Posts tonen met het label archiefonderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archiefonderzoek. Alle posts tonen

vrijdag 23 oktober 2015

Wie is de archivaris van morgen?

...Yvonne tijdens haar presentatie tijdens de Letterenbeurs...
Radboud Universiteit in Nijmegen hield vorige week de Letterenbeurs voor bachelor- en masterstudenten. In het sfeervolle Huize Heyendaal konden studenten die op zoek waren naar een stage of die zich wilden oriënteren op de arbeidsmarkt in contact komen met verschillende organisaties uit het beroepenveld van geschiedenis, literatuur, cultuur, taal en communicatie. Er waren korte presentaties en workshops van o.a. Das Magazin, Uitgeverij Vantilt en Talpa Producties. Het BHIC en Regionaal Archief Tilburg waren van de partij om de studenten voor te lichten over werk, stage en onderzoek in een archief.

Christian van der Ven (BHIC) en Astrid de Beer (RATilburg) hielden samen een - drukbezochte-  workshop met als titel "Archivaris worden: heb jij het in je?". Hierin kregen studenten aan de hand van verschillende archiefbronnen (gevangenisregisters, foto's, patiëntendossiers van een psychiatrische inrichting, muurkranten) vraagstukken over selectie, openbaarheid, toegankelijkheid en publieksbereik. Het was erg boeiend om te zien hoe de studenten hun hersens kraakten over de probleemstellingen die Christian en Astrid hen voorlegden. De oplossingen die ze aan het einde van de workshop in groepjes presenteerden waren gevat en kwamen zelfs gedeeltelijk overeen met ons huidige beleid . Voor zowel student als archief een leerzame ervaring!
...een enthousiaste groep, met links staand Astrid de Beer...
Daarna gaf ik twee korte presentaties over mijn ervaringen tijdens studie, stages en de werkvloer van het BHIC en RATilburg. Sinds 2012 werk ik als archiefassistent in de studiezaal bij het BHIC en heb mijn stage-ervaringen daarheen meegenomen: bezoekers te woord staan en hun vragen beantwoorden, vrijwilligersprojecten ondersteunen, blogs schrijven en archiefstukken lichten behoren tot mijn werkzaamheden. Als afgestudeerd historica leek het me zinvol om te vertellen op welke fronten het verstandig is om in contact te komen met bedrijven. Want naast het uitbreiden van je netwerk helpt het om een beeld te vormen van het aanbod op de arbeidsmarkt. Met een theoretische studie is het immers een uitdaging om je verworven competenties breder in te zetten dan je gewend bent.

Doordat er een presentatie uitviel, hadden we tijd om de rollen eens om te draaien en de studenten te vragen wat ze wilden leren van de Letterenbeurs. Zo werd duidelijk dat de meesten al met hun master begonnen waren en zich wilden oriënteren op het beroepenveld. Helaas te laat voor een stage, maar veel waren geïnteresseerd in archiefonderzoek voor hun masterscriptie. Daar zijn we natuurlijk ook erg blij mee! Na onze uitleg over mogelijkheden voor stages en onderzoek denk ik dat de stap naar het archief gemakkelijker is geworden voor studenten. Archieven zijn immers, naar mijn mening, de bouwstenen voor de geschiedschrijving.

Dit jaar was de Letterenbeurs niet verplicht, maar werd het aangeboden als een extraatje buiten het programma om. De studenten die aanwezig waren op deze middag waren dan ook oprecht geïnteresseerd en gemotiveerd: een goede basis om onze schatten van archieven te promoten. Voor herhaling vatbaar!  


Geschreven door:
Yvonne Verstappen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Cold case van archiefkraak
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 23 april 2014

Boekje open over burgemeester Verhagen

...P.A.Verhagen voor het monument van zeeheld Jan van Amstel...
Geregeld valt in Schijndel de naam Fundatie Verhagen als weldoener in een project of bij een evenement. Maar waar komt die fundatie eigenlijk vandaan? Henk van den Brand en Lex Kamp doken in de archieven bij het BHIC en ontrafelden een stuk van de Schijndelse historie.

De historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel ging op zoek naar de stichter van het ideële kerkgenootschap, Petrus Arnoldus Verhagen. Verhagen was burgemeester van Schijndel, van 1874 tot 1889. Hij was een treffend voorbeeld van die typische 19de eeuwse weldoeners die de noden van hun dorpsgemeenschap kenden en op zoek gingen naar nieuwe mogelijkheden om schrijnende situaties een halt toe te roepen.

Het boekje gaat in op de jeugd van Petrus Arnoldus maar beschrijft ook de armenzorg in die dagen. Via de handboogschutterij Amicitia en het begin van Verhagen als grootgrondbezitter komt ook het burgemeesterschap van deze weldoener aan bod. Een succesvolle ambtsperiode want diverse leerlooierijen werden opgericht, de Botermijn werd gerealiseerd en de export van met name schoenen nam in die jaren flink toe.
...portret van burgemeester Verhagen...
Belangrijk is uiteraard het testament van de oud-burgemeester. Toen de ongehuwde Verhagen 75 jaar werd, besloot hij wat te doen met zijn bezittingen en vermogen; hij riep een fundatie (stichting) in het leven waaruit voor een lange periode goede werken konden worden gefinancierd. Verhagen overleed in 1905 op 82-jarige leeftijd maar zijn fundatie is nog altijd een levendig begrip in Schijndel. Het boekje over Verhagen is in te zien op de studiezaal in Den Bosch of verkrijgbaar via de Heemkundekring Schijndel.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 


maandag 17 maart 2014

Graafse logies- en serviesgelden

Eerste pagina van de serviesrekening uit 1629

Vorige week heb je kunnen lezen over mijn onderzoek in de stadsrekeningen van Grave in het kader van mijn afstudeerscriptie Archiefwetenschap. Dit keer duiken we nogmaals het Graafse stadsarchief in, maar nu kijken we naar de documenten die iets te maken hebben met de militaire  taken van het vestingstadje.

In de scriptie stond de vergelijking van alle inventarissen van het Graafse stadsarchief centraal. Maar hoe doe je dat? Eén manier was het analyseren van alle documenten van één werkproces, om vervolgens te kijken op welke manier latere archivarissen om zijn gegaan met deze documenten. Hoe hebben zij de stukken beschreven en geordend? Hieronder volgt een aantal voorbeelden van stukken die uit dit militaire werkproces zijn voortgekomen.

Servies- en logiesgelden?
De officiële naam van het proces is 'de ontvangsten en distributie van logies- en serviesgelden.' In modern Nederlands betekent het dat er wordt gekeken naar de ontvangsten en verspreiding van de vergoedingen die burgers ontvingen voor het onderbrengen van soldaten (logiesgelden) en de lonen die officieren en soldaten betaald kregen (serviesgelden).

Deze handelingen zijn onder meer vastgelegd in een serie serviesrekeningen, die in Grave in 1602 begint. Hieronder zie je twee voorbeelden van dergelijke rekeningen, één uit de periode 1627-1629 en één uit 1662-1665. Het verschil in omvang van de rekeningen is te verklaren door de toename van het aantal oorlogshandelingen tijdens de  Tachtigjarige Oorlog en de afname daarvan na de Vrede van Münster in 1648. 

De omvangrijke serviesrekeningen uit 1627-1629

De compacte rekeningen uit de periode 1662-1665 na de Vrede van Münster

Inkwartiering
Tot en met begin 19e eeuw gingen de Graafse burgers gebukt onder de last van de aanwezigheid van vele militairen. De meeste burgers werden namelijk gedwongen slaapplaatsen aan de soldaten aan te bieden. Hiervoor kregen zij uiteraard een vergoeding, de zogenaamde logiesgelden, van de Raad van State. Deze logiesgelden werden door het stadsbestuur namens de Raad uitgekeerd en dit resulteerde vaak in onenigheid over achterstallige betalingen.

Om de vergoedingen te ontvangen, werd per gezin bijgehouden hoeveel soldaten er waren ondergebracht op zogenaamde logiesbriefjes. Hieronder een voorbeeld van dergelijke briefjes, waarbij ook duidelijk de schade te zien is, veroorzaakt door de brand op het gemeentehuis in 1902.

Een verzameling logiesbriefjes uit begin 19e eeuw

Eindelijk: kazernes!
De burgers begonnen steeds meer te klagen over de vele militairen die de stad moest herbergen. Op een gegeven moment, in 1629, waren er maar liefst 4000 militairen in Grave gelegerd, terwijl het vestingstadje zelf slechts 2000 inwoners telde! Steeds meer stemmen gingen op voor het bouwen van kazernes. Onderstaande notitie van het stadsbestuur laat het overschot aan militairen goed zien. Hiermee wilden de bestuurders aan de hogere autoriteiten de penibele situatie duidelijk maken en zo toestemming vragen voor de bouw van kazernes. Uiteindelijk werd deze toestemming in 1743 door de  Raad van State verleend. Helaas was de capaciteit van de kazernes niet altijd groot genoeg, waardoor sommige burgers opnieuw tot inkwartiering van soldaten werden gedwongen.

Notitie van het stadsbestuur in 1742 met een opsomming van het aantal huizen (309) en het aantal gelegerde militairen (rond de 1500) in Grave

Volgende week: de oudste inventarissen
Bovenstaande documenten zijn beschreven en geordend in verschillende inventarissen. Volgende week zal ik de oudste inventarissen bespreken. Hoe gingen de Graafse secretarissen uit de 17e en 18e eeuw om met deze archiefstukken? Niet altijd even zorgvuldig, zoals zal blijken...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Alarm aan de Maas
Ton bier en 'n gevangen schout: cloveniers in Grave