Posts tonen met het label Brabants Dagblad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brabants Dagblad. Alle posts tonen

maandag 13 juni 2016

Geffense rotten contra de ossen

...van de Geffense groep De Bandola's...
1968 is een bijzonder jaar. De moordaanslagen op Martin Luther King en Robert Kennedy, en de studentenopstanden in Berlijn en Parijs zijn zelfs bijna een halve eeuw later niet uit ons collectieve geheugen verdwenen. Maar tijdens het laatste februariweekend van 1968 zijn die gebeurtenissen nog toekomstmuziek en viert Noordoost-Brabant carnaval. Niet helemaal onbezorgd overigens, want het annexatiespook waart rond. Dat heeft alles te maken met het feit dat industriestad Oss, dan qua oppervlakte een kleine gemeente, tegen zijn grenzen aanloopt.

In 1946 strandt het Osse plan tot annexatie van Berghem, Geffen, Heesch, Oijen en Teeffelen. Geffen vindt dat het, als agrarisch dorp, teveel verschilt van fabrieksstad Oss, die Geffen zeker als een uithoek zal behandelen. Ook de andere gemeenten zijn faliekant tegen. Twintig jaar later komt de provincie met een voorstel om zowel Den Bosch als Oss meer ruimte te geven. Geffen en Berghem zouden dan naar Oss gaan. Ook ditmaal laait het verzet op en het carnavalsfeest biedt daarvoor een geschikt podium.

In Rottenrijk Geffen staat Carnaval 1968 dus in het teken van de verdrijving van de Ossen. Gitaarclub De Bandola’s behaalt de tweede prijs in de optocht met een annexatie-os, die steeds in tweeën wordt gedeeld. En in het Café van Van Loon in Berghem wordt Vastenavond om 11 over 12 afgesloten met de verbranding van de Ossenkop, die trouwens de eerste prijs heeft gewonnen in de optocht. Desondanks is de dreigende annexatie niet het enige dat opvalt in het carnavalsgewoel van 1968, toch de tijd van “flower power”! Want de eerste prijs in de Geffense optocht is voor de creatie van de KVO-dames: twee poppen die lief zijn voor elkaar. Bijna profetisch, want sinds 1 januari 2015 maakt Geffen deel uit van de gemeente Oss!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering


Let op: we gaan verhuizen!

Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






woensdag 8 juni 2016

Duits drama op Udens doek

...In 1942 kan het Udense publiek zich op 'veler verzoek' nog één maal vergapen aan de film Verbannen met Zarah Leander en Willy Birgel in de hoofdrollen...
We gaan terug naar het jaar 1942. De tijd van de Duitse bezetting. Aan de Udense Markt is Cinema Parisien gevestigd. Een bioscoop die behoort tot de Desmet-formule met vestigingen in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Cinema Parisien, in 1939 geopend door Theo Desmet, beëindigt in 1967 haar exploitatie en wordt in 1968 afgebroken. 

De Udense bioscoop projecteert iedere week bijzondere programma's. Onder de bezielende leiding van Theo is Cinema Parisien 'geworden een etablissement met een apart cachet en een aparte sfeer, een sfeer, welke het best kan worden geillustreerd als een Desmet-sfeer, omdat de ongekende gezeligheid en intimiteit zich in alle Desmet Theaters manifesteert'. Immers: 'Wat Desmet u biedt, kan een ander niet'.

Op 5 februari 1942 wordt een laatste reprise van de film Verbannen uitgezonden. Deze film uit 1937, waarvan de oorspronkelijke titel Zu neuen Ufern luidt, is de grote doorbraak van de populaire filmster Zarah Leander. De Udense toeschouwers zien een 'ongeëvenaard kunstwerk' met bijzonder plot. Leander vertolkt de rol van de Londense zangeres Gloria Vane, die valt voor de roekeloze Albert Finsbury (Willy Birgel). Wegens frauduleuze praktijken neemt hij de benen naar Australië. Gloria neemt de schuld van Finsbury op zich en volgt hem als gevangene naar Australie. De toeschouwers vergapen zich vervolgens aan het drama dat zich op het scherm van Parisien voor hen ontvouwt. Al is het wel een drama met een Duits tintje. Vanaf augustus 1940 staan alle films onder strenge controle.

Er worden alleen films vertoond die door de bezetter zijn goedgekeurd. Zu neuen Ufern is een productie van Universum Films AG (UFA). De belangrijkste Duitse filmstudio en één van de grootste filmindustrieen ter wereld. Ze staat onder zware druk van het Nazi-regime. Ook Desmet moet in zijn programmering rekening houden met de regels van de Duitse bezetting. Zelfs de Polygoon-bioscoopjournaals zijn pro-Duits. Toch weet hij er een draai aan te geven. Op 'veler verzoek' luistert het publiek nog één avond naar de zeldzame, meeslepende stem van Zarah Leander terwijl zij in het tuchthuis van Paramatta (Australië) haar lied van verlangen zingt. Liefde kent geen grenzen.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Krachtige kanonnen 



Let op: we gaan verhuizen!

Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






maandag 6 juni 2016

Zorgen over protestantse pogingen in Jekschot

...Het katholieke gezin van Willem Bekkers uit Erp betrekt in 1861 de pachthoeve Jekschotstraat 11 in Zijtaart...
Een anonieme briefschrijver, naar eigen zeggen een 'echte Majorijenaar', maakt zich in 1854 zorgen over de protestantse pogingen "de waarheid van hun geloof hier te lande voort te planten". Sinds de nieuwe grondwet van 1848 is de protestantse kerk niet langer de staatskerk. Het 'geheime' protestantse genootschap Christelijk Hulpbetoon, in Brabant opgericht met doel het katholieke gevaar in te dammen, kijkt met zorg naar het toenemend aantal bekeringen van protestant tot katholiek. 

Het wil behoeftige protestanten financieel terzijde staan om te voorkomen dat ze moeten aankloppen bij de katholieken. In de Meierij gaat het gerucht rond dat Christelijk Hulpbetoon boerderijen opkoopt -ongeacht de te hoog opgevoerde prijs- om daarin protestantse boeren te vestigen. "Men lokt vermogende protestanten uit Holland naar onze streken. Deze, hier gevestigd, worden van dominees overgehaald om de protestantse belangen te verdedigen".

Zo ook jonkheer Johan Anne Cornelis van Oldenbarneveldt-Tullingh. Hij erft de heerlijkheid Jekschot met haar zes pachthoeven tussen Veghel en Sint-Oedenrode. Als 'grondbezitter' vestigt hij zich in 1853 in Sint-Oedenrode. Volgens de Meierijenaar hitst de Rooise dominee Buddingh jonkheer Van Oldenbarneveldt-Tullingh op met hatelijke woorden. Met als doel dat de Jekschotse pachthoeven "eerlang door protestantsche boeren worden bevolkt". Pachters wees alert, de huur zal binnenkort worden opgezegd! Jonkheer Van Oldenbarneveldt-Tullingh wordt heet noch koud van deze geruchten. Hij verhuist naar Veghel.

Niet om van de Rooise dominee af te komen, maar voor zijn huwelijk. Van Oldenbarneveldt-Tullingh ontvouwt geen plannen tot protestantse volksplanting. Heel pragmatisch bevolkt hij Jekschot met plaatselijke katholieke boeren. De jonkheer overlijdt in 1892 in Erp. En de heerlijkheid Jekschot? Die wordt met haar zes pachthoeven voor f 61.175,- verkocht. De Veghelse bierbrouwer en grootgrondbezitter Henri Smits mag zich 'Heer van Jekschot' noemen. Wat een opluchting voor onze 'Majorijenaar': Smits is net zo katholiek als de pachtboeren van Jekschot.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Hanewinckel? Schandelijke laster!


Let op: we gaan verhuizen!

Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





vrijdag 3 juni 2016

Van het Wilde Westen naar Huisseling

...portret van pater Van den Elsen...
“Globalisering” is een begrip dat je tegenwoordig overal tegenkomt. Logisch ook, want gebeurtenissen in andere werelddelen hebben gevolgen voor het dagelijks leven in, bijvoorbeeld, Huisseling. Maar dat verschijnsel deed zich ook vroeger al voor.

We gaan even terug naar het laatste kwart van de 19e eeuw en werpen een blik op de Verenigde Staten. Daar hebben kolonisten het grootste deel van het legendarische “Wilde Westen” in bezit genomen. In hun voetspoor volgen spoorwegmaatschappijen, die tienduizenden kilometers rails aanleggen, waarmee het onmetelijke land wordt ontsloten. De kolonisten gaan op grote schaal graan verbouwen op van nature al vruchtbare grond. Het is roofbouw, maar de productiekosten zijn minimaal. Supergoedkoop graan vindt vervolgens per trein en schip zijn weg richting Europa, waar de graanprijzen een fikse duikeling maken. Veevoer wordt daardoor goedkoper, zodat overal in de wereld de veestapel groeit. En dat heeft weer tot gevolg dat ook de prijzen van slachtvee en zuivel dalen.

Terug naar Nederland, dat tussen 1880 en 1900 als bijna enig West-Europees land de grenzen openhoudt voor goedkope invoer uit het buitenland. De agrarische sector betaalt het gelag in de vorm van een onvervalste landbouwcrisis, ook hier in de Maaskant. Veel boeren trekken naar de steden en worden fabrieksarbeider. Maar de sector herpakt zich. “Samenwerking” is het toverwoord: overal in het land worden boerenbonden opgericht. Zeker in Brabant gebeurt dat op christelijke – lees: katholieke – grondslag, waarvoor vooral de Norbertijner pater Gerlachus van den Elsen zich sterk maakt: de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB, 1896). Tijdens een congres in ’s-Hertogenbosch wordt betoogd dat anders “het socialisme, na de steden geëxploiteerd te hebben, zich zal begeven naar het platteland.”

...Albertus van de Wiel...
Op 8 maart 1897 krijgt Huisseling een eigen afdeling van de boerenbond. Macharen en Nistelrode zijn eerder, maar daar hebben ze geen voorzitter zoals in Huisseling. Albertus van de Wiel is ook gemeentesecretaris en later burgemeester. In de 27 jaar van zijn voorzitterschap stijgt zijn ster binnen de NCB. Zo wordt hij in 1898 directeur van de Onderlinge Brandverzekering van de NCB, later tevens van de Hagelverzekering. Daarmee is hij een van de grondleggers van Interpolis! Vooral dankzij hem steekt Huisseling in agrarisch Brabant net even boven de rest uit!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering


Let op: we gaan verhuizen!

Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 1 juni 2016

Udense emigranten opgelicht

...Voelden de eerste migranten uit Uden, Zeeland, Boekel en Volkel zich opgelicht? De doorzetters bouwden Little Chute uit tot een nieuw thuis...
In de huidige tijden krijgen we berichten van emigranten die een speelbal worden van oplichters. Lieden die zich schaamteloos verrijken over de rug van vluchtelingen wanneer zij hun overtocht proberen te maken naar veiliger oorden. 

In 1853 leken economische vluchtelingen uit Uden slachtoffer van oplichterij te zijn: "Een gedeelte der hier (Rotterdam) uit Noord-Brabant aangekomen landverhuizers, en voornamelijk die uit Uden, zijn naar hunne haardsteden wederom terug gekeerd, daar het gebleken was, na hunne aankomst alhier, dat zij hunne gelden voor overtogt hadden toevertrouwd aan iemand, die daarmede vertrokken is, zonder voor hunnen overtogt zorg te dragen." 

Ze maakten deel uit van een groep van ruim 200 landverhuizers uit Uden, Volkel, Mill en Boekel. Hun bestemming was het plaatsje Little Chute in Wisconsin "waar velen hunner familiebetrekkingen en vrienden zullen ontmoeten, die zich daar reeds gevestigd hadden". Aan de Fox River was in 1848 een kolonie katholieke landverhuizers uit het Peelgebied neergestreken. Aangemoedigd door economisch moeilijke tijden en geinspireerd door priester Theodoor van den Broek hadden zij de overtocht gewaagd. Van den Broek beloofde een "voortreffelijke R.K. Kolonie". 

Maar in Little Chute was niets en "eene algemene verslagenheid heerschte er onder de landverhuizers. Niemand wilde op die plaats blijven, verre van alle correspondentie gelegen, zonder handel en maar ordinaire grond." Er zat maar één ding op. Aanpakken of vertrekken. En vele handen maken licht werk. Die extra handen werden in het thuisland gevonden. Aangemoedigd door fantastische verhalen volgde een ketting-migratie. De nakomers gaven huis en haard op voor de Amerikaanse droom. Hoe zuur was het dan om wegens oplichterij in Rotterdam de boot te missen!

De emigranten in kwestie waren echter volgens latere berichten geen slachtoffer van oplichting. Ze konden de verhoogde kosten voor de overtocht niet betalen. Maar de emigranten hadden een dubieuze rol, want "twee van hen zijn vroeger reeds in Amerika geweest". Ze kwamen terug "alleen om hunne vrienden aan te raden hun vaderland te verlaten". Beloofden zij net als Van den Broek "een voortreffelijke R.K. Kolonie"?

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Krachtige kanonnen 



Let op: we gaan verhuizen!


Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




woensdag 25 mei 2016

Voor Nistelrode gaat de wereld open

...De stoomtram richting Oss staat stil nabij het tramstation van Nistelrode om water te verversen...
Nistelrode is nu goed bereikbaar. Het ligt pal aan de opritten van de A50 en de recente HOV-busafritten sluiten zelfs op Nistelrodens grondgebied op de snelweg aan. Dat was in 1882 anders. Nistelrode had een klinkerwegverbinding met Oss en Uden, maar het hield niet over. De Heeswijkse burgemeester Festen zag brood in de ontsluiting van Oost-Brabant middels tramlijnen. De 'HOV-lijnen' van de toekomst. 

Hij diende een verzoek in "ten behoeve van een in exploitatie te brengen stoomtram van Veghel naar Oss". En daarmee kreeg hij de Osse industrie achter zich. Die wilde goederenvervoer via de Veghelse spoorhaven. Nistelrode rook kansen. Een directe verbinding met spoor en water lag in het vooruit! Op 18 maart stemde de gemeenteraad dan ook in met vergunning "voor een stoomtram op het grondgebied dezer gemeente".

Nistelrode keek watertandend uit naar de tram: "Met den aanleg der lijn voor den stoomtram Osch-Vechel zal eerdaags een begin worden gemaakt; de benoodigde locomotieven zijn aangekocht en worden binnen kort te Vechel verwacht...". Ze kregen de toepasselijke namen Veghel, Uden, Oss en Nistelrode! Aan alles werd gedacht. Met het oog op veiligheid werd "het gebruik van wagens met naar buiten openslaande deuren of kleppen verboden". In Nistelrode werd een tramstation gepland met watervoorziening. Om druk op de ketel te houden. En dat was nodig.

De gestelde opleveringstermijn werd tot twee keer toe niet gehaald. De bouw van de tramlijn liep vertraging door de ingewikkelde aanleg van een trambrug over de Aa bij Veghel. Na twee proefritten tenslotte, werd de nieuwe stoomtramlijn in januari 1885 met veel feestelijkheden in Oss in gebruik genomen. Voor Nistelrode ging een wereld open. Zwaar beladen goederentrams denderden wekelijks door het dorp om de regionale industrie te voeden en overvolle passagierstrams schommelden richting Osse weekmarkten. Toen op een woensdagmiddag de stoomtram in Nistelrode ontspoorde, "waardoor de vele reizigers, die te Os ter markt waren geweest, hunne reis te voet moesten voortzetten", had men er vrede mee. Voor één keer was het weer even net als vroeger. 

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?







woensdag 4 mei 2016

Veghels ziekenhuis breidt uit!

...Meer dan 100 jaar is Veghel het regionale centrum voor ziekenzorg. In 1956-1958 vindt een grootse uitbreiding plaats. Capaciteit: 225 bedden!...
Bernhoven laat Veghel momenteel zonder poli, maar wel met leeg ziekenhuisgebouw achter. Het huidige bestuur wil niet in stenen investeren in de plaats waar de regionale zorg groot werd. In 1956 is het wel anders! Geen bestuur op afstand of die vreemde naam Bernhoven. Nee, gewoon Dr. Driessen, de Zusters Franciscanessen en 'Sint Joseph'. 

Bovendien een keiharde investering in faciliteiten, dus ook gebouwen. Op dat moment is de grootse uitbreiding van het Veghelse ziekenhuis in volle gang. 'Wegens chronisch ruimtegebrek'. De 1500 heipalen zijn in de grond geslagen. Stevige fundamenten onder een levenswerk van de Zusters Franciscanessen. Want het in 1900 gestichte R.K. Sint-Joseph Gasthuis is inmiddels uitgegroeid tot 'modern geoutileerd ziekenhuis'. Hét streekziekenhuis wel te verstaan: 'De medische verzorging van 60.000 mensen uit Veghel, Dinther, Heeswijk, Nistelrode, Vorstenbosch, Schijndel, Sint-Oedenrode, Erp, Gemert, Boekel, Uden en Zeeland vindt hier zijn bekroning'.

De in 1945 aangestelde directeur-internist Dr. Willem Driessen stuwt het ziekenhuis met kracht op in de vaart der volkeren, altijd met het belang van de patiënt voorop. De hele medische verzorging neemt hij voortvarend ter hand. In tien jaar tijd zijn alle mogelijke specialismen aan het ziekenhuis verbonden: internist, chirurg, oogarts, neus- keel- en oorarts, huisarts, kinderarts, gynaecoloog en psychiater. Een medisch team dat mede ondersteund wordt door 84 verpleegsters, waarvan nog 24 zusters Franciscanessen. En al deze zorgzame mensen doen op meest creatieve wijze hun werk in de krappe behuizing. Uitbreiding is noodzakelijk voor de vestiging van poliklinieken, laboratorium, kinder- en gynaecologische afdeling.

Maar vooral de uitbreiding in capaciteit van 60 naar 225 bedden is enorm. Kosten: 2 miljoen gulden. Hoezo bezuinigen? Voor wat hoort wat. De nieuwbouw is immers de vrucht van moeizame arbeid en vele vergaderingen. Trouwens, Een nieuw verpleegstershuis met opleidingscentrum staat nog op het verlanglijstje. Dr. Driessen is duidelijk. Het Veghelse ziekenhuis moet ideaal zijn. Want een ideale eigen omgeving bepaalt sfeer en verhoogt cachet. De hele regio zal de vruchten plukken.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 2 mei 2016

Reek: voor kerk en koning!


Tot 1942 was Reek een zelfstandige gemeente en dat zijn ze daar niet vergeten. Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de aanloop naar de gemeentelijke herindeling van 1994. Maar het oude gemeentewapen prijkt ook nu nog op de voorgevel van het dorpshuis, dat  – hoe kan het ook anders! – het “Wapen van Reek” is gedoopt. Het Reekse wapen is dan ook bijzonder en dus een verhaal waard!

Rond de jaarwisseling 1813/14 is de situatie in Nederland chaotisch. Sinds 1811 maakte het deel uit van Napoleons keizerrijk, maar na diens rampzalig verlopen veldtocht in Rusland brokkelde de Franse macht snel af. Op 30 november 1813 landt prins Willem Frederik in Scheveningen en één dag later wordt hij in Amsterdam uitgeroepen tot Soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden. De Franse troepen trekken zich terug, vrijwel zonder dat het tot bloedvergieten komt. Maar de Brabantse vestingsteden geven ze niet zomaar op.

Breda valt spoedig in Nederlandse handen, maar in ’s-Hertogenbosch houden de Fransen wekenlang stand. Pas op 26 januari blazen zij de aftocht dankzij Pruisische troepen, die actieve hulp krijgen van inwoners van de stad en van Vught. Grave is een heel ander verhaal: de Fransen hebben er een sterk garnizoen en vanuit de stad gaan zij op plundertocht in de wijde omgeving, die al goeddeels bevrijd is. Als buurdorp van Grave heeft Reek daar last van, dus laten zich ook hier tientallen mannen inlijven  in de landstorm. Dat is een regionale burgerwacht die het gemis van een Nederlands leger ter plekke enigszins moet opvangen.

Op 15 januari 1814 slaan Franse wachtposten op de wallen van Grave alarm. Zij horen tromgeroffel van de kant van Reek en zien dat daar de Nederlandse vlag (met de drie banen oranje, wit en blauw) wordt gehesen. Dat lijkt te wijzen op de aanwezigheid van een grote troepenmacht, die er natuurlijk niet is. Later blijkt dat Reek als eerste gemeente op de linkeroever van de Maas de Nederlandse vlag hees. Dat feit brengt burgemeester Van Erp later ertoe, aan de Hoge Raad van Adel als gemeentewapen van Reek voor te stellen: een driekleurig schild met in de middelste baan drie letters R. Deze staan voor “Reek Religioni Regi”: Reek is trouw aan kerk en koning. Jawel, in die volgorde, zoals ook later wordt gesproken van “God, Koningin en Vaderland”.

Op het definitieve vertrek van de Fransen hebben Grave en Reek nog enige tijd moeten wachten. In mei 1814 kwam de vestingstad weer in Nederlandse handen.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering

woensdag 27 april 2016

Vlag uit voor de goede Moordenaar

...De oudste regionale stoomtram tussen Den Bosch-Veghel-Helmond droeg de benaming Goede Moordenaar, vanwege het grote aantal dodelijke ongelukken op de lijn...
Hoewel de term HOV nog niet bestond, moet het idee van hoogwaardig openbaar vervoer destijds hetzelfde geweest zijn. Op 19 februari 1883 wordt de eerste stoomtramlijn in de regio voor het publiek geopend. Het is de tramlijn Den Bosch - Helmond. Tramstation De Gouden Leeuw in Veghel is vooralsnog het eindpunt, hoewel de aanleg richting Erp al een flink eind vordert. De verkeersontsluiting van het platteland wordt gevierd. 

Een groot aantal Bosschenaren doet de tram uitgeleide, als zij vol met belangrijke heren opstoomt richting Veghel. Onder 'prachtig weer, een frische lucht en een helder zonnetje' gaat de tocht over Berlicum naar Heeswijk. 'Men ontdekt menig schilderachtig plekje op dien weg' die ondertussen vol stroomt met toeschouwers. 'Van al de woningen uit den omtrek zijn de boeren met vrouw, kinderen en hun paarden naar den weg gekomen'. 

Het zorgt voor wildwest-taferelen: tientallen Heeswijkse boeren rijden op paarden rond de opstomende tram. In Dinther wordt de tram 'geestdriftig' onhaald en wordt het glas geheven. Maar wat is een openingstocht zonder ontsporing? Tussen Dinther en Veghel is het raak: twee wagens lopen van de rails. In alle opgewektheid worden de wagons met vereende krachten op de rails gezet. Op gaat het naar Veghel, 'het grootste en bloeiendste dorp van de gansche lijn'. 'Tegelijk met den kerktoren, daagt ook de dichte drom van Veghelaars op, die den tram komen binnenhalen.' 

De vlaggen hangen uit. Het dorp is leeggestroomd en verdringt zich langs de trambaan. En daar in Veghel mogen de belangrijke heren een toast uitbrengen. Op de koning, de minster, maar vooral op de autoriteiten die belangstelling tonen voor het ontsluiten van de Meierij. Men zal zich 'verwonderen over den spoedigen vooruitgang van dit gebied, want de Brabanters behooren tot de energiekste inwoners van ons land'. Handel en nijverheid zullen voordeel hebben bij de nieuwe ontsluiting. Dat deze stoomtram binnenkort in Veghel haar eerste dodelijke slachtoffer eist, kan niemand vermoeden. En er zullen er nog veel volgen. De tram als moordenaar. Maar dan wel een Goede Moordenaar. Want 'vur 'n klein bietje, witte! Kunder een heel eind inzitte!'

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 25 april 2016

Osse botergiganten vertrekken naar Rotterdam

...reclamemateriaal van Jurgens...
Op 20 maart 1929, ’s avonds om half tien, rijdt een vrachtwagen in volle vaart de veerpont bij Alblasserdam op. De chauffeur, die zijn voertuig niet meer in bedwang heeft, kan er nog net uitspringen voordat het gevaarte door de ketting aan de andere kant van het vaartuig heen breekt en in de rivier de Noord plonst. Door de schok zinkt ook de veerpont. Gelukkig kunnen de chauffeur en de veerman zich redden. 

In de gezonken vrachtwagen blijkt de hele inboedel te liggen van twee arbeidersgezinnen uit Oss. Die verhuizen naar Rotterdam vanwege de verplaatsing van de Osse margarinefabriek van Jurgens naar de havenstad. Het vertrek van Jurgens uit Oss komt niet uit de lucht vallen. In 1927 zijn de vroegere aardsconcurrenten Jurgens en Van den Bergh samengegaan in de Margarine Unie. Van den Bergh, ooit in Oss begonnen, besloot al in 1890 te verkassen naar Rotterdam, een veel betere uitgangspositie voor de export.

Vanaf het moment van oprichting van de Margarine Unie staat het vrijwel vast dat Jurgens zal volgen. Dat is dus de donderwolk die het hele jaar 1928 boven Oss hangt, want er werken 800 mannen en vrouwen bij het bedrijf. Daar komt bij dat het fabriekscomplex vrijwel in het stadscentrum ligt, tegenover de Grote Kerk. Leegstand is zeker dan rampzalig.

In januari 1928 komen de eerste onheilstijdingen: het hoofdkantoor van Jurgens in Nijmegen en delen van het bedrijf in Oss zullen worden verplaatst naar Rotterdam, waar een nieuwe fabriek wordt gebouwd. Enkele afdelingschefs moeten binnen drie maanden verhuizen, voor 40 medewerkers dreigt ontslag. Naarmate het jaar vordert, verschijnen er meer van zulke berichten. Dan breekt 1929 aan, het jaar van de beruchte Beurskrach in Wallstreet, New York. Die vindt plaats op donderdag 24 oktober, “Black Thursday”.

De Osse “Zwarte Zaterdag” is eerder: 30 maart! Dan sluit Jurgens de poorten voorgoed. 400 mensen worden werkloos. Wie ouder dan 45 is, met minimaal 25 dienstjaren, krijgt wel een pensioen, en er is een gratificatie voor mensen tot 45 met minimaal 10 dienstjaren, maar velen vallen buiten de boot. Dat geldt niet voor de collega’s die naar Rotterdam vertrekken. Voor hen is er nog toekomst bij Jurgens. Bedenk in dat verband dat de lichten van de gezonken verhuiswagen bij Alblasserdam nog brandden, toen het voertuig vier uur later werd opgetakeld uit het water!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?







vrijdag 22 april 2016

35.000 Dagen plezier met mooi raadhuis

...het voormalig raadhuisje in Heesch...
Op 21 maart 1941 vindt de officiële opening plaats van het raadhuis van Heesch. Alle sprekers zijn vol lof over het karakteristieke gebouw, ook de Bossche burgemeester Van Lanschot: “Eens in de 100 jaar bouwt men een raadhuis. Is het lelijk, dan heeft men 35.000 dagen ergernis - is het mooi, dan 35.000 dagen plezier ervan. Heesch kan waarlijk verheugd zijn, want het heeft een mooi raadhuis gekregen.”

Inderdaad is het een eeuw geleden dat Heesch een raadhuis bouwde. Dat dateert van 1840, en in 1919 meldt het provinciaal verslag dat het gebouwtje volgepropt is met allerlei documenten en boeken. Er is niets van te maken, en de gemeente beschikt over onvoldoende middelen voor een radicale verbetering, aldus het verslag. Jarenlang gebeurt er niets, maar vanaf het aantreden van burgemeester Offermans in 1931 staat het gemeentehuis regelmatig op de raadsagenda. Struikelblok is dan vooral de economische crisis. Caféhouder Willem van den Berg, eigenaar van het kermisterrein naast zijn zaak, kan het niet langer aanzien. In augustus 1933 gaat hij bij de kermisexploitanten met de pet rond voor een nieuw gemeentehuis. De gemeenteraad is blij met de opbrengst: 867 gulden 50!

En alweer gaan er vier jaren voorbij. Op Oudejaarsdag 1937 besluit de raad de knoop door te hakken. Het gemeentehuisje, “een varkensstal” volgens raadslid Van Zutphen, blijkt nu ook een broeinest te zijn “van vliegen, die zomer en winter in groten getale op de secretarie zitten, in de kasten, op en achter de boeken en voor de ramen.” Via steun van het landelijke Werkfonds wil men, net als in Uden en Nuland, eindelijk een nieuw gemeentehuis bouwen. Twee jaar later hebben de architecten A.J. Kropholler (Wassenaar) en P.G. Elemans (Ravenstein) de plannen rond. Aannemer Quirinus de Veer uit Geffen krijgt de klus, voor ƒ 20.400,-. Vanaf 1 april 1940 vindt de secretarie tijdelijk onderdak aan de overkant van de Rijksweg, bij Smederij Van Erp.

Het project duurt langer dan begroot. Oorzaak is de Duitse inval in mei 1940, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen tijdelijk stil ligt. En wellicht zorgt de zware storm van november ook voor enige vertraging, want de directiekeet stort in. Maar in maart 1941 kan in Heesch de vlag uit. Niet bij de architecten overigens, want die moeten nog enkele jaren geduld hebben, voordat al hun declaraties zijn betaald….

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








woensdag 20 april 2016

Belgisch dorp verrijst op Udense hei

...Op 12 februari 1915 arriveren de eerste Belgische vluchtelingen vanuit Baarle-Nassau in het Udense Vluchtoord, het 'Belgische dorp' op de Udense heide...
Sinds 1915 heeft Uden een naam hoog te houden als het om vluchtelingenopvang gaat. Het neutrale Nederland krijgt tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) een grote vluchtelingenstroom te verwerken. Op de vlucht voor Duits geweld, klopt een miljoen Belgen aan voor asiel. Als blijkt dat de particuliere initiatieven de vluchtelingenstroom niet aan kunnen, grijpt de regering in. 

De vluchtelingen worden overgebracht naar barakkenkampen of 'Belgische dorpen'. Die zijn voorzien van een school, een postkantoor, een ziekenhuis, een kerk en soms zelfs een bioscoop. De Udense burgemeester Thijssen stelt direct zijn gemeente kandidaat voor de vestiging van zo'n 'vluchtdorp'. Ook de regeringscommissaris, jonkheer Ruys de Beerenbrouck, acht Uden geschikt om Belgische vluchtelingen op te nemen. Enkele duizenden, als het mogelijk is. Meer dan het totaal aantal inwoners van Uden!

De Udense raad is huiverig voor onrust en veiligheidsproblemen. Pas na een besloten raadsvergadering waar Ruys de Beerenbrouck toezeggingen doet, stemt de raad in. Het plaatselijke bedrijfsleven ziet wel brood in de komst van de Belgen. De locatie voor het 'vluchtdorp' is een stuk heide ten noorden van het dorp aan de klinkerweg Uden-Zeeland. In januari 1915 wordt in een mum van een tijd een compleet barakkendorp uit de grond gestampt.

In februari nadert het z'n voltooing. Een journalist schrijft: '...al heeft de ondervinding nog niet geleerd, dat het hier gevolgde systeem aan alle verwachtingen voldoet, toch zal een vluchtige schets van de in deeling van het onafzienbare terrein en de doelmatige inrichting der ontelbare hallen doen begrijpen met welk een practischen, nauwgezetten zin men hier is te werk gegaan.' De withouten woonbarakken ogen somber 'maar het oog bedriegt zich daarin, want zoodra men binnentreedt, voelt men als 't ware den open hemel boven zich, zoo vrij en hoog glooien de daken.'

Praktisch en schoon zijn de uitganspunten, met enige vorm van privacy. Uden is klaar om vluchtelingen op te vangen. Op 12 februari 1915 arriveren de eerste 28 vluchtelingen uit Baarle-Nassau in het Vluchtoord. De komende jaren zal de Udense heide hun thuis, hun Vluchtoord worden.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 13 april 2016

Vagebonden? Aan de andere kant van de grens!

...De haast ontoegankelijke Peel vormde de grens tussen Meierij, Ravenstein en Gemert...
De vreemdelingenangst doet het debat oplaaien. Versterken we de buitengrenzen of gooien we de binnengrenzen dicht? Die denkbeeldige grenzen als scheiding tussen goed en kwaad zitten al eeuwenlang tussen onze oren. Aangezien de Meierij "overstroomt is van vagebonden" vaardigde Den Haag op 1 april 1738 voorschriften uit.

In de Meierij van 's-Hertogenbosch moest worden opgetreden tegen "Brandstigters, Moordenaars, Doodslagers, Rovers, Straatschenders, Vagebonden, Knevelaars, Landloopers en Bedelaars". Een hele mond vol, voor wat men vreemdelingen noemde. Zwervend volk dat zich "onder den naem van Heidenen, Egiptenaren of diergelyke" ophield. Den Haag moest er niet aan denken dat dit volk overlast zou geven voor 'de goede ingezetenen en reizende luyden' en trof maatregelen.

De vreemdelingen moesten binnen twee weken de grens over. Wie bleef werd gegeseld. Wie 'de goede ingezetenen' lastig viel, werd gebrandmerkt. En voor ernstiger delicten stonden doodstraffen op de rol. Dat was ferme taal! Aan de plaatselijke schepenbanken de zware taak om dit klusje te klaren. Den Haag had daarvoor een premiestelsel in het leven geroepen. Op het hoofd van elke vagebond stond een prijs. Iedereen, jong en oud, mocht de vagebonden oppakken. Legde de vagebond het loodje? Geen probleem, want de doodslager ging vrij uit. Klopjachten moesten leiden tot meer arrestaties. De Meierijenaars waren verplicht medewerking te verlenen. De Hoogschout kon zelfs de Bossche schutterij inzetten.

Het klonk allemaal mooi, maar in werkelijkheid was het lastig om de regels strikt uit te voeren. Onze regio was een staatkundige lappendeken waarvan de grenzen door haast ontoegankelijke Peelmoerassen liepen. Middels klopjachten werd het gebied periodiek uitgekamd. In april 1750 had de grootste plaats. Een kordon van 1.236 mannen kamde vanaf Veghel tot Lommel de Meierijgrens uit. Een maand later hadden soortgelijke klopjachten plaats in het Land van Ravenstein en de Commanderij Gemert. De 'vangst' hield niet over. Gebrek aan samenwerking tussen de landjes gaf de vagebonden vrij spel in het grensgebied. Maar ach, wat zou het. Als ze maar aan de andere kant van die grens bleven.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?


woensdag 6 april 2016

Mars-fabriek in Veghel in grote problemen

...De splinternieuwe Mars-fabriek én de brandweerwagen van Jan Jilesen vielen ten prooi aan de vlammenzee...
In de vroege avond van 29 januari 1963 loeien de sirenes. In de kap van de in aanbouw zijnde Mars-fabriek in Veghel is tijdens werkzaamheden brand uitgebroken. De montage van de sprinklerinstallatie is nog in volle gang. De aanwezige werklieden proberen daarom zelf het vuur te blussen. Tevergeefs. Het vuur verspreidt zich zo snel, dat zelfs één van de toegesnelde Veghelse brandweerwagens ten prooi valt aan de vlammen. 

Zevenduizend vierkante meter fabriekshal op het nieuwe industrieterrein De Dubbelen staat vervolgens in lichterlaaie. Met behulp van de brandweerkorpsen van Erp, Heeswijk-Dinther en Uden voorkomt men dat het kantoor, ketelhuis en transformatorstation met de voorraad stookolie in rook opgaan. Twaalf stralen zijn nodig voor het bluswerk. Het is niet alleen afkomstig uit brandkranen, maar ook uit de bevroren Zuid-Willemsvaart. Daar zijn gaten in het ijs gehakt. Het eveneens via het ijs toegestroomde publiek hoort "boven het geluid van het knetterende vuur...af en toe het beangstigende ontploffen van zuurstofflessen".

De schade is niet te overzien. Ze wordt op ten minste zeven miljoen gulden geschat. De zojuist geplaatste peperdure fabrieksinstallaties zijn in rook opgegaan. En dat terwijl de fabriek binnen enkele maanden in gebruik zou komen om de gehele Europese markt van Mars-producten te voorzien. Maar leidinggevende Forrest Mars jr. zit niet bij de pakken neer. Direct na de brand worden de plannen voor de heropbouw voortvarend opgepakt.

Onvoorstelbaar: nog vóór Kerstmis 1963 rolt de eerste Mars van de band. Om 'n vergelijkbaar rampscenario in de toekomst te voorkomen, stuurt Forrest Mars sr. aan op oprichting van een bedrijfsbrandweer. Wie de verwrongen hoop staal van 29 januari 1963 bekijkt, kan zich amper voorstellen, dat de Veghelse vestiging ondertussen is uitgegroeid tot één van de grootse chocoladefabrieken ter wereld. Dankzij 1.200 werknemers rollen dagelijks 27 miljoen snoepjes en repen van de band. In de komende tien jaar zal er voor honderd miljoen euro geïnvesteerd gaan worden. Forrest Mars jr. begon er letterlijk met een verhitte start, maar is uiteindelijk "extreem trots op wat ze in Veghel hebben bereikt".

 Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 1 april 2016

Op zoek naar 't kasteel van Ravenstein

...gravure uit 1750...
De laatste week van maart 1951 schijnt regelmatig de zon. Maar met amper drie graden boven nul overdag is het veel te koud voor de tijd van het jaar. Huiverend staan we op de Maasdijk bij Ravenstein. Daar heb je vrij uitzicht op de kale fruitbomen achter het raadhuis en opzij van de Kasteelse Poort. We zien archeologen aan het werk, op zoek naar restanten van het kasteel van Ravenstein, want dat stond eeuwenlang op die plek. De zoektocht is niet helemaal toevallig, want Mengvoederbedrijf Meulemans in de nabijgelegen Lombardstraat wil uitbreiden.

Ooit was het Ravensteinse kasteel een fier, met grachten omgeven complex tussen de Maas en de stad. Doorgaans werd het bewoond door de drost, de vertegenwoordiger van de heer van het Land van Ravenstein. Het was tevens het symbool van de zelfstandigheid van dit Land. Vooral na de Vrede van Münster in 1648 was dat merkbaar. Zuchtten Oss en de andere steden en dorpen in de Meierij van Den Bosch onder het inhalige, protestantse regime van Den Haag, Duitse vorsten heersten over de inwoners van het Land van Ravenstein. Ze moesten weliswaar ook belasting betalen, maar hier konden zowel katholieken als protestanten in ieder geval ongehinderd voor hun geloofsovertuiging uitkomen.

In de herfst van 1794 strijkt het revolutionaire Franse leger neer in het Land van Ravenstein. Omdat dit eigendom was van adellijke heren, worden Stad en Land meteen ont-eigend en ingelijfd bij Frankrijk. En het kasteel wordt na een periode van leegstand in 1798 te huur aangeboden. Twee jaar later herbergt het – na een verbouwing – een kazerne en een hospitaal voor het Franse leger. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met het kasteel, dat bij het vertrek van de Fransen in 1813 letterlijk is uitgewoond. Daar komt bij dat de nieuwe Nederlandse regering ontevreden is over de wijze waarop het Ravensteinse stadsbestuur functioneert. Is om die reden van rijkswege in 1818 besloten tot sloop van het kasteel? Let wel: sloop inclusief de verwijdering van de fundamenten. Want – zo wil de mondelinge overlevering – de Ravensteiners zouden anders maar terug willen naar hun ‘status aparte’!

In 1951 wordt, op wat muurrestanten na, weinig van het kasteel teruggevonden. En Meulemans verhuist naar de andere kant van de Maasdijk, de plek waar nu het bedrijfscomplex van De Heus staat – voor hoelang nog?

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Heesch op stoom!
- Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 23 maart 2016

Heeswijk en Dinther kun je niet combineren

...Heeswijk én Dinther samen één gemeente? In 1965 leidde mogelijke samensmelting van beide kernen tot heftige emoties...
In januari 1965 gooit Herman Breukel, burgemeester van de twee zelfstandige gemeenten Heeswijk en Dinther, de knuppel in het hoenderhok. Hij stelt voor om van de steeds verder aan elkaar groeiende dorpen één gemeente te maken:"...door de combinatie kunnen allerlei diensten worden op- en uitgebouwd, aanvankelijk goedkoper, later vooral beter." 

De Dintherse raad is unaniem positief. In Heeswijk daarentegen, lopen de gemoederen hoog op. Vooraanstaande inwoners mobiliseren zich in het actiecomité Heeswijks Belang tegen de voorgenomen samensmelting met Dinther en verzamelen duizend handtekeningen tegen de toekomstige "Dintherse overheersing", want "die kunnen er alleen maar beter van worden". "Heeswijk heeft iets te bieden: zijn kasteel, zijn abdij, zijn openluchttheater. Dinther heeft niets". Behalve dan een industrieterrein en de meerderheid van de gezamenlijke inwoners. En dat zou volgens Heeswijk in hun voordeel gaan werken als meerderheid in de raad.

"De mentaliteit is heel verschilllend" aldus het actiecomité. "Heeswijk en Dinther kun je niet combineren". Maar de Hogeschool Tilburg weerlegt dat met de opmerking dat de helft van de inwoners zich pas ná 1957 in de dorpen heeft gevestigd. De plaatselijke grootmachten gooien zich ook in de strijd. Het actiecomité weet zich gesteund door de kasteelheer, baron Van den Bogaerde van Terbrugge, heer van Heeswijk en...heer van Dinther. De Nobertijnen op de abdij van Berne juichen een samengaan juist toe. En burgemeester Breukel? Hij moet als voorzitter laveren tussen beide gemeenteraden. De naamgeving van de nieuwe gemeente loopt ook hoog op.

De burgemeester ontvangt enveloppen met stront en er worden vernielingen aangericht. De Vaste Kamercommissie die de dorpen een bezoek brengt, is dan ook "pijnlijk getroffen door heftigheid en haat". De Heeswijkse raad draait het fusievoorstel zelfs terug! In 1968 hakt de Tweede Kamer de knoop door in deze "tragikomedie". Heeswijk en Dinther kun je weldegelijk combineren. Ze vullen elkaar aan op recreatief en industrieel vlak. Beide dorpen worden per 1 januari 1969 samengevoegd tot de nieuwe gemeente Heeswijk-Dinther. Met Plein 1969 als middelpunt.

Dit verhaal stond eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door:
Rolf Vonk

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 21 maart 2016

Aanslag in Ravenstein!

...compressorstation in Ravenstein...
In een uithoek van Bedrijventerrein De Bulk bij Ravenstein staat het Compressorstation van de Gasunie. Het is een onmisbare schakel in het transportnet van het aardgas richting Zuid-Nederland en over onze grenzen. Een kwetsbaar object ook, vandaar dus de hekken en verbodsborden rondom het terrein. Vast staat wel dat de installaties ten tijde van de oplevering, in 1970, nauwelijks beveiligd waren. Maar ja, het was een andere wereld toen…

Het is zaterdag 5 februari  1972, 10 uur ‘s avonds. Joop van den Berg, commandant van de Rijkspolitie in Ravenstein, heeft zijn dienst erop zitten. Op weg naar huis ziet hij in de polder een auto langs de weg staan. Visstropers? Nee, toch niet: een Frans nummerbord en in de auto twee mannen en een vrouw. Helaas schiet het Frans van de politieman tekort om een gesprek aan te knopen en hij vergeet het nummerbord te noteren. Maar deze avondlijke ontmoeting blijft hem bij.

Om 4 uur ’s nachts worden Overlangel en Ravenstein opgeschrikt door een tweetal zware explosies. De hemel kleurt roze en in de verte is een vuurbal te zien met een paddenstoelwolk erboven. Mevrouw Van Dijk uit Overlangel moet meteen aan de atoombom van Hiroshima denken. De brandweer rukt uit, richting Compressorstation, want daar is het te doen: een gat in een gasbuis waarlangs het aardgas naar buiten stroomt en opbrandt in een steekvlam van 70 meter hoog. De blusmiddelen schieten tekort, dus wordt de Gasunie opgetrommeld. Ondertussen laat burgemeester Bonnier het hele dorp Overlangel evacueren.

Zondagochtend 10 uur heeft de Gasunie de buis gedicht, zodat iedereen weer naar huis kan.
Ook in het Overijsselse Ommen worden ze die nacht rond 4 uur wakker van een ontploffing in het Gasstation. Dit kan geen toeval meer zijn. Spoedig wordt gedacht aan sabotage of een terroristische aanslag. Maar wie zit erachter? De Rode Jeugd in Eindhoven? Of de Palestijnse bevrijdingsbeweging Zwarte September?

Pas in november 1972 worden in Parijs twee van de daders opgepakt, vanwege een moordaanslag: de Algerijn Haboudiche en de Franse journaliste Thérèse Lefèbvre. Joop van den Berg identificeert hen als inzittenden van “de Franse luxewagen” bij Ravenstein. Achteraf is hij blij dat hij hen niet sommeerde de kofferbak te openen. Dat had hij vast niet overleefd!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad


Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?