Posts tonen met het label criminaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label criminaliteit. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2016

Vals geld op de kermis in Oploo

Een tweemarkstuk uit 1877 met de afbeelding van de Duitse keizer

Josephina Erkes (29) heeft in de rechtszaal een baby van een paar maanden oud op de arm. Het kind is in de gevangenis, tijdens voorarrest, geboren. Het is haar zwaar te moede, op de vragen van de rechter geeft ze geen antwoord. Het maakt niet uit, de rechter is er snel van overtuigd dat zij het was die op 6 en 7 oktober 1895 de valse munten op de kermis in Oploo heeft uitgegeven.

De bewijzen zijn overduidelijk, de verklaringen van de getuigen glashelder. Resterende valse munten zijn door de gewaarschuwde brigadier Baarts aangetroffen in de portemonnee van haar man, Adriaan Verstegen (29). Duits geld: stukken van 1 en 2 mark uit 1877 met de beeltenis van de Duitse keizer. De vrouw voldoet aan de beschrijving van de kermislui: klein, donker haar en blauwe ogen, ronde kin, ovaal gezicht en geheel in het zwart gekleed.

Verstegen heeft de munten zelf gemaakt. Hij is goed met zijn handen. De in Wanroij geboren zoon van een klompenmaker beoefent officieel hetzelfde beroep als zijn vader. Hij woont in Duitsland, in Kempen, vlak over de grens bij Venlo. Zijn vrouw Josephina is een Duitse; zij is geboren in Sankt Hubert, een vlek in de buurt van Kempen.
Verstegen bekent op 21 april 1896 tegenover zijn rechters dat hij de valse munten heeft gemaakt. Waarom? Zijn gezin was in diepe ellende geraakt, zegt hij. Langer dan een jaar was híj, de kostwinner, aan het ziekbed gekluisterd geweest. Hij had zijn huisraad al verkocht om eten te kunnen kopen. Ten einde raad was hij bezweken voor de verleiding en had wat munten gemaakt.

Burgemeester Plum van Kempen, ook aanwezig op de zitting in  Den Bosch, had hoogstpersoonlijk het huisje van de twee onderzocht. In het klompenblok, waarop Verstegen zijn klompen hakte, had hij een verborgen luikje ontdekt. Daarachter had het bewijsmateriaal gelegen: gipsvormen voor het gieten van munten. Plum was niet verbaasd geweest. Verstegen was eerder op valsemunterij betrapt en had al een jaar in een Duitse cel doorgebracht.

De rechters tonen weinig compassie. De valsmunterij zelf wordt zwaar bestraft: Verstegen moet vier jaar de cel in. Het opzettelijk uitgeven van vals geld wordt minder zwaar aangerekend, zijn vrouw krijgt een jaar gevangenisstraf.

Beiden gedragen zich goed in de gevangenis. De man heeft het er moeilijk. De gevangenisdirecteur noteert dat Verstegen lijdt aan 'een zeer gedeprimeerde toestand van het zenuwstelsel.' Twee verzoeken om eerder vrijgelaten te worden, worden door de minister van justitie echter afgewezen. De valsemunter zit de volle straf uit.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Een zeeman met Sambeeks kerkzilver
- Boze cafébezoeker steekt drie broers neer

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 19 februari 2016

Zwerver afgeslacht in schuur in Vianen

De inschrijving van de gewelddadige Poolse zwerfster in het Vluchtoord Uden
Midden in de nacht maakt Berendina Mackowiak (45) die andere zwerver, Dirk van Dijk (50), wakker. 'Nu is het tijd', zegt ze. Van Dijk, die net als de Poolse vrouw onderdak heeft gevonden in een schuurtje tussen  Cuijk en Vianen, wrijft zich de slaap uit de ogen. Hij neemt de ijzeren staak en slaat de derde slaper in de hut hard op diens hoofd. Dat is Berend Tap, een 72-jarige dakloze die handelt in van alles en nog wat.

'Laat mij het maar doen,' zegt de Poolse geïrriteerd, als blijkt dat Tap weliswaar zwaargewond is, maar nog lang niet dood. Ze pakt de staak en slaat nog eens en nog eens.

Het lijk dat op maandagmorgen 30 juni 1930 in een moddersloot in Vianen wordt gevonden, is vreselijk toegetakeld. Wonden aan hoofd en armen. Er blijkt zelfs chloorkalk en peper over het lijk gegooid te zijn, om speurhonden op een dwaalspoor te brengen. Niet veel later worden twee verdachten, de zwervers Van Dijk en Mackowiak, aangehouden.

Tijdens de rechtszitting in Den Bosch, op 15 juni 1931, bekent Van Dijk dat hij Berend Tap, na het toedienen van slagen, samen met de vrouw in een sloot heeft gekieperd. Toen hoorden ze Tap nog kermen: 'Nou gooit ze ook nog kalk over me heen.'
Daar had Mackowiak wel raad mee geweten. Met een hooivork had ze net zolang gestoken totdat Tap geen kik meer gaf. 'Uit erbarmen,' zegt ze tijdens de zitting. Van Dijk had volgens haar de moord gepleegd, zíj had de zwerver alleen maar uit zijn lijden verlost.

De buit, enkele horloges en klein spul, hadden ze verdeeld. Mackowiak, tijdens de Eerste Wereldoorlog als vluchtelinge uit België in een kamp in Uden terechtgekomen, was eerder verdacht van de moord op een man. Dat kon toen niet bewezen worden.

Van Dijk verklaart dat het hem niet om de buit te doen was geweest. Hij had niet eens willen doden. Hij had Tap alleen maar geslagen omdat hij jaloers was. Tap had een relatie met de Poolse vrouw, terwijl hij verliefd op haar was geworden. De Poolse had volgens hem de dodelijke slagen uitgedeeld. Het deed er niet toe, vond de rechter en hij veroordeelde beiden tot acht jaar cel.

Tap was getrouwd, maar leefde al jaren gescheiden van zijn vrouw. Dat was een beruchte oplichter: Femia Haverhoek. Toen haar man voor de rechter stond, zat ze zelfs wegens kwakzalverij in de gevangenis. Haverhoek gaf zich later uit als 'psychometriste': ze kon aan een portret gebeurtenissen uit het verleden aflezen.

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Criminaliteit in Gestel
Goede mannen, steekt uw sweert in uw schede

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 1 februari 2016

De lotgevallen van een 'hulpeloos mensch'

Slot van de lange klachtbrief van Swinkels. Onthou vooral zijn handschrift...
Ook deze week nemen we in het kader van de  openbaarheidsmaand weer een kijkje in één van onze kerkelijke archieven. Dit keer duiken we in het tragische verhaal van Martinus Swinkels, die keer op keer de Udense pastoor Spierings, bisschop Van de Ven en zelfs de aartsbisschop van Utrecht smeekte om te mogen trouwen. Wanneer we verder graven in onze archieven, vinden we de opmerkelijke reden van deze pertinente weigeringen...

Martinus Swinkels was geboren in 1874 te Uden als zoon van een ongetrouwde moeder. Op een gegeven moment vond hij werk bij een meubelmaker in Duitsland. Zijn 'zuur gespaarde penningen' wilde hij spenderen aan een mooie bruiloft. Maar helaas, de geestelijken stribbelden tegen...

Van Herodus naar Pilatus...
Het archief van de parochie Sint Petrus te Uden bevat een ellenlange klachtenbrief van Martinus Swinkels, gericht aan de 'aardsbisschop' van Utrecht. In een uiterste poging om tóch dispensatie te krijgen voor zijn huwelijk legt hij op 8 juni 1900 zijn 'treurigen toestand' aan de hooggeplaatste geestelijke bloot.

Vervreemd en uitgeworpen...Martinus twijfelt aan de Kerk!
De Udense pastoor Spierings had geweigerd om een verzoek voor dispensatie door te sturen naar bisschop Van de Ven in Den Bosch. Hij bemoeide zich niet met die zaak; dit waren 'zijne eigene woorden,' aldus een geagiteerde Martinus.

De gehele brief bestaat uit een klaagzang over de handelswijze van Spierings en Van de Ven, die hem verschillende reizen vanuit Duitsland lieten maken, allemaal zonder resultaat. Uiteindelijk bleef Martinus geruïneerd achter, als een 'hulpeloos mensch' en met een 'ledige beurs.'  Hij had er schoon genoeg van om telkens van 'Herodus naar Pilatus' te worden gestuurd en begon zelfs te twijfelen aan de leerstellingen van de Rooms-Katholieke kerk!

Schande
Na de zoveelste reis naar Nederland bleek dat er geen dispensatie kon worden verleend omdat hij in Duitsland woonde. Inmiddels had hij zijn aanstaande bruid bij zich in huis genomen, omdat zij niet langer kon wonen in haar 'onhoubare stal.' Je kunt het je voorstellen hoe heel Uden schande sprak van deze situatie. Teleurgesteld wendde Martinus zich 'fluks' tot de pastoor van Sterkrade en diens antwoord was verrassend. Lees maar mee:

De Duitse pastoor ziet geen enkel probleem!
Deze Duitse pastoor meende dus dat Swinkels zonder bezwaar in 'Holland' zou kunnen trouwen en dat er helemaal geen dispensatie verleend hoefde te worden! Het probleem was dat men het stel gewoon niet wílde trouwen, aldus de pastoor. Wat waren dan de achterliggende redenen voor Spierings en Van de Ven, die halsstarrig weigerden dit huwelijk te voltrekken?

Harmonicaspeler
Hiervoor moeten we even terug naar de prille jeugd van Martinus Swinkels. Op 15-jarige leeftijd komt hij als een onschuldig ogende harmonicaspeler al voor het eerst in aanraking met justitie. Wegens bedelarij tussen Sambeek en Boxmeer werd hij acht dagen in hechtenis genomen.

Aanklacht tegen de bedelende Martinus, 1890
In bovenstaande aanklacht staat precies beschreven hoe de pientere Swinkels dit aanpakte. Hij stak één van zijn armen in de jas 'ten einde de liefdadigheid der voorbijgangers op te wekken, willende doen voorkomen alsof hij die arm miste.'

Twaalfvoudige dief
Was dit dan voldoende grond om hem de kerkelijke zegen over zijn huwelijk te ontzeggen? Misschien konden de bisschoppen dit akkefietje nog wel door de vingers zien, maar een jaar later werd Martinus opnieuw in de kraag gevat. Ditmaal voor een ernstiger vergrijp, namelijk een twaalfvoudige diefstal!

De 16-jarige harmonicaspeler belandt in 1891 wéér in de gevangenis

Deze keer kwam Swinkels voorlopig de gevangenis van Breda niet uit. Hij kreeg maar liefst een jaar gevangenisstraf opgelegd. Zekerheid hebben we natuurlijk niet, maar het is heel goed mogelijk dat Spierings en Van de Ven vanwege zijn misdadige verleden geen dispensatie voor zijn kerkelijk huwelijk wilden verlenen.

Beschrijving van Martinus Swinkels in het gevangenisregister. Vergelijk zijn handtekening met de eerste foto...
Toch lijkt het erop dat Martinus zijn leven heeft verbeterd. Na 1891 duikt zijn naam niet meer op in de gevangenisregisters en op 28 juli 1900 stapte hij uiteindelijk in het huwelijksbootje met zijn geliefde Johanna Maria van Boxtel. Of het kerkelijk huwelijk ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft vooralsnog een mysterie...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Kijkje in kerkelijke archieven
Elk huisje heeft zijn kruisje

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

vrijdag 6 november 2015

Geboeid door boeven!


Van kruimeldief tot moordenaar, van wanbetaler tot vechtjas, je komt ze allemaal tegen in onze archieven. De gevangenisregisters zijn een prachtige bron voor stamboomonderzoekers, maar ook bijvoorbeeld sociologen en criminologen kunnen er hun vingers aan aflikken. Deze lijvige inschrijfboeken bevatten namelijk de naam, geboortedatum, -plaats en het beroep van honderdduizenden gevangenen - mannen en vrouwen - maar ook informatie over de veroordeling door een rechtbank en het begane misdrijf. Bovendien bevatten veel registers signalementen van gevangenen en gegevens over ouders, burgerlijke staat, genoten onderwijs en gedrag in de gevangenis.

Geen wonder dat het BHIC vorig jaar de inschrijvingsregisters van de drie grote Brabantse strafgevangenissen uitkoos om te digitaliseren. Maar niet zonder de hulp van honderden vrijwilligers, want zij waren het die in record tempo - maar toch uiterst nauwkeurig! - alle namen wisten in te kloppen in een database. Daarin kan nu iedereen zoeken, je vindt ze tussen alle andere personen in onze stamboomdatabase. En zitten er nog boefjes in jouw familie? ;-)

Nieuwe klus
Omdat de honger van onderzoekers naar nieuwe informatie niet te stillen is, omdat alle inkloppers bleven vragen naar méér van dit soort spannende klussen en omdat het BHIC nog letterlijk kilometers archieven in huis heeft om digitaal toegankelijk te maken, komen we binnenkort met een nieuw project: de inschrijvingsregisters van de Brabantse Huizen van Bewaring.

Deze strafinrichtingen waren bestemd voor mensen die bijvoorbeeld wegens overtredingen tot een gevangenisstraf waren veroordeeld, voor gegijzelden wegens schulden, voor personen die nog terecht moesten staan, voor passanten en ook voor mensen die op verzoek van familie wegens verkwisting of wangedrag waren opgesloten. Kortom, niet alleen de spreekwoordelijke grote jongens, maar ook gewone burgers die een keer de fout waren ingegaan.

Verhalen uit de bak
Houd ons nieuws dus in de gaten als je mee wilt doen met dit nieuwe project. Want ook jij kunt helpen met het inkloppen van de persoonsgegevens van al die Brabanders die korte of langere tijd achter slot en grendel verdwenen en nu terug te vinden zijn in onze archieven.

En achter al die namen en gegevens van boeven en boefjes gaan natuurlijk tragische, indrukwekkende en soms romantische verhalen schuil. Journalist Geurt Franzen dook in deze archieven en legde elf persoonlijke geschiedenissen van grote en kleine criminelen vast. Eerder verschenen deze verhalen in dagblad De Gelderlander, de komende weken lees je ze iedere vrijdag hier, als lekkermakertje voor ons nieuwe boevenproject. Bovendien publiceert De Gelderlander sinds afgelopen maandag een serie nieuwe boevenverhalen door Geurt. Geniet ervan!

De foto's bij dit bericht zijn van het voormalige Huis van Bewaring aan de Sint Jorisstraat in Den Bosch, dat in 2008 de deuren voorgoed sloot. Ze zijn gemaakt door Ton Wetzer. Voor meer informatie zie de Bossche Encyclopedie.

Geschreven door:
Christian van der Ven, digitale archivaris

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Koude kant koudgemaakt
- Christiaan van der Ven op het criminele pad

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 31 juli 2015

Stokken en steekpartijen


Een lugubere bekentenis...
Onze archieven staan bol van de spannende verhalen; van avontuurlijke reizen tot oorlogen, van geheime affaires tot kwajongensstreken. Wilhelmus Rooyakkers uit Volkel had het echter wel heel bont gemaakt. Een flinke 'rusie' inclusief steekpartij en uiteindelijk had hij ook een moord op zijn geweten. Duik mee in de dramatische geschiedenis van deze ruige rakker...

Wilhelmus Rooyakkers was geen lieverdje, zo blijkt meteen al uit zijn dossier. Op zaterdag 7 september 1803 krijgt de jongeman het meteen aan de stok met enkele andere jongelieden. Door tussenkomst van meerdere personen keert de rust even terug. Maar niet voor lang...

Krakende wonden
De bende trok van herberg naar menig huis in Volkel en liet een spoor van onrust achter. Op een gegeven moment kwam het tot een handgemeen tussen Rooyakkers en Peeter Vercampen. Hun vrienden voelden aan hun water dat dit niet goed zou aflopen en volgden hen 'tot op een kleine distantie'.

Dan opeens schiet de vlam in de pan. Wilhelmus grijpt Peeter vast en wanhopig probeert hij zich met een stok te verweren. Zijn belager overmeestert hem echter en brengt hem ook nog een gemene steekwond toe in zijn linkerarm.

Angst voor verraders
Wilhelmus maakt zich uit de voeten maar opeens waren daar die vervelende vrienden van hem weer! Ze zien hem staan met de stok van Peeter nog in zijn (waarschijnlijk bebloede) handen. Hij spreekt één van de geschokte jongemannen als volgt aan:

Johannes! Ik heb Peer gestooken maar waar dat weete ik niet, maar ik stak erin dat het kraakte, hij zal er misschien welaan sterven. Maar maakt dat gij mij niet verraad, gij zult mij immers niet verklappen?

Fatale steekpartij
Gelukkig bleek Peeter later weliswaar gewond, maar niet vermoord in het veld te liggen. Diezelfde Johannes komt de schade met eigen ogen inspecteren. Na een tijdje lukt het Peeter om overeind te krabbelen en hij stelt voor: Komt Helmus, het is laat genoeg. Laat ik u tuijs brengen en saamen van hiergaan. Peeter geeft wel aan eerst nog even zijn 'gevoeg' te moeten doen.

De doodskreet van de arme Peeter
Je kunt het vervolg waarschijnlijk al raden. Terwijl Peeter rustig gehurkt zijn behoefte doet, valt Wilhelmus hem van achteren aan met zijn mes. De jongen valt voorover en heeft bitter geschreeuwd:

Helmus Helmus! Wat hebt gij mij gestooken, en wat heb ik uw tog misdaan?

Het zwaard...
Dit verhaal liep niet goed af voor Peeter Vercampen, maar ook niet voor Wilhelmus Rooyakkers. Deze jongeman, die bekend stond als 'eenen slegten en gevaarlijken kerel', werd uiteindelijk met het zwaard gestraft...

De doodstraf voor de ruige rakker


Geschreven door:
Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Moorden en martelingen in Breda
- Een overspelige dominee


De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 23 februari 2015

Moorden en martelingen in Breda

De gevangentoren te Breda waaruit Jean le Boul is ontsnapt...
Bron: Breda Beeldcollectie, D0118
10 juni 1805, tussen 8 en 9 uur 's avonds. Draaideurcrimineel Jean le Boul weet op mysterieuze wijze te ontsnappen uit de beruchte gevangentoren te Breda. In het torentje worden de volgende ochtend de cipier en zijn vrouw gevonden, in koelen bloede vermoord. Na een klopjacht op de daders worden Jean en zijn metgezellen gearresteerd en aan een wel héél pittig verhoor onderworpen, waarbij middeleeuwse martelmethoden niet worden geschuwd...

Jean le Boul, ook wel bekend als Servain Severyn, was bepaald geen onbekende voor de Brabantse justitie. Zijn naam duikt op bij tientallen misdrijven, van relatief kleine vergrijpen als winkeldiefstal tot ernstige zaken als mishandelingen. Hij behoorde volgens de rechters tot 'eene bende Huijsbrekers en gaauwdieven.' Het archief van de Raad van Brabant bevat daarom een duimendik dossier over al zijn criminele praktijken...

Bloedvlekjes in de gevangenistoren...
De Luxemburgse boef was rond de vijftig jaar oud en had 'rondgesneden hair', wat wij tegenwoordig waarschijnlijk een 'bloempotkapsel' zouden noemen. Zijn dochter en twee zoons staan tevens in het beklaagdenbankje; zij zouden hun vader hebben geholpen bij zijn uitbraak uit de gevangenis van Breda. Bovendien werd er die nacht ook een dubbele moord gepleegd op de cipier Grootenboer en zijn vrouw...

Een uiterst goed voorbereide moord...
De volgende dag kregen Arij Grootenboer, zoon van de cipier, en zijn vrouw Cornelia de schrik van hun leven, toen zij het torentje van de gevangenis betraden. Hun vader en moeder waren op 'eene moordadige wijze' van het leven beroofd. Er waren alleen twee ballen achtergelaten, eentje met een zwart lint en een ander, genaaid in een grof linnen zakje en daarop waren enkele 'bloedvlekjes' te bespeuren. De sleutels van de cel waren uiteraard verdwenen...

Gruwelijke martelingen?
Uiteindelijk werd Jean le Boul opgepakt en diverse keren aan de tand gevoeld over zijn ontsnapping. Bij het eerste verhoor houdt Jean zich van de domme en zegt niets te weten van de ontsnapping en al helemaal niet van de moord. Nee, hij kende de personen niet, die hem kwamen bevrijden. Of toch wel?

Jean bekent steeds meer delicten...wat is hier aan de hand?

Een maandje later wordt Jean opnieuw verhoord en opeens geeft hij toe dat zijn zoons hem uit het torentje hebben gehaald en dat hij zijn dochter daartoe had aangespoord. Opvallend is dat Jean bij alle vragen telkens 'neen' antwoordt, maar dat direct daaronder wordt toegevoegd: 'De gedetineerde zegt nader ja.'

Zo ontkende Jean aanvankelijk pertinent ook maar iets te maken te hebben met de reeks diefstallen in Brabant van de afgelopen dertig jaar. Schoorvoetend erkent hij dit toch wel, maar voegt toe dat dit al zeer lang geleden is. Even later geeft hij toe dat hij zelfs acht tot tien dagen vóór zijn arrestatie nog via een keldergat een winkel heeft beroofd!

Martelmethoden: vastgebonden en geslagen!
Vóór de uiteindelijke uitspraak kreeg de Luxemburgse crimineel nog één kans om zichzelf te verdedigen. Hij richtte zich, in het Frans, tot de rechters en vertelt dat zijn bekentenissen bestaan uit 'dits forcées', ofwel gedwongen woorden, waaraan hij de nodige blessures over heeft gehouden.
Ze hebben hem in Breda wel vijf weken met de handen en voeten aan elkaar geketend op de grond laten liggen! Bovendien, voegt hij terloops toe, hebben ze hem geslagen. Arme Jean...

Het koord...
Uiteindelijk heeft dit laatste pleidooi Jean le Boul of Servain Severyn niet kunnen redden. De rechters waren overtuigd van zijn criminele verleden en door allerlei getuigenverslagen achtten zij de dubbele moord bewezen. Jean werd daarom veroordeeld tot de doodstraf: '(...) aldaar met de koorde te worden gestraft, dat er de dood na volgt...'
En uiteindelijk toch de doodstraf voor de draaideurcrimineel...

Lisette Kuijper

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Boeven vangen met een grote glimlach
-  Christiaan van de Ven op het criminele pad!


 

donderdag 7 augustus 2014

Lisette kiest: Opsporing Verzocht in 1733 #stukvanhetjaar2014

Wie vindt de moorddadige Andries Derks, die in 1733 met een mes over de Wijchense dijken dwaalde?
Hoeveel moorden zullen er in Nederland wel niet opgelost zijn dankzij oplettende burgers? Tegenwoordig kun je op vele manieren meehelpen met het oplossen van misdaden door initiatieven zoals Burgernet of het tv-programma Opsporing Verzocht. In 1733 had men echter nog geen Anniko van Santen en Frits Sissing, die wekelijks op de buis te zien zijn. Toch wist men op andere manieren burgers te bereiken in de hoop de daders bij de kladden te vatten...

Meld Misdaad Anoniem!
Het Graafse stadsarchief bevat zo'n opsporingsmiddel. De dijkgraaf van het Rijk van Nijmegen stuurde een publicatie naar het stadsbestuur, waarin de moord op ene Marten Jacobs in Wijchen werd vermeld. De vermeende dader, Andries Derks, werd ook uitvoerig beschreven. Maar ik kan me zo voorstellen dat de ogen van de Graafse stadsbestuurders groot werden van verbazing toen zij de beloning lazen voor degene die Andries zou aangeven: een premie van maar liefst 150 gulden! Bovendien, de aangever mocht desgewenst zelfs anoniem blijven: 'sullende des aenbrengers naem (des begeerende) werden gesecreteert.' Ook toen was er dus al sprake van de mogelijkheid 'Meld Misdaad Anoniem'. 

Lisette met de opsporingspublicatie uit 1733

Moordenaar met een 'schramken'
Tegenwoordig worden vaak compositietekeningen van daders getoond. Jammer genoeg heb ik zo'n tekening niet gevonden, maar er wordt wel een heel duidelijke beschrijving van de moordenaar gegeven.

Andries Derks was een jongeman van 23 tot 24 jaar, 'middelmatig lang van persoon', 'swart sluijck' haar en ook had hij een 'schramken op de linkerwang.' Wie weet is hij wel eens eerder in een gevecht verzeild geraakt.
Met dit litteken moet hij er niet heel gezellig hebben uitgezien. De publicatie beschrijft hem daarnaast als 'bleek en smal van aangesigt'. Bovendien dwaalde hij op de Wijchense dijken op 'ene moord-daedige wijse' en uiteindelijk stak hij daar met een mes Marten Jacobs dood.

Brandschade
Deze publicatie laat niet alleen een mooi beeld zien van de aanpak van criminaliteit in de achttiende eeuw en de wijze waarop men moordenaars beschreef. Ook is dit document een goed voorbeeld van de lotgevallen van een archief. De publicatie is opgenomen in het Graafse stadsarchief en dit heeft behoorlijk te lijden gehad onder de brand die het gemeentehuis in 1902 in de as legde.

De achterkant van de publicatie, waarbij de brandschade duidelijk te zien is
De achterkant van de publicatie, waarop een samenvatting geschreven is, laat de schade zien die de brand heeft veroorzaakt. Andere stukken zijn er erger aan toe of zijn zelfs helemaal vernietigd. Gelukkig is een groot gedeelte van het Graafse archief vakkundig gerestaureerd en elk jaar opnieuw worden er stukken naar het restauratieatelier in Helmond gestuurd. Ondanks de schade is deze publicatie redelijk bewaard gebleven en nog goed leesbaar.

En hij leefde nog lang en gelukkig?
Natuurlijk zijn we nieuwsgierig naar de afloop van deze moordzaak. Is Andries Derks gepakt en heeft hij zijn verdiende loon gekregen? Jammer genoeg heb ik hiervoor (nog) geen bewijs kunnen vinden. Wel zijn in de archieven van Boxmeer, dat redelijk in de buurt van Grave en Wijchen ligt, bewijzen terug te vinden van ene Andrijs Derks of Andreas Dirix die daar leefde in de achttiende eeuw. In 1754 is deze Andreas getrouwd met Maria van Ceulen en uiteindelijk overleed hij in 1783. In onderstaande schepenbank akte uit 1795 worden hun vier kinderen (tevens erfgenamen) genoemd:

Heeft moordenaar Andries Derks toch een rustig getrouwd leventje (met vier kinderen) in Boxmeer kunnen leiden?

Zou dit onze moordenaar Andries Derks kunnen zijn? Qua periode zou dit goed kunnen. Mogelijk is hij nooit gevonden en is hij incognito in Boxmeer gaan wonen. Of heeft hij een aantal jaartjes in de gevangenis vertoefd en is daarna op een wat latere leeftijd (ongeveer 45 jaar) getrouwd met zijn Maria. Vervolgens zou hij op 74-jarige leeftijd zijn gestorven. Misschien is hij dus nooit aangegeven en heeft hij een fijn leventje kunnen leiden in Boxmeer. Of is hij na een korte straf naar dit Brabantse dorp vertrokken en heeft daar een gezinnetje gesticht. Laten we in ieder geval hopen dat hij de Boxmeerse burgers verder met rust heeft gelaten!

Stuk van het Jaar!
Waarom is dit het Stuk van het Jaar? Dit archiefstuk geeft iets prijs over de manier van criminaliteitsbestrijding in de achttiende eeuw, maar laat de geschiedenis ook leven. Je ziet de moorddadige Andries Derks met zijn 'schramken' op zijn linkerwang en een mes in de hand zó voor je. Het past ook in het thema Vriend & Vijand van de Maand van Geschiedenis: Andries Derks was een vijand voor het Gelderse en Brabantse volk en moest daarom achter de tralies worden gezet! Tot slot is dit stuk een tekenend voorbeeld van de soms tragische lotgevallen van een archief. Zo zie je maar dat lang niet alles bewaard is gebleven en dat vele mysteries uit het verleden onopgelost blijven...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Hanneke kiest: Heksenproef 
- Yvonne kiest: missie van minister Van Son