Posts tonen met het label Raad van Brabant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Raad van Brabant. Alle posts tonen

maandag 2 maart 2015

Gebroken harten op kasteel Nemerlaer in Haaren

...kasteel Nemerlaer (schilder onbekend)...
Lang was het stil en leeg op kasteel Nemerlaer, bijna zeventig jaar. De laatste adellijke eigenaar had in 1880 bij testament bepaald dat het oude jachtslot pas weer mocht worden bewoond als de jongste erfgenaam  - een neefje van 12 jaar  -  80 jaar zou worden. Aan dit zonderlinge testament lag een familievete ten grondslag. Iets van die lege en kille sfeer moet er op het slot gehangen hebben toen het huwelijk van kasteelheer mr. Michiel Hubert en zijn tweede vrouw Theodora Agneta van Teijlingen uit Rotterdam in 1794 op de klippen liep. Laten we eens een kijkje nemen achter de kasteelmuren...

Leengoed van de hertog van Brabant 
Waarom werd deze scheiding van tafel en bed door de Raad van Brabant uitgesproken? Om reden dat kasteel Nemerlaer een leengoed was. In 1347 had ridder Jan de Rover de middeleeuwse versterkte burcht als leengoed opgedragen aan hertogin Johanna van Brabant, die het weer in leen aan hem terug gaf met allerlei heerlijke rechten, zoals het jachtrecht, visrecht en vrije warande in de omgeving.

Gedurende de Tachtigjarige Oorlog tegen de koning van Spanje werden er steeds meer steden in het huidige Noord-Brabant veroverd door de Staatsen en kwamen rechtstreeks onder het gezag van de Staten-Generaal van de Republiek. Dit gezag werd pas in 1648 door de koning van Spanje als hertog van Brabant erkend. Zijn rol als hertog van Brabant werd in Staats Brabant rechtstreeks door de Staten-Generaal overgenomen. Zij kregen daarmee ook het gezag over de oude leengoederen van de hertog van Brabant. Hiermee werd de Raad van Brabant te ’s-Gravenhage belast, die uit haar midden drie raadsheren koos die samen met de griffier het Leenhof van Brabant vormde. Dit leenhof registreerden en beheerde de oude en nieuwe leengoederen.

In 1789 kocht mr. Michiel Hubert, oud-schepen van Rotterdam en vrijheer van Hilvarenbeek, Diessen, Riel en Westelbeers het kasteel voor de som van bijna 43.000 gulden. Dit moet in de leenboeken terug te vinden zijn.
...Kasteel Nemerlaer volgens een tekening van Stellingwerf uit 1622,
Leengoed van de hertog van Brabant sinds 1347...
Scheiding van tafel en bed na ruim 30 jaar

Ja, de adel had zo haar eigen kopzorgen..  We komen mr. Michiel Hubert nog als eens al procederend tegen bij het Hof van Holland en de Raad van Brabant.
...Op verzoek van de kasteelheer mag hij zijn proces voor het Hof van Holland gaan voeren voor de Raad van Brabant...
Was het ‘t slepende conflict voor de Raad- en Rentmeester generaal der Domeinen in Brabant over de vrijstelling van houtschat, dat het echtpaar uit elkaar gedreven heeft? Of maakt al dat geld en al die goederen uiteindelijk toch niet gelukkig? Ja, de adel had zo zijn eigen problemen…
Bij vonnis van 27 juli 1792 legde de Raad van Brabant de kasteelheer op om, tijdens de lopende procedures, zijn echtgenote jaarlijks een bedrag van 3000 gulden uit te keren. Omgerekend naar deze tijd circa 30.000 euro. Wij zouden dit nu een ‘voorlopige voorziening’ noemen.
...een uitkering van 3000 gulden per jaar...
Theodora Agneta bevrijd van de ‘Maritale magt’
...Seperatie van de Maritale magt van de gedaagde kasteelheer...
Na enkele uitspraken van de Raad van Brabant inzake de procedure scheidde het echtpaar op 22 juli 1794 van tafel, bed, bijwoning en goederen en ontslaat de kasteelvrouwe van de ‘maritale magt’ van de kasteelheer. Zij had haar vrijheid terug en hoefde hem niet meer te gehoorzamen en te volgen.

Mr. Michiel Hubert verkocht het kasteel in 1796 en moest er zo’n 10.000 gulden op inleveren. Hij stierf op 27 februari 1797 in Kleef.  Die verkoop werd op 11 oktober 1798 op verzoek van dochter lief door de Raad van Brabant nietig verklaard. Jacoba Catharina Hubert die getrouwd was met Bernhard Johan Zaal, volgde in 1797 haar vader op als Vrouwe van Hilvarenbeek en werd de nieuwe kasteelvrouwe van Nemerlaer...

Theodora Agneta van Teijlingen was een langer leven beschoren. Zij woonde in Den Haag en stierf op 17 juni 1825 op 80 jarige leeftijd  in Zevenbergen. We weten ook waar, in huis nr. 496 in het gehucht den Hoek. Het blijft mysterieus rondom de oude kasteelvrouwe...
...een mooi verstild plekje op de binnenplaats van het huidige kasteel...
Annemarie van Geloven

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Het spook van Tongelaar
- De freule




maandag 23 februari 2015

Moorden en martelingen in Breda

De gevangentoren te Breda waaruit Jean le Boul is ontsnapt...
Bron: Breda Beeldcollectie, D0118
10 juni 1805, tussen 8 en 9 uur 's avonds. Draaideurcrimineel Jean le Boul weet op mysterieuze wijze te ontsnappen uit de beruchte gevangentoren te Breda. In het torentje worden de volgende ochtend de cipier en zijn vrouw gevonden, in koelen bloede vermoord. Na een klopjacht op de daders worden Jean en zijn metgezellen gearresteerd en aan een wel héél pittig verhoor onderworpen, waarbij middeleeuwse martelmethoden niet worden geschuwd...

Jean le Boul, ook wel bekend als Servain Severyn, was bepaald geen onbekende voor de Brabantse justitie. Zijn naam duikt op bij tientallen misdrijven, van relatief kleine vergrijpen als winkeldiefstal tot ernstige zaken als mishandelingen. Hij behoorde volgens de rechters tot 'eene bende Huijsbrekers en gaauwdieven.' Het archief van de Raad van Brabant bevat daarom een duimendik dossier over al zijn criminele praktijken...

Bloedvlekjes in de gevangenistoren...
De Luxemburgse boef was rond de vijftig jaar oud en had 'rondgesneden hair', wat wij tegenwoordig waarschijnlijk een 'bloempotkapsel' zouden noemen. Zijn dochter en twee zoons staan tevens in het beklaagdenbankje; zij zouden hun vader hebben geholpen bij zijn uitbraak uit de gevangenis van Breda. Bovendien werd er die nacht ook een dubbele moord gepleegd op de cipier Grootenboer en zijn vrouw...

Een uiterst goed voorbereide moord...
De volgende dag kregen Arij Grootenboer, zoon van de cipier, en zijn vrouw Cornelia de schrik van hun leven, toen zij het torentje van de gevangenis betraden. Hun vader en moeder waren op 'eene moordadige wijze' van het leven beroofd. Er waren alleen twee ballen achtergelaten, eentje met een zwart lint en een ander, genaaid in een grof linnen zakje en daarop waren enkele 'bloedvlekjes' te bespeuren. De sleutels van de cel waren uiteraard verdwenen...

Gruwelijke martelingen?
Uiteindelijk werd Jean le Boul opgepakt en diverse keren aan de tand gevoeld over zijn ontsnapping. Bij het eerste verhoor houdt Jean zich van de domme en zegt niets te weten van de ontsnapping en al helemaal niet van de moord. Nee, hij kende de personen niet, die hem kwamen bevrijden. Of toch wel?

Jean bekent steeds meer delicten...wat is hier aan de hand?

Een maandje later wordt Jean opnieuw verhoord en opeens geeft hij toe dat zijn zoons hem uit het torentje hebben gehaald en dat hij zijn dochter daartoe had aangespoord. Opvallend is dat Jean bij alle vragen telkens 'neen' antwoordt, maar dat direct daaronder wordt toegevoegd: 'De gedetineerde zegt nader ja.'

Zo ontkende Jean aanvankelijk pertinent ook maar iets te maken te hebben met de reeks diefstallen in Brabant van de afgelopen dertig jaar. Schoorvoetend erkent hij dit toch wel, maar voegt toe dat dit al zeer lang geleden is. Even later geeft hij toe dat hij zelfs acht tot tien dagen vóór zijn arrestatie nog via een keldergat een winkel heeft beroofd!

Martelmethoden: vastgebonden en geslagen!
Vóór de uiteindelijke uitspraak kreeg de Luxemburgse crimineel nog één kans om zichzelf te verdedigen. Hij richtte zich, in het Frans, tot de rechters en vertelt dat zijn bekentenissen bestaan uit 'dits forcées', ofwel gedwongen woorden, waaraan hij de nodige blessures over heeft gehouden.
Ze hebben hem in Breda wel vijf weken met de handen en voeten aan elkaar geketend op de grond laten liggen! Bovendien, voegt hij terloops toe, hebben ze hem geslagen. Arme Jean...

Het koord...
Uiteindelijk heeft dit laatste pleidooi Jean le Boul of Servain Severyn niet kunnen redden. De rechters waren overtuigd van zijn criminele verleden en door allerlei getuigenverslagen achtten zij de dubbele moord bewezen. Jean werd daarom veroordeeld tot de doodstraf: '(...) aldaar met de koorde te worden gestraft, dat er de dood na volgt...'
En uiteindelijk toch de doodstraf voor de draaideurcrimineel...

Lisette Kuijper

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Boeven vangen met een grote glimlach
-  Christiaan van de Ven op het criminele pad!


 

vrijdag 20 februari 2015

Wil de echte Hugo de Groot nú opstaan?

...uit de Raad van Brabant...
Hij is drossaard en schout van Bergen op Zoom, superintendant der goederen van stad en markiezaat Bergen op Zoom. Maar hij valt vooral op door zijn naam: Hugo de Groot (1658-1705). Dit achterkleinkind van dé Hugo de Groot en één van de vele Hugo's uit dit adellijk geslacht is met enige regelmaat terug te vinden in de Raad van Brabant. 

Wie kent niet het verhaal van Hugo de Groot en de boekenkist? De gewiekste manier waarop Neerlands rechtsgeleerde (1583-1645) ontsnapte uit slot Loevestein? En dan de intellectuele erfenis die De Groot naliet: van theologische verhandelingen tot indrukwekkende gedichten. Maar zijn achterkleinkind Hugo houdt zich met andere zaken bezig, zo lijkt het.


...één van de stukken waarover de drossaard De Groot zich boog in 1685...
Een blik in de archieven van Raad van Brabant leert ons dat deze Hugo de Groot boetes uitdeelt voor straatrumoer, zich boos maakt over straatschenderij en straffen oplegt voor mishandeling, belediging of bedreiging. Dat klinkt in sommige gevallen spannender dan dat het is. De Groot moet zich onder meer buigen over de kwestie van huisvrouw Geertruijt Grijp die haar arm en hand brandt aan de hete pap en de vraag of dat nu opzet was van Pieter de Clerck die met zijn "quade kop" die pap op tafel zette.


...het verhaal over de pap en de verbrande arm...
En waar overgrootvader Hugo ook bekend staat als het Delfts orakel lijkt dat voor zijn verre nazaten niet van toepassing. Zo lijkt de tolerantie ten opzichte van katholieken wel een prijskaartje te hebben bij de drossaard Hugo. Hij ontvangt in 1704 50 dukatons (ruim 157 gulden) voor de medewerking bij de aanstelling van een franciscaan, als opvolger van een overleden pastoor. 

Zoon Pieter (1684-1747) blijkt er dezelfde principes op na te houden. Evenals zijn vader ontvangt hij een jaarlijkse 'recognitie' (een soort belasting, een heffing) voor het oogluikend toestaan van de katholieke godsdienstoefeningen. Dat weerhoudt hem er niet van katholieke activiteiten aan de kaak te stellen, om zo zijn eigen, binnen gereformeerde gemeenschap omstreden, positie te versterken, zo lezen we in het boek "Geloof kan bergen verzetten" van Charles de Mooij. Dat lijkt toch ver af te staan van de man met de boekenkist. 

Marilou Nillesen

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Een weldenkend en humaan mens
- Adriana van Overstraten

vrijdag 13 februari 2015

Slaag jij voor de inburgeringscursus tot Brabander?

...Nicolaas Cann, geboren in Leeuwarden en toch een Brabander...
Deurwaarder aangevallen? Overspel gepleegd? Of iemand vermoord? In die gevallen kwam je tussen 1591 en 1795 voor de Raad van Brabant te staan. De Raad bestond uit zeven raadsheren. Uit echte Brabanders, wel te verstaan.

In de Raad zaten onder andere griffiers, openbaar aanklagers en deurwaarders. Eén ding hadden de heren allemaal gemeen: het waren échte Brabanders. Tenminste, dat moesten zij volgens de voorwaarden van Blijde Inkomste - een soort verre voorloper van de Grondwet - wél zijn. Waren zij het niet, dan konden ze toch worden benoemd want dan werden ze tot Brabander genaturaliseerd. Zoals bijvoorbeeld Nicolaas Cann, geboren in Leeuwarden maar dankzij zijn naturalisatie tot Brabander benoemd tot raadsheer in 1663.

...naturalisatie van B. Halfwassenaer...
Ook Bernardus J.J. Halfwassenaer wordt - ruim een eeuw later - genaturaliseerd. En hoewel de term inburgeringscursus nog een aantal eeuwen op zich laat weten, wordt er wel geëxamineerd, blijkt uit zijn Akte van naturalisatie uit 1780:


"Mitsgaders daarop het schriftelijk advis van den Advocaat Fiscaal om verscheidene reeden en consideratien ons daartoe moveerende". Er is dus - om moverende redenen - een advies gevraagd van de advocaat-fiscaal, zeg maar de openbaar aanklager van de Raad. Dat moet positief zijn geweest want er wordt ingestemd met de naturalisatie; Halfwassenaer mag zich vanaf dan een echte Brabander noemen.

Een erg strenge examinatie was het kennelijk niet en bovendien moet Halfwassenaer niet de meest omstreden kandidaat zijn geweest. Hij komt namelijk nog veel vaker voor in ons archief: eenmaal als hij poortersrechten krijgt (1778), verder als hij een wapenvergunning krijgt als opper-jagermeester van de Kroon (1806) én tot benoeming tot Ridder in de Koninklijke Orde der Unie (1809). Een Brabander om trots op te zijn ;-)

...van Brabander tot Ridder (uit archief Familie van de Mortel - De La Court, T 305, invnr 870)...  
Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

vrijdag 6 februari 2015

Een overspelige dominee

Moet ghij noch een hoer in huijs brengen?
...alhier tot narichtinge sal worden geregistreert... 
De Raad van Brabant had niet alleen rechtsprekende taken, maar was ook betrokken bij  het toezicht op overheidsfunctionarissen. In dit geval op de overspelige en frauduleuze dominee Matheus Knaaps, predikant in Terheijden en voorheen in Baarle-Nassau, die al eerder met de Raad van Brabant  in strafrechtelijke zin in  contact was geweest. Maar deze kwestie fungeerde ook als een soort  jurisprudentie voor de te volgen procedure bij het ontzetten van predikanten uit hun ambt en de invloed van de Provinciale Synode in dit soort zaken.

De Provinciale Synode in Rotterdam had de classis Breda in juli 1680 op de vingers getikt omdat dominee Knaaps niet in de gelegenheid was gesteld om zijn standpunt eerst aan de synode voor te leggen, vóór hij door de classis Breda op 7 maart 1680 uit zijn ambt ontzet was. Een onbekende was Knaaps voor de Raad van Brabant zeker niet. Rond 1676 was er al een crimineel proces tegen hem gevoerd wegens overspel, verduistering van diaconiegelden in Baarle-Nassau en ander wangedrag.

Raadplegen we daarnaast ook zijn lijvige dossier in het archief van de Classis van Breda, dan worden we alleen maar bevestigd in het frauduleuze en overspelige gedrag van deze bedienaar van het Goddelijke woord. Eerst had hij in zijn studententijd in Groningen Sara de Homel als getrouwd man met zijn amoureuze avances om de tuin geleid.
...Sara de Homel...
...Lijsbeth de Waal...
...Lijsbeth de Wael een spinhuijs hoer…
Nog meer ‘vleeschelijke conversatie’ had hij met Lijsbeth de Waal, bij wie hij zelfs drie kinderen verwekte. Lijsbeth verbleef  in Rotterdam in het ‘dolhuis’ waar hij haar via zijn netwerk had uit had weten te krijgen. Illustratief voor deze zaak zijn de suggestieve vragen die de classis had opgesteld voor een verhoor van de overspelige dominee. Deze liegen er niet om, al worden die niet gestaafd door antwoorden van Knaaps zelf...

...moet ghij noch een hoer in huijs brengen?...
‘of zijn echte vrouw  - als hij Lijsbeth tot Baarle bracht – niet tegens hem Knaaps seyde: hebt gij aan mij geen vrouw genoegh, moet ghij noch een hoer in huijs brengen? 
Toen die situatie onhoudbaar werd, had hij een kamer voor Lijsbeth gehuurd in Breda. En toen hij haar zwanger had gemaakt, moest zij tijdens de bevalling noodgedwongen een andere man – met de toepasselijke naam Nicolaas Uit de broeck -  als de vader van haar kind aanwijzen. Toen hij haar voor de tweede keer zwanger had gemaakt, probeerde hij er weer onder uit te komen. Maar hij was niet te lui om ‘omtrent drie weeken kraams sijnde… haar 3 ducatons gevende en seggende ‘vat mij eens in uw armen, dan sullen wij ’t noch eens doen’
...Sullen wij ’t noch eens doen?...
Het derde kind probeerde hij uit te besteden, zodat hij er zelf niet voor hoefde te zorgen..
Mooi dat de archieven van de Raad van Brabant een kijkje geeft in het soms onstuimige leven van mensen. Dit verhaal over de ‘foute’ dominee leest als een film. Het script ligt klaar om ontcijferd te worden.. Terheijden of Baarle-Nassau, zijn jullie er klaar voor?

Annemarie van Geloven

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Kerkgang en einde huisarrest
- Smokkelaar