Posts tonen met het label Stuk van het Jaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stuk van het Jaar. Alle posts tonen

maandag 8 december 2014

Kaas met beschoten gaten

..."By de kaas is, zooals bekend, een gaatje meer of minder geen ramp"...
Nog maar pas geleden stond in Brabants Dagblad het verhaal van Annie Brok over haar herinneringen aan de bevrijding. Mevrouw Brok toonde een mooie foto van een doorzeefde vuilniswagen die vol met kaas zat. Bij collega Mariët Bruggeman ging meteen een belletje rinkelen: dit verhaal ken ik! Hetzelfde voorval, maar dan opgetekend door Josephus de Rijk.
...het verhaal uit de krant over de beschoten kaas...
Mariët koos vorig jaaar een bijzonder Hema-kladblokje als haar Stuk van het Jaar. Het mapje zit vol met persoonlijke aantekeningen van Catharina van Rijn en van haar man Josephus de Rijk, gecombineerd met krantenberichten en wat officiële stukken. Er zitten zelfs Valentijnskaarten in. Ook zitten er twee schriftjes in deze omslag waarin krantenberichten zijn geplakt over het verloop van de oorlog. Daartussendoor schrijft (waarschijnlijk) Josephus zowel in het Nederlands als in het Engels over zijn ervaringen in de oorlog.

De achterkant van de bladzijden werden gebruikt om de oorlogssituatie in en om ’s-Hertogenbosch te omschrijven. Aan het handschrift te zien, zijn deze aantekeningen waarschijnlijk van Josephus. Hij begint daar eind september 1944 mee en de laatste aantekening in dit blokje dateert van maandag 9 oktober 1944. Zo schrijft hij over een grijze auto van de gemeentereiniging waarin kazen werden vervoerd richting ’s-Hertogenbosch.

Van bovenaf gezien leek deze auto waarschijnlijk erg op een tank. Hij wordt daardoor aangezien voor de vijand en door de Engelsen doorzeefd met kogels. "De heeren inzittenden wisten op 't nippertje het veege lijf te redden. De wagen werd doorzeefd teruggevonden." Maar zoals Josephus optimistisch opmerkt "een gaatje meer of minder in de kaas is geen ramp".

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Een Bossche bevrijdingsbaby
- De Kinderjaren 1945-1953

vrijdag 25 oktober 2013

Tijd voor Max: tijd voor Stuk van het Jaar!

...bij de kleedkamer (met namen!)...
"Nog 10 seconden... nog 5 seconden... en we zijn live!" Donderdagochtend interview ik nog nietsvermoedend een meneer over zijn vroegere werk, donderdagmiddag zit ik in de studio bij Tijd voor Max. Met mijn hart in mijn keel maar voor een goede zaak: de verkiezing van Stuk van het Jaar. Ik mag ons BHIC-stuk voor het voetlicht brengen: een onooglijk schriftje van een pastoor uit Oploo maar met een prachtverhaal. Zo'n kans laat je natuurlijk niet lopen!

Achteraf bleek dat mijn collega Margot al enige tijd de redactie van Tijd voor Max aan het 'masseren' was om aandacht aan de verkiezing Stuk van het Jaar te besteden. Maar daarvan heb ik geen weet dus haar telefoontje "Kun je zo naar Hilversum?" komt tamelijk onverwacht. En dat is maar misschien goed ook. In de auto op weg naar de studio bedenk ik me wat ik allemaal graag wil vertellen. Om dat in één klap weer te vergeten zodra ik de studio binnenstap. Want vanaf dat moment gaat het allemaal snel. Heel snel.

Samen met Jan van der Meer (hoofd archief Rabobank, met wie ik het item mag doen) schudden we het ene handje na het andere. Iemand die een parkeervergunning voor je regelt, iemand die je naar de kleedkamer brengt, iemand voor je zendertje, iemand voor de visagie ("Ik zal maar geen modepopje van je maken?" "Nee!") en iemand die iets te drinken voor je haalt. Nog niet alles bevattend zitten Jan en ik even samen in de kleedkamer. Stikkend van de zenuwen. Bang voor black outs, haperingen en alle andere dingen die mis kunnen gaan. Maar niet voor lang want al snel komt presentatrice Martine van Os een handje geven. En dan moeten we ook nog op de foto, poserend als een soort bruidspaar (het is me nog niet duidelijk waarvoor precies).

En hup weer door naar de studio waar - grote goden - de leader van het programma al draait. Kennelijk gaan we níet eerst oefenen (waar ik eigenlijk wel van uit was gegaan). Weer een meneer die een handje geeft en zegt waar ik moet gaan zitten en dan begint het. Het gaat snel, ik wil nog veel méér vertellen maar de meneer trekt alweer aan mijn stoel. Het is alweer voorbij. Pfff...

Nee, geef mij maar letters. Rustig tikken, een typefout is met één druk op de knop weer hersteld. Dat was in 1786 wel anders. Maar het schriftje van de pastoor - onze nominatie voor de verkiezing - kent nauwelijks doorhalingen. En zijn taalgebruik is prachtig. De pastoor schrijft niet dat de bruidegom een huis heeft gekocht, nee hij schrijft: "Het kooitje is klaar, het wordt tijd voor een vogeltje." En zo gaat het verder over 'goede sukkelaars' en zuiplappen en ontvouwt het leven van de 18de eeuw zich in een onooglijk schriftje.

Dus stem op dit prachtige historische verhaal! Heb ik het tenminste niet allemaal voor niets doorstaan :-)

Marilou

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- GTST in 1786
- Over strelingen en vrijages


vrijdag 18 oktober 2013

Over strelingen en vrijages en waartoe dat leidt

 ...Hoe zou het zijn geweest als het hele voorval zich nu zou afspelen?...
Stel je voor: je bent net twintig jaar, je woont in Oploo en het is rond 1786. Na een avondje uit met je vriendje zeg je na wat kussen en strelen: "Oké, ik trouw met je als je niet meer zoveel drinkt." Maar de volgende dag bedenk je al dat dit toch echt niet de man is waarmee je verder wil en je dumpt hem. Voor die wat saaie maar o zo betrouwbare Matthijs. Zo moet het ongeveer zijn gegaan met Anna Graat.

Haar ouders halen opgelucht adem dat die nietsnut die te veel drinkt uit beeld is en dat daar een braver exemplaar voor in de plaats is gekomen. Alles wordt in gereedheid gebracht voor een huwelijk maar nee hè: dáár heb je dat vroegere vriendje weer. En maar moeilijk doen omdat Anna met hem zou gaan trouwen. Wat een ellende.

Dit verhaal staat te lezen in een brievenboek van pastoor Van den Heuvel uit Oploo. In een uitgebreid verslag aan zijn broer kunnen we opmaken dat het huwelijk - na veel geld, chantage en machtsstrijd - tóch doorgaat. Maar de hele gebeurtenis laat zijn sporen na in de Oploose gemeenschap. Pastoor Van den Heuvel vermeldt dat tijdens al dit gedoe de jonge meiden in het dorp flink geschrokken zijn. "Het schijnt dat er hedendaags vele jongelingen op uit zijn om door allerhande streelingen en liefkozerijen de onbedachte [onnadenkende, onbezonnen] jonge dogters diergelijke zogenaamde trouwbeloftes uit de hals te trekken."

Daarom hadden ze onderling afgesproken om mondslotjes te laten maken en die tijdens de vrijage op hun mond te zetten om te voorkomen dat ze onder invloed van liefkozingen en strelingen een jawoord zouden geven of wat ook maar op toestemming zou kunnen lijken. Maar nadat het huwelijk toch is doorgegaan, is dit idee weer verdwenen. Er bestond geen gevaar meer dat het je wel 100 dukaten zou kunnen gaan kosten als je in een onbewaakt ogenblik zou zeggen: "ik tel wel, dat ik het doen zal, ja, als ge niet meer supt."

Zeg eens eerlijk, dit is zo'n prachtig verhaal: dat verdient toch ook jouw stem? Zorg ervoor dat dit schriftje oprukt in de strijd om de titel Stuk van het Jaar en stem op het BHIC!

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- GTST anno 1786
- Het schriftje van de pastoor is door

maandag 30 september 2013

Stem op het schriftje van de pastoor!


..."Ja ik zal het doen" uit het schriftje van de pastoor...
Vanaf morgen - dinsdag 1 oktober 2013 - mag je stemmen op jouw favoriete Stuk van het Jaar. Nederlandse archiefinstellingen hebben voor deze verkiezing hun mooiste archiefstuk aangeleverd en bij het BHIC is dat het schriftje van de pastoor van Oploo uit 1786 geworden. Vind jij dat ook mooi? Stem dan via www.onsdna.nl/stukvanhetjaar

De hele maand oktober - de Maand van de Geschiedenis - kun je stemmen op je favoriete archiefstuk. Bij de afsluiting van deze maand wordt ook de winnaar bekendgemaakt. Voor het BHIC is allang duidelijk wat dat moet worden, namelijk het brievenboekje van pastoor Van den Heuvel. Nee, geen indrukwekkend charter, geen prachtig zegel of eeuwenoude kaart maar een onooglijk schriftje Waarom? Omdat juist dit persoonlijke verhaal de achttiende eeuw op een sprekende manier tot leven brengt.  

Pastoor Van den Heuvel schrijft in 1786 uitgebreid aan zijn broer over een jong stel, Matthijs de Klijne en Anna Graat. In een keurig regelmatig handschrift schrijft hij hoe de twee willen trouwen. Tot zover niets nieuws. Maar dan komt het: er komt nog een meneer die de hand van Anna opeist. De pagina’s die volgen, staan vol chantage, machtsstrijd, prestigeverlies en gedoe over geld. In een doorsnee seizoen van GTST gebeurt minder.

De woordkeuze van de pastoor is heel treffend. Matthijs (omschreven als een ‘goede sukkelaar’) heeft begin 1786 een huis gekocht. De pastoor vervolgt: “Het kooitje is klaar, het wordt tijd voor een vogeltje.” Dat vogeltje is Anna Graat uit Ledeacker, ‘een brave Christelijke en Godsvrezende dochter’. De ondertrouw wordt afgekondigd maar dan wordt bezwaar gemaakt door Peter Pauli van Wanroij, in de wandelgangen Pauwle Pet genoemd. Anna zou met hém gaan trouwen; ze had zelf gezegd dat ‘zij het doen zoude’. De strijd breekt los; er worden afkoopsommen aangeboden, er volgen processen en iedereen is boos op elkaar. Maar uiteindelijk loopt het allemaal toch nog goed af. Een fijne feel good movie, gevangen in een eeuwenoud schriftje.



Vind je dit interessant? Lees dan ook:

maandag 1 juli 2013

En nu... wat kies jíj? #stukvanhetjaar

Van een kaart die Streetview in de achttiende eeuw laat zien tot belasting op haarpoeder en alles wat daar tussen zit: de afgelopen twee weken trof je op Brabant Bekijken dagelijks een mooie variatie aan van uiteenlopende archiefstukken. Maar nu is de keus aan jou... met welk stuk moet het BHIC de strijd aangaan voor de titel Stuk van het Jaar?

Vandaag starten wij met de voorverkiezing van het mooiste of meest bijzondere archiefstuk uit onze collectie. Dit gebeurt in aanloop van de landelijke online verkiezing ‘Stuk van het Jaar’ die in oktober tijdens de Maand van de Geschiedenis plaatsvindt. Veel archieven doen hieraan mee. De afgelopen twee weken prezen BHIC-collega's op dit blog hun meest bijzondere stuk aan. Ook bezoeker Lizet Kruyff deed een duit in het zakje met een bijzondere menukaart, net zoals Paul Budde met een historische kaart (vanuit Australië!)

Nu is de beurt aan jou! Welk stuk vind jij dat door moet gaan? Maak je keuze op www.bhic.nl/stukvanhetjaar of via de poll hieronder. Eind augustus gaat het winnende archiefstuk, het stuk met de meeste stemmen, door naar de landelijke verkiezing. Stemmen kan tot maandag 19 augustus. Het gekozen stuk prijkt dan naast vele andere historische juweeltjes tijdens de Maand van de Geschiedenis op www.onsdna.nl, de site van de gezamenlijke archiefinstellingen Nederland.
Vind je dit interessant? Lees dan:
- alle bijdragen van het BHIC
- informatie over de verkiezing

Bezoeker Paul kiest: historische kaart #stukvanhetjaar

...vanuit Bucketty, Australië: Paul Budde met zijn favoriete kaart (een kopie)...

Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Vanaf vandaag. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten maar dit keer is het een bezoeker met een prachtvondst: Paul Budde met een bijzondere kaart.

De kaart is uitgegeven rond 1775 en is gemaakt door Nicolaes Visscher hij leefde van 1618-1679, dus het eigenlijke werk voor de kaart vond meer dan honderd jaar eerder plaats in opdracht van “De Hoog Mogenheden Heeren der Staten Generaal”.

Dit is de officiële title: Seer net gemeete Kaarte van de respective polders Mase en Achterdyken met der selver Sluyfen, Wateringen, Weg Slooten, Stegen en Wegen, In Der Quartiere Van Maasland, gelegen aan de Rivier de Mase, en in de Mayerye van s'Hertogenbossche, Sig uytstreckende van de gemelte Stad, langs de Dieskant, tot aan de Stad Ravensteyn . Op de kaart staat vervolgens vermeld: "Dese Kaart werd verkogt tot s'Hertogen Bossche by Johan van Turnhout in de Hintemer-Straat."
 
...de kaart van Nicolaes Visscher...
De reden waarom ik voor deze kaart koos was dat het de beste gedetailleerde historische kaart is van de polders tussen Oss en Den Bosch. Er gaat haast geen reis naar Nederland voorbij zonder dat ik door deze polders rij, ik denk dat het een van de mooiste historische landschappen van Nederland is. Aan de rand van deze polders begon in de Bronstijd de eerste vaste bewoning van de streek. Er is hier nog steeds tastbaar bewijs van de bedijking van de Maas door de Hertogen van Brabant (eind 13e eeuw) - de Meerdijk langs het Ossermeer en de Hertogswetering is mijn favoriet. 

In deze (en andere) polders vond ook de eerste vorm van democratisch bestuur in Nederland plaats: de Waterschappen. De strijd tegen het water met de overstromingen m.n. in de 15e and 16e eeuw heeft ook zijn sporen achtergelaten en dankzij de Beerse Overlaat bleef het gebied heel spaarzaam bevolkt en daarom kunnen we nu nog steeds volop van deze prachtige historische omgeving  genieten.

Paul Budde

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Rene kiest: een foto van een neomist
- Yvonne kiest: 19de eeuws haarpoeder

zondag 30 juni 2013

René kiest: de foto van de neomist #stukvanhetjaar

...de keuze van René: onderdanige devotie en superieure zelfverzekerdheid...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteerden de BHIC-medewerkers de afgelopen tijd hun favorieten en René sluit vandaag de rijen.

Wat maakt een archiefstuk nou bijzonder? In de meeste gevallen zal de uniciteit een rol spelen; er immers maar één exemplaar van het betreffende document. Soms bepaalt de vormgeving het bijzondere karakter: een schitterende met de hand ingekleurde kaart spreekt tot ieders verbeelding.

Ook de ouderdom kan een toegevoegde waarde geven: een fragment uit de 13e eeuw is al snel indrukwekkend, hoe onleesbaar het ook moge zijn. En soms geeft ook de maatschappelijke betekenis het archiefstuk extra glans: een vredesverdrag wordt immers belangrijker geacht dan de oprichtingsakte van de plaatselijke geitenfokvereniging.

...René over zijn favoriete foto...
Foto’s voldoen aan geen van deze kenmerken: ze zijn niet uniek, vaak ook niet mooi. Ze bezitten geen bewijskracht zoals een akte en oud zijn ze al evenmin. Toch kunnen ze een bijzondere waarde hebben: vaak onbedoeld geven ze een fraai tijdsbeeld. Uit de immense beeldcollectie van het BHIC heb ik vrij willekeurig een foto van een neomist gekozen. Dat is een priester die net is gewijd en zijn eerste Heilige Mis nog moet opdragen.

Veelal gebeurde dat in zijn geboortedorp of woonplaats van zijn ouders. En dan was het feest in de gemeenschap: de gelovigen verzamelden zich rond zijn huis en dan trok men in optocht naar de kerk, voorafgegaan door een hele reeks bruidjes in het wit. De kerk zat vervolgens stampvol, niemand durfde te ontbreken. Na de plechtigheid werd door de jonge priester snoep uitgedeeld aan de kinderen, rolletjes King en Rang waren favoriet. En dan was er de receptie en aansluitend – enkel voor genodigden – het diner.

We hebben honderden fotoseries die deze gebeurtenis en detail in beeld brengen. De door mij gekozen foto toont het begin van de feestelijkheden: de neomist wordt opgehaald van huis, maar geeft eerst nog even de zegen aan zijn familieleden.

We schrijven 1949, het naoorlogse rijke roomse leven is op zijn hoogtepunt. Het is de tijd dat 90% van alle Brabanders en Limburgers nog praktiserend katholiek is, de tijd dat er in Nederland meer priesters zijn dan alle huisartsen en medisch specialisten van alle gezindten bij elkaar. De tijd dat hel en vagevuur nog angstaanjagende realiteiten vormen, de tijd ook dat de priester de enige is die de zonden van gewone stervelingen in de biecht kan vergeven. Hij is degene die het verschil kan maken tussen eeuwigdurende verdoemenis of permanente gelukzaligheid.

Deze foto illustreert die prominente positie prachtig: de familieleden in onderdanige devotie, de neomist ondanks zijn jeugdige leeftijd in stralende en superieure zelfverzekerdheid. Er is maar één detail dat detoneert: wie op onze site de foto vergroot ziet dat de jonge priester niet alle 33 knoopjes van zijn soutane heeft dicht geknoopt. Kennelijk had ook hij toch last van zenuwen.

René Bastiaanse, directeur BHIC

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Yvonne kiest: haarpoeder
- Paul kiest: Streetview avant la lettre

zaterdag 29 juni 2013

Yvonne kiest: negentiede-eeuws haarpoeder #stukvanhetjaar



...Yvonne duikt in de wereld van haarpoeder...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en nu is de beurt aan Yvonne.

Belasting betalen om haarpoeder te mogen gebruiken. Het bekijken van de Acte van patent Tot het Dragen van Haarpoeder uit 1808, verleend aan Franciscus van Lanschot, riep bij mij de vraag op: Waarom? Na wat gezoek werd al snel duidelijk dat het om haarpoeder voor pruiken ging. Haarpoeder werd gebruikt om pruiken te bestuiven en zodoende in model te houden. Maar waarom belasting daarover heffen?


Omdat de informatie beschreven in het archiefstuk vrij eenvoudig is, is achtergrondinformatie wel geboden. Izaak Gogel, destijds minister van Financiën, zorgde voor een uniform belastingstelsel geldend voor de gehele republiek op basis van economische draagkracht: Hoe rijker je was, hoe meer belasting je betaalde. Luxe goederen, zoals parasols, handschoenen en waaiers werden vanaf nu financieel belast. Per 1 januari 1806 werd er een belasting voor het gebruiken van pruiken en haarpoeder ingevoerd. Men moest bij de lokale overheid een gezegelde akte van patent (vergunning) aanvragen, ten koste van vijf gulden.

...belasting op het dragen van pruiken en haarpoeder...
De vraag waarom juist vanaf 1806 belasting werd geheven op het dragen van pruiken en haarpoeder maakt het archiefstuk interessant. Het dragen van weelderige pruiken was immers zo goed als uit de mode. Antwoord: De Fransen hadden geld nodig om hun Europese oorlog te kunnen voortzetten. Omdat de Franse revolutionairen de aristocraten niet mochten, was het vanaf 1796 verboden om pruiken te dragen. Maar het geldtekort door de dure oorlogen maakte dat pruiken weer gedragen mochten worden, mits daar belasting voor betaald werd. Ondanks dat het stuk met weinig woorden beschreven is, laat het mooi de wisselwerking van beslissingen op micro- en macroniveau zien. Franciscus van Lanschot kocht als individu een patent voor haarpoeder, zodat de Fransen hun monopolie in Europa financieel konden handhaven.

Yvonne Verstappen
Medewerker studiezaal BHIC 's-Hertogenbosch 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 

vrijdag 28 juni 2013

Paul kiest: Streetview avant la lettre #stukvanhetjaar

...Paul vindt zijn favoriete stuk...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en nu is het de beurt aan Paul.

Bij een onderzoek naar Brabantse watermolens stuitte ik op een prachtige vogelvluchttekening van de omgeving van watermolen Ten Steen bij Middelrode. Google bestond nog niet, maar het lijkt wel of Streetview al was uitgevonden…

We zien de watermolen en de molensluis, niet eens schematisch, maar zoals hij er daadwerkelijk uitgezien moet hebben in de 18e eeuw. Verder de akker- en weilanden, de wegen naar Heeswijk en Berlicum, de rivier Aa en de molenwiel, die ontstaat door het uitstromende water van de sluis. Wel schematisch zijn de boerderijen ingetekend, die wateroverlast kregen als de molenaar het Aawater tegenhield om meer of langer waterkracht voor zijn molen te krijgen.

...Streetview in de 18de eeuw...
Die wateroverlast kwam veel voor bij watermolens. De overheid stelde al sinds Karel V vast hoe hoog het water mocht komen, wat met een zogenaamde pegel bij de molen werd aangegeven. De kaart hoort bij het deze regeling. Veel molenaars lichtten nogal eens de hand met de voorschriften, met alle gevolgen en klachten van dien.

Zoals de meeste watermolens in onze provincie is ook deze intussen verdwenen. Maar gelukkig is de kaart gebleven. Een Streetview van het gebied tussen Middelrode en Heeswijk, ongeveer waar nu de Molenhoek ligt.

Paul Huismans
Medewerker Projectenbureau en Relatiebeheer


Vind je dit interessant? Lees dan ook:  
- Margot kiest: een foto van de wasbeurt
- Lizet kiest: een bijzondere menukaart

donderdag 27 juni 2013

Margot kiest: een foto van de wasbeurt #stukvanhetjaar

...Margot met haar favoriete foto...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Margot.

Ik heb al veel pareltjes voorbij zien komen; een oude kaart, een klein boekje met persoonlijke aantekeningen, een filmpje van een frivole Franse dans, een treurig liefdesverhaal, maar wat ik eigenlijk mis in deze lijst zijn foto’s. Foto’s vertellen een verhaal, ze roepen emoties op, herinneringen. Soms wordt het bijna zintuigelijk en ruik je als het ware de geuren van weleer: het parfum van je oma, groene zeep, kolenvuur of bijvoorbeeld mest.

Het BHIC heeft een rijk gevulde beeldbank en er zijn eigenlijk zoveel foto’s die me raken, die een verhaal vertellen. Waarom dan juist deze foto? Omdat deze een tijdsbeeld weergeeft. Ik denk dat deze foto bij velen herinneringen oproept aan hun jeugd.

...aan de slag met de tobbe (fotopersbureau Het Zuiden)...
Snel even een wasje doen was er vroeger namelijk niet bij. Het hele gezin werd ingeschakeld bij dit wekelijkse karwei. Op zondagavond werd de was in de week gezet en maandag was moeder de vrouw met haar oudste dochters de hele dag zoet met boenen, bleken, spoelen en schuren van de was. Daarna ging het wasgoed door de wringer. Dat was oppassen geblazen, want in die wringer konden de knopen wel eens breken. Het ergste was dat de kledingstukken met elke wasbeurt grauwer werden. Dan hebben we het hier alleen nog maar over het wasproces…

De twee oudste dochters hier lijken veel ouder dan ze in werkelijkheid zijn. Op hun schouders rust al een zware verantwoordelijkheid. Als oudste dochter moest je thuisblijven om te helpen, zoals bij dit gezin uit Ravenstein uit 1935. Als je kon koken en naaien, dan kon je genoeg. Gek als je bedenkt dat dit nu juist het enige lijkt, dat jonge dames niet meer kunnen ;-). Als jongste dochter had je meer geluk. Dan kon je gemist worden, mocht je doorstuderen of trok je de wijde wereld in.

Ik zie deze foto als een ode aan de vrouw van eerdere generaties. Ze gaf leiding aan een groot gezin en haar dagen waren gevuld met taken, waar wij ons tegenwoordig nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Tijd voor persoonlijke ontwikkeling of een hobby had ze niet, laat staan dat ze met vriendinnen een weekendje naar Nice kon vliegen. Als ze al een hobby had (breien), dan breide ze sokken of ondergoed voor haar kroost. Quality time? Ze zou er hard om hebben gelachen. Toch heeft zij de weg vrij gemaakt voor de huidige generaties vrouwen. Deze laatste working ladies zetten ’s ochtends de borden en mokken in de afwasmachine, drukken op de knop en de wasmachine springt aan, heten de oppas welkom en springen daarna vliegensvlug in hun knalrode autootje naar het werk (of haasten zich in een snelle outfit naar de aerobics).
Ja, ja, dat waren nog eens tijden!

Margot America
Medewerker Communicatie & Promotie BHIC


Vind je dit interessant? Lees je dan ook:
- Lizet kiest: een bijzondere menukaart
- Rien kiest: een Italiaanse oplichter

woensdag 26 juni 2013

Bezoeker Lizet kiest: een bijzondere menukaart #stukvanhetjaar

...een menukaart met een foutje...

Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten maar dit keer is het een bezoeker met een prachtvondst: Lizet Kruyff over een menukaart.

Het begon zo mooi, dat huwelijk van baronesse Ottoline van Tuyll van Serooskerken en baron Amedée van de Bogaerde van Terbrugge. Zij is hofdame van Koningin Anna Paulowna, hij kamerheer in buitengewone dienst van Koning Willem II. Zijn vader vervulde de erefunctie van opperschenker geweest van de koning, die hem in 1830 tot gouverneur van Noord-Brabant benoemde. De familie betrok in 1835 kasteel Heeswijk. Het huwelijk van Amedée en Ottoline wordt donderdag 21 oktober 1847 in grootse stijl gevierd in Den Haag. De Koningin is getuige. Natuurlijk rondt een heerlijke maaltijd de dag af. De handgeschreven menukaart is getooid met beide familiewapens.

...de menukaart in vol ornaat...
Het dejeuner telt 19 gangen en is – natuurlijk - in het Frans. Tal van modieuze gerechten krijgen de gasten voorgeschoteld. Alleen het allerbeste is goed genoeg. Ottoline en Amedée bewegen zich in de hoogste kringen en laten zich daar graag op voorstaan. Ottoline weigert een dansje met een ordonnans-officier, omdat ze officieel nog niet zijn voorgesteld. Al is dat in de privé-appartementen van de koning volgens de etiquette niet nodig. Amedée zit in het comité dat de paardenraces organiseert van prins Hendrik, de jongste zoon van Anna Paulowna. Maar Amedée speelt ook graag kaart. Al is heeft hij geen gelukkige hand. Zijn speelschulden staan op in stukken geknipte uitnodigingen voor feesten. Ook met de paardenraces gokt hij er naast. En het stel leeft boven hun stand. De stapel leenbriefjes, pandbriefjes, IOU’s, schuldbekentenissen is goed voor een uitpuilende map in het archief. Zijn brieven aan zijn vader en broers met toenemend dringende verzoeken om geld te sturen liegen er niet om. Binnenkort zal hij worden opgepakt door de politie, schrijft hij in paniek. Dus pakt hij zijn biezen en vertrekt naar het buitenland.

De lijsten met schulden, opgemaakt door een notaris in Heesch, geven het droeve relaas. Tot veertigduizend gulden (in die tijd!) schuld per jaar. Parijs, Londen, Brussel, Luik, Amsterdam, en bovenal Den Haag. Overal laat Amedée een spoor van schulden na. Kleermakers, laarzenmakers, wijnhandelaren en bierbrouwers, zadelmakers, koetsschilders, patissiers en bakkers. Herhaaldelijk verzoeken zij om betaling. Soms komt er zelfs na tien jaar nog een brief. Tevergeefs vaak. In 1852 valt het doek. 15 april wordt Amedée ontheven uit zijn functie, een verzoek om eervol ontslag hoeft hij niet meer tot de koning te richten, staat het fijntjes uitgelegd. Amedée en Ottoline zijn dan al niet meer bij elkaar, de boedelscheiding zal uiteindelijk in 1856 worden voltooid. Hun tweeling – koningin Anna Paulowna is meter – wordt door de moeder en ooms opgevoed. Arme Ottoline. Ze dacht dat een goudvis had gevangen, maar het bleek een weekdier.

De prachtige menukaart geeft een beeld van de glorietijd van dit koppel. Een opmerkelijk archiefstuk, omdat er uit deze tijd nog maar weinig menukaarten bewaard zijn. Prachtig versierd en met een indrukwekkende lijst gerechten. Maar waarom zit deze kaart in dit archief? Er zit een schrijffoutje in. Het gerecht à la Constance is geschreven als Contance. Er mist een s-je. Helemaal niet erg. Zo’n menukaart met een foutje leg je gewoon bij je eigen bordje. Dan merkt niemand het. En zo komt een dergelijke menukaart dan bij de persoonlijke spulletjes van Amedée en Ottoline in het BHIC terecht. Gelukkig maar. Zo blijkt maar weer eens dat archieven de schatkamers van ons verleden zijn.

Benieuwd naar de recepten van gerechten die tijdens het huwelijksdiner werden opgedist? Lees dan hier verder. Meer is overigens ook te vinden in Rijntjes Keukengeheimen, eenvoudige en koninklijke gerechten voor IV seizoenen (2013). 

Lizet Kruyff 
culinair historicus 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Rien kiest: Italiaanse oplichter
- Henk kiest: sijne lieve huijsvrou

dinsdag 25 juni 2013

Rien kiest: Italiaanse oplichter in Boxtel #stukvanhetjaar

...Rien met de stukken van zijn Italiaanse oplichter...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Rien.

Geld inzamelen voor een goed doel en dat dan in eigen zak steken. Het is van alle tijden. Dit dossier documenteert heel mooi zo’n geval uit het midden van de achttiende eeuw. En het laat nog veel meer zien, maar daar kom ik straks nog op terug. Eerst de feiten.

Op een koude decemberochtend in 1749 arresteert de drossaard in Boxtel een verdacht persoon, die langs de huizen scharrelt. Hij blijkt in het bezit van indrukwekkende documenten, maar na een nacht in de cel en enig doorvragen door de autoriteiten komt al snel de waarheid boven: het gaat om een vernuftige oplichterstruc.De man heette Botta. Ik laat hem even zelf aan het woord (via het proces-verbaal):

“Ofschoon ik gisteren heb opgegeven dat mijn naam Antoni Molinari was, heb ik dat alleen maar gezegd, omdat die naam vermeld staat in de documenten die ik bij me draag. Mijn echte naam is Anse Maria Botta en ik ben geboren in Parma. Ik ben ongeveer 40 jaar oud. Ruim drie jaar geleden ben ik gedeserteerd uit de Sardijnse troepen, nadat ik daar tweeëneenhalf jaar als soldaat bij had gediend. Ik heb daarna dienst genomen bij de Franse Zwitserse Garde, waar ik zo’n vijf maanden ben gebleven. Toen de Fransen opmarcheerden naar Bergen op Zoom, ben ik vanuit Brussel via Bergen op Zoom naar Amsterdam gegaan, met de bedoeling aan te monsteren op een schip of opnieuw dienst te nemen. In Amsterdam heb ik kennis gemaakt met een zekere “Dominico”. Die bood mij een paar schoenen aan en iedere dag acht stuivers, als ik bereid was met hem uit bedelen te gaan, met gebruikmaking van de oorkonde die in mijn bezit is aangetroffen, gedateerd Livorno, 4 januari 1748. Dat aanbod heb ik aangenomen.”
...sporen die de oplichter in het archief heeft achtergelaten...
In die oorkonde staat dat Antoni Molinari en Dominico Grenelli zich bij een Florentijns edelman hadden gemeld met bewijzen dat hun respectievelijke broers in handen gevallen waren van Turkse zeerovers en nu gevangen zaten in Tunis. Als losgeld moesten Antoni en Dominico binnen drie jaar 400 dukaten betalen. En de oorkonde roept alle christenen die dit lezen op om geld te geven. Vandaar ook een in groen leer gebonden collecteboekje, zodat er een schijn van boekhouding wordt opgehouden. En waarin de goede gevers dan dingen schrijven als “uit lievede geeft voor de slaaf de somme van 4 gulden vier stuivers.”

Zo “collecteerden” ze in Holland, Utrecht, Gelderland en in de Meierij van Den Bosch. Hier gingen ze vooral bij de predikanten en armmeesters langs. Na verloop van tijd besloot Dominico dat zijn gezicht overal te bekend was geworden en dat hij daarom naar Oost-Indië wilde gaan. Hij gaf het collecteboekje waarin de ontvangsten stonden genoteerd aan Anse, samen met de oorkonde in het Latijn en de vertaling daarvan in het Nederlands, plus nog wat los geld. Anse zwierf zo al bedelend nog een tijdje door Zeeland, tot hij, terug in Brabant, in Boxtel werd opgepakt.

Wat ik zo mooi vind aan dit stuk, of liever aan dit dossier, is dat er zoveel in samenkomt. Om te beginnen is er de schoonheid van een mooi opgezette oplichterstruc, met veel aandacht voor de details (denk aan de aantrekkelijkheid van een film als Ocean Eleven). Dan is er de sociale context. We weten dat Brabant in de tweede helft van de achttiende eeuw veel te lijden had van rondzwervende ex-soldaten en andere paupers. En hier krijg je een wel heel bijzonder inkijkje in het leven van zo’n deserteur: de mobiliteit (hij doorkruiste in korte tijd half Nederland), het jezelf kunnen redden (blijkbaar sprak hij als Italiaan inmiddels een mondje Nederlands), en de (misschien wel typisch Nederlandse) manier om dingen te reguleren, zoals blijkt uit de “vergunningen” in dit dossier (niet meer een paar regeltjes op een stukje papier) om in een bepaalde plaats enkele uren “langs de huizen” te mogen gaan.
Grote geschiedenis in een notendop. Geweldig!

Rien Wols
Projectenbureau BHIC

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanneke kiest: de brief van Van Gogh
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor

maandag 24 juni 2013

Henk kiest: sijne lieve huijsvrou #stukvanhetjaar

...Henk leest zijn favoriete stuk...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en nu is het de beurt aan Henk.

De afgelopen decennia heb ik vele duizenden archiefstukken door mijn handen laten gaan. Vooral de kaarten zijn me bijgebleven, want daarop zijn interessante ontdekkingsreizen te maken. Toch is “mijn” mooiste stuk geen kaart…

Ruim tien jaar geleden werkte ik mee aan het Historisch Waterplan van de gemeente Lith. Aangezien van het dorp Lith het schepenbankarchief vrijwel volledig is bewaard van 1448 tot de Franse Tijd, leek het nuttig daar eens doorheen te lopen met in het achterhoofd alle mogelijke waterkwesties: de Maas, weteringen, dijken, de dorpsgracht, overstromingen etc. etc. Wekenlang zat ik gebogen over soms bijna onleesbare passages, maar er kwam een schat aan relevante gegevens naar boven.

De periode 1580-1600 vertoonde grote lacunes. Dat hing direct samen met de opstand tegen de Spaanse koning Filips II. De Brabantse Maaskant was toen frontgebied. Militairen van zowel de Spaanse als Staatse kant teisterden het platteland, zodat de dorpelingen huis en haard in de steek lieten. Ook Lith moet jarenlang een spookdorp zijn geweest, waar dus ook niet werd bestuurd en recht gesproken. Maar op 16 december 1593 kon Claes Lenaertszoon van den Wijer er aan de slag als secretaris van de dorpsschepenen. Honderden bladzijden van protocol nummer 52 zijn daarna door hem volgeschreven, in een moeilijk leesbaar handschrift. Er tussendoor krabbelde hij soms schietgebedjes en wijze spreuken neer. Maar de mooiste notitie vond ik voorin:

Stijntken, mijn zeer lieve huisvrou, is kranck geworden den 16en martii ontrent den sonnen onderganck. Ende is gestorven den 25en martii [15]97 metten zonnen opganck, zijnde onser L.Vrouwen Boetschapdach. Godt almechtich zij haer (...) ziel genadich. Ende ons als wij nacomen. Amen.

Ik was benieuwd of er elders in het protocol, waar de acten van maart 1597 waren opgetekend, nog iets te vinden was in verband met dit overlijden. En ja hoor: op 23 maart hadden Claes en Stijntken hun testament gemaakt. Hijzelf was op dat moment “gesont van lichaem”, maar zijn vrouw was “kranck van lichaem, nochtans met goeden volcomen verstant”. Claes zelf had de tekst uitgeschreven, conform het gebruikelijke model, op één woord na: Stijntken was “sijne lieve wittege huijsvrou”!

Henk Buijks
Regiohistoricus BHIC 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanneke kiest: de brief van Van Gogh
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor

zondag 23 juni 2013

Hanneke kiest: de brief van Van Gogh #stukvanhetjaar

...het stuk van Hanneke: de brief van Van Gogh...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Hanneke.

Als het je dagelijkse werk is, kijk je van eeuwenoude stukken niet meer zo gauw op. Maar er zitten van die stukken bij waarvan ook bij ons het hart sneller gaat slaan. Dit is onder andere het geval met een speciale brief die onlangs opdook uit de archieven. Van niemand minder dan… Vincent van Gogh.

Oké, we hebben de originele geboorteakte van Van Gogh en die is óók heel mooi. Maar deze brief had zich
jarenlang verstopt in één van onze talloze dozen. Fieke Pabst - onderzoeksdocumentaliste in het Van Gogh Museum - kwam de brief tegen en herkende direct het handschrift en signatuur van Van Gogh. Die signatuur met de voorletters ‘VW’ tegen elkaar aan geschreven kwam overeen met die van 4 augustus 1873 in het bezoekersregister van de Dulwich Picture Gallery. Vanwege de onduidelijke initialen was nog niet eerder herkend dat het om een brief ging van Vincent van Gogh. Het document werd bij ons daarom omschreven als: ‘J. van Gogh (?) aan Hendrik Verzijl, 1872’.”

Het gaat om een brief uit 1872 van de jonge Vincent van Gogh aan de verzamelaar Hendrik Verzijl te Helvoirt. Het schrijven dateert van 26 oktober 1872. Vincent van Gogh was toen negentien jaar en werkzaam bij de kunsthandel Goupil & Cie in Den Haag. Voor de gepensioneerde onderwijzer Hendrik Verzijl uit Helvoirt had hij getracht op een veiling een aantal boeken te kopen. Dit was helaas niet gelukt, omdat alle biedingen de hem opgegeven limieten hadden overschreden. Van Gogh schrijft hierover in deze brief. Hoogstwaarschijnlijk liet hij de brief via zijn vader – destijds dominee te Helvoirt – bezorgen.

...en de rest van de brief...
Verzijl woonde in bij de familie De Jonge van Zwijnsbergen, die tot de kennissenkring van de familie Van Gogh behoorde. Zo is deze brief dus terecht gekomen in het familiearchief De Jonge van Zwijnsbergen in het BHIC. In dat archief bevinden zich veel brieven van de familie Van Gogh waaronder van Vincents vader en grootvader. En wie weet welke schatten nog allemaal meer…

Hanneke van der Eerden
Medewerkster studiezaal BHIC, locatie ‘s-Hertogenbosch   


Vind je dit leuk? Lees dan ook
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor
- Annemarie kiest: propaganda-affiche
 

zaterdag 22 juni 2013

Marilou kiest: het schriftje van de pastoor #stukvanhetjaar

...Marilou met haar parel uit één van de talloze dozen...

Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en dit keer is dat Marilou.

Geen indrukwekkend charter, geen prachtig zegel of eeuwenoude kaart. Mijn Stuk van het Jaar is een onooglijk schriftje, geschreven door een alledaagse pastoor over een huwelijk dat niet doorgaat. Waarom? Omdat juist dit persoonlijke verhaal de achttiende eeuw op een sprekende manier tot leven brengt.  

Pastoor Van den Heuvel schrijft in 1786 uitgebreid aan zijn broer over een jong stel, Matthijs de Klijne en Anna Graat. In een keurig regelmatig handschrift schrijft hij hoe de twee willen trouwen. Tot zover niets nieuws. Maar dan komt het: er komt nog een meneer die de hand van Anna opeist. De pagina’s die volgen, staan vol chantage, machtsstrijd, prestigeverlies en gedoe over geld. In een doorsnee seizoen van GTST gebeurt minder.
...uit het boekje van de pastoor...
De woordkeuze van de pastoor is heel treffend. Matthijs (omschreven als een ‘goede sukkelaar’) heeft begin 1786 een huis gekocht. De pastoor vervolgt: “Het kooitje is klaar, het wordt tijd voor een vogeltje.” Dat vogeltje is Anna Graat uit Ledeacker, ‘een brave Christelijke en Godsvrezende dochter’. De ondertrouw wordt afgekondigd maar dan wordt bezwaar gemaakt door Peter Pauli van Wanroij, in de wandelgangen Pauwle Pet genoemd. Anna zou met hém gaan trouwen; ze had zelf gezegd dat ‘zij het doen zoude’. De strijd breekt los; er worden afkoopsommen aangeboden, er volgen processen en iedereen is boos op elkaar. Maar uiteindelijk loopt het allemaal toch nog goed af. Een fijne feel good movie, gevangen in een eeuwenoud schriftje.

Mijn keuze was snel gemaakt, juíst door het eenvoudige schriftje en de relatief onbeduidende inhoud. Omdat deze petit histoire de geschiedenis van de achttiende eeuw op een bijna vermakelijke manier tot leven brengt en tegelijkertijd zo herkenbaar is in onze tijd.

Marilou Nillesen
Medewerkster studiezaal en projectenbureau BHIC

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Saskia kiest: Franse dansen
- Annemarie kiest: propaganda-affiche