Posts tonen met het label 1881. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1881. Alle posts tonen

woensdag 27 januari 2016

Heesch op stoom!

...met de stoomtram naar Oss...
Nee, dit verhaal gaat niet over een dramatisch verlopen demonstratie in Heesch, compleet met knallen, rookwolken en politiemensen die moeten voorkomen dat de meute het raadhuis bestormt. Er zijn hier in 1885 geen vluchtelingen, geen COA en geen relschoppers. Er is wel rook te zien, maar die komt van een stoomtuig dat een nieuwe tijd aankondigt.

Eigenlijk begint het allemaal met de ingebruikname van het spoortraject Tilburg - ’s-Hertogenbosch – Oss – Nijmegen in 1881. De stoomtrein zal Noordoost-Brabant ontsluiten, maar dan moeten de stations wel bereikbaar zijn. Ja, je kunt te voet of met paard en wagen van Heesch naar Oss, maar sinds kort kent Nederland ook de stoomtram. De eerste reed in 1879 van Den Haag naar Scheveningen. 

Sindsdien duiken overal bedrijfjes op die stoomtramlijnen willen aanleggen en exploiteren. In de Meierij is sprake van twee ambitieuze projecten: een lijn van Tilburg via Oisterwijk, Haaren en Den Dungen naar Oss en Lithoijen, en eentje van ’s-Hertogenbosch via Hintham, Heeswijk en Veghel naar Helmond. Burgemeester Festen van Heeswijk speelt een belangrijke rol in dit wereldje.

In het voorjaar van 1881 ontvangt de gemeenteraad van Heesch vanuit België een verzoek om toestemming voor een tramlijn tussen Oss en Veghel. Het voertuig zal hooguit 15 kilometer per uur rijden, verzekeren de aanvragers. Jammer genoeg laten de Belgen niets meer van zich horen. Dan adviseert de burgemeester de raad om in zee te gaan met zijn Heeswijkse collega, die toch weer handelt namens een Belgisch vervoerbedrijf. Festen bewerkt ook het provinciaal bestuur en de gemeenten Oss, Nistelrode en Veghel. Zo kan de belangrijke tramlijn ’s-Hertogenbosch-Veghel-Helmond vanuit Veghel een aansluiting krijgen op het spoorwegnet in Oss.

Al in 1882 gaat de Heesche raad akkoord met de aanleg van de tramlijn en ruim twee jaar later wordt er proefgereden. Het traject Oss-Veghel komt op 19 januari 1885 officieel in bedrijf. Vanaf dan kun je vanaf het gloednieuwe Stationsplein in Heesch in een kwartier naar Oss reizen en naar Veghel in een uur. Maar de invloed van de boeren blijft groot: de tram mag geen stoom afblazen tijdens het inhalen van een voertuig, bespannen met één of meer paarden! De dieren zouden kunnen schrikken…

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

AANVULLING: Via twitter werden wij gewezen op deze site:
zou de "locomotief " zijn gebouwd in machinefabriek Backer en Reub uit Breda?.

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 30 november 2015

Titus Brandsma ereburger van Oss

...Titus - in het midden - in Boxmeer...
Titus Brandsma is uitgeroepen tot ereburger van Oss. Burgemeester Wobine Buijs-Glaudemans reikte hiertoe in november 2015 een oorkonde uit aan de prior provinciaal van de Karmelieten in Nederland. Want Brandsma is van groot belang geweest voor Oss, en voor heel veel mensen ver daarbuiten.

Anno Sjoerd Brandsma wordt geboren te Oegeklooster bij Bolsward op 23 februari 1881. Hij studeert van 1892 tot 1898 aan het gymnasium van het Minderbroederklooster St. Antonius van Padua in Megen). Als hij op 17 september 1898 intreedt bij de karmelieten neemt hij de kloosternaam Titus aan. Een jaar later legt hij zijn kloostergeloften af en in 1905 wordt hij tot priester gewijd. In Rome promoveert de jonge Titus daarna tot doctor in de wijsbegeerte.

Terug in Nederland doceert Brandsma filosofie, sociologie en kerkgeschiedenis aan het studiehuis (Filosoficum) van de karmelieten in Oss. Hij zet zich op een breed vlak in voor de stad: hij wordt hoofdredacteur van het nieuwsblad voor Oss en omgeving "De Stad Oss", sticht een katholieke HBS, het huidige Titus Brandsmalyceum en
leeszaal. Ook bij de karmelieten speelt hij een belangrijke rol doordat hij zich in zet voor de vernieuwingsbeweging. In zijn hoedanigheid van geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging heeft hij ook een groot aandeel in de modernisering van de katholieke dagbladpers in Nederland en in betere arbeidsvoorzieningen voor katholieke journalisten.

...Titus Brandsma (rechtsonder) tijdens
installatie burgemeester De Bourbon (1941)...
Brandsma ontwikkelt zich tot een groot kenner van de Karmelitaanse mystiek en de Moderne Devotie. Hij is betrokken bij de oprichting van het belangrijke spirituele tijdschrift 'Ons Geestelijk Erf'. Zijn unieke verzameling kopieën van middeleeuwse mystieke handschriften heeft aan de basis gestaan van het huidige Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Kern van zijn opvatting omtrent mystiek: God is verborgen aanwezig, in iedere mens én in de gehele schepping. Alles is in God en God is in alles. Behalve mysticus is Titus een vrome, behulpzame, opgewekte en integere persoonlijkheid.

Al in een vroeg stadium waarschuwt Brandsma voor de gevaren van het nazisme, rassenhaat en ophitsing. Hij veroordeelt de anti-joodse maatregelen van het naziregime. Zo is hij medio 1936 enige tijd lid van het door Nederlandse geleerden en kunstenaars opgerichte Comité van Waakzaamheid tegen het nationaal-socialisme. In 1941 verzet hij zich tegen het verwijderen van joodse leerlingen en bekeerlingen van katholieke middelbare scholen en is hij de architect van het verbod dat de Utrechtse aartsbisschop Jan de Jong uitvaardigde tegen het opnemen van NSB-advertenties in de r.-k. dagbladen.

...uit Boxmeers Weekblad, 8-8-1942...
Begin januari 1942 wordt hij gearresteerd door de Duitsers. Via een tocht langs de gevangenis van Scheveningen, kamp Amersfoort en de strafgevangenis van Kleef komt hij ten slotte in het concentratiekamp Dachau terecht.

Hij blijkt een grote morele, spirituele en daadwerkelijke steun voor zijn medegevangenen. Na enkele weken vol ontberingen en mishandelingen wordt hij uitgeput en doodziek in het kamphospitaal opgenomen. Daar raakt hij buiten bewustzijn en op 26 juli 1942 om twee uur 's middags komt een eind aan het leven van Titus Brandsma.

Het postume ereburgerschap van Oss markeert de dertigste verjaardag van Titus’ zaligverklaring door paus Johannes Paulus II, inmiddels zelf heiligverklaard. En dat zou ook met Titus moeten gebeuren, zo pleitte de Leeuwarder Courant.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 25 mei 2015

Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief #HistoryPost

De Pijp. Marktstraat gezien vanaf hoek Suikerstraat met brug over Binnendieze.
Op de prentbriefkaart is abusievelijk de naam Tolbrugstraat vermeld.
(collectie Afdeling Erfgoed gemeente 's-Hertogenbosch, nr. 0006752)

Vroeger kon men ze vast feilloos aanwijzen, maar in onze archieven zijn ze tegenwoordig maar lastig terug te vinden: illegale bordelen. En soms heb je geluk. Een mooie brief voor HistoryPost.

Zo stuitte ik op deze brief, gedateerd 16 januari 1881, van de Bossche diender Van Goor, die belast was met toezicht op en ontsmetting van logementen waarvan publieke vrouwen in ’s-Hertogenbosch gebruik maakten. De brief is gericht aan de commandant van het militaire garnizoen in de stad, die zijn militairen blijkens de brief een bordeelverbod had opgelegd. Dat was niet zomaar, dat was in het landsbelang! Militairen waren in garnizoenssteden als Den Bosch trouw afnemer van de diensten van prostituees, maar liepen daarmee ook grote kans op besmettelijke (geslachts)ziekten.

In de brief legt Van Goor aan de garnizoenscommandant uit dat die maand geneeskundige controles zijn gestart en dat “de Geneesheer met dat onderzoek belast heeft verklaard, dat van de vier en twintig door hem onderzochte vrouwen, twaalf zijn behebt gevonden met venerische ziekte, van welke besmette vrouwen elf in het zieken gasthuis alhier worden verpleegd; terwijl één besmette vrouw onze gemeente naar elders heeft verlaten.” Kortom, de helft van alle onderzochte prostituees bleek ziek, maar gelukkig voor de militairen was het besmettingsgevaar inmiddels geweken en kon men weer veilig naar de Bossche hoertjes. Weetje: tussen 1881 en 1884 kelderde het percentage gevallen van venerische ziekte onder de Bossche soldaten van 12,3 naar 5,1%! Ongetwijfeld tot grote tevredenheid van hun commandant.

Voor het garnizoen verboden
Maar naast het relaas over deze officiële bordelen maakt Van Goor ook melding van een illegaal bordeel, ter waarschuwing aan de commandant: “Intusschen komt mij als zéér gewenscht voor, dat ofschoon de mede verboden tapperij van de herbergierster Grietje Kloots, in de tolbrugstraat alhier, niet als bordeel officieel bekend, voor het garnizoen verboden blijft; omdat zij met grond wordt verdacht gehouden binnen hare woning aan bezoekers gelegenheid te geven gemeenschap te hebben met zoogenaamde baan of straatmeiden, die niet aan het geneeskundig onderzoek onderworpen zijn.

De Tolbrugstraat (gelegen tussen de Markt en de Zuid-Willemsvaart) lag in een wijk die in de volksmond ook wel ‘de Pijp’ werd genoemd. Het was van oudsher al een buurt vol winkeltjes, herbergen en bordelen, zeker toen in 1840 de gemeente ’s-Hertogenbosch besloot om de legale prostitutie in deze straat te concentreren. Dat zou in de rest van de stad minder overlast moeten geven. In deze wijk bevond zich trouwens ook de Tolbrugkazerne, die pas in 1892 zijn functie verloor.

En in deze straat bevond zich dus ook de herberg van Grietje Kloots, die daarin een illegaal bordeel bestierde, als we Van Goor mogen geloven. Hoe dan ook een mooi startpunt in de archieven om verder op zoek te gaan naar dit illegale bordeel. Te beginnen bij de archieven van de rechtbank. De naamindex van het BHIC op criminele vonnissen maakt alvast melding van een Grietje Kloots, in 1889 veroordeeld voor – dat is nou jammer – diefstal. Maar wie weet?

Onder de rokken
Volgens het vonnis is deze Grietje 45 jaar oud, geboren in Rotterdam, ventster en zangster van beroep. Ene C. Herwaarden ontmoet Grietje in een herberg aan de Brede Haven, waar ze liedjes zingt. Hij verklaart “dat hij ongeveer tegelijk met beklaagde die herberg verliet en langs de haven opwandelende met haar in een straatje gegaan is, dat zij daar elkander vast hebben gehouden, en hij beklaagde, onder de rokken gevoeld heeft.” Maar toen Grietje riep dat er volk aankwam en ze elkaar verlieten bleek naderhand zijn portefeuille gerold. Herwaarden ging haar achterna en vond Grietje in de Tolbrugstraat.

Nou goed, voor de rechter verklaarde Grietje dat er allemaal niks van het verhaal klopte, maar uiteindelijk werd ze niet geloofd en moest ze een maand zitten. Bovendien zijn er dus verschillende aanwijzingen dat het zowel in de brief als in het vonnis wel eens om dezelfde Grietje Kloots zou kunnen gaan... En los daarvan laten de oude archieven ons toch weer een sfeervol beeld schetsen van het nachtelijk leven van toen!

Christian van der Ven

Als je dit interessant vindt, lees dan ook:
- Over ontucht en andere onzedelijkheden
- Vunzige verklaringen