Posts tonen met het label Henk Buijks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Henk Buijks. Alle posts tonen

maandag 13 juni 2016

Geffense rotten contra de ossen

...van de Geffense groep De Bandola's...
1968 is een bijzonder jaar. De moordaanslagen op Martin Luther King en Robert Kennedy, en de studentenopstanden in Berlijn en Parijs zijn zelfs bijna een halve eeuw later niet uit ons collectieve geheugen verdwenen. Maar tijdens het laatste februariweekend van 1968 zijn die gebeurtenissen nog toekomstmuziek en viert Noordoost-Brabant carnaval. Niet helemaal onbezorgd overigens, want het annexatiespook waart rond. Dat heeft alles te maken met het feit dat industriestad Oss, dan qua oppervlakte een kleine gemeente, tegen zijn grenzen aanloopt.

In 1946 strandt het Osse plan tot annexatie van Berghem, Geffen, Heesch, Oijen en Teeffelen. Geffen vindt dat het, als agrarisch dorp, teveel verschilt van fabrieksstad Oss, die Geffen zeker als een uithoek zal behandelen. Ook de andere gemeenten zijn faliekant tegen. Twintig jaar later komt de provincie met een voorstel om zowel Den Bosch als Oss meer ruimte te geven. Geffen en Berghem zouden dan naar Oss gaan. Ook ditmaal laait het verzet op en het carnavalsfeest biedt daarvoor een geschikt podium.

In Rottenrijk Geffen staat Carnaval 1968 dus in het teken van de verdrijving van de Ossen. Gitaarclub De Bandola’s behaalt de tweede prijs in de optocht met een annexatie-os, die steeds in tweeën wordt gedeeld. En in het Café van Van Loon in Berghem wordt Vastenavond om 11 over 12 afgesloten met de verbranding van de Ossenkop, die trouwens de eerste prijs heeft gewonnen in de optocht. Desondanks is de dreigende annexatie niet het enige dat opvalt in het carnavalsgewoel van 1968, toch de tijd van “flower power”! Want de eerste prijs in de Geffense optocht is voor de creatie van de KVO-dames: twee poppen die lief zijn voor elkaar. Bijna profetisch, want sinds 1 januari 2015 maakt Geffen deel uit van de gemeente Oss!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering


Let op: we gaan verhuizen!

Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






vrijdag 3 juni 2016

Van het Wilde Westen naar Huisseling

...portret van pater Van den Elsen...
“Globalisering” is een begrip dat je tegenwoordig overal tegenkomt. Logisch ook, want gebeurtenissen in andere werelddelen hebben gevolgen voor het dagelijks leven in, bijvoorbeeld, Huisseling. Maar dat verschijnsel deed zich ook vroeger al voor.

We gaan even terug naar het laatste kwart van de 19e eeuw en werpen een blik op de Verenigde Staten. Daar hebben kolonisten het grootste deel van het legendarische “Wilde Westen” in bezit genomen. In hun voetspoor volgen spoorwegmaatschappijen, die tienduizenden kilometers rails aanleggen, waarmee het onmetelijke land wordt ontsloten. De kolonisten gaan op grote schaal graan verbouwen op van nature al vruchtbare grond. Het is roofbouw, maar de productiekosten zijn minimaal. Supergoedkoop graan vindt vervolgens per trein en schip zijn weg richting Europa, waar de graanprijzen een fikse duikeling maken. Veevoer wordt daardoor goedkoper, zodat overal in de wereld de veestapel groeit. En dat heeft weer tot gevolg dat ook de prijzen van slachtvee en zuivel dalen.

Terug naar Nederland, dat tussen 1880 en 1900 als bijna enig West-Europees land de grenzen openhoudt voor goedkope invoer uit het buitenland. De agrarische sector betaalt het gelag in de vorm van een onvervalste landbouwcrisis, ook hier in de Maaskant. Veel boeren trekken naar de steden en worden fabrieksarbeider. Maar de sector herpakt zich. “Samenwerking” is het toverwoord: overal in het land worden boerenbonden opgericht. Zeker in Brabant gebeurt dat op christelijke – lees: katholieke – grondslag, waarvoor vooral de Norbertijner pater Gerlachus van den Elsen zich sterk maakt: de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB, 1896). Tijdens een congres in ’s-Hertogenbosch wordt betoogd dat anders “het socialisme, na de steden geëxploiteerd te hebben, zich zal begeven naar het platteland.”

...Albertus van de Wiel...
Op 8 maart 1897 krijgt Huisseling een eigen afdeling van de boerenbond. Macharen en Nistelrode zijn eerder, maar daar hebben ze geen voorzitter zoals in Huisseling. Albertus van de Wiel is ook gemeentesecretaris en later burgemeester. In de 27 jaar van zijn voorzitterschap stijgt zijn ster binnen de NCB. Zo wordt hij in 1898 directeur van de Onderlinge Brandverzekering van de NCB, later tevens van de Hagelverzekering. Daarmee is hij een van de grondleggers van Interpolis! Vooral dankzij hem steekt Huisseling in agrarisch Brabant net even boven de rest uit!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering


Let op: we gaan verhuizen!

Hopelijk heb je deze blog met plezier gelezen. Maar let op: woensdag 15 juni verschijnt onze laatste bijdrage op deze blog. Daarna verschijnen er bijna dagelijks nieuwe verhalen op onze website; die verhalen vind je via www.bhic.nl/verhalen Volg je de blog via rss-feed? Meld je dan voor onze nieuwsbrief want daarin vind je onze beste verhalen overzichtelijk terug. Hopelijk zien we je daar weer! Bedankt alvast voor je aandacht!

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 2 mei 2016

Reek: voor kerk en koning!


Tot 1942 was Reek een zelfstandige gemeente en dat zijn ze daar niet vergeten. Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de aanloop naar de gemeentelijke herindeling van 1994. Maar het oude gemeentewapen prijkt ook nu nog op de voorgevel van het dorpshuis, dat  – hoe kan het ook anders! – het “Wapen van Reek” is gedoopt. Het Reekse wapen is dan ook bijzonder en dus een verhaal waard!

Rond de jaarwisseling 1813/14 is de situatie in Nederland chaotisch. Sinds 1811 maakte het deel uit van Napoleons keizerrijk, maar na diens rampzalig verlopen veldtocht in Rusland brokkelde de Franse macht snel af. Op 30 november 1813 landt prins Willem Frederik in Scheveningen en één dag later wordt hij in Amsterdam uitgeroepen tot Soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden. De Franse troepen trekken zich terug, vrijwel zonder dat het tot bloedvergieten komt. Maar de Brabantse vestingsteden geven ze niet zomaar op.

Breda valt spoedig in Nederlandse handen, maar in ’s-Hertogenbosch houden de Fransen wekenlang stand. Pas op 26 januari blazen zij de aftocht dankzij Pruisische troepen, die actieve hulp krijgen van inwoners van de stad en van Vught. Grave is een heel ander verhaal: de Fransen hebben er een sterk garnizoen en vanuit de stad gaan zij op plundertocht in de wijde omgeving, die al goeddeels bevrijd is. Als buurdorp van Grave heeft Reek daar last van, dus laten zich ook hier tientallen mannen inlijven  in de landstorm. Dat is een regionale burgerwacht die het gemis van een Nederlands leger ter plekke enigszins moet opvangen.

Op 15 januari 1814 slaan Franse wachtposten op de wallen van Grave alarm. Zij horen tromgeroffel van de kant van Reek en zien dat daar de Nederlandse vlag (met de drie banen oranje, wit en blauw) wordt gehesen. Dat lijkt te wijzen op de aanwezigheid van een grote troepenmacht, die er natuurlijk niet is. Later blijkt dat Reek als eerste gemeente op de linkeroever van de Maas de Nederlandse vlag hees. Dat feit brengt burgemeester Van Erp later ertoe, aan de Hoge Raad van Adel als gemeentewapen van Reek voor te stellen: een driekleurig schild met in de middelste baan drie letters R. Deze staan voor “Reek Religioni Regi”: Reek is trouw aan kerk en koning. Jawel, in die volgorde, zoals ook later wordt gesproken van “God, Koningin en Vaderland”.

Op het definitieve vertrek van de Fransen hebben Grave en Reek nog enige tijd moeten wachten. In mei 1814 kwam de vestingstad weer in Nederlandse handen.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering

maandag 25 april 2016

Osse botergiganten vertrekken naar Rotterdam

...reclamemateriaal van Jurgens...
Op 20 maart 1929, ’s avonds om half tien, rijdt een vrachtwagen in volle vaart de veerpont bij Alblasserdam op. De chauffeur, die zijn voertuig niet meer in bedwang heeft, kan er nog net uitspringen voordat het gevaarte door de ketting aan de andere kant van het vaartuig heen breekt en in de rivier de Noord plonst. Door de schok zinkt ook de veerpont. Gelukkig kunnen de chauffeur en de veerman zich redden. 

In de gezonken vrachtwagen blijkt de hele inboedel te liggen van twee arbeidersgezinnen uit Oss. Die verhuizen naar Rotterdam vanwege de verplaatsing van de Osse margarinefabriek van Jurgens naar de havenstad. Het vertrek van Jurgens uit Oss komt niet uit de lucht vallen. In 1927 zijn de vroegere aardsconcurrenten Jurgens en Van den Bergh samengegaan in de Margarine Unie. Van den Bergh, ooit in Oss begonnen, besloot al in 1890 te verkassen naar Rotterdam, een veel betere uitgangspositie voor de export.

Vanaf het moment van oprichting van de Margarine Unie staat het vrijwel vast dat Jurgens zal volgen. Dat is dus de donderwolk die het hele jaar 1928 boven Oss hangt, want er werken 800 mannen en vrouwen bij het bedrijf. Daar komt bij dat het fabriekscomplex vrijwel in het stadscentrum ligt, tegenover de Grote Kerk. Leegstand is zeker dan rampzalig.

In januari 1928 komen de eerste onheilstijdingen: het hoofdkantoor van Jurgens in Nijmegen en delen van het bedrijf in Oss zullen worden verplaatst naar Rotterdam, waar een nieuwe fabriek wordt gebouwd. Enkele afdelingschefs moeten binnen drie maanden verhuizen, voor 40 medewerkers dreigt ontslag. Naarmate het jaar vordert, verschijnen er meer van zulke berichten. Dan breekt 1929 aan, het jaar van de beruchte Beurskrach in Wallstreet, New York. Die vindt plaats op donderdag 24 oktober, “Black Thursday”.

De Osse “Zwarte Zaterdag” is eerder: 30 maart! Dan sluit Jurgens de poorten voorgoed. 400 mensen worden werkloos. Wie ouder dan 45 is, met minimaal 25 dienstjaren, krijgt wel een pensioen, en er is een gratificatie voor mensen tot 45 met minimaal 10 dienstjaren, maar velen vallen buiten de boot. Dat geldt niet voor de collega’s die naar Rotterdam vertrekken. Voor hen is er nog toekomst bij Jurgens. Bedenk in dat verband dat de lichten van de gezonken verhuiswagen bij Alblasserdam nog brandden, toen het voertuig vier uur later werd opgetakeld uit het water!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?







vrijdag 22 april 2016

35.000 Dagen plezier met mooi raadhuis

...het voormalig raadhuisje in Heesch...
Op 21 maart 1941 vindt de officiële opening plaats van het raadhuis van Heesch. Alle sprekers zijn vol lof over het karakteristieke gebouw, ook de Bossche burgemeester Van Lanschot: “Eens in de 100 jaar bouwt men een raadhuis. Is het lelijk, dan heeft men 35.000 dagen ergernis - is het mooi, dan 35.000 dagen plezier ervan. Heesch kan waarlijk verheugd zijn, want het heeft een mooi raadhuis gekregen.”

Inderdaad is het een eeuw geleden dat Heesch een raadhuis bouwde. Dat dateert van 1840, en in 1919 meldt het provinciaal verslag dat het gebouwtje volgepropt is met allerlei documenten en boeken. Er is niets van te maken, en de gemeente beschikt over onvoldoende middelen voor een radicale verbetering, aldus het verslag. Jarenlang gebeurt er niets, maar vanaf het aantreden van burgemeester Offermans in 1931 staat het gemeentehuis regelmatig op de raadsagenda. Struikelblok is dan vooral de economische crisis. Caféhouder Willem van den Berg, eigenaar van het kermisterrein naast zijn zaak, kan het niet langer aanzien. In augustus 1933 gaat hij bij de kermisexploitanten met de pet rond voor een nieuw gemeentehuis. De gemeenteraad is blij met de opbrengst: 867 gulden 50!

En alweer gaan er vier jaren voorbij. Op Oudejaarsdag 1937 besluit de raad de knoop door te hakken. Het gemeentehuisje, “een varkensstal” volgens raadslid Van Zutphen, blijkt nu ook een broeinest te zijn “van vliegen, die zomer en winter in groten getale op de secretarie zitten, in de kasten, op en achter de boeken en voor de ramen.” Via steun van het landelijke Werkfonds wil men, net als in Uden en Nuland, eindelijk een nieuw gemeentehuis bouwen. Twee jaar later hebben de architecten A.J. Kropholler (Wassenaar) en P.G. Elemans (Ravenstein) de plannen rond. Aannemer Quirinus de Veer uit Geffen krijgt de klus, voor ƒ 20.400,-. Vanaf 1 april 1940 vindt de secretarie tijdelijk onderdak aan de overkant van de Rijksweg, bij Smederij Van Erp.

Het project duurt langer dan begroot. Oorzaak is de Duitse inval in mei 1940, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen tijdelijk stil ligt. En wellicht zorgt de zware storm van november ook voor enige vertraging, want de directiekeet stort in. Maar in maart 1941 kan in Heesch de vlag uit. Niet bij de architecten overigens, want die moeten nog enkele jaren geduld hebben, voordat al hun declaraties zijn betaald….

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








vrijdag 1 april 2016

Op zoek naar 't kasteel van Ravenstein

...gravure uit 1750...
De laatste week van maart 1951 schijnt regelmatig de zon. Maar met amper drie graden boven nul overdag is het veel te koud voor de tijd van het jaar. Huiverend staan we op de Maasdijk bij Ravenstein. Daar heb je vrij uitzicht op de kale fruitbomen achter het raadhuis en opzij van de Kasteelse Poort. We zien archeologen aan het werk, op zoek naar restanten van het kasteel van Ravenstein, want dat stond eeuwenlang op die plek. De zoektocht is niet helemaal toevallig, want Mengvoederbedrijf Meulemans in de nabijgelegen Lombardstraat wil uitbreiden.

Ooit was het Ravensteinse kasteel een fier, met grachten omgeven complex tussen de Maas en de stad. Doorgaans werd het bewoond door de drost, de vertegenwoordiger van de heer van het Land van Ravenstein. Het was tevens het symbool van de zelfstandigheid van dit Land. Vooral na de Vrede van Münster in 1648 was dat merkbaar. Zuchtten Oss en de andere steden en dorpen in de Meierij van Den Bosch onder het inhalige, protestantse regime van Den Haag, Duitse vorsten heersten over de inwoners van het Land van Ravenstein. Ze moesten weliswaar ook belasting betalen, maar hier konden zowel katholieken als protestanten in ieder geval ongehinderd voor hun geloofsovertuiging uitkomen.

In de herfst van 1794 strijkt het revolutionaire Franse leger neer in het Land van Ravenstein. Omdat dit eigendom was van adellijke heren, worden Stad en Land meteen ont-eigend en ingelijfd bij Frankrijk. En het kasteel wordt na een periode van leegstand in 1798 te huur aangeboden. Twee jaar later herbergt het – na een verbouwing – een kazerne en een hospitaal voor het Franse leger. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met het kasteel, dat bij het vertrek van de Fransen in 1813 letterlijk is uitgewoond. Daar komt bij dat de nieuwe Nederlandse regering ontevreden is over de wijze waarop het Ravensteinse stadsbestuur functioneert. Is om die reden van rijkswege in 1818 besloten tot sloop van het kasteel? Let wel: sloop inclusief de verwijdering van de fundamenten. Want – zo wil de mondelinge overlevering – de Ravensteiners zouden anders maar terug willen naar hun ‘status aparte’!

In 1951 wordt, op wat muurrestanten na, weinig van het kasteel teruggevonden. En Meulemans verhuist naar de andere kant van de Maasdijk, de plek waar nu het bedrijfscomplex van De Heus staat – voor hoelang nog?

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Heesch op stoom!
- Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 21 maart 2016

Aanslag in Ravenstein!

...compressorstation in Ravenstein...
In een uithoek van Bedrijventerrein De Bulk bij Ravenstein staat het Compressorstation van de Gasunie. Het is een onmisbare schakel in het transportnet van het aardgas richting Zuid-Nederland en over onze grenzen. Een kwetsbaar object ook, vandaar dus de hekken en verbodsborden rondom het terrein. Vast staat wel dat de installaties ten tijde van de oplevering, in 1970, nauwelijks beveiligd waren. Maar ja, het was een andere wereld toen…

Het is zaterdag 5 februari  1972, 10 uur ‘s avonds. Joop van den Berg, commandant van de Rijkspolitie in Ravenstein, heeft zijn dienst erop zitten. Op weg naar huis ziet hij in de polder een auto langs de weg staan. Visstropers? Nee, toch niet: een Frans nummerbord en in de auto twee mannen en een vrouw. Helaas schiet het Frans van de politieman tekort om een gesprek aan te knopen en hij vergeet het nummerbord te noteren. Maar deze avondlijke ontmoeting blijft hem bij.

Om 4 uur ’s nachts worden Overlangel en Ravenstein opgeschrikt door een tweetal zware explosies. De hemel kleurt roze en in de verte is een vuurbal te zien met een paddenstoelwolk erboven. Mevrouw Van Dijk uit Overlangel moet meteen aan de atoombom van Hiroshima denken. De brandweer rukt uit, richting Compressorstation, want daar is het te doen: een gat in een gasbuis waarlangs het aardgas naar buiten stroomt en opbrandt in een steekvlam van 70 meter hoog. De blusmiddelen schieten tekort, dus wordt de Gasunie opgetrommeld. Ondertussen laat burgemeester Bonnier het hele dorp Overlangel evacueren.

Zondagochtend 10 uur heeft de Gasunie de buis gedicht, zodat iedereen weer naar huis kan.
Ook in het Overijsselse Ommen worden ze die nacht rond 4 uur wakker van een ontploffing in het Gasstation. Dit kan geen toeval meer zijn. Spoedig wordt gedacht aan sabotage of een terroristische aanslag. Maar wie zit erachter? De Rode Jeugd in Eindhoven? Of de Palestijnse bevrijdingsbeweging Zwarte September?

Pas in november 1972 worden in Parijs twee van de daders opgepakt, vanwege een moordaanslag: de Algerijn Haboudiche en de Franse journaliste Thérèse Lefèbvre. Joop van den Berg identificeert hen als inzittenden van “de Franse luxewagen” bij Ravenstein. Achteraf is hij blij dat hij hen niet sommeerde de kofferbak te openen. Dat had hij vast niet overleefd!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad


Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?





maandag 14 maart 2016

Bliksembezoek per schietschouw

Een zogenaamde 'scietschouw' klaar om het ijs op te gaan
Begin 1814 trekt het Franse leger zich geleidelijk terug uit Nederland. En sinds 30 november van het jaar daarvoor staat, in de persoon van prins Willem Frederik, weer een Oranjevorst aan het roer. Diens zoon, erfprins Willem, 21 jaar oud, is opperbevelhebber van het Nederlandse leger. 

Gesteund door Pruisische troepen neemt hij na een wekenlang beleg op 26 januari de vesting 's-Hertogenbosch in. Noord-Brabant is nu grotendeels in Nederlandse handen.

Protestantse vorst
Erfprins Willem
Erfprins Willem heeft iets speciaals met Zuid-Nederland, en vooral met Tilburg. Dat zal zeker later duidelijk worden tijdens zijn koningschap (1840-1849), maar in februari 1814 blijkt al zijn interesse in het Brabantse.
Om te beginnen brengt hij vanuit 's-Hertogenbosch onverwachts een bezoek aan Tilburg. Daarna maakt ook de regio ten noordoosten van 's-Hertogenbosch kennis met Willem, die natuurlijk niet zomaar rondreist: hij heeft soldaten nodig, en zeker in de regio Oss wil men niet vechten in dienst van een protestantse vorst!

'IJsschuitje'
Op 21 februari arriveert de prins in winters Orthen, in een "cierlijk toegesteld ijsschuitje", dat getrokken wordt door enkele Bosschenaren op schaatsen. Daar stapt het gezelschap over in een koets, die over de dijken verder hobbelt richting Empel, Gewande en Alem, gevolgd door een aantal schaatsers.

Dorpssecretaris Dirk Luijcx van Breugel en de heer L.D. van Tengnagel de Raad vormen het ontvangstcomité. Ten huize van de secretaris maakt de prins 's avonds kennis met burgemeester Lucas Bokstart, de pastoor en de dominee. De kerkklokken luiden, de vlaggen zijn uitgestoken en het "huis der gemeente" is feestelijk verlicht.

De volgende ochtend reist het vorstelijk gezelschap per overdekte schietschouw of sleeschuit over het ijs van de bevroren Beerse Maas van Lithoijen naar Oss. Bij de weduwe van de vroegere schout Le Heu in huis spreekt Willem met deken Duchateau en andere geestelijken uit de regio. Daarmee verdwijnt de kou uit de lucht: het is feest in Oss en de schuttersgilden presenteren zich! Nadien vertrekt de schietschouw weer, richting Lithoijen en Oijen, met aan boord een tevreden prins.

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Heesch op stoom!
- Gevecht met het water

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 27 januari 2016

Heesch op stoom!

...met de stoomtram naar Oss...
Nee, dit verhaal gaat niet over een dramatisch verlopen demonstratie in Heesch, compleet met knallen, rookwolken en politiemensen die moeten voorkomen dat de meute het raadhuis bestormt. Er zijn hier in 1885 geen vluchtelingen, geen COA en geen relschoppers. Er is wel rook te zien, maar die komt van een stoomtuig dat een nieuwe tijd aankondigt.

Eigenlijk begint het allemaal met de ingebruikname van het spoortraject Tilburg - ’s-Hertogenbosch – Oss – Nijmegen in 1881. De stoomtrein zal Noordoost-Brabant ontsluiten, maar dan moeten de stations wel bereikbaar zijn. Ja, je kunt te voet of met paard en wagen van Heesch naar Oss, maar sinds kort kent Nederland ook de stoomtram. De eerste reed in 1879 van Den Haag naar Scheveningen. 

Sindsdien duiken overal bedrijfjes op die stoomtramlijnen willen aanleggen en exploiteren. In de Meierij is sprake van twee ambitieuze projecten: een lijn van Tilburg via Oisterwijk, Haaren en Den Dungen naar Oss en Lithoijen, en eentje van ’s-Hertogenbosch via Hintham, Heeswijk en Veghel naar Helmond. Burgemeester Festen van Heeswijk speelt een belangrijke rol in dit wereldje.

In het voorjaar van 1881 ontvangt de gemeenteraad van Heesch vanuit België een verzoek om toestemming voor een tramlijn tussen Oss en Veghel. Het voertuig zal hooguit 15 kilometer per uur rijden, verzekeren de aanvragers. Jammer genoeg laten de Belgen niets meer van zich horen. Dan adviseert de burgemeester de raad om in zee te gaan met zijn Heeswijkse collega, die toch weer handelt namens een Belgisch vervoerbedrijf. Festen bewerkt ook het provinciaal bestuur en de gemeenten Oss, Nistelrode en Veghel. Zo kan de belangrijke tramlijn ’s-Hertogenbosch-Veghel-Helmond vanuit Veghel een aansluiting krijgen op het spoorwegnet in Oss.

Al in 1882 gaat de Heesche raad akkoord met de aanleg van de tramlijn en ruim twee jaar later wordt er proefgereden. Het traject Oss-Veghel komt op 19 januari 1885 officieel in bedrijf. Vanaf dan kun je vanaf het gloednieuwe Stationsplein in Heesch in een kwartier naar Oss reizen en naar Veghel in een uur. Maar de invloed van de boeren blijft groot: de tram mag geen stoom afblazen tijdens het inhalen van een voertuig, bespannen met één of meer paarden! De dieren zouden kunnen schrikken…

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

AANVULLING: Via twitter werden wij gewezen op deze site:
zou de "locomotief " zijn gebouwd in machinefabriek Backer en Reub uit Breda?.

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



woensdag 20 januari 2016

Gevecht met het water

...een kaart van het Hoog Hemaal uit 1680 toont het gebied dat tot dit waterschap behoorde, met de stad 'Osch''...
We maken een sprong van meer dan 690 jaar terug in de tijd, naar de middeleeuwen. Naar 1325 om precies te zijn. We blijven wel dichtbij huis, in de Brabantse Maaskant. Daar is hard gewerkt aan de beteugeling van de Maas: van Dordrecht tot voorbij Megen liggen er in 1325 dijken langs de Maas.

Er is ook een afwateringssysteem gecreëerd. Een netwerk van sloten en de pas gegraven Hertogswetering brengen het teveel aan regenwater naar Gewande, waar het via een sluis uitstroomt in de Maas. Behalve wanneer het rivierpeil te hoog is, want dan worden de sluisdeuren gesloten en kan het water er dus niet uit. Windmolens en gemalen zijn helaas nog toekomstmuziek.

Het gevecht met en tegen het water gaat niet vanzelf. Dijken en sluizen moeten worden onderhouden en sloten op diepte gehouden. Daar horen bindende afspraken bij, niet alleen voor het eigen dorp, maar ook met een hele regio. De grondeigenaren moeten de klussen opknappen. Wie dat niet doet, wordt gestraft! In Orthen, Rosmalen en Nuland zijn ze al zo ver. Daar bestaat sinds 1309 de Polder van der Eigen, bestuurd door zeven heemraden, afkomstig uit de drie dorpen. Het polderbestuur is ingesteld door hertog Jan II van Brabant, die alle afspraken heeft laten vastleggen in een perkamenten oorkonde of charter.

Ook In Lith en Lithoijen, en in het laaggelegen noorden van Geffen en Oss wordt de noodzaak gevoeld van een regionale aanpak van het waterprobleem. Inmiddels zijn de dorpsbestuurders zeker gaan buurten in de Polder van der Eigen en willen zij ook zo’n charter.  Op 27 november 1325 krijgen zij dat van hertog Jan III van Brabant. Ook hier worden zeven heemraden aangesteld: twee uit Lith, Lithoijen en Oss, en een uit Geffen. De polder krijgt pas later een naam: het Hoog Hemaal. Een hemaal is een omheinde plek waar recht wordt gesproken en bestuurd, en tevens het gebied dat onder dat bestuur valt. En waarom ‘hoog’? Vanaf 1349 vormen de Maasdorpen Alem, Maren en Kessel ook een regiopolder, het Laag Hemaal; ‘laag’, omdat deze polder benedenstrooms van het andere hemaal ligt, dat dus net iets hoger ligt en Hoog Hemaal wordt genoemd.

Het Hoog Hemaal heeft bestaan tot ver in de twintigste eeuw. Al die tijd hebben de polderbestuurders uit Geffen, Lith, Lithoijen en Oss niet kunnen bevroeden dat zij ooit deel zouden uitmaken van de ene grote gemeente Oss!

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Komt de Beerse Maas terug?
- De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?




woensdag 1 juli 2015

'Van Sasse' weer in bedrijf

Gemaal Van Sasse opnieuw geopend onder de tropische zon in Grave
Op vrijdag 12 juni 2015 beleefde Gemaal Van Sasse aan de monding van de Raam bij Grave zijn tweede officiële opening. De eerste had al in 1929 plaatsgevonden, onder de vlag van Waterschap De Maaskant, dat in 2004 opging in Waterschap Aa en Maas. Samen met de burgemeester van Grave verrichtte de dijkgraaf van Aa en Maas de openingshandeling.

Alexander van Sasse van Ysselt
Gemaal Van Sasse is gebouwd om een einde te maken aan de wateroverlast in het Land van Cuijk. Vooral het riviertje de Raam was daarvoor verantwoordelijk. Het bracht zuur Peelwater de regio in en mondde via de oude haven van Grave uit in de Maas.
Die monding voldeed niet meer en doordat bij de kanalisatie van de Maas bij Grave een stuw (met verkeersbrug) was gebouwd, moest het riviertje voortaan beneden die stuw, dus ten westen van Grave, uitstromen in de Maas.

Bij de nieuwe monding verrees in 1928-1929 een nieuw gemaal, voor een bedrag van 101.950 gulden. Naamgever was Alexander van Sasse van Ysselt, die van 1921 tot 1927 de eerste voorzitter was geweest van het toen pas opgerichte Waterschap De Maaskant.

Mis en noenmaal
Woensdag 29 mei 1929 tussen 9 en half 10 arriveert een groot aantal VIP's, onder wie de minister van Waterstaat bij de Elisabethkerk in Grave. Zij wonen een plechtige Mis bij, het eerste programmaonderdeel van de opening van Van Sasse.

Zou jij ook aan willen schuiven bij dit heerlijke noenmaal?

Daarna verplaatst de stoet zich naar het gemaal, dat eerst wordt ingezegend en dan pas officieel geopend. Na de "eerewijn", de bezichtiging en de fotoshoots is het hoog tijd voor de lunch, maar het programma maakt bovendien gewag van een "noenmaal", in Hotel Boggia aan de Burchtstraat in Nijmegen.

Broodjes en een wandelkaart
86 jaar later verloopt de opening enigszins anders. De gasten komen aan onder een brandende, tropische zon en vinden dankbaar onderdak in een tent, waar blowers de hitte temperen. Voor degenen die hun lunch moeten missen zijn er broodjes, maar vooral de gekoelde flesjes water zijn in trek.

Het feestelijke programma uit 1929, heel wat anders dan 86 jaar later!
Na een viertal korte presentaties in de tent volgt dan de openingshandeling bij het gemaal. De burgemeester van Grave mag een plastic koker uit het water naar boven halen. In de koker treft hij een wandelkaart aan met een route langs 'natte' bezienswaardigheden in en rondom Grave. Vervolgens kunnen de genodigden rondwandelen in en rondom het gemaal en de vistrap. Met de gang van zaken in 1929 nog in het achterhoofd constateert de lezer met mij dat er in 86 jaar heel wat veranderd is...

Geschreven door:
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Eeuwige zwanenliefde 
- Stort Uw zegen uit...


De beste verhalen via e-mail ontvangen?




woensdag 4 februari 2015

Scheervlucht over Maasdonk 1993-2014

...herinneringen aan Maasdonk vastgelegd...
Op een zonnige augustusdag in 2014 vlieg ik over onze provincie en speciaal over het werkgebied van het BHIC. Aangekomen boven Maasdonk vraag ik de piloot om een rondje te draaien over de drie kerkdorpen Geffen, Nuland en Vinkel. Hij doet dat keurig en binnen vijf minuten overzien we de ligging van de gemeente Maasdonk tussen grote broers ’s-Hertogenbosch en Oss, die straks allebei een stuk van deze gemeente mogen inlijven. Al rondcirkelend besef ik tevens dat het samenstellen van een boek over deze nog jonge gemeente wel iets heeft van een scheervlucht. Immers, je overziet enkele grote lijnen, maar van wat daaronder ligt, pik je maar af en toe een detail op.

Ten tijde van de rondvlucht zijn Mechtilde Meijer en ondergetekende ruim een half jaar bezig met een gedenkboek voor de inwoners van Maasdonk. We worden begeleid door een redactiecommissie met daarin vertegenwoordigers van Lokale Omroep Vladeracken en de gemeente. Vladeracken nam het initiatief tot dit project. De omroep verwacht tegen eind 2014 ettelijke tienduizenden euro’s over te hebben, geld dat vóór 2015 moet zijn besteed, en liefst aan iets leuks voor alle inwoners: een boek! Ook het gemeentebestuur voelt voor dat idee. Niet vreemd, want Maasdonk kent een zekere traditie op dat terrein – denk aan de publicaties bij het begin van de gemeente in 1993 en bij gelegenheid van de opening van de snelweg tussen Rosmalen en Geffen in december 2005.


Het project begint met een oproep aan de bevolking bijdragen voor het boek – foto’s en eventueel teksten – aan te leveren. Verder hebben de samenstellers de taken duidelijk verdeeld: Mechtilde, communicatievrouw ‘pur sang’, doet interviews met bekende en vaak tevens kleurrijke inwoners van Maasdonk. Van mij wordt een duik in de geschiedenis van de drie kerkdorpen verwacht. Ze blijken onderling nogal te verschillen, maar zijn wel op elkaar aangewezen. Vandaar de titel van het boek: “Drie-eenheid in verscheidenheid”. Ook de gemeentelijke herindeling en de grenzen komen aan bod. Dat verhaal begint al veel eerder dan 1993 en het biedt bovendien kansen om het ‘waarom’ van de herindeling van 2015 naar boven te halen. Het onderzoek, in de archieven van Maasdonk en van de provincie, levert boeiend materiaal op. Zo blijkt het verloop van de oude gemeentegrens tussen Rosmalen en Nuland – dwars door de dorpskom van Nuland – nogal eens voor problemen te hebben gezorgd, en al in 1946 was er sprake van ‘Groot Oss’. Maar er komen ook voetangels en klemmen bloot. Gedurende de 22 jaar dat Maasdonk bestaat, rommelt het nogal eens binnen het gemeentebestuur. Enkele raadsleden en wethouders en zelfs een burgemeester lopen daarbij averij op. Ook dergelijke zaken mogen in het boek niet onbesproken blijven, maar zonder de betrokkenen verder te beschadigen.


De oproep aan derden blijft niet onbeantwoord: we worden bedolven onder het materiaal, zodat er keuzes moeten worden gemaakt. Uiteindelijk worden er uit alle drie de dorpen bijdragen geleverd, waaronder molenverhalen uit Geffen en Vinkel. En de Osse bouwhistoricus Hein Hundertmark legt de bouwgeschiedenis van de middeleeuwse kerk van Geffen vast, naar aanleiding van de restauratie van de kerk tijdens het eerste decennium van de nieuwe eeuw. Die kerk was één van de details die ik tijdens mijn scheervlucht over Maasdonk zag. Daarna werd mijn aandacht getrokken door de gebouwenmassa’s van Oss en ’s-Hertogenbosch, aan de rand van mijn blikveld……

Henk Buijks

Belangstellenden kunnen het boek kopen via de heemkundekringen in Geffen en Nuland voor 15 euro. [foto's bij dit blog: Henk Buijks]  

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Maasdonk in vogelvlucht
- Dakloos

vrijdag 24 oktober 2014

Frank Lammers&Henk Buijks door Oss van vroeger

...fragment uit De Canon van Lammers...

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet… Wat is er zo interessant dat oud- BHIC’er Henk Buijks en Frank Lammers vol bewondering over het hek gebogen staan? Midden in een weiland staan Frank en Henk voor het monument voor de verongelukte arbeiders van de Maaswerkzaamheden in 1935.

In zijn nieuwe tv-serie De Canon van Lammers gaat Frank namelijk op zoek naar de bijzondere geschiedenis van Nederlands en Belgisch Brabant. In tien afleveringen maakt hij een rondreis door het oude hertogdom. Aanstaande zondagavond 16 oktober komt in de vierde aflevering de regio Oss, Megen en Ravenstein aan de beurt met niemand minder dan onze oud-collega Henk Buijks.

Als regionaal historicus leidt Henk Frank langs de unieke geschiedenis van noordoost Brabant. In deze aflevering maakt Frank een tour door Oss en omstreken. In Boxtel en Den Bosch worden Franks vragen over de Brabantse hertogen en het stoere ridderleven beantwoord. Daarna reist hij zuidwaarts voor een indrukwekkend bezoek aan Nationaal Monument Kamp Vught. De oorlog blijft het onderwerp wanneer hij in Ravenstein het verhaal van verzetsstrijder Willie Andriessen hoort. Ten slotte baggert Frank door de Megense uiterwaarden en weilanden om de omgeving van de arbeiders te verkennen die reeds in 1935 dijken hebben gebouwd.

Mis het avontuur van Frank en Henk niet! Schakel voor een leerzame avond aanstaande zondag in om 19.00 uur in op Omroep Brabant.

Yvonne Verstappen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Je tijdmachine naar Oss
- De jaren zestig

woensdag 18 september 2013

Herpen uit de brand!

...uit de Telegraaf, 27 april 1934...

Stichting Herpen in woord en beeld heeft de voormalige brandweerkazerne opgeknapt en omgetoverd tot heemkamer. Bij de opening hiervan - op zaterdag 14 september 2013 - hield regiohistoricus Henk Buijks de geschiedenis van de Herpse brandweer tegen het licht. Een samenvatting hiervan in dit blog.

Al in de middeleeuwen moet er in Herpen zoiets als een brandweer hebben bestaan. Denk dan niet aan een geoliede organisatie met mannen in uniform, voorzien van ‘n helm en een grote brandspuit maar meer aan dorpelingen die elkaar hielpen met blussen met emmers water. Het oudste (door Henk Buijks gevonden) schriftelijk bewijs dat er in Herpen een brandweerorganisatie bestond, dateert uit het jaar 1710. Anthonius van Acker brengt dan bij het dorpsbestuur 6 gulden en 10 stuivers in rekening voor brandhaken en kettingen. Daarmee kun je restanten van afgebrande gebouwen neerhalen.  

In de 18e eeuw heeft Herpen in elk geval 1 brandkuil, een reservoir voor bluswater. In 1730 worden daar doornstruiken omheen geplant. Verder komt er een omheining van houten staken. Is dat om te voorkomen dat de brandkuil voor andere doeleinden wordt gebruikt? Of voor de veiligheid? Er is niemand die het ons nog kan vertellen. In de 19e eeuw komen er initiatieven van bovenaf. De provincie zorgt  in 1837 voor een Reglement ter voorkoming en blussen van brand in de plattelandsgemeenten. Herpenaar Derk Brands, van beroep kuiper, wordt benoemd tot brandmeester, en er worden ook 3 onderbrandmeesters aangesteld: schoenmaker Andries van der Sandt en de timmerlieden Philippus Jacobus van Zuijlen en Peter Brükx.
 
...uit Algemeen Handelsblad, 13-9-1933...
Tot een eind in de 20e eeuw verandert er weinig. In 1926 bestaat het brandweerkorps van Herpen uit 1 opperbrandmeester en 6 brandmeesters. Die hebben de beschikking over 1 brandspuit en 10 brandblusapparaten. Twee jaar later is er een brandspuitwagen, die door paarden wordt getrokken. In 1930 sluit de gemeente voor het eerst een verzekering af voor het brandweerkorps. En wordt een nieuwe brandspuit met een grotere capaciteit (350 liter/minuut) aangeschaft, en langere slangen. En voert het gemeentebestuur in 1932 overleg met de buurgemeenten over de oprichting van een regionale brandweerkring Oss.

In de periode 1930-1940 haalt een grote aantal branden in en om Herpen ook de landelijke pers (zie illustraties) omdat niet alles van een leien dakje gaat... 
...uit Algemeen Handelsblad, 3 juni 1933...
Vanaf 1 april 1941 maakt Herpen deel uit van de gemeente Ravenstein, maar behoudt het dorp zijn eigen brandweerkorps, met na de oorlog ook een eigen brandweerauto. Nu de eigen brandweerkazerne nog. Die komt er in 1955, dit gebouw dus. Twee decennia later, in 1974, komen de klussende vrijwilligers in actie en pakken de kazerne aan. In de jaren tachtig groeit de brandweer uit zijn jasje. Er is geen geld maar in 1988 pakken de vrijwilligers het zelf aan en de brandweerkazerne kan weer ’n aantal jaren mee!

Binnen tien jaar (in 1995) wordt besloten tot samenvoeging van de korpsen van Ravenstein en Herpen.  Dat betekent dus: sluiting van de kazerne in Herpen! Op zaterdag 6 januari 1996 rijdt de 19 jaar oude Mercedes 1113 met loeiende sirene en de zwaailichten aan langzaam de Rogstraat op. Begeleid door de Ravensteinse brandweerauto koerst het Herpense voertuig richting Schaafdries. Het toegestroomde publiek beluistert zwijgend de donkere tonen van een Dodenmars, gespeeld door de Bönlander Hofkapel.
  
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Brand!

maandag 24 juni 2013

Henk kiest: sijne lieve huijsvrou #stukvanhetjaar

...Henk leest zijn favoriete stuk...
Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Verschillende BHIC-medewerkers hebben hun favoriete stuk uitgezocht. Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten en nu is het de beurt aan Henk.

De afgelopen decennia heb ik vele duizenden archiefstukken door mijn handen laten gaan. Vooral de kaarten zijn me bijgebleven, want daarop zijn interessante ontdekkingsreizen te maken. Toch is “mijn” mooiste stuk geen kaart…

Ruim tien jaar geleden werkte ik mee aan het Historisch Waterplan van de gemeente Lith. Aangezien van het dorp Lith het schepenbankarchief vrijwel volledig is bewaard van 1448 tot de Franse Tijd, leek het nuttig daar eens doorheen te lopen met in het achterhoofd alle mogelijke waterkwesties: de Maas, weteringen, dijken, de dorpsgracht, overstromingen etc. etc. Wekenlang zat ik gebogen over soms bijna onleesbare passages, maar er kwam een schat aan relevante gegevens naar boven.

De periode 1580-1600 vertoonde grote lacunes. Dat hing direct samen met de opstand tegen de Spaanse koning Filips II. De Brabantse Maaskant was toen frontgebied. Militairen van zowel de Spaanse als Staatse kant teisterden het platteland, zodat de dorpelingen huis en haard in de steek lieten. Ook Lith moet jarenlang een spookdorp zijn geweest, waar dus ook niet werd bestuurd en recht gesproken. Maar op 16 december 1593 kon Claes Lenaertszoon van den Wijer er aan de slag als secretaris van de dorpsschepenen. Honderden bladzijden van protocol nummer 52 zijn daarna door hem volgeschreven, in een moeilijk leesbaar handschrift. Er tussendoor krabbelde hij soms schietgebedjes en wijze spreuken neer. Maar de mooiste notitie vond ik voorin:

Stijntken, mijn zeer lieve huisvrou, is kranck geworden den 16en martii ontrent den sonnen onderganck. Ende is gestorven den 25en martii [15]97 metten zonnen opganck, zijnde onser L.Vrouwen Boetschapdach. Godt almechtich zij haer (...) ziel genadich. Ende ons als wij nacomen. Amen.

Ik was benieuwd of er elders in het protocol, waar de acten van maart 1597 waren opgetekend, nog iets te vinden was in verband met dit overlijden. En ja hoor: op 23 maart hadden Claes en Stijntken hun testament gemaakt. Hijzelf was op dat moment “gesont van lichaem”, maar zijn vrouw was “kranck van lichaem, nochtans met goeden volcomen verstant”. Claes zelf had de tekst uitgeschreven, conform het gebruikelijke model, op één woord na: Stijntken was “sijne lieve wittege huijsvrou”!

Henk Buijks
Regiohistoricus BHIC 

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanneke kiest: de brief van Van Gogh
- Marilou kiest: het schriftje van de pastoor