Posts tonen met het label brief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brief. Alle posts tonen

woensdag 14 oktober 2015

“Geloof jij nog aan de invasie?”

...verstuurd met een postzegel van 7,5 cent...
Het is juni 1944 in Cuijk. De moeder van Hans Stegeman schrijft een brief aan haar jongere zus Mary, destijds onderwijzers in Nieuw-Amsterdam (Drenthe). In alle zinnen is de oorlog voelbaar maar zeker als zij beschrijft hoe de overbuurman wordt “opgepikt door de moffen.”

“Gemeen o zoo gemeen”, schrijft de moeder van Hans. Ze vertelt aan haar zus hoe de overbuurman Verkoelen – de “opper” van de marechaussee – door de Duitsers werd opgehaald, nota bene op het verjaardagsfeest van zijn vrouw. Ook zijn zonen, één pas getrouwd, de ander een jonge priester, zijn meegenomen. Alleen mevrouw Verkoelen wordt niet meegenomen. “Zij is wanhopig, weet niet eens of hij nog leeft. Ze wil niet eten, de dokter komt erbij", beschrijft zij de situatie aan haar zus. 

Haar zoon Hans Stegeman, die het briefje heeft gevonden, weet zich te herinneren dat zijn ouders goed contact hadden met de familie Verkoelen. Ze woonden de priesterwijding van de jongste zoon bij en mevrouw Verkoelen kwam vaak bij hen langs.
 
...fragment uit de brief...
Hij vindt sommige regels heel opmerkelijk. “Mijn moeder schrijft: ‘nu we geen kleine kinderen meer hebben’. Maar ik was 4 en mijn oudste broer was bijna 14.Ga er maar aan staan, en dan ook nog die oorlog erbij.” Dat valt ook niet mee, blijkt uit het briefje. Want daarin wordt bedankt voor “het rijtje bonnetjes, die zijn altijd welkom.” De ene week is er wel te eten, de ander weer niet. “Die kinderen eten meer dan een groot mensch op kan.”

Verder is opvallend dat zijn moeder schrijft: “Geloof jij nog steeds aan de invasie? Ik heb er nooit aan geloofd.” “Hieruit valt te concluderen dat het briefje tussen voor die zesde juni geschreven moet zijn. Alhoewel het in de eerste dagen natuurlijk nog maar geruchten waren die doorsijpelden. Dus het briefje zou ook wel van heel kort na de zesde juni 1944 kunnen zijn”, aldus Hans.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Over het verzet praat je niet
- Neergeschoten op bevrijdingsdag

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 12 augustus 2015

Bendelid van Oss blijkt beminnelijke buurman

...inschrijving van Lambertus Vos, gevangenisregister Den Bosch 1918-1923...
Kerstnacht 1926: de 17-jarige Dina van der Doelen is alleen thuis met haar broertje als ze wordt overvallen door de Bende van Oss. Als Dina niet snel genoeg zegt waar geld verborgen is, zet Lambertus Vos (alias Bijs de Sijp) een pistool in haar mond en schiet door haar wang. Jaren later vindt het buurmeisje van Vos een brief van hem, verstopt in een schuur. Geschreven in 1951, vanuit de strafgevangenis in Groningen.

De Bende van Oss zorgt tussen 1888 en 1934 voor veel zware misdaden; met 29 moorden, tientallen roofovervallen, inbraken en honderden brandstichtingen. Op de lange lijst met veroordeelde bendeleden staat ook Lambertus Vos. Hij wordt veroordeeld voor roofovervallen en heling. Lambertus deinst – zo blijkt uit het voorval in 1926 – niet terug voor geweld.

...brief gericht aan Bijs de Sijp...
Dat is de ene kant van Vos. Aan de andere kant is hij ook gewoon een buurman die – decennia later – woont in een doodgewone straat. Daar is hij “wel een zonderling maar ook een ontzettend lieve buurman”, zo laat zijn toenmalig buurmeisje Brigitte van der Doelen-Ruijs weten.

“Bijs was een echte zonderling, kwam nooit zijn erf af. Mijn moeder zette wel eens koffie voor hem en dan zette zij een dienblad over de heg, hij dronk het op en zette het terug, vaak met een emmertje kersen of aardbeien erbij. Bij iemand binnenkomen deed hij nooit, zelfs niet aan de deur komen. Wel vertelde hij hele verhalen over allerlei soorten brandnetels en ander onkruid, tegen welke kwalen je die allemaal moest eten of thee van moest zetten. Dat groeide dan ook allemaal in zijn enorm grote "tuin".” Brigitte speelde als kind vaak in en om het huis van Vos en vond zo, na zijn overlijden, een brief.
...klik erop om de brief te vergroten...
In een goed leesbaar en regelmatig handschrift wendt Vos zich tot vermoedelijk zijn advocaat. “Ik verzoek U nogmaals beleefd om hier in Groningen bij den Rechtercommissaris een stil verhoor te beleggen en Mej. Van Lieverloo te laten dagvaarden om hier in stil verhoor te komen. Het doel hiervan is, om die kwestie, textiel te kort of te weinig, op te lossen.”

De reden dat Vos weer vastzit, lijkt te maken te hebben met diefstal of heling van textiel. “Wij mochten niet naar die dennen bosschen mochten gaan om het bewijs te leveren waar die textiel goederen verborgen hebben gelegen.” Zijn verleden lijkt hem hierbij wel parten te spelen want Vos krijgt als antwoord van zijn advocaat dat hij “bij de bestudering van Uw strafdossier niet bepaald lichtpunten heb kunnen ontdekken”.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Rafelrand van Oss wordt glad gestreken
- Postuum BN'er: Jan van de Pas

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 29 juni 2015

Wil je je Chevrolet aub ergens ànders neerzetten?

...uit het archief van Van Lanschot...
Je mag dan wel G. van Lanschot uit Den Bosch zijn, dat wil niet zeggen dat je je dure Chevrolet zo maar overal neer mag zetten. Zeker niet als je je auto ondertussen bij een andere dealer koopt. In 1929 tikt het bedrijf Lathouwers de Bossche bankier met een brief even flink op de vingers.

“Daar U den laatsten tyd steeds Uwe nieuwe wagens by andere firma’s koopt en wy de plaatsen in onze garage productiever kunnen maken voor cliënten, die by ons ook hunne nieuwe wagens koopen, zou het ons aangenaam zyn, wanneer U tegen 1 July a.s. naar eene andere garage zoudt willen uitzien”, staat te lezen in de brief van 14 juni 1929.

Waar meneer Van Lanschot zijn wagens dan wel kocht, wordt niet duidelijk. Maar via deautovanmnopa is te zien dat de familie Van Lanschot in die jaren een aardig wagenpark bezit. Zo iemand zou je toch liever wel als klant hebben maar de firma Lathouwers lijkt met de brief de moed te hebben opgegeven.

...reclamemateriaal Chevrolet...
Het schrijven van Lathouwers komt uit het archief van de familie Lanschot (toegangsnummer 200, inventarisnr 469) waarin ook wat reclamemateriaal van Chevrolet bewaard is gebleven. En hoewel er geen bedrag wordt genoemd, is al snel duidelijk dat deze auto’s behoorlijk aan de prijs zijn. “Neemt de waarde van het voertuig in aanmerking, niet slechts zijn prijs. Overtuigt U of het in staat is Uw werk te doen.”

Mooi ook om te zien dat ronkende reclametaal ook in die beginjaren van de vorige eeuw volop werd gebezigd. “De reusachtige laboratoria voor wetenschappelijk en technisch onderzoek, de uitgestrekte proefterreinen (die ter wereld huns gelijke niet vinden), het nuttig verwerken van alle materiaal, zonder dat iets verloren gaat, de ongeëvenaarde mogelijkheid voor massa-inkoop, waarover zij beschikt, stellen haar in de gelegenheid tot het in alle details bestudeerd ontwerpen en uitvoeren der modernste constructie aan de laagste prijzen.” Aan welk bedrag moeten we dan denken? Volgens deze advertenties op de site van Conam ligt die in 1929 op 2400 gulden. Heb je wel trouwens een zescilinder. Dat dan weer wel.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Twee fraaie Fords en een bijzondere ambulance
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 25 mei 2015

Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief #HistoryPost

De Pijp. Marktstraat gezien vanaf hoek Suikerstraat met brug over Binnendieze.
Op de prentbriefkaart is abusievelijk de naam Tolbrugstraat vermeld.
(collectie Afdeling Erfgoed gemeente 's-Hertogenbosch, nr. 0006752)

Vroeger kon men ze vast feilloos aanwijzen, maar in onze archieven zijn ze tegenwoordig maar lastig terug te vinden: illegale bordelen. En soms heb je geluk. Een mooie brief voor HistoryPost.

Zo stuitte ik op deze brief, gedateerd 16 januari 1881, van de Bossche diender Van Goor, die belast was met toezicht op en ontsmetting van logementen waarvan publieke vrouwen in ’s-Hertogenbosch gebruik maakten. De brief is gericht aan de commandant van het militaire garnizoen in de stad, die zijn militairen blijkens de brief een bordeelverbod had opgelegd. Dat was niet zomaar, dat was in het landsbelang! Militairen waren in garnizoenssteden als Den Bosch trouw afnemer van de diensten van prostituees, maar liepen daarmee ook grote kans op besmettelijke (geslachts)ziekten.

In de brief legt Van Goor aan de garnizoenscommandant uit dat die maand geneeskundige controles zijn gestart en dat “de Geneesheer met dat onderzoek belast heeft verklaard, dat van de vier en twintig door hem onderzochte vrouwen, twaalf zijn behebt gevonden met venerische ziekte, van welke besmette vrouwen elf in het zieken gasthuis alhier worden verpleegd; terwijl één besmette vrouw onze gemeente naar elders heeft verlaten.” Kortom, de helft van alle onderzochte prostituees bleek ziek, maar gelukkig voor de militairen was het besmettingsgevaar inmiddels geweken en kon men weer veilig naar de Bossche hoertjes. Weetje: tussen 1881 en 1884 kelderde het percentage gevallen van venerische ziekte onder de Bossche soldaten van 12,3 naar 5,1%! Ongetwijfeld tot grote tevredenheid van hun commandant.

Voor het garnizoen verboden
Maar naast het relaas over deze officiële bordelen maakt Van Goor ook melding van een illegaal bordeel, ter waarschuwing aan de commandant: “Intusschen komt mij als zéér gewenscht voor, dat ofschoon de mede verboden tapperij van de herbergierster Grietje Kloots, in de tolbrugstraat alhier, niet als bordeel officieel bekend, voor het garnizoen verboden blijft; omdat zij met grond wordt verdacht gehouden binnen hare woning aan bezoekers gelegenheid te geven gemeenschap te hebben met zoogenaamde baan of straatmeiden, die niet aan het geneeskundig onderzoek onderworpen zijn.

De Tolbrugstraat (gelegen tussen de Markt en de Zuid-Willemsvaart) lag in een wijk die in de volksmond ook wel ‘de Pijp’ werd genoemd. Het was van oudsher al een buurt vol winkeltjes, herbergen en bordelen, zeker toen in 1840 de gemeente ’s-Hertogenbosch besloot om de legale prostitutie in deze straat te concentreren. Dat zou in de rest van de stad minder overlast moeten geven. In deze wijk bevond zich trouwens ook de Tolbrugkazerne, die pas in 1892 zijn functie verloor.

En in deze straat bevond zich dus ook de herberg van Grietje Kloots, die daarin een illegaal bordeel bestierde, als we Van Goor mogen geloven. Hoe dan ook een mooi startpunt in de archieven om verder op zoek te gaan naar dit illegale bordeel. Te beginnen bij de archieven van de rechtbank. De naamindex van het BHIC op criminele vonnissen maakt alvast melding van een Grietje Kloots, in 1889 veroordeeld voor – dat is nou jammer – diefstal. Maar wie weet?

Onder de rokken
Volgens het vonnis is deze Grietje 45 jaar oud, geboren in Rotterdam, ventster en zangster van beroep. Ene C. Herwaarden ontmoet Grietje in een herberg aan de Brede Haven, waar ze liedjes zingt. Hij verklaart “dat hij ongeveer tegelijk met beklaagde die herberg verliet en langs de haven opwandelende met haar in een straatje gegaan is, dat zij daar elkander vast hebben gehouden, en hij beklaagde, onder de rokken gevoeld heeft.” Maar toen Grietje riep dat er volk aankwam en ze elkaar verlieten bleek naderhand zijn portefeuille gerold. Herwaarden ging haar achterna en vond Grietje in de Tolbrugstraat.

Nou goed, voor de rechter verklaarde Grietje dat er allemaal niks van het verhaal klopte, maar uiteindelijk werd ze niet geloofd en moest ze een maand zitten. Bovendien zijn er dus verschillende aanwijzingen dat het zowel in de brief als in het vonnis wel eens om dezelfde Grietje Kloots zou kunnen gaan... En los daarvan laten de oude archieven ons toch weer een sfeervol beeld schetsen van het nachtelijk leven van toen!

Christian van der Ven

Als je dit interessant vindt, lees dan ook:
- Over ontucht en andere onzedelijkheden
- Vunzige verklaringen

vrijdag 27 maart 2015

Brief vertelt het verhaal van de eigen tijd

...uit de brief over Willem V...
We hebben ze in verschillende vormen en van veel verschillende schrijvers: mooie, bijzondere brieven. Op initiatief van Tresoar twitteren archieven en musea regelmatig een mooie brief uit hun collectie met #HistoryPost. Het BHIC doet mee en tilt een tipje van de sluier van een intrigerende machtsstrijd.

Het nieuwe initiatief #HistoryPost ging 16 maart van start en hé, laat dat nu net exact 200 jaar geleden zijn dat Willem I als soeverein vorst de titel Koning der Nederlanden aannam: formeel het begin van ons huidige Koninkrijk. In ons archief treffen we een brief over Willem V, de vader van onze eerste Koning.  Ook dan (in 1786) is het alles behalve pais en vree. Frederik Willem, koning van Pruisen, schrijft aan de Staten-Generaal dat hij niet afzijdig zal kunnen blijven als de macht van prins Willem V verder wordt beknot. 

Behalve de inhoud is het handschrift vaak veelzeggend. Dergelijke brieven vertellen het verhaal  van de tijd waarin ze zijn geschreven. Soms geven ze een inkijkje in een privégebeurtenis, maar net zo goed kan een brief exemplarisch zijn voor een gebeurtenis die het persoonlijke overstijgt. Maar altijd is het de toon, de nuance, de stijl van de schrijver die de brief als egodocument zo onderscheidend en boeiend maakt.

Doel van dit initiatief is om te laten zien dat er in archieven, musea, oudheidkamers, maar ook bij mensen thuis boeiende brieven of brievenverzamelingen worden bewaard.  Niet alleen erfgoedinstellingen maar ook privépersonen kunnen hun brieven delen.


Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 

vrijdag 27 december 2013

Den Bosch, 27 december 1944

...verwoestingen in Den Bosch...
Het BHIC kreeg van de familie Michel en Jenny de Reeper een brief van 27 december 1944 uit hun familiearchief, waarin de geboorte van een baby beschreven wordt én de angsten en verschrikkingen van het oorlogsgeweld waarmee Den Bosch in oktober bevrijd was. 

zondag 23 juni 2013

Hanneke kiest: de brief van Van Gogh #stukvanhetjaar

...het stuk van Hanneke: de brief van Van Gogh...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Hanneke.

Als het je dagelijkse werk is, kijk je van eeuwenoude stukken niet meer zo gauw op. Maar er zitten van die stukken bij waarvan ook bij ons het hart sneller gaat slaan. Dit is onder andere het geval met een speciale brief die onlangs opdook uit de archieven. Van niemand minder dan… Vincent van Gogh.

Oké, we hebben de originele geboorteakte van Van Gogh en die is óók heel mooi. Maar deze brief had zich
jarenlang verstopt in één van onze talloze dozen. Fieke Pabst - onderzoeksdocumentaliste in het Van Gogh Museum - kwam de brief tegen en herkende direct het handschrift en signatuur van Van Gogh. Die signatuur met de voorletters ‘VW’ tegen elkaar aan geschreven kwam overeen met die van 4 augustus 1873 in het bezoekersregister van de Dulwich Picture Gallery. Vanwege de onduidelijke initialen was nog niet eerder herkend dat het om een brief ging van Vincent van Gogh. Het document werd bij ons daarom omschreven als: ‘J. van Gogh (?) aan Hendrik Verzijl, 1872’.”

Het gaat om een brief uit 1872 van de jonge Vincent van Gogh aan de verzamelaar Hendrik Verzijl te Helvoirt. Het schrijven dateert van 26 oktober 1872. Vincent van Gogh was toen negentien jaar en werkzaam bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Voor de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had hij getracht op een veiling een aantal boeken te kopen. Dit was helaas niet gelukt, omdat alle biedingen de hem opgegeven limieten hadden overschreden. Van Gogh schrijft hierover in deze brief. Hoogstwaarschijnlijk liet hij de brief via zijn vader – destijds dominee te Helvoirt – bezorgen.

...en de rest van de brief...
Verzijl woonde in bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Zo is deze brief dus terecht gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen in het BHIC. In dat archief bevinden zich veel brieven van de familie Van Gogh waaronder van Vincents vader en grootvader. En wie weet welke schatten nog allemaal meer…

Hanneke van der Eerden
Medewerkster studiezaal BHIC, locatie ‘s-Hertogenbosch   


Vind je dit leuk? Lees dan ook
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor
- Annemarie kiest: propaganda-affiche
 

vrijdag 1 maart 2013

De Meierij door een Amsterdamse bril

...fragment uit de brief...
De pannenkoeken zijn taai en eigenlijk niet te eten, qua huisraad is er niets van enige waarde maar veel erger: het is er zo vies. De huizen, de bedden en de mensen zelf, alles is er vies. Een Amsterdamse soldaat beschrijft in een brief hoe hij de Meierij ervaart. 

Het is sowieso een drassig gebied met vreemde, kromme wegen. Als je er niet bekend bent en je zou er 's nachts lopen, zou je dat wel eens met de dood moeten bekopen. De huizen zijn opgesierd met klei en zand op de grond en liggen vol stof. "Het stof doordringt hun gans dat zij geen mensch gelijken, dat zij meer op een zwart dan op een blank mensch gelijken." Het eten maken de mensen klaar in een 'souspan' die je ze nooit schoon ziet maken.

In de zomer dragen vrouwen geen kousen en wassen ze hun voeten niet. "Smerigheid en drek is t siraad hunner wooning, het is om aantezien een schrikkelijk vertoning." De soldaat constateert verder dat vrouwen en mannen er dag en nacht werken ("de mannen staan gelijk aan hunnen os of paard") en dat geen "vatsoenlijk" meisje met je wil lopen omdat dat "groote schand" zou zijn.

...de handtekening van de briefschrijver...
De brief wordt ondertekend met de naam Klooster. Is dat zijn echte naam? Omdat de brief niet gedateerd is, is het de vraag wanneer de beste man de brief heeft geschreven. Het epistel komt niet uit ons archief maar is naar het BHIC gestuurd door E. Huber, later aangevuld met gegevens van G. Boerlijst (dank daarvoor!) Uit de inhoud - onder meer de gedetailleerde omschrijving van het interieur - zou je kunnen opmaken dat hij als soldaat ingekwartierd is geweest. De vermelding van oorlogsgeweld wijst in die richting. De Belgische Opstand wellicht? Dat stemt niet overeen met de geboortedatum van de vermoedelijke briefschrijver die in 1831 is geboren. Feit blijft dat de brief een niets verhullend tijdsbeeld weergeeft, zoals alleen een buitenstaander die kan constateren.

Wil je de brief in zijn geheel lezen? Lees dan hier de transcriptie.
Meer over de Meierij? Lees dan ook eens de weblog van Stephanus Hanewinckel.

woensdag 20 juni 2012

Een échte Van Gogh in je handen

De brief van Vincent van Gogh aan Hendrik Verzijl, 26 oktober 1872 (Collectie BHIC: familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen)
Het zal je maar gebeuren. Je werkt als onderzoeks-documentaliste voor het Van Gogh Museum en krijgt kopieën van documenten onder ogen. Vooralsnog niks bijzonders natuurlijk, totdat blijkt dat je een échte Van Gogh brief in je handen hebt...

Dit overkwam Fieke Pabst in het BHIC. “Ik herkende het handschrift en de signatuur van Vincent van Gogh onmiddellijk. Die signatuur met de voorletters ‘VW’ tegen elkaar aan geschreven kwam overeen met die van 4 augustus 1873 in het bezoekersregister van de Dulwich Picture Gallery. Vanwege de onduidelijke initialen was nog niet eerder herkend dat het om een brief ging van Vincent van Gogh. Het document werd in het BHIC daarom omschreven als: ‘J. van Gogh (?) aan Hendrik Verzijl, 1872’.”

Het gaat om een brief uit 1872 van de jonge Vincent van Gogh aan de verzamelaar Hendrik Verzijl te Helvoirt. Het schrijven dateert van 26 oktober 1872. Vincent van Gogh was toen negentien jaar en werkzaam bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Voor de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had hij getracht op een veiling een aantal boeken te kopen. Dit was helaas niet gelukt, omdat alle biedingen de hem opgegeven limieten hadden overschreden. Van Gogh schrijft hierover in deze brief. Hoogstwaarschijnlijk liet hij de brief via zijn vader – destijds dominee te Helvoirt – bezorgen.

Verzijl woonde in bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Zo is deze brief dus terecht gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen in het BHIC. In dat archief bevinden zich veel brieven van de familie Van Gogh waaronder van Vincents vader en grootvader.

De zomervakantie begint, hét moment om op pad te gaan. Heb je zin en interesse om deze brief (en nog véél meer over Vincent van Gogh) te gaan bewonderen, dan zijn er volop mogelijkheden! De brief maakt namelijk een reis door Brabant.

Signatuur van Vincent van Gogh...
Expositie van de nieuw ontdekte brief:

Maar je kunt hem ook gewoon online bekijken natuurlijk! Klik hier voor het volledige persbericht.

Als je veel meer van Van Gogh wilt zien, ga dan zeker naar het Van Gogh Museum in Amsterdam!


vrijdag 6 augustus 2010

Hoe is het zeilmeisje opgevoed?


Onder het oog van talloze camera's is "zeilmeisje" Laura deze week uitgevaren naar Portugal. Vanaf daar begint ze aan haar solozeiltocht rond de wereld. Het meisje wilde al op haar dertiende op reis gaan maar de autoriteiten vonden dat niet verantwoord. De lange tijd alleen op zee en de afwezigheid van school zouden haar psychologische ontwikkeling schaden.

Het is niet zo moeilijk mensen te vinden die de hele onderneming onverantwoord vinden. Wellicht vragen mensen zich af of het met de opvoeding van de veertienjarige te maken heeft. Iemand die een duidelijke mening heeft hoe je meisjes moet opvoeden is Marie Vastman. In de achttiende eeuw schrijft zij in een brief aan haar nicht over "de opvoeding van een meisje". Hoe het meisje - waarover zij schrijft - onder haar hoede is gekomen, wordt in de vier kantjes niet duidelijk.

Wel maakt Marie duidelijk dat het kind niet haar eigen dochter is en dat het belangrijk is dat zij iedere zondag haar catechismus leert. Marie wil er alles aan doen om er een deugdelijk en eerzaam meisje van te maken, alhoewel dat niet eenvoudig is. De vader wil niets van haar weten en "gunt haar geen stuck droch broot." Ondanks al die weerstand wordt toch hard gewerkt aan de opvoeding van het "mijsken".

Wie weet worden onder moeilijke omstandigheden wel de beste wereldreizigers geboren.

Foto: Niet om de wereld maar rustig in de plas in Linden; een bootje op een zomeravond in 1994