Posts tonen met het label dagboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dagboek. Alle posts tonen

maandag 15 februari 2016

Principiële kapelaan belandt in het gevang

...bidprentje van Arnoldus Moors...
Zijn bidprentje laat zien hoe bewogen zijn leven is geweest. Kapelaan Arnoldus Moors overlijdt in 1826 op 43-jarige leeftijd in Lith. Zijn beroep heeft ervoor gezorgd dat hij dan menig cel van binnen heeft gezien. Waaronder ook in onze eigen Citadel.

Veel heeft Arnoldus Moors overigens niet op zijn kerfstok. Niets eigenlijk, maar daar denken de Franse bezetters in Nederland anders over. Net als veel andere priesters weigert Moors voor de door de paus geëxcommuniceerde keizer Napoleon het lied Domine salvum fac imperatorem Napoleonem (Heer, zegen onze keizer Napoleon) te zingen. En dat komt hem duur te staan.Want op 16 maart 1810 wordt Noord-Brabant bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Franse troepen bezetten Den Bosch zelfs al vanaf 2 februari. En dat brengt met zich mee dat er andere regels gelden, vinden de Fransen (en hun aanhangers).

De apostolisch-vicarus Van Alphen - die overigens ook principieel weigert dit lied ten gehore te brengen - tekent in zijn dagboek hierover op: "De 15de april 1810, op Palmzondag, was kapelaan Moors aan de beurt voor de mis voor de militairen op te dragen, in de St-Cathrien. Hij was bijna gekleed, toen de militaire commandant kwam zeggen: 'Nu wij verenigd zijn met Frank, moet U het Domine salvum fac imperatorem zingen'. Hierop zei Kapelaan Moors dat hij hierover niet was ingelicht door de geestelijke overheid. 'Er is groot verschil tussen een particulier en publiek gebed. Voor dat laatste heb ik permissie nodig van m'n geestelijke overheid. Dat is de wet van de kerk.'"


...fragment uit kaart van een gedeelte van de Meierij van Den Bosch, 1741, met daarop de Papenbril...
Zijn weigering komt hem duur te staan. Na de mis wordt hij opgewacht door twee officieren en via achterstraatjes naar het gevang in de Papenbril (Citadel) gebracht. Van daar gaat hij naar Parijs en wordt zonder verhoor vastgezet in een 'klein kamerke van de gardiëns, met alleen een stoel.' Later wordt hij drie weken alleen gezet in een dergelijk vertrek, later weer gevolgd door een gezamenlijk opsluiting in het kleine kotje, zonder gelucht te worden. "Er was geen wc. De stoelgang werd eensdaags uitgedragen." Zonder ooit verhoord te zijn, wordt eerst Van Alphen op 20 december 1810 ontslagen. "Heel alleen moest ik achterblijven, honderd uren bijna van huis", schrijft Moors. Maar op 1 januari 1811 wordt ook hij ontslagen.

Maar dat betekent niet het eind van zijn gang langs gevangenissen. Want hoewel Moors eerst zijn werk hervat bij een schuilkerk in Den Bosch, moet hij op 13 augustus 1812 opnieuw gedwongen de stad verlaten. Nu wordt hij eerst naar Antwerpen gebracht, vervolgens naar Mechelen om daar twee maanden te worden vastgehouden. Op 10 januari 1813 moet Moors - samen met andere geestelijken - naar Dijon. Moors wordt daar bij particulieren ingekwartierd en heeft een redelijk goed leven met een vaste dagorde: mis opdragen, studeren, lesgeven aan huisgenoten of een kaartje leggen. Na een jaar mag hij weer naar huis. Vanwege de militaire situatie moet dat via Zwitserland en Duitsland. Bij thuiskomst in Den Bosch op 19 februari 1814 treft hij geen Fransman meer aan.

Als kapelaan van de St. Janskerk kan Moors zijn werk hervatten. In 1818 wordt hij benoemd tot pastoor van Lith maar lang kan hij niet genieten van zijn redelijk rustige bestaan want daar overlijdt hij op 30 augustus 1826, twee weken voor zijn 44ste verjaardag.

Met zeer veel dank aan onderzoeker Wim Jaegers die ons wees op het bijzondere bidprentje van deze bijzondere man!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 16 juni 2014

'Mijn God, was de dood zó nabij...'

Herdenking in Katwijk op 10 mei 1946
Op 10 mei 1946 hadden zich vele oud-strijders, officieren, manschappen en familieleden verzameld aan de voet van de Maasdijk te Katwijk. Op die plaats werden de 24 dappere mannen herdacht, die hier op 10 mei 1940 het leven lieten. Voor hen werd een monument opgericht en werd een plechtige ceremonie gehouden.

Oorlogsmonument
Het monument, een obelisk van zeven meter hoog met een kruis op de top, was op die dag gedekt met 'de fiere Nederlandse vlag, strak klapperend op de frisse bries uit 't Westen.' De zandstenen obelisk is ontworpen door de heer Breugel uit St. Oedenrode, die zelf ook in de Maassector had gestreden. Vervolgens is het vervaardigd door de firma's Smits en Van Heijster te Cuijk. 

Ontroerende toespraken
Die ochtend was er al een herdenkingsdienst gehouden in de St. Martinuskerk en de Nederlandse Hervormde kerk te Cuijk voor de gesneuvelden van het voormalige tweede bataljon 26ste regiment infanterie.
In Katwijk volgde een plechtige kranslegging op de graven van deze mannen. Hierbij waren veel militaire en burgerlijke autoriteiten aanwezig, van wie enkelen een ontroerende toespraak hielden. Zo sprak burgemeester Jansen uit Cuijk van het grote voorbeeld dat de soldaten hadden gegeven, waarmee zij een vonk ontstaken, die een laaiend vuur van verzet deed opgloeien in heel Nederland. Deze woorden raakten vele mensen, zo ook een soldaat die zelf had meegevochten in dit regiment: 'Kapitein Heuting leest de namen van de doden: stuk voor stuk herken ik de namen, de gezichten, de harten. Dan ineens een naam... mijn eigen sectie. Mijn  God, was de dood, zó nabij...'

Met de tanden op elkaar...
Dagboekfragment, gevonden in de kanonkamer te Katwijk. Er waren geen overlevenden...
Voor 24 soldaten was die dood inderdaad nabij in 1940. In de kanonkamer van rivierkazemat-zuid te Katwijk werd een dagboekfragment gevonden van één van de mannen. Vlak vóór de grote strijd losbarstte, schreef hij 'stil en blijmoedig' de week in te gaan, maar ook 'met de tanden op elkaar, met het geweer bij de voet.' Opvallend is het rotsvaste vertrouwen in God, dat uit de brief van de jongeman blijkt. Een dag later werd hij bij de Duitse inval om het leven gebracht...

Reacties
We kunnen ons voorstellen dat bovenstaande foto en het bijbehorende verhaal herinneringen bij je oproept. Misschien was je er zelf bij of heb je familieleden die hierbij betrokken zijn geweest. Herken je soldaten of andere personen op deze foto? Heb je andere herinneringen aan deze herdenking of aan de strijd op 10 mei 1940? Mocht dit zo zijn, deel deze herinneringen dan met ons.

Bron
G.A. Gerards, P. van Haren, H. van Dijk, Standhouden..! 10 mei 1940: het verhaal van 12 uren oorlog in Katwijk, Cijk, Sint Agatha en Oeffelt (Cuijk, 1981)


Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Dodenherdenking met een persoonlijk verhaal
- September 1944: Grave bevrijd!

vrijdag 3 januari 2014

Dagboek gaat nú voor je open!

Niet alle archieven die in onze depots zijn ondergebracht, zijn meteen openbaar. Voor een kleine vijf procent geldt - omwille van de privacy van nog levende personen, onevenredige benadeling of andere belangen - een beperking op de openbaarheid. Maar die beperking geldt altijd maar voor een bepaalde periode; zodra die is afgelopen, zijn die stukken in te zien. Ieder jaar komen er op die manier nieuwe archieven "bij". Een aantal van deze stukken brengen we deze maand voor het voetlicht.

Ieder jaar worden er nieuwe archiefstukken openbaar. Dat gaat doorgaans geruisloos, maar er zitten vaak boeiende of leuke stukken bij. Het BHIC vervult binnen Noord-Brabant een belangrijke rol in de openbaarheid van de overheid. Onderzoekers, journalisten en andere geïnteresseerden kunnen met eigen ogen zien wat de overheid aan stukken heeft geproduceerd. Maar ook archieven van particulieren komen op de openbaarheidslijst voor. Om meer aandacht aan deze stukken te schenken, staat deze weblog in de maand januari iedere maandag in het teken van een archief dat openbaar is geworden.

...illustratie van Regionaal Historisch Centrum Eindhoven...
Als eerste lezen we in een dagboekje over de geschiedenis van het landgoed Baest in Oostelbeers in 1915-1916  uit het archief van de familie Van de Mortel-De La Court.
‘op dinsdag 7 en woensdag 8 maart [1916] viel er veel sneeuw. Er waren 2 vossen gespeurd in Hilvarenbeek, die naar de Baast waren gaan jagen, zonder dat zij echter een haasje konden verschalken. Verscheidene oppassers .. en vele arbeiders als drijvers joegen hen op in de Vrouwenreijt. Het wijfje werd niet gezien, het ‘mannetje’ geschoten door Van Gorp, oppasser van Tiedema te Hilvarenbeek, grenzende aan de Vrouwenreijt. Was 12 pond zwaar.’

En iets verder lezen we na de eendenjacht in juli en vlak vóór of tijdens de patrijzenjacht die begin september 1916  de slechtste was sinds mensenheugenis (13 stuks):

...fragment uit het dagboekje...
 ‘op 9 en 10 september hebben wij voortdurend ’t allerzwaarst kanongebulder gehoord. Enkele vreeselijke slagen. Later lazen wij dat toen Lichtervelde door Engelsche vliegers was gebombardeerd. De geheele week van 3-10 september zweeg het kanon niet.’

Lichtervelde ligt in West-Vlaanderen in België op ruim 200 kilometer van het landgoed Baest. Nu zouden we er met de auto twee uur op rijden. Als het kanongeweld op zo’n afstand op het landgoed Baest te horen was, moet het wel oorverdovend zijn geweest. De grote bombardementen in Lichtervelde vonden plaats op maandag 6 september plaats. Hier kun je er meer overlezen. De beelden spreken voor zich zelf.
Zo zie je maar weer dat er in een particulier dagboek soms bijzondere gebeurtenissen tussen de regels door worden genoteerd. En dat de dagboekschrijver er een paar dagen naast zat, zij hem vergeven. Ach, een landheer kan zich ook vergissen.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: