Posts tonen met het label Breda. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Breda. Alle posts tonen

maandag 1 februari 2016

De lotgevallen van een 'hulpeloos mensch'

Slot van de lange klachtbrief van Swinkels. Onthou vooral zijn handschrift...
Ook deze week nemen we in het kader van de  openbaarheidsmaand weer een kijkje in één van onze kerkelijke archieven. Dit keer duiken we in het tragische verhaal van Martinus Swinkels, die keer op keer de Udense pastoor Spierings, bisschop Van de Ven en zelfs de aartsbisschop van Utrecht smeekte om te mogen trouwen. Wanneer we verder graven in onze archieven, vinden we de opmerkelijke reden van deze pertinente weigeringen...

Martinus Swinkels was geboren in 1874 te Uden als zoon van een ongetrouwde moeder. Op een gegeven moment vond hij werk bij een meubelmaker in Duitsland. Zijn 'zuur gespaarde penningen' wilde hij spenderen aan een mooie bruiloft. Maar helaas, de geestelijken stribbelden tegen...

Van Herodus naar Pilatus...
Het archief van de parochie Sint Petrus te Uden bevat een ellenlange klachtenbrief van Martinus Swinkels, gericht aan de 'aardsbisschop' van Utrecht. In een uiterste poging om tóch dispensatie te krijgen voor zijn huwelijk legt hij op 8 juni 1900 zijn 'treurigen toestand' aan de hooggeplaatste geestelijke bloot.

Vervreemd en uitgeworpen...Martinus twijfelt aan de Kerk!
De Udense pastoor Spierings had geweigerd om een verzoek voor dispensatie door te sturen naar bisschop Van de Ven in Den Bosch. Hij bemoeide zich niet met die zaak; dit waren 'zijne eigene woorden,' aldus een geagiteerde Martinus.

De gehele brief bestaat uit een klaagzang over de handelswijze van Spierings en Van de Ven, die hem verschillende reizen vanuit Duitsland lieten maken, allemaal zonder resultaat. Uiteindelijk bleef Martinus geruïneerd achter, als een 'hulpeloos mensch' en met een 'ledige beurs.'  Hij had er schoon genoeg van om telkens van 'Herodus naar Pilatus' te worden gestuurd en begon zelfs te twijfelen aan de leerstellingen van de Rooms-Katholieke kerk!

Schande
Na de zoveelste reis naar Nederland bleek dat er geen dispensatie kon worden verleend omdat hij in Duitsland woonde. Inmiddels had hij zijn aanstaande bruid bij zich in huis genomen, omdat zij niet langer kon wonen in haar 'onhoubare stal.' Je kunt het je voorstellen hoe heel Uden schande sprak van deze situatie. Teleurgesteld wendde Martinus zich 'fluks' tot de pastoor van Sterkrade en diens antwoord was verrassend. Lees maar mee:

De Duitse pastoor ziet geen enkel probleem!
Deze Duitse pastoor meende dus dat Swinkels zonder bezwaar in 'Holland' zou kunnen trouwen en dat er helemaal geen dispensatie verleend hoefde te worden! Het probleem was dat men het stel gewoon niet wílde trouwen, aldus de pastoor. Wat waren dan de achterliggende redenen voor Spierings en Van de Ven, die halsstarrig weigerden dit huwelijk te voltrekken?

Harmonicaspeler
Hiervoor moeten we even terug naar de prille jeugd van Martinus Swinkels. Op 15-jarige leeftijd komt hij als een onschuldig ogende harmonicaspeler al voor het eerst in aanraking met justitie. Wegens bedelarij tussen Sambeek en Boxmeer werd hij acht dagen in hechtenis genomen.

Aanklacht tegen de bedelende Martinus, 1890
In bovenstaande aanklacht staat precies beschreven hoe de pientere Swinkels dit aanpakte. Hij stak één van zijn armen in de jas 'ten einde de liefdadigheid der voorbijgangers op te wekken, willende doen voorkomen alsof hij die arm miste.'

Twaalfvoudige dief
Was dit dan voldoende grond om hem de kerkelijke zegen over zijn huwelijk te ontzeggen? Misschien konden de bisschoppen dit akkefietje nog wel door de vingers zien, maar een jaar later werd Martinus opnieuw in de kraag gevat. Ditmaal voor een ernstiger vergrijp, namelijk een twaalfvoudige diefstal!

De 16-jarige harmonicaspeler belandt in 1891 wéér in de gevangenis

Deze keer kwam Swinkels voorlopig de gevangenis van Breda niet uit. Hij kreeg maar liefst een jaar gevangenisstraf opgelegd. Zekerheid hebben we natuurlijk niet, maar het is heel goed mogelijk dat Spierings en Van de Ven vanwege zijn misdadige verleden geen dispensatie voor zijn kerkelijk huwelijk wilden verlenen.

Beschrijving van Martinus Swinkels in het gevangenisregister. Vergelijk zijn handtekening met de eerste foto...
Toch lijkt het erop dat Martinus zijn leven heeft verbeterd. Na 1891 duikt zijn naam niet meer op in de gevangenisregisters en op 28 juli 1900 stapte hij uiteindelijk in het huwelijksbootje met zijn geliefde Johanna Maria van Boxtel. Of het kerkelijk huwelijk ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft vooralsnog een mysterie...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Kijkje in kerkelijke archieven
Elk huisje heeft zijn kruisje

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

maandag 23 februari 2015

Moorden en martelingen in Breda

De gevangentoren te Breda waaruit Jean le Boul is ontsnapt...
Bron: Breda Beeldcollectie, D0118
10 juni 1805, tussen 8 en 9 uur 's avonds. Draaideurcrimineel Jean le Boul weet op mysterieuze wijze te ontsnappen uit de beruchte gevangentoren te Breda. In het torentje worden de volgende ochtend de cipier en zijn vrouw gevonden, in koelen bloede vermoord. Na een klopjacht op de daders worden Jean en zijn metgezellen gearresteerd en aan een wel héél pittig verhoor onderworpen, waarbij middeleeuwse martelmethoden niet worden geschuwd...

Jean le Boul, ook wel bekend als Servain Severyn, was bepaald geen onbekende voor de Brabantse justitie. Zijn naam duikt op bij tientallen misdrijven, van relatief kleine vergrijpen als winkeldiefstal tot ernstige zaken als mishandelingen. Hij behoorde volgens de rechters tot 'eene bende Huijsbrekers en gaauwdieven.' Het archief van de Raad van Brabant bevat daarom een duimendik dossier over al zijn criminele praktijken...

Bloedvlekjes in de gevangenistoren...
De Luxemburgse boef was rond de vijftig jaar oud en had 'rondgesneden hair', wat wij tegenwoordig waarschijnlijk een 'bloempotkapsel' zouden noemen. Zijn dochter en twee zoons staan tevens in het beklaagdenbankje; zij zouden hun vader hebben geholpen bij zijn uitbraak uit de gevangenis van Breda. Bovendien werd er die nacht ook een dubbele moord gepleegd op de cipier Grootenboer en zijn vrouw...

Een uiterst goed voorbereide moord...
De volgende dag kregen Arij Grootenboer, zoon van de cipier, en zijn vrouw Cornelia de schrik van hun leven, toen zij het torentje van de gevangenis betraden. Hun vader en moeder waren op 'eene moordadige wijze' van het leven beroofd. Er waren alleen twee ballen achtergelaten, eentje met een zwart lint en een ander, genaaid in een grof linnen zakje en daarop waren enkele 'bloedvlekjes' te bespeuren. De sleutels van de cel waren uiteraard verdwenen...

Gruwelijke martelingen?
Uiteindelijk werd Jean le Boul opgepakt en diverse keren aan de tand gevoeld over zijn ontsnapping. Bij het eerste verhoor houdt Jean zich van de domme en zegt niets te weten van de ontsnapping en al helemaal niet van de moord. Nee, hij kende de personen niet, die hem kwamen bevrijden. Of toch wel?

Jean bekent steeds meer delicten...wat is hier aan de hand?

Een maandje later wordt Jean opnieuw verhoord en opeens geeft hij toe dat zijn zoons hem uit het torentje hebben gehaald en dat hij zijn dochter daartoe had aangespoord. Opvallend is dat Jean bij alle vragen telkens 'neen' antwoordt, maar dat direct daaronder wordt toegevoegd: 'De gedetineerde zegt nader ja.'

Zo ontkende Jean aanvankelijk pertinent ook maar iets te maken te hebben met de reeks diefstallen in Brabant van de afgelopen dertig jaar. Schoorvoetend erkent hij dit toch wel, maar voegt toe dat dit al zeer lang geleden is. Even later geeft hij toe dat hij zelfs acht tot tien dagen vóór zijn arrestatie nog via een keldergat een winkel heeft beroofd!

Martelmethoden: vastgebonden en geslagen!
Vóór de uiteindelijke uitspraak kreeg de Luxemburgse crimineel nog één kans om zichzelf te verdedigen. Hij richtte zich, in het Frans, tot de rechters en vertelt dat zijn bekentenissen bestaan uit 'dits forcées', ofwel gedwongen woorden, waaraan hij de nodige blessures over heeft gehouden.
Ze hebben hem in Breda wel vijf weken met de handen en voeten aan elkaar geketend op de grond laten liggen! Bovendien, voegt hij terloops toe, hebben ze hem geslagen. Arme Jean...

Het koord...
Uiteindelijk heeft dit laatste pleidooi Jean le Boul of Servain Severyn niet kunnen redden. De rechters waren overtuigd van zijn criminele verleden en door allerlei getuigenverslagen achtten zij de dubbele moord bewezen. Jean werd daarom veroordeeld tot de doodstraf: '(...) aldaar met de koorde te worden gestraft, dat er de dood na volgt...'
En uiteindelijk toch de doodstraf voor de draaideurcrimineel...

Lisette Kuijper

Onderzoek doen in het archief van de Raad en Leenhof van Brabant, een van de belangrijkste archieven bij historisch onderzoek in Brabant tot 1811, is nu nog eenvoudiger geworden. Dat komt omdat het BHIC in ’s-Hertogenbosch nieuwe online zoekingangen heeft gemaakt. Daarnaast zijn grote delen van het archief gescand. Het betekent een schat aan personen, plaatsen en gebeurtenissen. In een serie blogs lees je enkele van deze pareltjes uit dit archief.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
-  Boeven vangen met een grote glimlach
-  Christiaan van de Ven op het criminele pad!


 

vrijdag 10 oktober 2014

Schuilt in jou een echte boevenvanger?

...welke boef pak jij in z'n kladden?...
Schuilt in jou een echte boevenvanger? Grijp jij dat elfjarige schoffie in de kraag dat appels heeft gejat uit de winkel of ga jij achter die man aan die vrouwen lastigvalt? Voor alle duidelijkheid: de boeven moeten worden “opgepakt” uit de gevangenisregisters van 1821 tot 1940. Hoe? Lees maar verder…

Het is de bedoeling dat met dit speciale project Brabantse gevangenisregisters (1821-1940) worden geïndixeerd. In de inschrijvingsregisters kun je op dit moment alleen op datum zoeken; een naamindex is meestal niet voorhanden. Daar brengt dit project verandering in. Liefhebbers (misschien ben jij dat wel?) lezen scans uit de registers en halen daaruit de naam, leeftijd, geboorteplaats en misdrijf. Daarmee wordt de boef 'vindbaar' voor onderzoekers.

Voor dit project wordt samengewerkt met de website VeleHanden, een online platform waarop archiefdiensten scans kunnen aanbieden zodat het grote publiek, de 'crowd', kan helpen om deze archieven beter toegankelijk te maken. Iedereen kan digitaal (of online) meedoen: het is leuk werk, beslist niet moeilijk en bovendien erg nuttig. 

Wat zijn gevangenisregisters?
Gevangenisregisters vormen de kern van de administratie van het gevangeniswezen uit de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw. Ze geven een zakelijke opsomming van gegevens van personen die in de strafinstellingen verbleven. Samen met jou willen wij de inschrijvingsregisters van de Brabantse strafgevangenissen over de periode 1821-1940 op naam toegankelijk maken. Het resultaat wordt een online database waarin iedereen op persoonsnaam de gevangenisregisters kan doorzoeken.

Die registers betreffen vooral de grote strafgevangenissen van 's-Hertogenbosch, Breda en Eindhoven, maar ook van enkele andere Brabantse strafinstellingen.Deze inschrijvingsregisters kunnen niet alleen gebruikt worden voor genealogisch onderzoek, maar bieden ook mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek van sociologisch/psychologische en criminologische aard. Ze geven persoonsinformatie als de naam, geboortedatum, -plaats en het beroep van de gevangene - mannen en vrouwen - maar bevatten ook informatie over de veroordeling door een rechtbank en het begane misdrijf.

Vaak geven de registers ook een signalement van de gevangene en gegevens over zijn of haar ouders, de burgerlijke staat, het genoten onderwijs en gedrag in de gevangenis.Waarom dit project?Wil je ons helpen met het digitaal toegankelijk maken van de oude Brabantse gevangenisregisters? Meld je dan snel aan via www.bhic.nl/velehanden of ga direct naar:www.velehanden.nl (kies bij de projecten voor ‘Gezocht! Inkloppers van Brabantse gevangenisregisters 1821-1940’).

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- De Zwarte Ruiter
- Veldwachters

maandag 7 juli 2014

Oorlogsbestendig fruit

  
Reclameaffiche Hero Jam

Doe je elke ochtend jam op je brood? Grote kans dat deze van Hero is. Hero bestaat in 2014 honderd jaar en is dus opgericht in een oorlogsjaar. Een bedrijf starten in de Eerste Wereldoorlog, dat moet toch wel heel lastig zijn geweest. Voor Hero uit Breda bleek dat anders te zijn.

In het voorjaar van 1914 realiseerde Reinier Jansen (1880-1954) zijn plannen tot de oprichting van een bedrijf voor het bereiden van vruchten- en groentenconserven. Zijn vader zat al jaren in de groenten- en fruithandel en werkte veel samen met het Zwitserse bedrijf Henckel en Roth. Jansen kreeg het voor elkaar om met voornamelijk Zwitsers kapitaal in Breda een fabriek te bouwen onder de naam HERO (HEnckel en ROth). Doordat de Eerste Wereldoorlog op de stoep stond, werd dit vooralsnog gedwarsboomd.

Ondanks deze tegenslag in het nog prille bestaan van Hero is het toch in staat, zij het met slechts zes werknemers, een winst te boeken in 1914 van 10.388,89 gulden. Sterker nog, uit de boeken met de verlies- en winstrekening blijkt dat Hero in alle oorlogsjaren een sterk stijgende winst boekt. In het eerste oorlogsvrije jaar 1919 heeft Hero een winst geboekt van 213.014,21 gulden.

Toch gaat het Hero niet altijd voor de wind. Uit correspondentie naar de Zwitserse handelspartner blijkt dat Hero Breda geregeld moeite had leveringen over de grens te krijgen. Tijdens de oorlog was het vanwege een ernstig gekort verboden bepaalde producten te exporteren. Bijvoorbeeld 'Zwiebeln' (uien) waren door de Nederlandse regering op de 'zwarte lijst' gezet.

Uit een controlerapport (30 april 1921) voor een kredietaanvraag van de Nederlandsche Handel-Maatschappij blijkt dat Hero op dat moment nog steeds een gezond bedrijf is. Het lijkt er dan ook op dat de oorlog van weinig invloed is geweest op het startende Hero.

Deze weken verschijnt er elke maandag een blog over de Eerste Wereldoorlog in Brabant. Houd de weblog in de gaten en maak kennis met Brabantse zaken tijdens de Eerste Wereldoorlog!

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Ons aards paradijs
- Soldatendiner

maandag 23 juni 2014

Sigaartje erbij?

Prachtig briefhoofd van sigarenfabriek én hofleverancier Karel I uit Eindhoven

Tegenwoordig wordt er meer geld gestoken in campagnes om van het roken af te komen dan voor sigaretten en sigaren. Denk maar aan de reclames van nicotinepleisters en de afschrikwekkende teksten op sigarettenpakjes. Dat was begin en halverwege de twintigste eeuw wel anders! Diverse sigarenfabrieken maakten al een heel werk van hun briefhoofden, die soms wel een halve pagina in beslag namen!

Sigarenfabriek 'In de Zwaan' uit Boxtel
Hierboven kon je al een prachtig exemplaar zien van Karel I sigarenfabrieken uit Eindhoven. Op papier ziet de brief er overigens nóg indrukwekkender uit, omdat de rode letters met extra glans zijn gedrukt.

Hiernaast is een rekening te vinden van de sigarenfabriek 'In de Zwaan' uit Boxtel, waarin de fabrikant ook meteen vist naar goede mond-op-mond reclame: 'Wij wenschen u goede ontvangst en hopen dat de zending Uwe volle goedkeuring zal wegdragen om daardoor weldra met Uwe verdere gunstige berichten te mogen worden vereerd.'

Het briefhoofd van de landelijke tabaksfabriek Van Nelle spant echter de kroon. Bijna een halve pagina is ingeruimd voor de prachtige tekening. Ook in Brabant had deze fabriek enkele vestigingen, namelijk in 's-Hertogenbosch en in Breda.

Uitgebreid briefhoofd van tabaksfabriek Van Nelle

Volgende week: Graafse sigarenetiketten!
Niet alleen de briefhoofden van sigarenfabrieken kunnen gezien worden als ware kunstwerken, ook sommige sigarenetiketten zijn prachtig om te zien. Volgende week zullen we enkel exemplaren uit Grave laten zien, waar in de twintigste eeuw ook een sigarenfabriek heeft gestaan. 






Vind je dit interessant? Lees dan ook:



vrijdag 13 juli 2012

Samen sterk tegen Rome!

Wervingsfolder Christelijk Hulpbetoon te vinden in de archieven van Christelijk Hulpbetoon 1844-1972 in het BHIC

Ontwikkelingshulp en zendingswerk in eigen land. Zo is in het kort de taak samen te vatten van de protestantse organisaties Maatschappij van Welstand en Christelijk Hulpbetoon.

Beide instellingen zijn ontstaan in een tijd waarin de protestanten in Brabant hun dominerende positie begonnen te verliezen. Functies die eerst alleen door protestanten werden vervuld, kwamen in handen van de katholieken. Ds. J. van Heusden (1757 – 1841) trachtte dit tij te keren door in 1822 te Breda De Protestantsche Maatschappij ter bevordering van Welstand, door ondersteuning en voorlichting op te richten. Van Heusden was een voorstander van een vreedzaam samenleven van protestanten en katholieken.

De Maatschappij kocht land en boerderijen in Noord-Brabant ten behoeve van armlastige protestanten en verstrekte hen geldleningen opdat zij konden investeren. De leden van de Maatschappij, die in het hele land woonden, brachten met een jaarlijkse contributie het kapitaal bijeen. De Maatschappij hing haar activiteiten trouwens niet aan de grote klok om de tegenstelling katholiek-protestant niet te vergroten.

Een andere vergelijkbare instelling ontstond toen een groep protestanten in Noord-Brabant de ‘strijd tegen de macht van Rome’ nog wat steviger wilde aanzetten. Ook wilden ze het werkgebied niet beperken tot Noord-Brabant. Daarom werd op 1 juli 1844, op initiatief van ds. C.W. Pape (1788-1872), te ’s-Hertogenbosch de Protestantsche vereeniging onder zinspreuk ‘Christelijk Hulpbetoon’ opgericht. 
Het belangrijkste doel was in het hele land “voor het Protestantisme te waken en werkzaam te zijn door Protestanten, in het bijzonder behoeftigen, tegen de invloed der Roomsche propaganda te beveiligen en te behoeden tegen afval van hun belijdenis”. In de eerste jaren van haar bestaan besteedde Christelijk Hulpbetoon veel geld aan de verspreiding van godsdienstige lectuur, het stimuleren van christelijk onderwijs en de organisatie van bijbellezingen. Later kwam de nadruk meer te liggen op de financiële ondersteuning van kleine zelfstandigen in plaatsen met een duidelijke protestantse minderheid en van protestantse instellingen in het zuiden des lands.

Voor de meesten is dit natuurlijk geen dagelijkse kost. Maar, stel, je bent geïnteresseerd in het protestantse deel van de Noordbrabantse bevolking, dan kunnen de archieven ‘Maatschappij tot Bevordering van Welstand’ en ‘Christelijk Hulpbetoon’ je een goed inzicht geven in de ondersteuning van dit bevolkingsdeel. Oh ja, beide archieven zijn te vinden in het BHIC.



maandag 9 januari 2012

Geheid dat er in jouw koelkast Hero staat!

Hero advertentie in damesbladen voor babyvoeding (links), confiture (rechtsboven) en tomatensap (rechtsonder), 1960
Ook vandaag gunnen we je weer een tipje van de sluier in een mooi archiefstuk dat dit jaar openbaar is geworden. Dit keer van Hero Nederland. Iedereen is opgegroeid met Hero: is het niet met de babyvoeding, dan is het wel met frisdranken, groenten of jam. 

De geschiedenis van Hero gaat terug tot 1914. In februari 1914 vroeg Reinier Jansen een hinderwetvergunning aan bij de burgemeester in Breda, omdat hij van plan was een bedrijf op te richten dat zich bezighield met het voorbereiden van vruchten- en groentenconserven. Hij wilde het bedrijf vestigen op de eerste verdieping van het pakhuis grenzend aan zijn woning aan de Academiesingel 9 in Breda. Midden in de stad dus.

Reiniers vader had al een exporthandel in groenten en fruit onder de naam Fa. A.G.T. Jansen & Zoon. Vooral met de Zwitserse Conservenfabrik Lenzburg Henckell und Roth onderhield hij een innige handelsrelatie. Aangezien met name zacht fruit, zoals frambozen, aardbeien en bessen, tijdens het transport gevoelig was voor bederf, drong deze Zwitserse fabriek aan op verwerking en verduurzaming van dit fruit tot halffabrikaten, zoals vruchtenpulp. Daar zag pa Jansen wel brood in, dus mocht zoonlief zich hierin vast bijten.

Zo gezegd, zo gedaan: Op 22 juli 1914 werd de N.V. Hero Conserven Breda opgericht (HERO is een samentrekking van de namen HEnckel en Roth). Al snel maakte Hero naam met zijn goede kwaliteit en brede assortiment. In de jaren ’30 begon het bedrijf met de productie van frisdranken. Wedden dat jij nu in je koelkast een fles Hero Sinas, Cassis of Fruit2day hebt staan!

In het archief zitten onder andere boeken met prachtige advertentiecampagnes voor het publiek en de vakpers uit de jaren 1960 – 1962.
Reclame voor Perl, frisdrank van Hero, 1961

En zo doet Hero dat nu (commercial voor Fruitontbijt).

woensdag 19 oktober 2011

Geen brave Hendrik!


Vonnis Hendrikus van Paasschen
Wat bracht de 21-jarige Hendrikus Marinus van Paasschen uit Willemstad zo van zijn stuk? Waarom vertoonde deze soldaat die gelegerd was bij de Motordienst van de 3e Compagnie in het Garnizoen van Delft dit wangedrag? Kwam het door liefdesverdriet of heimwee en gaf hij er daarom de brui aan? Of waren het de spanningen in Europa die bij deze jonge knaap opspeelden?

Het blijft gissen naar de ware oorzaak van zijn gedrag. Maar dat het die vijfde april 1919 rond 19.00 uur behoorlijk uit de hand loopt, is een feit. De jonge Hendrikus, zoon van Pieter Cornelis van Paasschen en Christina de Hon uit Willemstad, rijdt in zijn vierwielig motorrijtuig met het kenteken H 9723 op de openbare rijweg Oosterhout-Breda. Zijn roekeloze gedrag en rijsnelheid blijken een gevaar voor hemzelf en zijn omgeving. Ook de overweg van de spoorweg Breda-Tilburg is voor deze brokkenpiloot niet veilig. Stoppen voor een afsluitboom vanwege een naderende trein? Hoh maar, daar heeft deze knul nog nooit van gehoord!

Met volle vaart knalt hij tegen de afsluitboom, die daardoor compleet wordt verbrijzeld. De op dat moment naderende trein met het treinnummer 4143 van Breda naar Tilburg moet acuut tot stilstand worden gebracht. Iedereen is in rep en roer. “Het was een behoorlijke klap”, zal de spoorwachter later getuigen.
Hendrikus komt die dag met de schrik vrij, maar zal het later duur bekopen “met een geldboete van vijftig gulden, bij gebreke van betaling te vervangen door vijftig dagen hechtenis.”

Ongetwijfeld is zijn regelmatig terugkerende wangedrag meegerekend bij het vaststellen van deze straf. Zelfs het Hoog Militair Gerechtshof in Utrecht buigt zich nog over de zaak. Want, dit recalcitrante heerschap had wel meer op zijn kerfstok! De straflijst van deze op 3 januari 1918 in dienst getreden soldaat laat meteen al op 10 mei 1918 zien, dat hij weinig zorg heeft voor zijn wapen. Zo verschijnt hij die dag bij de oefening met een karabijn, waarop nog zand zit van een oefening van twee dagen eerder. Voor straf wordt hij hiervoor vier dagen vastgezet in de politiekamer.

Terwijl hij hier zit, maakt hij misbruik van een per ongeluk aan hem uitgereikte verlofpas. Gniffelend verlaat hij de politiekamer om te gaan genieten van zijn "verlof"… Ook daarvoor krijgt hij weer straf: twaalf dagen politiekamer. En zo gaat dit nog even door. Maandelijks wordt het ‘ongewenste gedrag’ van de heer Van Paasschen bijgewerkt op een straflijst die langzaam overvol raakt en niet één maar meerdere A-4'tjes telt…
Een bladzijde van de straflijst van Hendrikus van Paasschen

woensdag 5 oktober 2011

De Daltons met bolhoed

...De Daltons uit het zuiden...
De Daltons danken hun bekendheid vooral uit de strips van Lucky Luke. Maar deze beruchte boeven zetten rond 1890 ook in werkelijkheid heel wat bank- en treinovervallen in de Verenigde Staten op hun naam. Een vergelijkbare club is in 1905 ook in Breda actief. Een soort Daltons maar dan met bolhoed en een zachte g.


Het gaat om vier mannen, twee uit Nederland en twee uit België. De twee Nederlanders (Ooijens en Duquesnoy) leren elkaar kennen in Waalwijk waar zij allebei schoenmaker zijn. Duquesnoy heeft ook een herberg in Rotterdam en daar leert het duo meneer Domhoff uit Zundert kennen. Het idee om brandkasten te kraken, komt van hem. Hij kent ook wel een paar "mannetjes" die dat heel goed kunnen. Deze mannetjes zijn de Belgen, Van Gelder en Guilliams uit Antwerpen. Ooijens en Duquesnoy hoeven "slechts" de plaatsen aan te wijzen waar de brandkasten staan.

Hoewel de heren in het proces-verbaal de beschuldigende vinger naar elkaar steken, kun je er dit verhaal uit afleiden. Op zondag 20 november 1905 ontmoeten de vier elkaar in het huis van Duquesnoy. Daar spreken zij af om in te breken in de ijzergieterij van de Gebroeders Cosijn aan de Tramsingel in Breda. Maar op weg daar naar toe zien ze aan de Veemarkt dat meneer Zwang, handelaar in muziekinstrumenten, samen met zijn vrouw, de winkel afsluit om naar huis te gaan.

Ze besluiten om eerst in dit huis in te breken. Duquesnoy en Ooijens staan buiten op wacht. Na ruim een uur komen de Belgen weer naar buiten. Thuis wordt de buit bekeken: ongeveer vijftien gulden, een gouden horloge met een kettinkje en een gouden herenring. Hierna gaan ze alsnog naar de ijzergieterij. De Belgen breken weer in, terwijl de andere twee op wacht staan. Maar nadat de voordeur eenmaal open is, gaan ze alle vier naar binnen. 
...de gekraakte brandkast van meneer Zwang...
Na tien minuten horen zij rumoer op het terrein rondom de gieterij. De politie heeft lucht gekregen van hun klus en is gearriveerd. Ooijens en Duquesnoy worden eerst gearresteerd. De Belgen vluchten eerst nog naar boven, maar worden al gauw ook opgepakt. Ook Domhoff moet worden aangehouden voor medeplichtigheid, maar de geruchten gaan dat hij gevlucht is. Dit is mogelijk doordat de Commissaris van Politie te Breda moet wachten tot het telegraafkantoor op maandag 21 november (om 7.30 uur) open gaat om een telegram te sturen naar de Brigade Commandant van de Marechaussee te Zundert.

uit: Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch, 1838-1930 (Toegangsnummer 22, inv.nr. 284)
Procesdossier rolnummer 5773, jaar 1905. J. van Geldere, J. Guilliams, Th. Duquesnoy en A. Ooijens, diefstal. 

vrijdag 12 maart 2010

Camera's op het BHIC


Ooit geweten dat de opa van Monique van de Ven burgemeester was van het dorp Zeeland? En dat haar familie een brouwerij had? Tja, waar anders dan bij het BHIC vind je die informatie?

Sommige bezoekers knipperden afgelopen week even met hun ogen. Camera’s op het BHIC? Ja want het nieuwe Teleac-programma, gebaseerd op Who do you think you are?, streek neer op onze locaties in Den Bosch en Grave. Samen met uiteraard de hoofdpersoon van één van de afleveringen van het programma, Monique van de Ven.

Who do you think you are? is in Engeland al jaren een succesvol programma, met wekelijks 6 miljoen kijkers. Hierin wordt aan de hand van de familiegeschiedenis van bekende persoonlijkheden iedere keer een ander aspect van de geschiedenis verteld. Teleac produceert de Nederlandse versie die vanaf september is te zien.

Hierin wordt de zoektocht van een BN-er naar zijn of haar voorouders gevolgd in binnen- en buitenland. En dat betekent dat de cameraploeg nog wel eens vaker bij het BHIC zal binnenwandelen. Want de voorouders van schrijfster Maria Goos komen uit de buurt van Breda. Voorlopig blijft het BHIC dus in de spotlights staan ;-)

Foto: Annemarie van Geloven en Monique van de Ven op onderzoek in de boeken, onder het toeziend oog van de camera

zaterdag 20 februari 2010

Er was eens ...

In een klein land aan een grote zee leefde eens een beroemde tuinman die enorme zonnebloemen kweekte. Op een dag werd hij bij de koning geroepen. Die was wanhopig, omdat zijn rijk werd geplaagd door een onhoorbaar rondsluipende draak die de bezittingen van zijn onderdanen en hemzelf beetje bij beetje op at.
Gelukkig stond de tuinman op goede voet met de elfenkoningin Aurora. Hij riep haar te hulp en zij maakte een boekje waarin de oplossing beschreven stond. Daarna was het een koud kunstje de draak onschadelijk te maken. Iedereen was blij, het hele land werd vol zonnebloemen gezet en het boekje werd in een grote oplage gedrukt zodat iedereen het kon lezen.


Jij kunt het boekje trouwens ook lezen, want het wordt bewaard in het BHIC in Den Bosch. Het heet “De voordelen van een INDEX Benaderingspolis”, is rond 1960 uitgegeven door de Levensverzekerings-Maatschappij “Aurora” in Amsterdam en is bedoeld om de draak “Sluipende Inflatie” te verslaan. Ook het sprookje zelf (én een zakje zonnebloemzaad!) wordt bewaard in het archief van wat later Noord-Brabant Verzekeringen is gaan heten.

Deze maatschappij is niet de enige die eind jaren vijftig door middel van een sprookje of verhaaltje reclame probeert te maken voor het eigen product. Zo is er het verhaal van Piet die de kinder-olympiade wint door dagelijks een liter melk te drinken en wordt de geschiedenis van melk door de eeuwen heen toegelicht aan de hand van enige historische figuren.

Deze beide boekjes zijn gepubliceerd door het Nederlands Zuivelbureau en bewaard gebleven in het archief van melkfabriek St. Martinus te Breda, één van de voorgangers van DMV-Campina. Daarin zit ook reclamemateriaal in de vorm van een koe, uitvouwbare kerstkaarten, een paaswens die omgetoverd kan worden tot een paashaas en een andere die kan dienen als zeemanshoed voor een ei. Als je wilt weten hoe dat eruit ziet, kom dan naar het BHIC.

Foto: Omslag van het boekje ‘De Kinder-olympiade’ dat als reclameproduct werd aangeboden door Melkfabriek St. Martinus te Breda, 1957