Posts tonen met het label vonnissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vonnissen. Alle posts tonen

maandag 23 februari 2015

Moorden en martelingen in Breda

De gevangentoren te Breda waaruit Jean le Boul is ontsnapt...
Bron: Breda Beeldcollectie, D0118
10 juni 1805, tussen 8 en 9 uur 's avonds. Draaideurcrimineel Jean le Boul weet op mysterieuze wijze te ontsnappen uit de beruchte gevangentoren te Breda. In het torentje worden de volgende ochtend de cipier en zijn vrouw gevonden, in koelen bloede vermoord. Na een klopjacht op de daders worden Jean en zijn metgezellen gearresteerd en aan een wel héél pittig verhoor onderworpen, waarbij middeleeuwse martelmethoden niet worden geschuwd...

Jean le Boul, ook wel bekend als Servain Severyn, was bepaald geen onbekende voor de Brabantse justitie. Zijn naam duikt op bij tientallen misdrijven, van relatief kleine vergrijpen als winkeldiefstal tot ernstige zaken als mishandelingen. Hij behoorde volgens de rechters tot 'eene bende Huijsbrekers en gaauwdieven.' Het archief van de Raad van Brabant bevat daarom een duimendik dossier over al zijn criminele praktijken...

Bloedvlekjes in de gevangenistoren...
De Luxemburgse boef was rond de vijftig jaar oud en had 'rondgesneden hair', wat wij tegenwoordig waarschijnlijk een 'bloempotkapsel' zouden noemen. Zijn dochter en twee zoons staan tevens in het beklaagdenbankje; zij zouden hun vader hebben geholpen bij zijn uitbraak uit de gevangenis van Breda. Bovendien werd er die nacht ook een dubbele moord gepleegd op de cipier Grootenboer en zijn vrouw...

Een uiterst goed voorbereide moord...
De volgende dag kregen Arij Grootenboer, zoon van de cipier, en zijn vrouw Cornelia de schrik van hun leven, toen zij het torentje van de gevangenis betraden. Hun vader en moeder waren op 'eene moordadige wijze' van het leven beroofd. Er waren alleen twee ballen achtergelaten, eentje met een zwart lint en een ander, genaaid in een grof linnen zakje en daarop waren enkele 'bloedvlekjes' te bespeuren. De sleutels van de cel waren uiteraard verdwenen...

Gruwelijke martelingen?
Uiteindelijk werd Jean le Boul opgepakt en diverse keren aan de tand gevoeld over zijn ontsnapping. Bij het eerste verhoor houdt Jean zich van de domme en zegt niets te weten van de ontsnapping en al helemaal niet van de moord. Nee, hij kende de personen niet, die hem kwamen bevrijden. Of toch wel?

Jean bekent steeds meer delicten...wat is hier aan de hand?

Een maandje later wordt Jean opnieuw verhoord en opeens geeft hij toe dat zijn zoons hem uit het torentje hebben gehaald en dat hij zijn dochter daartoe had aangespoord. Opvallend is dat Jean bij alle vragen telkens 'neen' antwoordt, maar dat direct daaronder wordt toegevoegd: 'De gedetineerde zegt nader ja.'

Zo ontkende Jean aanvankelijk pertinent ook maar iets te maken te hebben met de reeks diefstallen in Brabant van de afgelopen dertig jaar. Schoorvoetend erkent hij dit toch wel, maar voegt toe dat dit al zeer lang geleden is. Even later geeft hij toe dat hij zelfs acht tot tien dagen vóór zijn arrestatie nog via een keldergat een winkel heeft beroofd!

Martelmethoden: vastgebonden en geslagen!
Vóór de uiteindelijke uitspraak kreeg de Luxemburgse crimineel nog één kans om zichzelf te verdedigen. Hij richtte zich, in het Frans, tot de rechters en vertelt dat zijn bekentenissen bestaan uit 'dits forcées', ofwel gedwongen woorden, waaraan hij de nodige blessures over heeft gehouden.
Ze hebben hem in Breda wel vijf weken met de handen en voeten aan elkaar geketend op de grond laten liggen! Bovendien, voegt hij terloops toe, hebben ze hem geslagen. Arme Jean...

Het koord...
Uiteindelijk heeft dit laatste pleidooi Jean le Boul of Servain Severyn niet kunnen redden. De rechters waren overtuigd van zijn criminele verleden en door allerlei getuigenverslagen achtten zij de dubbele moord bewezen. Jean werd daarom veroordeeld tot de doodstraf: '(...) aldaar met de koorde te worden gestraft, dat er de dood na volgt...'
En uiteindelijk toch de doodstraf voor de draaideurcrimineel...

Lisette Kuijper

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Boeven vangen met een grote glimlach
-  Christiaan van de Ven op het criminele pad!


 

woensdag 26 februari 2014

De laatste beul van Den Bosch

...uit het vonnis van Johannes Libordus Kleijne uit 1819...  
De AKO literatuurprijs ging dit jaar naar Joke van Leeuwen, voor haar boek 'Feest van het begin'. Dit boek speelt zich af in Parijs ten tijde van de Franse Revolutie, 1795. Het gaat onder andere over de beul Charles die door zijn beroep wordt gemeden maar eigenlijk een vriendelijke ontwikkelde man is. 

Joke van Leeuwen heeft voor haar roman gedegen historisch onderzoek gedaan. Bij het lezen van vonnissen van de rechtbank van Den Bosch stuitte ik op een veroordeling in 1819 van Johannes Libordus Kleijne, 68 jaar oud. Als beroep wordt genoteerd: "Meester van den Scherpengeregte en de heelkunst uitoefenende". In een ander vonnis wordt zijn beroep nog plastischer beschreven als "Meester van den Scherpen – Zwaarde". Deze beul van Den Bosch gebruikte net als Charles zijn anatomische kennis, opgedaan tijdens het uitoefenen van zijn beulswerk, ook op een meer positieve manier. Hij deed dit waarschijnlijk om zijn inkomsten aan te vullen, maar wellicht ook uit 'interesse', zoals Charles, of om meer geaccepteerd te raken bij de bevolking. 

...fragment uit het vonnis van Johannes Libordus Kleijne uit 1819...  
Hoewel zelf ervan overtuigd dat hij tot de heelkunde bevoegd was, bleek hij niet over de juiste papieren te beschikken en werd daarom in 1819 – na al bijna twintig jaar de heelkunde te hebben beoefend - veroordeeld tot een boete van 25 gulden, waar nog 10 gulden 76 bovenop kwam voor de proceskosten. Johannes Libordus Kleijne kwam net als Charles uit een 'beulsfamilie'. Hij had het vak van zijn vader David Hendrik Kleijne overgenomen, en droeg het over op zijn zoon Johan Hendrik. 

Johan Hendrik, die in Den Bosch "Jan Hein" werd genoemd, was de laatste beul van Den Bosch die openbare terechtstellingen uitvoerde, waarvan de laatste in 1856 plaatsvonden. Hij werd halverwege de negentiende eeuw tweemaal veroordeeld voor 'het onbevoegd verlenen van heelkundige behandeling', onder meer voor het zetten van een gebroken arm. En  weer twintig jaren later blijkt Johannes Lubardus Kleijne, genoemd naar zijn grootvader, de familietraditie voort te zetten: hij is op dat moment "assistent scherpregter" en verleent clandestien wat heelkundige hulp. Zo vader, zo zoon!

Deze tekst is van de hand van gastblogger Mirjam Lambermon. Ben jij ook op een mooi verhaal gestuit tijdens je genealogische of historische onderzoek? En wil je dat verhaal delen? Stuur het in! Niet te lang (rond de 250 à 350woorden), illustratie erbij en we plaatsen het op ons weblog. Wie durft? :-)

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 

maandag 23 april 2012

BHIC zet ruim 6500 schatten online!


Dagvaarding van de getuigen Adrianus Potjes en Reinier van Tongeren om "in persoon te verschijnen ten einde getuigenis der waarheid te geven omtrent de daadzaken en omstandigheden..."
 
Waarom veroorzaakte de 53-jarige werkloze Willem van Hoogstraten uit Ravenstein op 28 mei 1826 onrust in zijn buurt? Het was niet de eerste keer dat deze heetgebakerde Ravensteiner over de schreef ging. De echte reden weten we niet, maar wel wat het vonnis luidde op die zonnige dag op 2 juni 1826: een boete van vier gulden of een gevangenisstraf van vijf dagen in de toren van Megen. Een interessante kwestie en dat is er maar één van de 6500 vonnissen en akten die nu online te vinden zijn op de BHIC-site.

Het BHIC heeft de index op de archieven van de vredegerechten op zijn site uitgebreid met ruim 6500 vonnissen, akten en uitspraken afkomstig van de vredegerechten Boxmeer en Ravenstein. Dit dankzij een gift van de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) afdeling Land van Cuijk en Ravenstein. Ben je stamboomonderzoeker dan zijn deze vredegerechten een belangrijke bron, want je vindt hierin achtergrondinformatie uit het dagelijkse leven van personen.

Het BHIC heeft de vonnissen van 6 van de 24 vredegerechten die Noord-Brabant tussen 1811 en 1838 telde online staan op www.bhic.nl/vredegerechten, namelijk van Boxmeer, Eindhoven, Gemert, Grave, Ravenstein en Roosendaal. Van de 15.000 akten hebben er 6.500 betrekking op Boxmeer (4000) en Ravenstein (2500).

Maar wat zijn vredegerechten eigenlijk? Het zijn de voorlopers van de huidige kantongerechten, de laagste rechtbanken dus. Ze zijn afkomstig uit het Franse rechtstelsel en zijn in Nederland ingevoerd tijdens de inlijving bij Frankrijk. Voor het grootste deel van Brabant vond dat in 1811 plaats. In 1838 zijn de vredegerechten opgeheven. De vrederechter was bevoegd voor lichte vergrijpen en eenvoudige administratieve handelingen. Hij behandelde eenvoudige dorpsruzies, openbare verkopingen en voogdij aanstellingen, maar bijvoorbeeld ook zelfmoordzaken.

Een waardevolle informatiebron als je meer over je voorouders te weten wilt komen! Je kunt de index doorzoeken via www.bhic.nl/vredegerechten en de stukken aanvragen via de studiezaal van het BHIC.

Ten slotte willen wij Wim Jaegers van de NGV afdeling Land van Cuijk en Ravenstein hártelijk danken voor zijn medewerking om deze stukken digitaal aan te leveren en aan het BHIC beschikbaar te stellen. Hierdoor zijn deze historische bronnen voor iedereen gemakkelijk te doorzoeken.

En het vonnis luidt…




Ter gelegenheid van het online gaan van 6500 vonnissen en akten afkomstig van de vredegerechten Boxmeer en Ravenstein, schotelen we je hier een maand lang élke maandag een bijzondere zaak voor!








vrijdag 28 oktober 2011

Prijsvraag! Wie weet de juiste straf?

Na een maand vol blogs over 200 jaar rechterlijke macht heb jij - als lezer - wel enig inzicht hoe het er in deze afgelopen twee eeuwen qua straffen aan toe is gegaan. Maar hoe goed is je inzicht op dit gebied? Doe mee aan deze prijsvraag en win een kopie van een vonnis (aanwezig bij BHIC) naar keuze!

Meedoen is heel eenvoudig. We leggen twee zaken aan je voor en aan jou de taak om - aan de hand van multiple choice-vragen - de juiste straf erbij te kiezen. Het gaat om de volgende zaken:

Kwestie 1:
Henricus van der Sluis, sigarenmaker, 17 jaar, geboren en wonende in 's-Hertogenbosch heeft op 1 april 1900 een kwartje afhandig gemaakt van Jacobus Wilhelmus Hommes. In de sigarenwinkel van Vrouw Stevenaar wilde Jacobus Hommes sigaren afrekenen, en legde daartoe een kwartje op de toonbank. Henricus van der Sluis heeft dit toen snel opgepakt en is de winkel uitgerend.

Henricus kreeg hiervoor als straf:
A. een geldboete van een gulden, plus terugbetalen van het kwartje
B. een gevangenisstraf van 3 dagen
C. een gevangenisstraf van 6 weken  

Kwestie 2:
Franciscus Cornelis Bouchée, 22 jaar, (leiendekker), Jacobus Cornelus Wirken, 20 jaar (arbeider) en Adrianus van de Ven, 35 jaar (arbeider) hebben op 15 januari 1900 in Woensel met zijn drieën Willem van der Geer mishandeld door te slaan en te verwonden. Willem van der Geer woont in een woonwagen, welke de drie verdachten wilden omgooien. Daarop kwam Willem naar buiten en hebben de verdachten hem met een stuk ijzer (ter terechtzitting aanwezig) geslagen, zodat de tanden uit zijn mond vielen en zijn arm gekneusd.

De drie kregen hiervoor een straf van:
A. een geldboete van honderd gulden
B. een gevangenisstraf van zes maanden tot een jaar
C. een gevangenisstraf van drie jaar
 
Stuur je oplossing naar info@bhic.nl onder vermelding van prijsvraag en maak kans op de kopie van een vonnis dat je altijd al wilde hebben!