Posts tonen met het label huisarts. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huisarts. Alle posts tonen

maandag 18 april 2016

Bijzonder skelet in praktijk van Tilburgse huisarts


Vijftien keer duikt de naam van Piet Stams uit Boxtel op in het gevangenisregister van Breda. Piet maakt zich onder meer schuldig aan zoutfraude, mishandelt menig ambtenaar en gaat meerdere keren vanwege “wederspannigheid” achter de tralies. Geen lieverdje maar Piet Stams valt het meest op ná zijn dood: omdat zíjn skelet jarenlang de praktijk van huisarts Bloemen siert.

Als Piet in 1851 wordt geboren, staat er alleen de naam van zijn moeder op de geboorteakte; zijn vader is onbekend. Vermoedelijk kent Piet geen gemakkelijk start van zijn leven en op z’n 25ste komen we hem voor de eerste keer tegen in het register van de gevangenis. Na die ene keer hobbelt hij van vergrijp naar vergrijp, totdat hij 1912 doodziek wordt. Hij roept de hulp van dokter Jan Bloemen, een arts met een bloeiende praktijk in Tilburg. Een sociale man die bekend staat om zijn hulpvaardigheid. Bloemen ziet hoe ziek Stams is maar weet ook dat deze raddraaier geen geld heeft.

Maar daar heeft Piet wel een praktische oplossing voor: hij verkoopt – uiteraard na zijn dood - zijn skelet aan dokter Bloemen. En hoewel Bloemen het leven van de zieke Stams nog twee jaar weet te rekken, laat hij deze straatfiguur na zijn dood in 1914 “anatomiseren”. Tot aan de jaren dertig kijkt Piet Stams als het ware mee naar het handelen van dokter Bloemen; en na diens dood in 1922 blijft hij vaste klant in de praktijk van zoon en tevens huisarts Bloemen.

Nu is het skelet nog steeds te zien, in de medisch-historische collectie Dedorpsdokter van vroeger in museum De Doornboom in Hilvarenbeek. Daar worden ook de verhalen rond Piet in leven gehouden. Hoe zijn skelet bijvoorbeeld als vanzelfsprekend onderdeel uitmaakte van de dagelijkse gang binnen de praktijk. Met enige regelmaat werd de verkleedkist omgekeerd en stond Piet model. Het verhaal gaat zelfs dat Piet wel eens  als kerstboom gebruikt!

Benieuwd naar het skelet van Piet Stams of naar de andere bezienswaardigheden van de dorpsdokter van vroeger? Op de site van het museum vind je alle informatie wat betreft openingstijden en adres. 

Met dank aan collega Mariët voor deze tip!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 21 september 2015

Help, de dokter komt niet!

...de opvallende advertentie...
“Attentie!!! Om aan verschillende, belachelijke geruchten een eind te maken, bericht ondergeteekende aan belanghebbenden, dat zij, zoo niet voor goed, dan toch minstens tot November haar betrekking als vr. vr. te Cuijk blijft waarnemen.” Getekend, A. de Jong-Rooker.

Het is een duidelijke advertentie die we lezen in de Echo van 7 juni 1913. Heel Cuijk weet waar “vr. vr.” voor staat: vroedvrouw. Want in die jaren is dat de meest besproken functie van het dorp. Wat is er aan de hand?

De katholieke dokter Van den Dries  (1897-1925) betaalt al jaren uit eigen middelen een vroedvrouw, om zo zijn werk wat te ontlasten. Maar als de katholieke vroedvrouw vertrekt en alleen de protestantse A. de Jong-Rooker solliciteert, neemt hij haar aan. Dit tot afgrijzen van pastoor Sengers die vanaf de kansel vrouwen oproept geen gebruik te maken van haar diensten. Maar dokter Van den Dries blijft achter zijn protestante vroedvrouw staan en wel op een opmerkelijke manier: hij stelt dat een ieder die gebruik zou maken van de diensten van de katholieke vroedvrouw niet meer door hem zou worden geholpen.  

...de ingezonden brief...
Behalve Van den Dries is ook dokter Van de Broek werkzaam in Cuijk. Maar ook al zijn er twee dokters, “toch zijn er gevallen dat men er practisch geen heeft”, zo lezen we uit een ingezonden brief in de Echo 25 januari 1919 (dus alweer zes! jaren daarna). Daarin doet F. van der Meer uit de doeken dat de dokters zijn zieke kind niet wilden helpen. Toen dokter van den Dries eerder liet dat mensen min of meer verplicht waren gebruik te maken van de diensten van A. de Jong schreef Van der Meer de huisarts een brief dat hij vrijheid van handelen wilde hebben. “Wij wisten dus dat we op diens hulp niet meer hoefde te rekenen.” Maar toen één der kinderen flink ziek werd, werd de familie ook door de andere dokter geweigerd. “Is dat nu geen treurige toestand en moet daarin geen verandering komen?”, vraagt de briefschrijver zich af.

...spijt van de sollicitatie...
Inmiddels is ook de Staatstoezicht op de Volksgezondheid op de hoogte van de schrijnende situatie in Cuijk. In een vertrouwelijke brief aan de burgemeester vraagt de hoofdinspecteur of het klopt dat dokter van den Dries inmiddels “meer dan vroeger bereid was ook aan patiënten geholpen door de katholieke vroedvrouw geneeskundige hulp te verlenen.” De burgemeester belegt een bijeenkomst met de hoofdinspecteur maar omdat de pastoor niet verschijnt, loopt dat op niets uit. Ondertussen is er nog een vroedvrouw benoemd die zich weer snel terugtrekt als ze van de manier van werken in Cuijk hoort (“het spijt mij gesolliciteerd te hebben!”)
...en de benoeming...
Nog geen jaar later staat er een ingezonden stuk in namens “vele” (maar anonieme) “Cuijkse Katholieke Huismoeders”. Er is dan nog weinig verandering gekomen in de bestaande situatie, zo blijkt. “Wij willen Roomsch zijn en daarom wenschen wij, neen daarom eischen wij in onze overwegend Katholieke gemeente een Katholieke vroedvrouw. Maar moedeloos worden wij aan ons lot overgelaten… de dokter komt niet! Zoo’n toestand hebben wij in Cuijk in de verlichte 20ste eeuw. Zóó staan de zaken.” Uiteindelijk wordt in 1925 de katholieke vroedvrouw M. Derksen-Beckers benoemd tot vroedvrouw van Cuijk. Langzaam keert de rust weer.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Vroedvrouwen
- Over de narigheid die de tijd met zich meebrengt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




woensdag 8 april 2015

Over de “narigheid die de tijd meebrengt”

...detail uit de briefjes van huisarts Mehler...
Het zijn kleine briefjes, bijna niet meer dan kattebelletjes maar de inhoud is indrukwekkend. Huisarts Mehler uit Maassluis zit tijdens de Tweede Wereldoorlog een tijd lang gevangen in Beekvliet en geeft met zijn briefjes een inkijkje in het leven daar.

In het kleinseminarie Beekvliet in Sint- Michielsgestel wordt op 4 mei 1942 kamp Sint-Michielsgestel geopend. De eerste bewoners zijn 460 toonaangevende Nederlanders, waaronder politici, burgemeesters, hoogleraren, geestelijken, advocaten, schrijvers en musici. Tot eind 1944 worden honderden notabele Nederlanders als gijzelaar vastgehouden. Hoewel het regime niet enorm zwaar is, is er de constante dreiging gefusilleerd te worden, als vergelding voor verzetsacties. Dreiging die ook enkele keren bewaarheid wordt

De gijzelaars komen uit het hele land, ook uit Maassluis. Onder hen bevinden zich A. Wagner (vader van de latere president-directeur van Shell), burgemeester P.A. Schwartz, directeur gemeentewerken ir. J. van den Akker, commissaris loodswezen H.J. Hoogen Stoevenbeld, B. G. Kreiter, B.J. van Garderen en huisarts L.J.W. Mehler. Van Henk Don ontvingen wij afdrukken van bedankbriefjes van deze huisarts Mehler.

..." Gelukkig is de stemming goed"...
De ouders van Henk Don – Piet en Lena Don - bestieren in die jaren samen een bakkerij op de Hoogstraat 2 in Maassluis. Ze hebben te doen met de zeer geziene huisarts en verrassen hem met lekkernijen. In de bedankbriefjes schemert ook de betrokkenheid van de huisarts met het gezin Don door. Zoals in het briefje van 30 oktober 1943. Mehler meldt dat het echtpaar Don dat de “speculaasjes, biscuitjes, koekjes, appelen en het prachtige wittebrood” allemaal buitengewoon lekker heeft gesmaakt.

Maar het briefje blijkt ook heel wrang: Mehler meldt dat hij als meer dan vijf maanden weg is uit Maassluis “zodat Uw beide dochters wel een heel stuk groter zullen zijn geworden”. Hij vervolgt: “Zoals U wellicht gehoord heeft, werden hier Donderdag 51 gijzelaars ontslagen maar het zal U bekend zijn dat de 3 Maassluizers zijn gebleven. Gelukkig is de stemming goed bij alle kampgenoten, zonder uitzondering.”

Ruim een maand later – op 8 december 1943 - schrijft hij opnieuw aan het echtpaar om te danken voor de “St. Nicolaas-verrassing”. Mehler schrijft dat hij hoopt dat de familie “niet al te zeer geplaagd zult worden door al die narigheid die de tijd meebrengt.” Hij sluit af met: “We zullen hopen dat aan alles spoedig een einde zal komen.” Na de oorlog verlaat Mehler Maasluis om ergens anders zijn praktijk voort te zetten. Inwoners van Maassluis houden een inzamelingsactie en schenken hem – ondanks de moeilijke na-oorlogse jaren - een groot cadeau.

Henk Don stuurde ook foto’s van de bibliotheek van Beekvliet, gemaakt nadat het kamp werd gesloten. Stille getuigen van een aangrijpende periode.




Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Beekvliet
- Vijf dingen die je moet weten over de bevrijding van Sint-Michielsgestel