Posts tonen met het label moordenaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moordenaar. Alle posts tonen

woensdag 27 april 2016

Vlag uit voor de goede Moordenaar

...De oudste regionale stoomtram tussen Den Bosch-Veghel-Helmond droeg de benaming Goede Moordenaar, vanwege het grote aantal dodelijke ongelukken op de lijn...
Hoewel de term HOV nog niet bestond, moet het idee van hoogwaardig openbaar vervoer destijds hetzelfde geweest zijn. Op 19 februari 1883 wordt de eerste stoomtramlijn in de regio voor het publiek geopend. Het is de tramlijn Den Bosch - Helmond. Tramstation De Gouden Leeuw in Veghel is vooralsnog het eindpunt, hoewel de aanleg richting Erp al een flink eind vordert. De verkeersontsluiting van het platteland wordt gevierd. 

Een groot aantal Bosschenaren doet de tram uitgeleide, als zij vol met belangrijke heren opstoomt richting Veghel. Onder 'prachtig weer, een frische lucht en een helder zonnetje' gaat de tocht over Berlicum naar Heeswijk. 'Men ontdekt menig schilderachtig plekje op dien weg' die ondertussen vol stroomt met toeschouwers. 'Van al de woningen uit den omtrek zijn de boeren met vrouw, kinderen en hun paarden naar den weg gekomen'. 

Het zorgt voor wildwest-taferelen: tientallen Heeswijkse boeren rijden op paarden rond de opstomende tram. In Dinther wordt de tram 'geestdriftig' onhaald en wordt het glas geheven. Maar wat is een openingstocht zonder ontsporing? Tussen Dinther en Veghel is het raak: twee wagens lopen van de rails. In alle opgewektheid worden de wagons met vereende krachten op de rails gezet. Op gaat het naar Veghel, 'het grootste en bloeiendste dorp van de gansche lijn'. 'Tegelijk met den kerktoren, daagt ook de dichte drom van Veghelaars op, die den tram komen binnenhalen.' 

De vlaggen hangen uit. Het dorp is leeggestroomd en verdringt zich langs de trambaan. En daar in Veghel mogen de belangrijke heren een toast uitbrengen. Op de koning, de minster, maar vooral op de autoriteiten die belangstelling tonen voor het ontsluiten van de Meierij. Men zal zich 'verwonderen over den spoedigen vooruitgang van dit gebied, want de Brabanters behooren tot de energiekste inwoners van ons land'. Handel en nijverheid zullen voordeel hebben bij de nieuwe ontsluiting. Dat deze stoomtram binnenkort in Veghel haar eerste dodelijke slachtoffer eist, kan niemand vermoeden. En er zullen er nog veel volgen. De tram als moordenaar. Maar dan wel een Goede Moordenaar. Want 'vur 'n klein bietje, witte! Kunder een heel eind inzitte!'

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 8 januari 2016

„Dorus, Dorus, ge slaat mij dood…”

...hangend aan de galg...
‘Vol berouw en leedwezen over zijne afschuwelijke misdaden is hij met gelatenheid en vol vertrouwen op God de eeuwigheid ingegaan.’ Zo schreven de kranten er over in april 1838. Over de dood van Dorus Koenen (45). Op de markt in Den Bosch, op donderdag 19 april 1838, blies de Vierlingsbeekse dagloner en jager zijn laatste adem uit. Hangend aan de galg.

Het was dan ook niet niks, de misdaad waarvoor Koenen van zijn rechters de zwaarste straf had gekregen. Hij had zijn eigen moeder vermoord. De 87-jarige vrouw zó hard geslagen, zo ruw mishandeld, dat ze kort na die daad in haar bedstee was overleden. En dan had ie ook nog geprobeerd die vreselijke moord op een ongeluk te laten lijken. In de ochtend van 22 augustus 1837 was hij zijn buren, Jan Jacobs en Jan Verstralen, gaan halen. Of ze misschien wilden helpen bij het afleggen van het lijk van zijn moeder? Die was die nacht in haar bedstee overleden. Er was een muurtje omgevallen en de vallende stenen waren haar fataal geworden.

De buren wisten heel goed met wat voor een sujet ze te maken hadden. Die Dorus stond niet zo goed bekend. Dus toen de buren bij de bedstee kwamen en dat toegetakelde gezicht zagen van hun oude buurvrouw geloofden ze niks van Dorus’ verhaal. Verspreid in bed lagen inderdaad wat stenen van een muurtje en wat steengruis. Vast wel afkomstig van dat muurtje daarnaast. Maar ze vertrouwden het niet. „Wij raken dat lijk niet aan”, zeiden ze. Ze waarschuwden de burgemeester. 

De vrederechter in Boxmeer gelastte een lijkschouwing en daaruit bleek al snel dat die stenen niet de doodsoorzaak waren geweest. Tijdens die lijkschouwing sloop Dorus stiekem het huisje uit. Hij liep naar Venray en vroeg daar in een herberg of het klopte dat ‘deserteurs’ in die plaats nog op asiel konden rekenen. „Een moordenaar zal in de vier hoeken van de wereld niet vrij zijn”, zei de herbergier.

De volgende dag meldde Dorus Koenen zich bij de vrederechter. Daar kwam de waarheid snel aan het licht. Dorus’ vrouw getuigde dat hij de avond ervoor dronken was thuisgekomen van de Groeningse kermis. Dat hij haar met haar kinderen op weg naar huis was tegengekomen en haar dusdanig had bejegend dat ze het raadzaam achtte de nacht ergens anders door te brengen. Dorus was thuisgekomen en had daar zijn bij hem inwonende moeder mishandeld. Buren hadden het zelf gehoord, hoe de oude vrouw nog geroepen had: „Dorus, Dorus, ge slaat mij dood…”

En zo was het ook.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Criminaliteit in Gestel
- Goede mannen, steekt uw sweert in uw schede

De beste verhalen via e-mail ontvangen?