Posts tonen met het label Yvonne Verstappen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Yvonne Verstappen. Alle posts tonen

maandag 23 november 2015

De heilige Benedictus van Teeffelen

Onze vrijwilligers komen met regelmaat interessante en bijzondere vondsten tegen. Een van hen vond tijdens het indiceren van een begraafboek een opmerkelijke akte. Deze ging over Benedictus van Teeffelen, schepen namens Teeffelen bij de schepenbank van het Land van Megen. Wat opvalt is de behoorlijk verwarrende naamgeving: Benedictus van Teeffelen werd begraven in de kerk van Sint Benedictus te Teeffelen. Toeval of niet?

Toch niet want deze Benedictus was écht schepen en leefde in Teeffelen. Benedictus Joannis van Teeffelen werd geboren op 1 april 1685 in Erp. In 1733 trouwde hij met Jacoba Bernardi en samen kregen ze twee dochters en twee zonen. 
...doopakte Benedictus...
Benedictus is maar één jaar schepen geweest in Teeffelen. Zijn naam verschijnt voor het eerst in de schepenprotocollen in februari 1750. De laatste akte die hij ondertekent is die van 18 januari 1751. Ondanks zijn 66 jaar kon hij tussen januari en mei 1751 zijn beroep niet meer uitoefenen. Naar de reden waarom hij niet meer kon werken kunnen we helaas alleen maar gissen.

...handtekening...
Hij sterft ten slotte op 27 mei van het jaar 1751. De pastoor schrijft een uitgebreide begraafakte in zijn boek. Hij tekent op dat Benedictus gewaardeerd werd voor zijn volhardendheid als schepen. Hij werd bij allen geliefd om zijn vriendelijkheid. Zijn moeder, weduwe, verzorgde hij met liefde en was een waar voorbeeld voor zijn vier kinderen. Zijn rijkdom bracht hem dus geen verhevenheid maar respect voor en van de dorpsgemeenschap. Hij was dus toch een beetje een heilige, want net zoals de échte heilige Benedictus van Nursia wilde hij vrede in zijn dorp.
...begraafakte van Benedictus...
Drie jaar later krijgt de familie Van Teeffelen nog een klap te verwerken: de oudste zoon Joannes sterft. Hij was student aan de Latijnse school te Megen en had net zijn vakantie erop zitten. Hij stierf op 30 september 1754 op zeventienjarige leeftijd en werd vier dagen later in de kerk begraven (sepultus 3tia octobris in ecclesia juxta patrem suam). Naast zijn heilige vader.

...begraafakte Johannes...

Geschreven door:
Yvonne Verstappen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Benedictus Buns
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




vrijdag 23 oktober 2015

Wie is de archivaris van morgen?

...Yvonne tijdens haar presentatie tijdens de Letterenbeurs...
Radboud Universiteit in Nijmegen hield vorige week de Letterenbeurs voor bachelor- en masterstudenten. In het sfeervolle Huize Heyendaal konden studenten die op zoek waren naar een stage of die zich wilden oriënteren op de arbeidsmarkt in contact komen met verschillende organisaties uit het beroepenveld van geschiedenis, literatuur, cultuur, taal en communicatie. Er waren korte presentaties en workshops van o.a. Das Magazin, Uitgeverij Vantilt en Talpa Producties. Het BHIC en Regionaal Archief Tilburg waren van de partij om de studenten voor te lichten over werk, stage en onderzoek in een archief.

Christian van der Ven (BHIC) en Astrid de Beer (RATilburg) hielden samen een - drukbezochte-  workshop met als titel "Archivaris worden: heb jij het in je?". Hierin kregen studenten aan de hand van verschillende archiefbronnen (gevangenisregisters, foto's, patiëntendossiers van een psychiatrische inrichting, muurkranten) vraagstukken over selectie, openbaarheid, toegankelijkheid en publieksbereik. Het was erg boeiend om te zien hoe de studenten hun hersens kraakten over de probleemstellingen die Christian en Astrid hen voorlegden. De oplossingen die ze aan het einde van de workshop in groepjes presenteerden waren gevat en kwamen zelfs gedeeltelijk overeen met ons huidige beleid . Voor zowel student als archief een leerzame ervaring!
...een enthousiaste groep, met links staand Astrid de Beer...
Daarna gaf ik twee korte presentaties over mijn ervaringen tijdens studie, stages en de werkvloer van het BHIC en RATilburg. Sinds 2012 werk ik als archiefassistent in de studiezaal bij het BHIC en heb mijn stage-ervaringen daarheen meegenomen: bezoekers te woord staan en hun vragen beantwoorden, vrijwilligersprojecten ondersteunen, blogs schrijven en archiefstukken lichten behoren tot mijn werkzaamheden. Als afgestudeerd historica leek het me zinvol om te vertellen op welke fronten het verstandig is om in contact te komen met bedrijven. Want naast het uitbreiden van je netwerk helpt het om een beeld te vormen van het aanbod op de arbeidsmarkt. Met een theoretische studie is het immers een uitdaging om je verworven competenties breder in te zetten dan je gewend bent.

Doordat er een presentatie uitviel, hadden we tijd om de rollen eens om te draaien en de studenten te vragen wat ze wilden leren van de Letterenbeurs. Zo werd duidelijk dat de meesten al met hun master begonnen waren en zich wilden oriënteren op het beroepenveld. Helaas te laat voor een stage, maar veel waren geïnteresseerd in archiefonderzoek voor hun masterscriptie. Daar zijn we natuurlijk ook erg blij mee! Na onze uitleg over mogelijkheden voor stages en onderzoek denk ik dat de stap naar het archief gemakkelijker is geworden voor studenten. Archieven zijn immers, naar mijn mening, de bouwstenen voor de geschiedschrijving.

Dit jaar was de Letterenbeurs niet verplicht, maar werd het aangeboden als een extraatje buiten het programma om. De studenten die aanwezig waren op deze middag waren dan ook oprecht geïnteresseerd en gemotiveerd: een goede basis om onze schatten van archieven te promoten. Voor herhaling vatbaar!  


Geschreven door:
Yvonne Verstappen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Cold case van archiefkraak
- Niet rijden op zondag!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 9 september 2015

Frauduleuze notaris loopt tegen de lamp

Een opmerkelijk verhaal uit ons Vele Handen-notarissenproject. De vrijwilligers van het project zijn opmerkzaam tijdens het invoeren, zodat er regelmatig bijzondere en interessante inschrijvingen van notarissen voorbij komen. Ook van notarissen die er zo hun eigen werkwijze op na blijken te houden...

In 1665 was de functie van notaris in ’s-Hertogenbosch vacant. Daarom werd Johan Keijsers aanbevolen door de schepenen van ’s-Hertogenbosch aan het Leenhof van Brabant om deze functie in te vullen. Zij stuurden in 1665 een brief aan het Leenhof waarin staat dat Keijers “een Jongman is, van Eerlijcke Lieden gebooren, ende van goede comportementen, oock de practijcque wel geoeffent”. Het leenhof heeft daar gehoor aan gegeven, want in 1675 duikt Johan weer op in hetzelfde archief. Dit keer niet positief.

...De latere "practijcque" zou anders uitpakken dan de geschepenen hadden gedacht...
In hetzelfde archief bevindt zich namelijk een dossier over hem met daarin een lijst van alle frauduleuze zaken waarmee Keijsers te maken had. Op de lijst is te zien dat hij verschillende mensen opgelicht heeft, waaronder een marktschipster, een advocaat en een aantal boeren uit Wolfsberg (Dui).

...enkele frauduleuze zaken van Johan Keijsers...
Naast de lijst is ook een proces overgeleverd, waarin Keijsers wordt aangeklaagd wegens fraude en valsheid in geschrifte. In het proces is te lezen dat Keijsers de procuratie vervalst heeft die hij van Adriaen van der Horst in goed vertrouwen had gekregen. Om een onderhandelingspositie te hebben, veranderde hij het te besteden bedrag van fl.800,- naar fl.1200,- gulden zonder zijn opdrachtgever in te lichten. Adriaen dacht zelf eerder aan fl.600,- à fl.800,-… Een flink verschil!

...het stuk dat verhaalt over de valsheid in geschrifte...
Blijkbaar gebeurde het vaker dat notarissen niet geheel volgens het boekje werkten. Om misstanden in het Brabantse notariaat tegen te gaan, publiceerde de Raad van Brabant in 1732 een affiche met de consequenties van een onnauwkeurige administratie: de notarissen, griffiers en secretarissen waren verplicht om de plaats en datum te vermelden op officiële stukken. Kwam men bij controle uit bij een overtreding? Dan werd een boete van fl. 25,- (bijna 300 euro!) uitgeschreven. Was men hardleers? Bij een tweede overtreding werd het boetebedrag verdubbeld.


Wil je meer informatie over de Brabantse notarissen? Of wil je meehelpen met het inkloppen van de repertoria? Kijk dan op de website van Vele Handen.

Yvonne Verstappen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 29 april 2015

Paniek op de Zeedijk van Oijen

...Dagvaarding van de acht weigeraars, opgetekend door stadhouder Louwiese...
Een aantal weken geleden deed Waterschap Rivierenland een oproep aan haar inwoners om zich aan te melden voor het dijkleger. Een dijkleger? Ja, want in Noord-Brabant lopen genoeg rivieren die met hoog water een dreiging vormen voor de omringende bewoners en natuur. Het dijkleger van Rivierenland bestaat uit maar liefst 300 personen die tijdens erg hoogwater dag én nacht paraat staan om de dijken te controleren.

Ook de dijkbewaking heeft een geschiedenis. En natuurlijk valt daarover iets te vinden in de archieven van het BHIC! Omstreeks 1751 waren er namelijk problemen met de dijkbewaking in Oijen. Juist toen er mankracht nodig was op de Zeedijk, kwamen enkele Oijenaren niet opdagen voor  de oproep.  Op bevel van de heer van Oijen werd op 26 oktober een dagvaarding opgetekend van deze mannen,  want zij waren “weygerigh en onwilligh” om het dorp te beschermen. Oijen lag en ligt immers in een maasbocht en is daarom omgeven door de rivier. De acht weigeraars werden dan ook ontboden om binnen 24 uur een som van fl.1,- te betalen aan de stadhouder ter compensatie voor hun nalatigheid. Dat zal ze leren!
  
Het dijkbeschermingsbeleid uit de 18e eeuw is in de loop der jaren behoorlijk veranderd: heden ten dage vraagt een waterschap of mensen zich vrijwillig in willen zetten voor dijkpatrouilles. Maar vroeger werd ook aandacht besteed hoe dorpen en steden zich konden verdedigen tegen overstromingen. Bijvoorbeeld werd door Waterschap ’s-Lands van Ravenstein nauwkeurig bijgehouden wanneer actie ondernomen moest worden. Besluiten, correspondentie en verzoeken werden opgetekend in een statenlijst. 

Op 22 november 1833 werd bijvoorbeeld besloten tot “aanschrijving aan het Dijk en polderbestuur S lands Ravenstein, om de drie nog gebrekkige gedeelten in de wetering, in voldoenden toestand te brengen.”  De lijst is ruim gevuld met zulke besluiten waaruit blijkt dat waterbeheersing een belangrijk agendapunt was voor dorps- en waterschapsbesturen. Het mooie aan dit soort stukken is de link die je kunt leggen tussen de historische en hedendaagse relevantie van waterbeheersing. Leer van de veroordeelde Oijenaren en help mee om ons mooie landschap te beschermen.


Yvonne Verstappen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:


maandag 1 december 2014

Drie flessen met riekende inhoud

...de inschrijving van Abraham Hage...
Boefjestijd! De Brabantse gevangenisregisters bevatten criminelen van elk kaliber, maar vandaag geven we aandacht aan genotmiddelen. Sinds jaar en dag vinden mensen creatieve manieren om aan drugs en alcohol te komen. De kranten verhalen regelmatig over voorbeelden van manieren om de mens te voorzien van pleziertjes. In mindere mate maar in dezelfde context lichten twee personen op in de gevangenisregisters: Hercule Spyridakis en Abraham Hage.

De 53-jarige Abraham Hage had een vindingrijke oplossing om aan de hoge accijns op alcoholhoudende dranken te ontsnappen: hij had zelf een brouwketel gebouwd zonder deze aan te geven bij de belastingdienst. Daar was de directeur der accijnzen het niet mee eens, want over alcohol moest natuurlijk belasting worden betaald. 

De getuigen Marten Prins en Cent Quist meldden dat zij “in een waschhok (…) een gegalvaniseerd ijzeren waschketel met daarop vastgesoldeerd deksel, in het midden voorzien van een daarin vastgesoldeerde van schroefdraad voorziene buisvormige opening van enkele centimeters middellijn als de opening van een benzineblik” aantroffen. In het huis lagen her en der onderdelen verspreid in de hoop dat zijn alcoholproductie, en misschien ook wel zijn consumptie, geheim zou blijven. 

In het huis van Abraham vonden de twee ambtenaren nog drie flessen met brouwsels. Zij waren natuurlijk benieuwd naar de brouwkunsten van hun verdachte maar het proeven viel tegen: de inhoud “riekte en smaakte als slecht bereid gedistilleerd van troebele kleur, meer smakende naar spiritus dan naar jenever”. Ook in 1926 werden belastingontduikers aangepakt! Abraham moest maar liefst 4 maanden brommen.


Tien jaar later nam Hercule Spyridakis zijn beroep als koopman iets té serieus. Op 14 september 1935 werd hij aangehouden in ‘een rijtuig der Nederlandsche spoorwegen’ toen hij zich verdacht gedroeg. De getuigen à charge fouilleerden Hercule en vonden maarliefst 3860 gram opium op zijn lichaam! Om zeker van hun zaak te zijn, schakelden ze een scheikundige in die de inhoud van de zakken onderzocht. En ja hoor, het bleek inderdaad opium te zijn met een gehalte van maarliefst 13,55% morphine. 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

vrijdag 25 juli 2014

Yvonne kiest: missie van minister Van Son #stukvanhetjaar2014

...Archief J.B. van Son, 1820-1920, toegang 2016, inventarisnr. 35...
Het ziet er uit als een gewone bladzijde uit een 19e-eeuws archief, maar schijn bedriegt. Mijn tot Stuk van het Jaar verkozen archiefstuk beschrijft namelijk een opeenvolging van gebeurtenissen in de katholieke missie te Java. De minister van Rooms Katholieke Eredienst, Bosschenaar Jan Baptist van Son, werd als katholiek geconfronteerd met de informele protestantse natie en de invloed daarvan op de katholieke missie in de Oost.

In het midden van de negentiende eeuw was de katholieke missie op volle toeren bezig aan een come back. In de Nederlandse koloniën in de Oost en de West werden missionarissen erop uit gestuurd om de inheemse bevolking te kerstenen, onderwijs te geven en de kerkelijke infrastructuur op te bouwen. Op 26 februari 1844 ontving Jacobus Grooff de bisschoppelijke wijding  van Mgr. Van Wijckersloot en vertrok op 6 december dat jaar als Apostolisch Vicaris naar Batavia. Zijn medehelpers, de heren Escherich, Kerstens, Van de Brand en Heuvels reisden met hem mee en kwamen op 21 april 1845 aan op Batavia. 

Bij aankomst zag Grooff dat de toestand van de katholieke kerk erbarmelijk was. Hij reageerde daarop door de reeds werkzame priesters aldaar te ontslaan. Hij wilde dat zijn medepriesters hun plek innamen om de bevolking van adequate zielzorg te voorzien. Grooffs eenmansbeslissing schoot in het verkeerde keelgat bij de Nederlandse regering, hij overtrad namelijk het Indische staatsrecht door zijn actie. Uiteindelijk liep de kwestie zo hoog op dat Grooff en zijn medehelpers begin 1846 werden verbannen uit Oost- Indië. Over die uitzetting gaat mijn Stuk van het Jaar.

...Yvonne en haar archiefstuk...
Het document handelt over een aantal ambtsbrieven betreffende de kwestie Grooff. Minister Van Son heeft een aantal brieven samengevat, erbij geschreven welke informatie hij heeft doorgespeeld en aantekeningen gemaakt. Het document geeft een mooi overzicht van de gebeurtenissen voordat Grooff en zijn medehelpers van Batavia verbannen werden. Van Son bevond zich in een benarde positie wat betreft de katholieke situatie in de Oost: Aan de ene kant moest hij de koning en de ministers steunen in hun overwegend protestantse keuzes betreffende de werkzaamheid van Grooff en co, aan de andere kant wilde hij als katholieke Brabander de missionarissen hun werkzaamheden laten voortzetten.

De groei van de katholieke bevolking in de koloniën kon daarnaast als voorbeeld dienen voor de nog onmondige Nederlandse katholieken. Terwijl de katholieke kerk in Nederland heden ten dage aan het leeglopen is, was het in het midden van de negentiende eeuw erg belangrijk meer aanwas te krijgen. De constructie van een (Brabantse) katholieke identiteit kon zo ingang vinden. De beslissingen van minister Van Son zouden een beslissende invloed gaan hebben op de latere emancipatie van de Brabantse katholieken.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

zaterdag 29 juni 2013

Yvonne kiest: negentiede-eeuws haarpoeder #stukvanhetjaar



...Yvonne duikt in de wereld van haarpoeder...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en nu is de beurt aan Yvonne.

Belasting betalen om haarpoeder te mogen gebruiken. Het bekijken van de Acte van patent Tot het Dragen van Haarpoeder uit 1808, verleend aan Franciscus van Lanschot, riep bij mij de vraag op: Waarom? Na wat gezoek werd al snel duidelijk dat het om haarpoeder voor pruiken ging. Haarpoeder werd gebruikt om pruiken te bestuiven en zodoende in model te houden. Maar waarom belasting daarover heffen?


Omdat de informatie beschreven in het archiefstuk vrij eenvoudig is, is achtergrondinformatie wel geboden. Izaak Gogel, destijds minister van Financiën, zorgde voor een uniform belastingstelsel geldend voor de gehele republiek op basis van economische draagkracht: Hoe rijker je was, hoe meer belasting je betaalde. Luxe goederen, zoals parasols, handschoenen en waaiers werden vanaf nu financieel belast. Per 1 januari 1806 werd er een belasting voor het gebruiken van pruiken en haarpoeder ingevoerd. Men moest bij de lokale overheid een gezegelde akte van patent (vergunning) aanvragen, ten koste van vijf gulden.

...belasting op het dragen van pruiken en haarpoeder...
De vraag waarom juist vanaf 1806 belasting werd geheven op het dragen van pruiken en haarpoeder maakt het archiefstuk interessant. Het dragen van weelderige pruiken was immers zo goed als uit de mode. Antwoord: De Fransen hadden geld nodig om hun Europese oorlog te kunnen voortzetten. Omdat de Franse revolutionairen de aristocraten niet mochten, was het vanaf 1796 verboden om pruiken te dragen. Maar het geldtekort door de dure oorlogen maakte dat pruiken weer gedragen mochten worden, mits daar belasting voor betaald werd. Ondanks dat het stuk met weinig woorden beschreven is, laat het mooi de wisselwerking van beslissingen op micro- en macroniveau zien. Franciscus van Lanschot kocht als individu een patent voor haarpoeder, zodat de Fransen hun monopolie in Europa financieel konden handhaven.

Yvonne Verstappen
Medewerker studiezaal BHIC 's-Hertogenbosch 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: