld sociologen en criminologen kunnen er hun vingers aan aflikken. Deze lijvige inschrijfboeken bevatten namelijk de naam, geboortedatum, -plaats en het beroep van honderdduizenden gevangenen - mannen en vrouwen - maar ook informatie over de veroordeling door een rechtbank en het begane misdrijf. Bovendien bevatten veel registers signalementen van gevangenen en gegevens over ouders, burgerlijke staat, genoten onderwijs en gedrag in de gevangenis.

Geen wonder dat het BHIC vorig jaar de inschrijvingsregisters van de drie grote Brabantse strafgevangenissen uitkoos om te digitaliseren. Maar niet zonder de hulp van honderden vrijwilligers, want zij waren het die in record tempo - maar toch uiterst nauwkeurig! - alle namen wisten in te kloppen in een database. Daarin kan nu iedereen zoeken, je vindt ze tussen alle andere personen in onze stamboomdatabase. En zitten er nog boefjes in jouw familie? ;-)

Nieuwe klus
Omdat de honger van onderzoekers naar nieuwe informatie niet te stillen is, omdat alle inkloppers bleven vragen naar méér van dit soort spannende klussen en omdat het BHIC nog letterlijk kilometers archieven in huis heeft om digitaal toegankelijk te maken, komen we binnenkort met een nieuw project: de inschrijvingsregisters van de Brabantse Huizen van Bewaring.

Deze strafinrichtingen waren bestemd voor mensen die bijvoorbeeld wegens overtredingen tot een gevangenisstraf waren veroordeeld, voor gegijzelden wegens schulden, voor personen die nog terecht moesten staan, voor passanten en ook voor mensen die op verzoek van familie wegens verkwisting of wangedrag waren opgesloten. Kortom, niet alleen de spreekwoordelijke grote jongens, maar ook gewone burgers die een keer de fout waren ingegaan.

Verhalen uit de bak
Houd ons nieuws dus in de gaten als je mee wilt doen met dit nieuwe project. Want ook jij kunt helpen met het inkloppen van de persoonsgegevens van al die Brabanders die korte of langere tijd achter slot en grendel verdwenen en nu terug te vinden zijn in onze archieven.

En achter al die namen en gegevens van boeven en boefjes gaan natuurlijk tragische, indrukwekkende en soms romantische verhalen schuil. Journalist Geurt Franzen dook in deze archieven en legde elf persoonlijke geschiedenissen van grote en kleine criminelen vast. Eerder verschenen deze verhalen in dagblad De Gelderlander, de komende weken lees je ze iedere vrijdag hier, als lekkermakertje voor ons nieuwe boevenproject. Bovendien publiceert De Gelderlander sinds afgelopen maandag een serie nieuwe boevenverhalen door Geurt. Geniet ervan!

De foto's bij dit bericht zijn van het voormalige Huis van Bewaring aan de Sint Jorisstraat in Den Bosch, dat in 2008 de deuren voorgoed sloot. Ze zijn gemaakt door Ton Wetzer. Voor meer informatie zie de Bossche Encyclopedie.

Geschreven door:
Christian van der Ven, digitale archivaris

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Koude kant koudgemaakt
- Christiaan van der Ven op het criminele pad

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 30 september 2015

BHIC in een infographic (en wie maakt dat dan?)

...Wil je het groter zien? klik dan op dit plaatje...
Infographics en datavisualisatie duiken steeds vaker op. Bij archieven zie je dat nog niet zo vaak maar gelukkig hebben wij (voor even) Harm in huis. Wie Harm is en wat hij doet? In dit blog maak je kennis met hem.

Ik ben Harm Kersten, 20 jaar oud en kom uit het dorpje Dreumel in het Land van Maas en Waal. Ik zit nu in het tweede jaar van mijn studie Geo Media & Design op de HAS Hogeschool en loop nu tien weken stage bij het BHIC. Geo Media & Design is een opleiding die aardrijkskundige onderwerpen combineert met (nieuwe) media en het ontwerpen van visualisaties en toepassingen. Deze visualisaties houden ook het maken van infographics in, wat een belangrijk thema is tijdens mijn stage bij het BHIC. In mijn vrije tijd ben ik veel bezig met muziek en sport. Ik speel zelf gitaar en ga graag naar concerten. Ik heb een verzameldrift voor allerlei elektrische gitaren en speel graag mee met de platen van mijn favoriete bands. Autosport is mijn tweede passie. Ik ben een fanatiek volger van allerlei takken van autosport en bezoek met enige regelmaat een race.

Ik ben begonnen met de opleiding Geo Media & Design nadat ik eerst een jaar Geschiedenis heb gestudeerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Met de studie Geschiedenis ben ik gestopt omdat het voor mij op het moment te theoretisch was. Ik had behoefte aan meer praktische kennis en wilde mijn creativiteit meer uiten. Daarom heb ik uiteindelijk voor Geo Media & Design gekozen. Afgelopen studiejaar ben ik op zoek gegaan naar een stageplek voor mijn oriëntatiestage in het tweede studiejaar van de opleiding Geo Media & Design. Omdat het design-aspect van de opleiding me erg aanspreekt zocht ik een stage waar ik iets mocht doen met infographics en visualisaties. Deze stage vond ik gelukkig bij het BHIC waar ik nu met veel plezier stage loop.

Mijn stagebegeleiders bij het BHIC, Marilou Nillesen en Christian van der Ven, hebben mij binnengehaald om te werken met de vele informatie die het archief te bieden heeft en deze te vertalen naar infographics en visualisaties. Voor mij zijn dit een heel leerzame 10 weken waarin ik ontdek hoe het is om te werken voor een opdrachtgever en waarin ik mijn opgedane kennis van het eerste studiejaar in de praktijk kan brengen. De eerste twee infographics die ik heb gemaakt voor het BHIC zijn bedoeld om het publiek een inzicht te geven in wat het BHIC is en om de bijzondere locatie waarin het BHIC zich bevindt uit te lichten.

...facts&figures van de Citadel...
Als ik aan de slag ga met een opdracht voor een infographic probeer ik eerst zoveel mogelijk informatie in te winnen over het onderwerp. Daarna ga ik een ruwe schets maken op papier of in het programma Illustrator om te onderzoeken welke beeldelementen bij elkaar passen en om verhoudingen tussen informatie en beeld vast te stellen. Zodra ik de informatie heb die ik wil hebben kan ik beginnen aan het leukste onderdeel van het maken van een infographic: het tekenen! Zodra je bezig bent met het uittekenen van je infographic in het programma Illustrator kom je nog veel obstakels tegen en wijk je altijd wel een beetje van je plan af. Daarom zorg ik ervoor dat ik regelmatig met de opdrachtgever om de tafel zit om te bespreken of de weg die ik ben ingeslagen met een visualisatie de juiste weg is.

Tot nu toe ben ik tevreden over het werk dat ik heb gedaan. Ik heb voorafgaand aan de stage nog getwijfeld of ik na één jaar studie al zover zou zijn dat ik zelfstandig infographics kon maken maar deze twijfel verdween snel en ik ben uiteindelijk blij met het resultaat van de eerste twee visualisaties.
Nu is de vierde week van mijn stage alweer aangebroken. Ik kijk er naar uit om ook de komende weken weer veel te leren en nog meer interessante infographics te maken.

Geschreven door:
Harm Kersten

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Whatsappen met het BHIC
- Meer dan 4000 foto's van internaten online

De beste verhalen via e-mail ontvangen?