Posts tonen met het label pastoor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pastoor. Alle posts tonen

maandag 16 mei 2016

Mooie verhalen over ‘goeie ouwe tijd’

...boekje boordevol verhalen over vroeger...
"Is het nostalgie? Of folklore?", vraagt Giel Langens zich af in het voorwoord van zijn boekje Momenten. Momenten staat vol met verhaaltjes die de tijd van vroeger - met name in Giel's geboortedorp Nuland - tot leven brengen. Over vakanties naar bedevaartsoorden, het geluid van manchester broek of over de pastoor, zoals het verhaal hieronder…

De herdertjes

Op een mooie zomeravond – lang geleden – fietste een pastoor met zijn kapelaan (dat is lang geleden) naar huis, naar hun pastorie. Het was laat geworden. Ze kwamen van de zogenaamde ‘krans’: ik weet niet of de pastoorskrans tegenwoordig nog bestaat. Toentertijd was de ‘krans’ en bijeenkomst van pastoors en kapelaans van enkele nabijgelegen parochies, buurtparochies.

Op deze ‘kransen’ werden diverse parochieaangelegenheden besproken, waarbij ook de aangename dingen des levens niet vergeten werden. Het is algemeen genoegzaam bekend, dat de pastorieën vroeger over een uitstekende wijnkelder beschikten.

De taak van de geestelijken in die tijd was veelzijdig en veeleisend: elke dag ’s morgens de H. Mis opdragen, op school godsdienstles geven, dopen, trouwen, biechthoren, de administratie verzorgen, de kinderen voorbereiden op de Eerste Communie, Plechtige Communie, Vormsel, geestelijk adviseur van de verenigingen, op zieken- en huisbezoek gaan en vooral die gezinnen bezoeken, waar de gezinsuitbreiding wat langer op zich liet wat wachten.

Ook de jaarlijkse rogge-, eier- en boteromgang eiste de nodige aandacht en activiteit van de pastoor (en van de koster). Om van de beslommeringen van de afgelopen week te bekomen en om nieuwe energie op te doen voor de komende week werden de pastoorskransen gehouden. Zoals gezegd: ook de geestelijkheid was niet afkerig van de geneugten des levens en menige fles wijn werd ‘soldaat’ gemaakt.

Genoemde pastoor en kapelaan fietsten dus huiswaarts, nog nagenietend van de geslaagde krans. Een goed waarnemer zou opgemerkt hebben, dat de stemming opperbest was, misschien iets te: het zij zo! Helaas kreeg een zekere bravoure de overhand, ofwel had de stuurmanskunst wat aan zuiverheid ingeboet. Op een fataal moment raakten ze elkaar met het stuur. Geschrokken door de onverwachte aanraking, onzeker door de invloed van de heerlijke wijn, verloren ze de macht over hun rijwiel en maakten een (on)zachte landing op moeder aarde.

Een boer, die van een N.C.B.-vergadering huiswaarts keerde, (ze waren het toen nog niet zat) had beide eerwaarde heren op enige afstand gevolgd en de nederwaartse manoeuvre waargenomen. Hen passerend, mompelde hij met gepaste eerbied: “kijk, kijk! De herdertjes lagen bij nachte!”

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Beziet U Selve!
- Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 6 mei 2016

Met twee hemden onder de billen naar Rome

...plattegrond van Rome in 18de eeuw...
Ter afronding van zijn studie verbleef Bonifacius Beerenbroek tussen 1770 en 1773 in Rome. Over de reis en zijn verblijf in de Eeuwige Stad heeft Beerenbroek een reisverslag opgetekend. Hierin vertelt hij over de steden die hij heeft bezocht, de vele verschillende gebouwen die hij heeft gezien en wat hij onderweg allemaal heeft meegemaakt.

Samen met zijn kompaan Adrianus van Heijlen vertrok Beerenbroek op 23 april vanuit de Abdij van Tongerlo te voet en per koets naar Rome. Beerenbroek genoot van Duitse steden als Aachen en Fürth, kerken en hun relieken, en op zijn tijd een goed glas rode, ‘rijnschen wijn’. Uiteraard is een dergelijke tocht niet altijd een pretje, zo heeft ook Beerenbroek ervaren. Tijdens het passeren van een berg ging de reis per koets zó moeizaam, dat hij ‘twee hemden onder de billen moest steken om geen vleesch te quetsen.’

Na de Alpen te hebben gepasseerd, bezochten Beerenbroek en Van Heijlen verschillende Italiaanse steden, zoals Venetië en Ravenna, om uiteindelijk op 15 juni in Rome te arriveren. In zijn reisverslag maakt Beerenbroek een onderscheid tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ Rome. Volgens de Norbertijn is Rome ‘soo dicwils geplundert geweest, dat men waarlijk mag seggen dat nieuw Roomen gebouwt is op t’ oude.’ Hij verhaalt over de ‘Afgode tempels der oude Romeijnen’, triomfbogen, het Colosseum (‘de schoonste outhijt van Europa’), thermen (‘verkoel-plaatsen’), paleizen en aquaducten (‘water-loopen’).
Over ‘nieuw’ Rome zegt Beerenbroek:

“Roomen gelijk t’ Tegenwoordig is mag noch met reden t’ hooft der werelt genoemt worden, wegens sijne menigte van palijsen, kerken, fontijne, be[e]lden, gemeene bouwen, outheden, konsten van alle soort, regte, breede en lange straten, edeldom, pragt, feesten, toeloop der vremdelingen (…).”

Met andere woorden: alles is aanwezig in Rome! Beerenbroek geeft uitgebreide beschrijvingen van kerken en besteedt daarnaast aandacht aan obelisken (‘met eenen te bescrijven, kent men de andere’), catacomben en fonteinen. Tussendoor heeft Beerenbroek tripjes gemaakt naar onder andere Ostia en Napels. Tijdens zijn terugweg, wederom met Van Heijlen, bezocht hij steden als Florence, Turijn en Milaan, om vervolgens via Frankrijk huiswaarts te keren – nu eens voorzien van aangename, dan weer ‘slegten’ wijn.

Het reisverslag van Beerenbroek lijkt in eerste instantie te zijn geschreven voor zijn familie of andere naasten. Gelukkig is het bewaard gebleven en kunnen we nu een achttiende-eeuwse reis naar Rome bekijken door de ogen van een Nederlandse student. Volgens Beerenbroek was hij ‘gesont vertrokken, gesont gebleven, gesondt en gelukkig weergekeert’, en dat is mooi om te weten.

Geschreven door: 
Jurian ter Horst

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Kijkje in kerkelijke archieven
- Kapelaan achter de tralies

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






woensdag 16 maart 2016

Rijdende rechter haalt ruziënde pastoors uiteen


Alle ingrediënten voor een kijkcijferkanon zijn aanwezig: twee ruziënde pastoors, een daadkrachtige rechter en een uitspraak waarmee iedereen het moet doen. Maar geen camera was aanwezig toen in 1516 de zaak werd behandeld. Gelukkig hebben we de archieven nog! Archivaris Jan Sanders beschrijft de kwestie...

gemeente
De gemeentegrens tussen Heeswijk en Dinther is de afgelopen decennia sterk vervaagd. Moge er mentaal nog verschillen tussen beide dorpsgemeenschappen bestaan, fysiek is van een scheiding vrijwel geen sprake meer nu beide dorpen aaneen gebouwd zijn. In 1969 versmolten beide gemeenten tot de nieuwe gemeente Heeswijk-Dinther. Die was geen lang leven beschoren: ze ging in 1994 op in de nieuwe gemeente Bernheze. Hoe tijdbestendig die is zal de nabije toekomst uitwijzen.

parochie
De parochiegrenzen tussen Heeswijk en Dinther bestaan nog wel, maar door de persoonlijke unie van de huidige pastoor zijn beide parochies, samen met die van Loosbroek, sterk met elkaar verbonden. Eeuwenlang stonden de parochiegrenzen van Heeswijk en Dinther vast. Alleen die van Dinther onderging twee grote veranderingen: ergens vóór 1300, toen het Schijndelse grondgebied tot de zelfstandige parochie Schijndel verheven werd; en in 1898 toen Loosbroek toestemming kreeg een eigen parochie te vormen. Om die reden kregen beide parochies dezelfde patroonheilige als die van de Dintherse moederkerk: Sint-Servaas.

ingewikkeld
Voordat we aanbelanden bij ons onderwerp, een ruzie tussen de zielenherders van de parochies Dinther en Heeswijk in 1516, moeten we enkele kerkrechtelijke verhoudingen helder maken. De pastoor van de parochie Dinther werd oorspronkelijk aan de bisschop voorgedragen door het kapittel van de Sint-Servaaskerk in Maastricht (vandaar de patroonheilige van Dinther). In 1441 kwam dit recht in handen van het kapittel van Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch. Als de pastoorsplaats van Heeswijk vacant kwam, mocht sinds 1284 de Abdij van Berne (die toen gevestigd was in Bern bij Heusden) een persoon voordragen als nieuwe pastoor. Dat was in de regel een norbertijn van Berne. De pastoors in die tijd leefden onder meer van de opbrengsten van tienden in hun parochie, een deel van de oogst. Het moest dus duidelijk zijn welke gronden tot welke parochie hoorden. Daarom werden bijvoorbeeld de grenzen tussen de parochies Schijndel en Heeswijk in 1334 vastgelegd. Bij die gelegenheid werden munten in de lucht gegooid die de aanwezige jongens in een hevige vechtpartij te pakken moesten krijgen, zodat ze zich op hoge leeftijd de vaststelling van de grens nog zouden herinneren.

ruzie
Dan nu het probleem. Het ging over de ligging van een hoeve van de Abdij van Berne in ‘Bernys’ (Bernheze). Dit gebied, waaraan de huidige gemeente zijn naam dankt, viel onder Heeswijk én Dinther. De hoeve lag in de Koffiestraat, gezien vanuit het dorp net over de Leijgraaf. Als die hoeve binnen de parochie Heeswijk lag, gingen de tienden naar de pastoor van Heeswijk. Lag ze in Dinther dan plukte zijn Dintherse collega de vruchten. Dat de hoeve bezit was van de abdij (sinds 1196 zelfs) maakte geen verschil. Andries Wijnands, pastoor van Dinther, en Coenraad van Malsen, pastoor van Heeswijk, waren de strijdende partijen die beiden aanspraak maakten op de tienden van die hoeve. Coenraad was kloosterling van de abdij. Andries had de zaak tegen hem aangespannen omdat Coenraad de tienden van deze hoeve geïnd had. Iets wat gemakkelijk voor Coenraad was omdat de abdij de hoeve bezat.

rijdende rechter
Op 5 december 1516 liep Alart Baliart, deken van het Bossche kapittel, het woonhuis van notaris Jacob van Essch aan de Papenhulst in ’s-Hertogenbosch binnen. Hij was als scheidsrechter gekozen door de twee ruziënde pastoors en liet op die dag daar zijn uitspraak vastleggen. Hij had vooraf degelijk onderzoek verricht. De vicepastoor en de koster van Dinther waren gehoord. Verklaringen waren opgenomen van de pachter van de hoeve en van zijn vrouw, kinderen en personeel. Documenten en registers waren nagesnuffeld. Uit dit alles bleek zonneklaar dat de hoeve, het woonhuis met de hof, de schuur, de schop etc. altijd onder de parochie Dinther gehoord hadden en dat de gebruiker daar de tienden moest afdragen. De pastoor van Heeswijk ving bot. De grens tussen Heeswijk en Dinther bleek in 1516 van groot belang. Dit was zijn uitspraak en daarmee moesten ze het doen.
Geschreven door: 
Jan Sanders

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Op zoek naar Rendonk
- Het Maria-altaar in de Dungense kapel

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 1 februari 2016

De lotgevallen van een 'hulpeloos mensch'

Slot van de lange klachtbrief van Swinkels. Onthou vooral zijn handschrift...
Ook deze week nemen we in het kader van de  openbaarheidsmaand weer een kijkje in één van onze kerkelijke archieven. Dit keer duiken we in het tragische verhaal van Martinus Swinkels, die keer op keer de Udense pastoor Spierings, bisschop Van de Ven en zelfs de aartsbisschop van Utrecht smeekte om te mogen trouwen. Wanneer we verder graven in onze archieven, vinden we de opmerkelijke reden van deze pertinente weigeringen...

Martinus Swinkels was geboren in 1874 te Uden als zoon van een ongetrouwde moeder. Op een gegeven moment vond hij werk bij een meubelmaker in Duitsland. Zijn 'zuur gespaarde penningen' wilde hij spenderen aan een mooie bruiloft. Maar helaas, de geestelijken stribbelden tegen...

Van Herodus naar Pilatus...
Het archief van de parochie Sint Petrus te Uden bevat een ellenlange klachtenbrief van Martinus Swinkels, gericht aan de 'aardsbisschop' van Utrecht. In een uiterste poging om tóch dispensatie te krijgen voor zijn huwelijk legt hij op 8 juni 1900 zijn 'treurigen toestand' aan de hooggeplaatste geestelijke bloot.

Vervreemd en uitgeworpen...Martinus twijfelt aan de Kerk!
De Udense pastoor Spierings had geweigerd om een verzoek voor dispensatie door te sturen naar bisschop Van de Ven in Den Bosch. Hij bemoeide zich niet met die zaak; dit waren 'zijne eigene woorden,' aldus een geagiteerde Martinus.

De gehele brief bestaat uit een klaagzang over de handelswijze van Spierings en Van de Ven, die hem verschillende reizen vanuit Duitsland lieten maken, allemaal zonder resultaat. Uiteindelijk bleef Martinus geruïneerd achter, als een 'hulpeloos mensch' en met een 'ledige beurs.'  Hij had er schoon genoeg van om telkens van 'Herodus naar Pilatus' te worden gestuurd en begon zelfs te twijfelen aan de leerstellingen van de Rooms-Katholieke kerk!

Schande
Na de zoveelste reis naar Nederland bleek dat er geen dispensatie kon worden verleend omdat hij in Duitsland woonde. Inmiddels had hij zijn aanstaande bruid bij zich in huis genomen, omdat zij niet langer kon wonen in haar 'onhoubare stal.' Je kunt het je voorstellen hoe heel Uden schande sprak van deze situatie. Teleurgesteld wendde Martinus zich 'fluks' tot de pastoor van Sterkrade en diens antwoord was verrassend. Lees maar mee:

De Duitse pastoor ziet geen enkel probleem!
Deze Duitse pastoor meende dus dat Swinkels zonder bezwaar in 'Holland' zou kunnen trouwen en dat er helemaal geen dispensatie verleend hoefde te worden! Het probleem was dat men het stel gewoon niet wílde trouwen, aldus de pastoor. Wat waren dan de achterliggende redenen voor Spierings en Van de Ven, die halsstarrig weigerden dit huwelijk te voltrekken?

Harmonicaspeler
Hiervoor moeten we even terug naar de prille jeugd van Martinus Swinkels. Op 15-jarige leeftijd komt hij als een onschuldig ogende harmonicaspeler al voor het eerst in aanraking met justitie. Wegens bedelarij tussen Sambeek en Boxmeer werd hij acht dagen in hechtenis genomen.

Aanklacht tegen de bedelende Martinus, 1890
In bovenstaande aanklacht staat precies beschreven hoe de pientere Swinkels dit aanpakte. Hij stak één van zijn armen in de jas 'ten einde de liefdadigheid der voorbijgangers op te wekken, willende doen voorkomen alsof hij die arm miste.'

Twaalfvoudige dief
Was dit dan voldoende grond om hem de kerkelijke zegen over zijn huwelijk te ontzeggen? Misschien konden de bisschoppen dit akkefietje nog wel door de vingers zien, maar een jaar later werd Martinus opnieuw in de kraag gevat. Ditmaal voor een ernstiger vergrijp, namelijk een twaalfvoudige diefstal!

De 16-jarige harmonicaspeler belandt in 1891 wéér in de gevangenis

Deze keer kwam Swinkels voorlopig de gevangenis van Breda niet uit. Hij kreeg maar liefst een jaar gevangenisstraf opgelegd. Zekerheid hebben we natuurlijk niet, maar het is heel goed mogelijk dat Spierings en Van de Ven vanwege zijn misdadige verleden geen dispensatie voor zijn kerkelijk huwelijk wilden verlenen.

Beschrijving van Martinus Swinkels in het gevangenisregister. Vergelijk zijn handtekening met de eerste foto...
Toch lijkt het erop dat Martinus zijn leven heeft verbeterd. Na 1891 duikt zijn naam niet meer op in de gevangenisregisters en op 28 juli 1900 stapte hij uiteindelijk in het huwelijksbootje met zijn geliefde Johanna Maria van Boxtel. Of het kerkelijk huwelijk ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft vooralsnog een mysterie...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Kijkje in kerkelijke archieven
- Elk huisje heeft zijn kruisje

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

maandag 23 november 2015

De heilige Benedictus van Teeffelen

Onze vrijwilligers komen met regelmaat interessante en bijzondere vondsten tegen. Een van hen vond tijdens het indiceren van een begraafboek een opmerkelijke akte. Deze ging over Benedictus van Teeffelen, schepen namens Teeffelen bij de schepenbank van het Land van Megen. Wat opvalt is de behoorlijk verwarrende naamgeving: Benedictus van Teeffelen werd begraven in de kerk van Sint Benedictus te Teeffelen. Toeval of niet?

Toch niet want deze Benedictus was écht schepen en leefde in Teeffelen. Benedictus Joannis van Teeffelen werd geboren op 1 april 1685 in Erp. In 1733 trouwde hij met Jacoba Bernardi en samen kregen ze twee dochters en twee zonen. 
...doopakte Benedictus...
Benedictus is maar één jaar schepen geweest in Teeffelen. Zijn naam verschijnt voor het eerst in de schepenprotocollen in februari 1750. De laatste akte die hij ondertekent is die van 18 januari 1751. Ondanks zijn 66 jaar kon hij tussen januari en mei 1751 zijn beroep niet meer uitoefenen. Naar de reden waarom hij niet meer kon werken kunnen we helaas alleen maar gissen.

...handtekening...
Hij sterft ten slotte op 27 mei van het jaar 1751. De pastoor schrijft een uitgebreide begraafakte in zijn boek. Hij tekent op dat Benedictus gewaardeerd werd voor zijn volhardendheid als schepen. Hij werd bij allen geliefd om zijn vriendelijkheid. Zijn moeder, weduwe, verzorgde hij met liefde en was een waar voorbeeld voor zijn vier kinderen. Zijn rijkdom bracht hem dus geen verhevenheid maar respect voor en van de dorpsgemeenschap. Hij was dus toch een beetje een heilige, want net zoals de échte heilige Benedictus van Nursia wilde hij vrede in zijn dorp.
...begraafakte van Benedictus...
Drie jaar later krijgt de familie Van Teeffelen nog een klap te verwerken: de oudste zoon Joannes sterft. Hij was student aan de Latijnse school te Megen en had net zijn vakantie erop zitten. Hij stierf op 30 september 1754 op zeventienjarige leeftijd en werd vier dagen later in de kerk begraven (sepultus 3tia octobris in ecclesia juxta patrem suam). Naast zijn heilige vader.

...begraafakte Johannes...

Geschreven door:
Yvonne Verstappen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Benedictus Buns
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




maandag 21 september 2015

Help, de dokter komt niet!

...de opvallende advertentie...
“Attentie!!! Om aan verschillende, belachelijke geruchten een eind te maken, bericht ondergeteekende aan belanghebbenden, dat zij, zoo niet voor goed, dan toch minstens tot November haar betrekking als vr. vr. te Cuijk blijft waarnemen.” Getekend, A. de Jong-Rooker.

Het is een duidelijke advertentie die we lezen in de Echo van 7 juni 1913. Heel Cuijk weet waar “vr. vr.” voor staat: vroedvrouw. Want in die jaren is dat de meest besproken functie van het dorp. Wat is er aan de hand?

De katholieke dokter Van den Dries  (1897-1925) betaalt al jaren uit eigen middelen een vroedvrouw, om zo zijn werk wat te ontlasten. Maar als de katholieke vroedvrouw vertrekt en alleen de protestantse A. de Jong-Rooker solliciteert, neemt hij haar aan. Dit tot afgrijzen van pastoor Sengers die vanaf de kansel vrouwen oproept geen gebruik te maken van haar diensten. Maar dokter Van den Dries blijft achter zijn protestante vroedvrouw staan en wel op een opmerkelijke manier: hij stelt dat een ieder die gebruik zou maken van de diensten van de katholieke vroedvrouw niet meer door hem zou worden geholpen.  

...de ingezonden brief...
Behalve Van den Dries is ook dokter Van de Broek werkzaam in Cuijk. Maar ook al zijn er twee dokters, “toch zijn er gevallen dat men er practisch geen heeft”, zo lezen we uit een ingezonden brief in de Echo 25 januari 1919 (dus alweer zes! jaren daarna). Daarin doet F. van der Meer uit de doeken dat de dokters zijn zieke kind niet wilden helpen. Toen dokter van den Dries eerder liet dat mensen min of meer verplicht waren gebruik te maken van de diensten van A. de Jong schreef Van der Meer de huisarts een brief dat hij vrijheid van handelen wilde hebben. “Wij wisten dus dat we op diens hulp niet meer hoefde te rekenen.” Maar toen één der kinderen flink ziek werd, werd de familie ook door de andere dokter geweigerd. “Is dat nu geen treurige toestand en moet daarin geen verandering komen?”, vraagt de briefschrijver zich af.

...spijt van de sollicitatie...
Inmiddels is ook de Staatstoezicht op de Volksgezondheid op de hoogte van de schrijnende situatie in Cuijk. In een vertrouwelijke brief aan de burgemeester vraagt de hoofdinspecteur of het klopt dat dokter van den Dries inmiddels “meer dan vroeger bereid was ook aan patiënten geholpen door de katholieke vroedvrouw geneeskundige hulp te verlenen.” De burgemeester belegt een bijeenkomst met de hoofdinspecteur maar omdat de pastoor niet verschijnt, loopt dat op niets uit. Ondertussen is er nog een vroedvrouw benoemd die zich weer snel terugtrekt als ze van de manier van werken in Cuijk hoort (“het spijt mij gesolliciteerd te hebben!”)
...en de benoeming...
Nog geen jaar later staat er een ingezonden stuk in namens “vele” (maar anonieme) “Cuijkse Katholieke Huismoeders”. Er is dan nog weinig verandering gekomen in de bestaande situatie, zo blijkt. “Wij willen Roomsch zijn en daarom wenschen wij, neen daarom eischen wij in onze overwegend Katholieke gemeente een Katholieke vroedvrouw. Maar moedeloos worden wij aan ons lot overgelaten… de dokter komt niet! Zoo’n toestand hebben wij in Cuijk in de verlichte 20ste eeuw. Zóó staan de zaken.” Uiteindelijk wordt in 1925 de katholieke vroedvrouw M. Derksen-Beckers benoemd tot vroedvrouw van Cuijk. Langzaam keert de rust weer.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Vroedvrouwen
- Over de narigheid die de tijd met zich meebrengt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




vrijdag 22 mei 2015

Massaontslag in Boxmeer!

Eén van de sigarenfabrieken in Boxmeer ná het ontslag, rond 1910
Wie denkt dat de vele massaontslagen een product zijn van de 21e eeuw als gevolg van de economische crisis, heeft het mis. Ook eind negentiende eeuw was het soms moeilijk om brood op de plank te krijgen en de arbeidsomstandigheden waren ronduit slecht. In 1895 maakten enkele 'socialisten' een vuist voor de Boxmeerse sigarenmakers, die vervolgens hun werk neerlegden. Voorgoed, zo bleek later, toen zij door de burgemeester en de pastoor (!) werden ontslagen...

Staking!
Aan het einde van de negentiende eeuw vormden zich vele socialistische organisaties, die de problemen van de arbeidersklasse aan de kaak wilden stellen. In februari 1895 probeerden enkele socialisten zo'n organisatie in Boxmeer in het leven te roepen, namelijk de 'Nederlandschen Sigarenmakers en Tabaksbewerkers Bond.' Negentien sigarenmakers gingen hier grif op in en werden lid van deze bond.

Strooibiljet van de bond: wie durft er wél op te staan voor de 19 arbeiders?
De sigarenfabrikanten zagen dit met lede ogen aan en stelden de negentien arbeiders voor de keuze: of de bond de rug toekeren of de fabriek verlaten! Ze moesten namelijk niets hebben van deze 'rooie rakkers.' De betrokken sigarenmakers bleven echter lid van de bond en werden tijdelijk uit de stakingskas betaald.

Rooie rakkers?
Hoe moedig deze keuze misschien ook was, het betekende wel dat bijna twintig sigarenmakers zonder werk kwamen te zitten en hun (vaak grote) gezinnen niet konden voeden. Langzamerhand raakte de stakingskas leeg, werden hun oude arbeidsplaatsen door anderen opgevuld en moesten de stakers dus noodgedwongen op zoek naar nieuw werk.
 
Advertentie in het Boxmeers Weekblad van augustus 1895: wie neemt de plaats van de ontslagen arbeiders in?
De sigarenmakers uit Boxmeer werden dus massaal ontslagen door de burgemeester en de pastoor van het dorp, omdat ze lid werden van een 'socialistische bond.' Maar was dit ook echt zo? Volgens de NSTB zelf was dit geenszins het geval! 'Welnu, de Ned. Sigm-. en Tabakbew. Bond is bij geen der kerkelijke of politieke partijen aangesloten. Zij is dus geen christelijke, maar ook geen socialistische vereeniging.' Ze halen zelfs paus Leo XIII aan, die wijst op de slechte toestand van arbeiders in Europa.

Onbescheiden burgemeester
De NSTB is er heel duidelijk over in hun strooibiljet en beschuldigen de Boxmeerse burgemeester en pastoor voor het drama dat zich heeft voltrokken: 'De Pastoor toch heeft veel kwaad van den Ned. Sig. en Tabakbew. Bond gezegd, doch was niet te spreken toen wij kwamen om die leugens te weerleggen. De Burgemeester was zeer onbescheiden en wees ons als 't ware de deur.' Maar het wordt nog mooier; de burgemeester verzekerde de bond dat hij de fabrikanten zoveel mogelijk zou steunen en de 19 arbeiders zoveel mogelijk zou tegenwerken!

Een onverbiddelijke priester en bruuske burgemeester

Hoe het afliep met de arme sigarenmakers zelf? De Boxmeerse fabrieksdeuren bleven voor hen potdicht en zij zochten hun geluk elders, vaak in Duitsland...

Lisette Kuijper

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Exotische sigaren uit Grave
- Malle Pietje met zijn sigaar...

woensdag 11 maart 2015

Aan tafel met meneer pastoor


Ze zijn er met handgemaakte tekeningen, maar ook met grappige tikfoutjes of geheel in de Franse taal. Maar één ding hebben alle menu’s gemeen: ze zijn verzameld door verschillende pastoors van de parochie Sint Petrus’Stoel in Antiochië Boxtel, in de jaren 1932 tot 1962.

Het is een fascinerend idee hoe die pastoors aan tafel schoven en gerechten aten als schildpadsoep, gevulde kalfsborst en zwezeriken. Om vervolgens – nadat ze met een servet zorgvuldig hun mond hadden afgeveegd – voorzichtig de menukaart in hun jaszak op te bergen. Voor alle duidelijkheid: de menukaarten geven geen beeld van het alledaagse eten van pastoors in de vorige eeuw. Het gaat om feestelijke gelegenheden: een 25-jarig priesterfeest, een huwelijk of een zilveren koster. Dat verklaart het culinaire gehalte van de vaak mooi vormgegeven kaartjes.



De menukaart bij gelegenheid van de promotie van Gerardus Smulders tot doctor in de Economische Wetenschappen (op den 25en der Wijnmaand – Anno Domino 1945) is bijzonder intrigerend. Niet zozeer door de gerechten van de feestmaaltijd (met onder andere pasteitjes, gebraden haas en koffie en gebak) maar juist door de áchterkant. Want daar is met de hand iets opgeschreven. Wij vermoeden dat het gaat om een recept (waar sowieso 3 repen, 3 eieren en 2 lepels suiker ingaan…)



En wie dacht dat er alleen maar exquise maaltijden ter tafel kwamen; er komen ook heel wat blinde vinken, kip en koppen bouillon voorbij. Soms zijn ze handgeschreven, dan weer gedrukt, of zitten er kleine tekeningetjes bij (een kerktoren met de tekst ‘bim bam bom’). En af en toe blijkt Photoshop totaal overbodig. Zoals bij de mooie menukaart van het huwelijk van Jan van Erve en Lies Bijnen. Leuk detail: de menukaarten zijn onder meer in het archief terecht gekomen, dankzij de oplettendheid van mevrouw A. van Erve, één van de dienstmeisjes van de pastoor.  

Wil je meer zien? 
Je vindt alle menukaarten in het archief 2038 Parochie Sint Petrus’Stoel in Antiochië Boxtel in het inventarisnummer 96 (Menu's van feestelijke maaltijden voor de pastoors, 1932-1962). 

Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Aardappelpuree voor ons varkens
- Pastoor De Raad

vrijdag 25 oktober 2013

Tijd voor Max: tijd voor Stuk van het Jaar!

...bij de kleedkamer (met namen!)...
"Nog 10 seconden... nog 5 seconden... en we zijn live!" Donderdagochtend interview ik nog nietsvermoedend een meneer over zijn vroegere werk, donderdagmiddag zit ik in de studio bij Tijd voor Max. Met mijn hart in mijn keel maar voor een goede zaak: de verkiezing van Stuk van het Jaar. Ik mag ons BHIC-stuk voor het voetlicht brengen: een onooglijk schriftje van een pastoor uit Oploo maar met een prachtverhaal. Zo'n kans laat je natuurlijk niet lopen!

Achteraf bleek dat mijn collega Margot al enige tijd de redactie van Tijd voor Max aan het 'masseren' was om aandacht aan de verkiezing Stuk van het Jaar te besteden. Maar daarvan heb ik geen weet dus haar telefoontje "Kun je zo naar Hilversum?" komt tamelijk onverwacht. En dat is maar misschien goed ook. In de auto op weg naar de studio bedenk ik me wat ik allemaal graag wil vertellen. Om dat in één klap weer te vergeten zodra ik de studio binnenstap. Want vanaf dat moment gaat het allemaal snel. Heel snel.

Samen met Jan van der Meer (hoofd archief Rabobank, met wie ik het item mag doen) schudden we het ene handje na het andere. Iemand die een parkeervergunning voor je regelt, iemand die je naar de kleedkamer brengt, iemand voor je zendertje, iemand voor de visagie ("Ik zal maar geen modepopje van je maken?" "Nee!") en iemand die iets te drinken voor je haalt. Nog niet alles bevattend zitten Jan en ik even samen in de kleedkamer. Stikkend van de zenuwen. Bang voor black outs, haperingen en alle andere dingen die mis kunnen gaan. Maar niet voor lang want al snel komt presentatrice Martine van Os een handje geven. En dan moeten we ook nog op de foto, poserend als een soort bruidspaar (het is me nog niet duidelijk waarvoor precies).

En hup weer door naar de studio waar - grote goden - de leader van het programma al draait. Kennelijk gaan we níet eerst oefenen (waar ik eigenlijk wel van uit was gegaan). Weer een meneer die een handje geeft en zegt waar ik moet gaan zitten en dan begint het. Het gaat snel, ik wil nog veel méér vertellen maar de meneer trekt alweer aan mijn stoel. Het is alweer voorbij. Pfff...

Nee, geef mij maar letters. Rustig tikken, een typefout is met één druk op de knop weer hersteld. Dat was in 1786 wel anders. Maar het schriftje van de pastoor - onze nominatie voor de verkiezing - kent nauwelijks doorhalingen. En zijn taalgebruik is prachtig. De pastoor schrijft niet dat de bruidegom een huis heeft gekocht, nee hij schrijft: "Het kooitje is klaar, het wordt tijd voor een vogeltje." En zo gaat het verder over 'goede sukkelaars' en zuiplappen en ontvouwt het leven van de 18de eeuw zich in een onooglijk schriftje.

Dus stem op dit prachtige historische verhaal! Heb ik het tenminste niet allemaal voor niets doorstaan :-)

Marilou

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- GTST in 1786
- Over strelingen en vrijages


vrijdag 18 oktober 2013

Over strelingen en vrijages en waartoe dat leidt

 ...Hoe zou het zijn geweest als het hele voorval zich nu zou afspelen?...
Stel je voor: je bent net twintig jaar, je woont in Oploo en het is rond 1786. Na een avondje uit met je vriendje zeg je na wat kussen en strelen: "Oké, ik trouw met je als je niet meer zoveel drinkt." Maar de volgende dag bedenk je al dat dit toch echt niet de man is waarmee je verder wil en je dumpt hem. Voor die wat saaie maar o zo betrouwbare Matthijs. Zo moet het ongeveer zijn gegaan met Anna Graat.

Haar ouders halen opgelucht adem dat die nietsnut die te veel drinkt uit beeld is en dat daar een braver exemplaar voor in de plaats is gekomen. Alles wordt in gereedheid gebracht voor een huwelijk maar nee hè: dáár heb je dat vroegere vriendje weer. En maar moeilijk doen omdat Anna met hem zou gaan trouwen. Wat een ellende.

Dit verhaal staat te lezen in een brievenboek van pastoor Van den Heuvel uit Oploo. In een uitgebreid verslag aan zijn broer kunnen we opmaken dat het huwelijk - na veel geld, chantage en machtsstrijd - tóch doorgaat. Maar de hele gebeurtenis laat zijn sporen na in de Oploose gemeenschap. Pastoor Van den Heuvel vermeldt dat tijdens al dit gedoe de jonge meiden in het dorp flink geschrokken zijn. "Het schijnt dat er hedendaags vele jongelingen op uit zijn om door allerhande streelingen en liefkozerijen de onbedachte [onnadenkende, onbezonnen] jonge dogters diergelijke zogenaamde trouwbeloftes uit de hals te trekken."

Daarom hadden ze onderling afgesproken om mondslotjes te laten maken en die tijdens de vrijage op hun mond te zetten om te voorkomen dat ze onder invloed van liefkozingen en strelingen een jawoord zouden geven of wat ook maar op toestemming zou kunnen lijken. Maar nadat het huwelijk toch is doorgegaan, is dit idee weer verdwenen. Er bestond geen gevaar meer dat het je wel 100 dukaten zou kunnen gaan kosten als je in een onbewaakt ogenblik zou zeggen: "ik tel wel, dat ik het doen zal, ja, als ge niet meer supt."

Zeg eens eerlijk, dit is zo'n prachtig verhaal: dat verdient toch ook jouw stem? Zorg ervoor dat dit schriftje oprukt in de strijd om de titel Stuk van het Jaar en stem op het BHIC!

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- GTST anno 1786
- Het schriftje van de pastoor is door

maandag 30 september 2013

Stem op het schriftje van de pastoor!


..."Ja ik zal het doen" uit het schriftje van de pastoor...
Vanaf morgen - dinsdag 1 oktober 2013 - mag je stemmen op jouw favoriete Stuk van het Jaar. Nederlandse archiefinstellingen hebben voor deze verkiezing hun mooiste archiefstuk aangeleverd en bij het BHIC is dat het schriftje van de pastoor van Oploo uit 1786 geworden. Vind jij dat ook mooi? Stem dan via www.onsdna.nl/stukvanhetjaar

De hele maand oktober - de Maand van de Geschiedenis - kun je stemmen op je favoriete archiefstuk. Bij de afsluiting van deze maand wordt ook de winnaar bekendgemaakt. Voor het BHIC is allang duidelijk wat dat moet worden, namelijk het brievenboekje van pastoor Van den Heuvel. Nee, geen indrukwekkend charter, geen prachtig zegel of eeuwenoude kaart maar een onooglijk schriftje Waarom? Omdat juist dit persoonlijke verhaal de achttiende eeuw op een sprekende manier tot leven brengt.  

Pastoor Van den Heuvel schrijft in 1786 uitgebreid aan zijn broer over een jong stel, Matthijs de Klijne en Anna Graat. In een keurig regelmatig handschrift schrijft hij hoe de twee willen trouwen. Tot zover niets nieuws. Maar dan komt het: er komt nog een meneer die de hand van Anna opeist. De pagina’s die volgen, staan vol chantage, machtsstrijd, prestigeverlies en gedoe over geld. In een doorsnee seizoen van GTST gebeurt minder.

De woordkeuze van de pastoor is heel treffend. Matthijs (omschreven als een ‘goede sukkelaar’) heeft begin 1786 een huis gekocht. De pastoor vervolgt: “Het kooitje is klaar, het wordt tijd voor een vogeltje.” Dat vogeltje is Anna Graat uit Ledeacker, ‘een brave Christelijke en Godsvrezende dochter’. De ondertrouw wordt afgekondigd maar dan wordt bezwaar gemaakt door Peter Pauli van Wanroij, in de wandelgangen Pauwle Pet genoemd. Anna zou met hém gaan trouwen; ze had zelf gezegd dat ‘zij het doen zoude’. De strijd breekt los; er worden afkoopsommen aangeboden, er volgen processen en iedereen is boos op elkaar. Maar uiteindelijk loopt het allemaal toch nog goed af. Een fijne feel good movie, gevangen in een eeuwenoud schriftje.



Vind je dit interessant? Lees dan ook:

zaterdag 22 juni 2013

Marilou kiest: het schriftje van de pastoor #stukvanhetjaar

...Marilou met haar parel uit één van de talloze dozen...

Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Marilou.

Geen indrukwekkend charter, geen prachtig zegel of eeuwenoude kaart. Mijn Stuk van het Jaar is een onooglijk schriftje, geschreven door een alledaagse pastoor over een huwelijk dat niet doorgaat. Waarom? Omdat juist dit persoonlijke verhaal de achttiende eeuw op een sprekende manier tot leven brengt.  

Pastoor Van den Heuvel schrijft in 1786 uitgebreid aan zijn broer over een jong stel, Matthijs de Klijne en Anna Graat. In een keurig regelmatig handschrift schrijft hij hoe de twee willen trouwen. Tot zover niets nieuws. Maar dan komt het: er komt nog een meneer die de hand van Anna opeist. De pagina’s die volgen, staan vol chantage, machtsstrijd, prestigeverlies en gedoe over geld. In een doorsnee seizoen van GTST gebeurt minder.
...uit het boekje van de pastoor...
De woordkeuze van de pastoor is heel treffend. Matthijs (omschreven als een ‘goede sukkelaar’) heeft begin 1786 een huis gekocht. De pastoor vervolgt: “Het kooitje is klaar, het wordt tijd voor een vogeltje.” Dat vogeltje is Anna Graat uit Ledeacker, ‘een brave Christelijke en Godsvrezende dochter’. De ondertrouw wordt afgekondigd maar dan wordt bezwaar gemaakt door Peter Pauli van Wanroij, in de wandelgangen Pauwle Pet genoemd. Anna zou met hém gaan trouwen; ze had zelf gezegd dat ‘zij het doen zoude’. De strijd breekt los; er worden afkoopsommen aangeboden, er volgen processen en iedereen is boos op elkaar. Maar uiteindelijk loopt het allemaal toch nog goed af. Een fijne feel good movie, gevangen in een eeuwenoud schriftje.

Mijn keuze was snel gemaakt, juíst door het eenvoudige schriftje en de relatief onbeduidende inhoud. Omdat deze petit histoire de geschiedenis van de achttiende eeuw op een bijna vermakelijke manier tot leven brengt en tegelijkertijd zo herkenbaar is in onze tijd.

Marilou Nillesen
Medewerkster studiezaal en projectenbureau BHIC

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Saskia kiest: Franse dansen
- Annemarie kiest: propaganda-affiche