Posts tonen met het label 1882. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1882. Alle posts tonen

maandag 8 februari 2016

Carnaval leidt tot overlast en ziekten

...letterlijk in twee helften...
“Verbied het zich onkenbaar maken door het dragen van een masker of anderzins op de openbare straat of openbare plaatsen.” Dat voorstel haalde de agenda van de gemeenteraad in… 1882. Want carnaval, dat leidt alleen maar tot losbandigheden en uitspattingen en bedreigt goede zeden en gezondheid.

Er zijn voor- en er zijn tegenstanders van carnaval: dat is 134 jaar geleden niet veel anders. “Ze zijn voorbij de vastenavonddagen, die dagen waarin inwoners van ’s-Hertogenbosch zich letterlijk in twee helften gescheiden, waarin het eene deel der bevolking had te zuchten over de buitensporigheid van het andere”, staat te lezen in stukken uit het archief van J.B. van Son, minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst.

“Verborgen achter een masker, ongekend en dus ongestraft, vervalt in die dagen een deel der bevolking tot dronkenschap en hoogst onzedelijke verkwisting. Niet alleen tot eigen schade en ondergang van het gezin, maar ook tot last en ergernis van de meerderheid der vreedzame ingezetenen wordt dan in deze gemeente aan benden van gemaskerde troepen soms op dolzinnigen gelijkend, gedurende drie dagen vrijheid gelaten om al zingende, schreeuwende en tierende de straten onveilig te maken.”

Het is duidelijk dat hier geen voorstander aan het woord is. Want naast het gedrag van feestvierders heeft hij het ook niet op hun kleding. “Men bedient zich daarbij van kleêren, welke veelal gehuurd worden, die meestal uit den vreemde of van elders worden ontboden, voor hetzelfde doel meermalen gediend hebben en dikwerf niet vrij zijn van onreinheid en smetstof.” Oftewel, niet alleen trekt men lallend door de straten, dat gebeurt ook nog eens in ranzige kleding waar vlooien welig tieren.


Dus het carnavalsfeest zorgt niet alleen voor overlast; het kan ook leiden tot ziekten. “Dronkenschappen en slemperijen verheffen geen volk, maar ontzenuwen zijn beste krachten en maken het bij uitnemendheid vastbaar voor alle ziekten en kwalen”, gaat de briefschrijver verder. En daar hebben niet alleen eerzame burgers last van maar ook kranken en zwakken, bedroefden en stervenden worden in hunne rust gestoord, van slaap beroofd door een hoop onzinnigen, zonder dat de sterke arm zich hiertegen verzet.”

Daarom is de brief gericht aan de gemeenteraad van Den Bosch. Want eerder traden burgemeester van Nijmegen, Tilburg en Maastricht al op door paal en perk te stellen aan het openblijven van tapperijen en café’s. Een voorbeeld dat de gemeente Den Bosch zou moeten volgen door 1. het verbieden van het dragen van maskers in het openbaar en 2. ernstig te waken op de sluiting der herbergen en koffiehuizen, alsmede tegen alle nachtelijke straatgeraas.

Dat is nog maar één schrijven uit het stapeltje brieven dat zich bevindt in het archief van minister Van Son onder de verzamelingnaam “Stukken over de vieren van vastenavond.” Ook andere brievenschrijvers willen vaak “paal en perk” stellen aan openingstijden en pleiten voor krachtig optreden tegen hen “die hunne vloeken en liederen des ontucht in onze woning te doen klinken.”

Met veel dank aan collega Jan voor de tip!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?





woensdag 27 januari 2016

Heesch op stoom!

...met de stoomtram naar Oss...
Nee, dit verhaal gaat niet over een dramatisch verlopen demonstratie in Heesch, compleet met knallen, rookwolken en politiemensen die moeten voorkomen dat de meute het raadhuis bestormt. Er zijn hier in 1885 geen vluchtelingen, geen COA en geen relschoppers. Er is wel rook te zien, maar die komt van een stoomtuig dat een nieuwe tijd aankondigt.

Eigenlijk begint het allemaal met de ingebruikname van het spoortraject Tilburg - ’s-Hertogenbosch – Oss – Nijmegen in 1881. De stoomtrein zal Noordoost-Brabant ontsluiten, maar dan moeten de stations wel bereikbaar zijn. Ja, je kunt te voet of met paard en wagen van Heesch naar Oss, maar sinds kort kent Nederland ook de stoomtram. De eerste reed in 1879 van Den Haag naar Scheveningen. 

Sindsdien duiken overal bedrijfjes op die stoomtramlijnen willen aanleggen en exploiteren. In de Meierij is sprake van twee ambitieuze projecten: een lijn van Tilburg via Oisterwijk, Haaren en Den Dungen naar Oss en Lithoijen, en eentje van ’s-Hertogenbosch via Hintham, Heeswijk en Veghel naar Helmond. Burgemeester Festen van Heeswijk speelt een belangrijke rol in dit wereldje.

In het voorjaar van 1881 ontvangt de gemeenteraad van Heesch vanuit België een verzoek om toestemming voor een tramlijn tussen Oss en Veghel. Het voertuig zal hooguit 15 kilometer per uur rijden, verzekeren de aanvragers. Jammer genoeg laten de Belgen niets meer van zich horen. Dan adviseert de burgemeester de raad om in zee te gaan met zijn Heeswijkse collega, die toch weer handelt namens een Belgisch vervoerbedrijf. Festen bewerkt ook het provinciaal bestuur en de gemeenten Oss, Nistelrode en Veghel. Zo kan de belangrijke tramlijn ’s-Hertogenbosch-Veghel-Helmond vanuit Veghel een aansluiting krijgen op het spoorwegnet in Oss.

Al in 1882 gaat de Heesche raad akkoord met de aanleg van de tramlijn en ruim twee jaar later wordt er proefgereden. Het traject Oss-Veghel komt op 19 januari 1885 officieel in bedrijf. Vanaf dan kun je vanaf het gloednieuwe Stationsplein in Heesch in een kwartier naar Oss reizen en naar Veghel in een uur. Maar de invloed van de boeren blijft groot: de tram mag geen stoom afblazen tijdens het inhalen van een voertuig, bespannen met één of meer paarden! De dieren zouden kunnen schrikken…

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

AANVULLING: Via twitter werden wij gewezen op deze site:
zou de "locomotief " zijn gebouwd in machinefabriek Backer en Reub uit Breda?.

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 10 december 2014

De potjes op de schoorsteen

Anna's laatste wil...
Ze had het eigenlijk al te lang voor zich uitgeschoven, het moest er nu maar van komen, dacht Anna Adriana Gelpke Smits.  Nog voor haar overlijden wilde ze vastleggen wat er met haar belangrijkste bezittingen zou gebeuren. En daar had ze uitgesproken ideeën over…

Een korte gezinsschets: Anna was nu al zo’n twintig jaar weduwe en woonde nog steeds in Waspik, op huisnummer 125, later Dorp B 41 (nu: Raadhuisstraat 11). Haar man, Johan Frederik Gelpke, oud-apotheker in Waspik, was al in 1862 overleden. Het echtpaar Gelpke had vijf kinderen grootgebracht: twee zonen en drie dochters. Helaas stierven beide zonen op jonge leeftijd: Lambertus op 25-jarige leeftijd en Johan toen hij 18 jaar oud was. Hun dochters: Alida, Elisabeth en Lucia waren dus de overgebleven erfgenamen.

Nu was voor Anna dus het moment aangebroken om haar testament op te stellen. Na lang wikken en wegen en nadat ze de wensen van haar dochters zorgvuldig in kaart had gebracht, schreef ze het bovenstaande briefje aan notaris Middelkoop. Hij zou hier dan een officiële acte van maken.

De laatste wil van Anna
“Ik wil dat het lant naar mijn overlijden in drie paarten gezet zal worden en er om getrokken of geloot wordert, zoo ook met het postelijn het stel in de voorkamer voor de schoorsteen 5 komme met potjes of pullen postelijn moet Lucia vooruit hebben is altijd belooft. Ook moet Lucia de pianino hebben daar voor geeft zij f 100,- in den boel moet daar haar part ende te vrij hebben. Van het meublement kunnen zij er van delen of onderling verkopen de rest er mee handelen naar goedvinden.Mijn kleeren niet verkopen.”

De vijf kommen met potjes of pullen porselein had ze altijd aan haar jongste dochter Lucia beloofd. Deze potjes hadden een vaste plek in de voorkamer op de schoorsteen. Haar jongste was hier erg op gesteld en wilde ze dolgraag hebben. Anna zorgde er dus voor dat deze potjes buiten de erfenis bleven en nog voor de verdeling aan Lucia werden gegeven.
Dan was er nog de pianino (en klein soort piano), ook deze was voor haar jongste telg. Wel ging er dan een bedrag van honderd gulden af van haar erfenis. Het onroerend goed werd verdeeld in drie gelijke delen en zou door loting worden toebedeeld. De drie dochters mochten de overige bezittingen in het huis van hun moeder onderling verdelen, of verkopen. En haar kleren? Dat was weer een ander verhaal. Anna wilde in ieder geval niet dat haar kleren werden verkocht.

Notaris Middelkoop maakte de akte op 14 januari 1882 op aan huis bij Anna Gelpke Smits. Bijna acht jaar later, op 1 februari 1890 stierf zij in haar huis in Waspik.

De vijf potjes zullen wel naar Lucia zijn gegaan. Zij trouwde met notaris Jan Hendrik Zijnen de Gier. Lucia stierf in Teteringen in 1912. Zouden de vijf potjes, wellicht afkomstig uit de apotheek van Gelpke, nog in het bezit van deze familie zijn?


Margot America



Een serie Keulse potten die Anna misschien ook wel had. In die tijd werden ze gebruikt voor het inleggen van groente, vlees en eieren. Later kregen ze een decoratieve functie.

Bron:
Jac Jansen van de Heemkundekring “Op het Goede Spoor” in Waspik kwam bij een testament dit zelfgeschreven briefje tegen. Na enig speurwerk vond hij van wie dit briefje was. Wij willen hem hartelijk danken dat wij zijn vondst en deze ‘petite histoire’ met jou mogen delen op Brabant Bekijken.