Posts tonen met het label Heesch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Heesch. Alle posts tonen

vrijdag 22 april 2016

35.000 Dagen plezier met mooi raadhuis

...het voormalig raadhuisje in Heesch...
Op 21 maart 1941 vindt de officiële opening plaats van het raadhuis van Heesch. Alle sprekers zijn vol lof over het karakteristieke gebouw, ook de Bossche burgemeester Van Lanschot: “Eens in de 100 jaar bouwt men een raadhuis. Is het lelijk, dan heeft men 35.000 dagen ergernis - is het mooi, dan 35.000 dagen plezier ervan. Heesch kan waarlijk verheugd zijn, want het heeft een mooi raadhuis gekregen.”

Inderdaad is het een eeuw geleden dat Heesch een raadhuis bouwde. Dat dateert van 1840, en in 1919 meldt het provinciaal verslag dat het gebouwtje volgepropt is met allerlei documenten en boeken. Er is niets van te maken, en de gemeente beschikt over onvoldoende middelen voor een radicale verbetering, aldus het verslag. Jarenlang gebeurt er niets, maar vanaf het aantreden van burgemeester Offermans in 1931 staat het gemeentehuis regelmatig op de raadsagenda. Struikelblok is dan vooral de economische crisis. Caféhouder Willem van den Berg, eigenaar van het kermisterrein naast zijn zaak, kan het niet langer aanzien. In augustus 1933 gaat hij bij de kermisexploitanten met de pet rond voor een nieuw gemeentehuis. De gemeenteraad is blij met de opbrengst: 867 gulden 50!

En alweer gaan er vier jaren voorbij. Op Oudejaarsdag 1937 besluit de raad de knoop door te hakken. Het gemeentehuisje, “een varkensstal” volgens raadslid Van Zutphen, blijkt nu ook een broeinest te zijn “van vliegen, die zomer en winter in groten getale op de secretarie zitten, in de kasten, op en achter de boeken en voor de ramen.” Via steun van het landelijke Werkfonds wil men, net als in Uden en Nuland, eindelijk een nieuw gemeentehuis bouwen. Twee jaar later hebben de architecten A.J. Kropholler (Wassenaar) en P.G. Elemans (Ravenstein) de plannen rond. Aannemer Quirinus de Veer uit Geffen krijgt de klus, voor ƒ 20.400,-. Vanaf 1 april 1940 vindt de secretarie tijdelijk onderdak aan de overkant van de Rijksweg, bij Smederij Van Erp.

Het project duurt langer dan begroot. Oorzaak is de Duitse inval in mei 1940, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen tijdelijk stil ligt. En wellicht zorgt de zware storm van november ook voor enige vertraging, want de directiekeet stort in. Maar in maart 1941 kan in Heesch de vlag uit. Niet bij de architecten overigens, want die moeten nog enkele jaren geduld hebben, voordat al hun declaraties zijn betaald….

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
Komt de Beerse Maas terug?
De Hertogswetering

De beste verhalen via e-mail ontvangen?








woensdag 27 januari 2016

Heesch op stoom!

...met de stoomtram naar Oss...
Nee, dit verhaal gaat niet over een dramatisch verlopen demonstratie in Heesch, compleet met knallen, rookwolken en politiemensen die moeten voorkomen dat de meute het raadhuis bestormt. Er zijn hier in 1885 geen vluchtelingen, geen COA en geen relschoppers. Er is wel rook te zien, maar die komt van een stoomtuig dat een nieuwe tijd aankondigt.

Eigenlijk begint het allemaal met de ingebruikname van het spoortraject Tilburg - ’s-Hertogenbosch – Oss – Nijmegen in 1881. De stoomtrein zal Noordoost-Brabant ontsluiten, maar dan moeten de stations wel bereikbaar zijn. Ja, je kunt te voet of met paard en wagen van Heesch naar Oss, maar sinds kort kent Nederland ook de stoomtram. De eerste reed in 1879 van Den Haag naar Scheveningen. 

Sindsdien duiken overal bedrijfjes op die stoomtramlijnen willen aanleggen en exploiteren. In de Meierij is sprake van twee ambitieuze projecten: een lijn van Tilburg via Oisterwijk, Haaren en Den Dungen naar Oss en Lithoijen, en eentje van ’s-Hertogenbosch via Hintham, Heeswijk en Veghel naar Helmond. Burgemeester Festen van Heeswijk speelt een belangrijke rol in dit wereldje.

In het voorjaar van 1881 ontvangt de gemeenteraad van Heesch vanuit België een verzoek om toestemming voor een tramlijn tussen Oss en Veghel. Het voertuig zal hooguit 15 kilometer per uur rijden, verzekeren de aanvragers. Jammer genoeg laten de Belgen niets meer van zich horen. Dan adviseert de burgemeester de raad om in zee te gaan met zijn Heeswijkse collega, die toch weer handelt namens een Belgisch vervoerbedrijf. Festen bewerkt ook het provinciaal bestuur en de gemeenten Oss, Nistelrode en Veghel. Zo kan de belangrijke tramlijn ’s-Hertogenbosch-Veghel-Helmond vanuit Veghel een aansluiting krijgen op het spoorwegnet in Oss.

Al in 1882 gaat de Heesche raad akkoord met de aanleg van de tramlijn en ruim twee jaar later wordt er proefgereden. Het traject Oss-Veghel komt op 19 januari 1885 officieel in bedrijf. Vanaf dan kun je vanaf het gloednieuwe Stationsplein in Heesch in een kwartier naar Oss reizen en naar Veghel in een uur. Maar de invloed van de boeren blijft groot: de tram mag geen stoom afblazen tijdens het inhalen van een voertuig, bespannen met één of meer paarden! De dieren zouden kunnen schrikken…

Dit verhaal verscheen eerder in Brabants Dagblad

AANVULLING: Via twitter werden wij gewezen op deze site:
zou de "locomotief " zijn gebouwd in machinefabriek Backer en Reub uit Breda?.

Geschreven door: 
Henk Buijks

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Toen een auto nog niet gewoon was
- De Hertogswetering
De beste verhalen via e-mail ontvangen?



maandag 4 januari 2016

Oorlog in Heesch beschreven in dagrapportenboek

Niet alle archieven zijn meteen openbaar. Voor zo'n vijf procent geldt - omwille van privacy van nog levende personen, onevenredige benadeling of andere belangen - een beperking op de openbaarheid. Maar die geldt altijd maar voor een bepaalde periode; zodra die is afgelopen, zijn die stukken in te zien. Ieder jaar komen er op die manier nieuwe archieven "bij". Sommige van deze stukken brengen we deze maand voor 't voetlicht. Zoals het dagrapportenboek van veldwachter Belterman uit Heesch...

Wie kent veldwachter Bromsnor uit de tv-serie Swiebertje niet? Zijn naam was niet zo maar gekozen. Een veldwachter van een klein plattelandsdorp als Heesch moest als bewaker van de openbare orde ook enig gezag uitstralen. In 2016 wordt zijn dagrapportenboek van 1940 openbaar. Wat merk je hierin tussen surveillances van de Rijksweg, toezicht op sluiting cafés, diefstallen en aanhoudingen in, van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog? De 34-jarige veldwachter J.B. Belterman noteert...

Inval Duitse troepen op 10 mei 1940



Vrijdag 10 mei 1940 te 4.15 uur

Geconstateerd, dat een groot aantal vliegtuigen over deze gemeente vlogen en met mitrailleurs en afweergeschut werd geschoten.
Onmiddellijk luitenant-kolonel Ribbius, die in mijn woning was ingekwartierd, met een en ander in kennis gesteld.
Aangezien door de radio werd bekend gemaakt dat Duitsche troepen onze grenzen hadden overschreden, mij bij den Burgemeester gemeld en aan alle cafehouders de bekendmaking betreffende alcoholische dranken van den O. v. L. en Z. (Overste van Land en Zee) bekend gemaakt en aangezegd hieraan gevolg te geven.
Toezicht op het verkeer in verband met het verplaatsen van troepen.

Vliegtuigbom in Heesch ontploft op 10 juni 1940 



Op maandag 10 juni 1940 rapporteert de veldwachter dat er in de nacht van zondag op maandag een vliegtuigbom is gevallen in Heesch. Hier leest u wat voor impact dat had op de autoriteiten en de bevolking.

Maandag 10 juni 1940 te 2.45 uur

Meldt Antonius van der Stappen, oud 40 jaar, landbouwer, wonende te Heesch, Hoogen B 64, belast met nachtwake in verband met bescherming tegen luchtaanvallen, in opdracht van den Burgemeester, dat binnen de gemeente Heesch een vliegtuigbom is gevallen en naast de woning van de weduwe Broeksteeg B 127 is ontploft.
Onmiddellijk ter plaatse gegaan en was den Burgemeester reeds aanwezig, bleek, dat naast de woning een gat was geslagen van circa 3,50 meter diepte en een middellijn van circa 8 meter. Het huis was aan de Noordzijde geheel ingestort, terwijl alle binnenmuren gescheurd waren. 
Persoonlijke ongelukken hadden niet plaats gehad. 
Daar omwonenden van meening waren, dat nog een tweede bom was gevallen, die niet tot exploisie was gekomen, is door ons het terrein afgezocht en heb ik aan onbezoldigd-gemeenteveldwachter W. van Rosmalen met de bewaking belast. Een staat ter regeling van de diensten voor de bewaking is door mij opgemaakt en aan de onbezoldigde gemeenteveldwachters uitgereikt.
De rijksveldwachter was even ter plaatse en verklaarde er rapport van te zullen maken en is daarop heengegaan. 
Te  9.00 uur Afzetting bij bominslag gecontroleerd en den onbezoldigd Gemeenteveldwachter Sesink instructies voor de veiligheid der nieuwsgierige bezoekers gegeven en last gegeven dat niemand onbevoegd het huis mocht betreden (tot 11.30 uur).
Te 12.00 uur In verband met groot toeloop van schoolkinderen bij bominslag aldaar toezicht gehouden en kinderen op afstand doen gaan (tot 13.45 uur).
Te 14.00 uur De onbezoldigde gemeenteveldwachters J.A. Smits en Joh. Van Oort, aangezegd welke uren zij de bewaking hadden (tot 16.15 uur).
Te 20.00 uur Verzoekt Antonius Beem, als hoofd van de opruimings- en herstellingsdienst van de luchtbescherming te Heesch, in opdracht van den Burgemeester mee naar de woning van de weduwe Broeksteeg te gaan en aan te wijzen welke muren omvergehaald dienden te worden om instorting te voorkomen. Aan verzoek voldaan en aanwezig gebleven bij omhaling der muren (tot 23.30 uur).
Waarvan door mij op afgelegden ambtseed is opgemaakt en geteekend dit rapport, J.B. Belterman, veldwachter der gemeente Heesch

In het archief van het gemeentebestuur van Heesch bevindt zich nog een politierapport van 29 juni 1940 van deze gemeenteveldwachter met de getuigenverklaring van Johannes Broeksteeg, de 48-jarige zoon van de weduwe Petrus Broeksteeg. Uit dit rapport weten we dat wijk B 127 in ‘de Velft’ lag. Hieronder ziet u fragmenten uit de rapporten:



Nog geen jaar later overleed Wilhelmina Verheijen, al 40 jaar weduwe Petrus Broeksteeg, op 30 april 1941 in Heesch in de leeftijd van 78 jaar..

Geschreven door:
Annemarie van Geloven

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Bij de brandweer
- Paniek op de Zeedijk van Oijen

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






woensdag 26 juni 2013

Bezoeker Lizet kiest: een bijzondere menukaart #stukvanhetjaar

...een menukaart met een foutje...

Tijdens de Maand van de Geschiedenis - in oktober a.s. - vindt de landelijke online verkiezing Stuk van het Jaar plaats. Natuurlijk doet ook het BHIC hieraan mee! Vanaf 1 juli a.s. kun je je stem uitbrengen op: www.bhic.nl/stukvanhetjaar. Op ons blog presenteren de BHIC-medewerkers hun favorieten maar dit keer is het een bezoeker met een prachtvondst: Lizet Kruyff over een menukaart.

Het begon zo mooi, dat huwelijk van baronesse Ottoline van Tuyll van Serooskerken en baron Amedée van de Bogaerde van Terbrugge. Zij is hofdame van Koningin Anna Paulowna, hij kamerheer in buitengewone dienst van Koning Willem II. Zijn vader vervulde de erefunctie van opperschenker geweest van de koning, die hem in 1830 tot gouverneur van Noord-Brabant benoemde. De familie betrok in 1835 kasteel Heeswijk. Het huwelijk van Amedée en Ottoline wordt donderdag 21 oktober 1847 in grootse stijl gevierd in Den Haag. De Koningin is getuige. Natuurlijk rondt een heerlijke maaltijd de dag af. De handgeschreven menukaart is getooid met beide familiewapens.

...de menukaart in vol ornaat...
Het dejeuner telt 19 gangen en is – natuurlijk - in het Frans. Tal van modieuze gerechten krijgen de gasten voorgeschoteld. Alleen het allerbeste is goed genoeg. Ottoline en Amedée bewegen zich in de hoogste kringen en laten zich daar graag op voorstaan. Ottoline weigert een dansje met een ordonnans-officier, omdat ze officieel nog niet zijn voorgesteld. Al is dat in de privé-appartementen van de koning volgens de etiquette niet nodig. Amedée zit in het comité dat de paardenraces organiseert van prins Hendrik, de jongste zoon van Anna Paulowna. Maar Amedée speelt ook graag kaart. Al is heeft hij geen gelukkige hand. Zijn speelschulden staan op in stukken geknipte uitnodigingen voor feesten. Ook met de paardenraces gokt hij er naast. En het stel leeft boven hun stand. De stapel leenbriefjes, pandbriefjes, IOU’s, schuldbekentenissen is goed voor een uitpuilende map in het archief. Zijn brieven aan zijn vader en broers met toenemend dringende verzoeken om geld te sturen liegen er niet om. Binnenkort zal hij worden opgepakt door de politie, schrijft hij in paniek. Dus pakt hij zijn biezen en vertrekt naar het buitenland.

De lijsten met schulden, opgemaakt door een notaris in Heesch, geven het droeve relaas. Tot veertigduizend gulden (in die tijd!) schuld per jaar. Parijs, Londen, Brussel, Luik, Amsterdam, en bovenal Den Haag. Overal laat Amedée een spoor van schulden na. Kleermakers, laarzenmakers, wijnhandelaren en bierbrouwers, zadelmakers, koetsschilders, patissiers en bakkers. Herhaaldelijk verzoeken zij om betaling. Soms komt er zelfs na tien jaar nog een brief. Tevergeefs vaak. In 1852 valt het doek. 15 april wordt Amedée ontheven uit zijn functie, een verzoek om eervol ontslag hoeft hij niet meer tot de koning te richten, staat het fijntjes uitgelegd. Amedée en Ottoline zijn dan al niet meer bij elkaar, de boedelscheiding zal uiteindelijk in 1856 worden voltooid. Hun tweeling – koningin Anna Paulowna is meter – wordt door de moeder en ooms opgevoed. Arme Ottoline. Ze dacht dat een goudvis had gevangen, maar het bleek een weekdier.

De prachtige menukaart geeft een beeld van de glorietijd van dit koppel. Een opmerkelijk archiefstuk, omdat er uit deze tijd nog maar weinig menukaarten bewaard zijn. Prachtig versierd en met een indrukwekkende lijst gerechten. Maar waarom zit deze kaart in dit archief? Er zit een schrijffoutje in. Het gerecht à la Constance is geschreven als Contance. Er mist een s-je. Helemaal niet erg. Zo’n menukaart met een foutje leg je gewoon bij je eigen bordje. Dan merkt niemand het. En zo komt een dergelijke menukaart dan bij de persoonlijke spulletjes van Amedée en Ottoline in het BHIC terecht. Gelukkig maar. Zo blijkt maar weer eens dat archieven de schatkamers van ons verleden zijn.

Benieuwd naar de recepten van gerechten die tijdens het huwelijksdiner werden opgedist? Lees dan hier verder. Meer is overigens ook te vinden in Rijntjes Keukengeheimen, eenvoudige en koninklijke gerechten voor IV seizoenen (2013). 

Lizet Kruyff 
culinair historicus 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Rien kiest: Italiaanse oplichter
- Henk kiest: sijne lieve huijsvrou

vrijdag 12 april 2013

Wat doet die kabouter daar in ons archief?

...Geograaf Christiaan Sgrooten (ca 1532-1608) geeft hier 'Ravesteins gerycht' aan... 

Oké, het verhaal klinkt ons nu wat ongeloofwaardig in de oren maar het moet ongeveer zo zijn gegaan. Als je zo’n twee eeuwen geleden’s avonds laat over de heide liep tussen Heesch en Schaijk kreeg je soms gezelschap van een kabouter - Hans Joppen - die plotseling verdween in een zandheuvel maar niet zonder afscheid te hebben genomen: “Houdoe, wônne, ik zè dr.” En dáárom heet er nu een heuvelachtig gebied, vlakbij de Mun, de Hansjoppenberg.

Het feit dat er vroeger veel kabouters, witte wieven en heksen op de heidevelden huisden – of in ieder geval dat dat werd gezégd - is niet bijzonder. Maar dat je daar soms sporen van terugvindt in het archief; dat is wel opmerkelijk. Dan moet je er wel vanuit gaan dat zijn naam door de tijd heen enigszins is verbasterd: van Hans Jacob naar Hans Joppen.

Hans Joppen zou zich ophouden in de uitgestrekte heide tussen De Peel en De Maaskant. Zijn verhaal is door verschillende mensen in verschillende tijden opgetekend. J. Sinnighe noteert het in 1933 in het Noord Brabantsch Sagenboek. Al een eeuw eerder komt de naam Hansjoppenberg voor in het Geschiedkundig Mengelwerk van C. Hermans. C. Kraijenhoff noteerde al in 1809 de Hansjoppenberg op de kaart van de Noordelijke Provincien van het Koninkrijk der Nederlanden. Volgens Jan de Quay uit Beers bestonden er twee versies voor het ontstaan van de legende: bij de ene zou een zekere Hans Joppen op deze berg zijn vrouw hebben vermoord, bij de andere zou Joppen zelf daar door moord om het leven zijn gekomen (en daar zijn begraven).

Onderzoeker – en vaste bezoeker van het BHIC - Jan van der Heijden deed enige tijd terug een opmerkelijke ontdekking in de Kroniek van het St. Geertruiklooster te’s-Hertogenbosch. In deze kloosterkroniek, daterend in de tweede helft van de zeventiende eeuw, tekent een onbekende chroniquer het volgende op:

“den 15 dito is een ruijter genaamd HANS JACOB
levendig gerabraeckt
tussen Hees en Schaijck
op de plaetse alwaer hij
de moort gedaen hadde:
hij hadde sijn vrouw
de keel afgesneden”

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 

vrijdag 9 november 2012

Van opgeknapte fiets naar familiebedrijf


1951: Jan Maas begint met opknappen van fietsen
We kregen veel mooie foto's binnen, gisteren tijdens de lokale avond in het tramstation in Nistelrode. Bij die van het bedrijf van Jan Maas staan we graag nog even stil. Niet alleen is de totstandkoming van een familiebedrijf mooi in beeld gebracht, het geeft prachtige tijdsbeelden weer. 

...tussen de puinhopen...
Voor Jan Maas & Zn. begon het allemaal net na de oorlog, in de jaren van wederopbouw. Om geld te verdienen begon hij met het opknappen van oude fietsen. Lak werd van de oude rijwielen gestraald en de fietsen werden naar een andere locatie gebracht om ze te 'moffelen' (lakken). Toen Jan in 1953 verhuisde naar Rijksweg 105 en ging beschikken over een grote garage, begon het echte werk.

Niet alleen fietsen maar bijvoorbeeld ook stalen ramen werden geproduceerd. Steeds groter en zwaarder werd het werk. Materialen op een kar brengen om ze ergens anders te laten behandelen, is allang ondenkbaar. Zeker als de voorwerpen bijna drie meter hoog en dertien meter lang zijn. Maar de herinneringen aan vroeger, die zijn niet vergeten. En worden met deze mooie foto's ook levend gehouden. Inmiddels is de derde generatie binnen het bedrijf volop aan de slag.
...spelen met de materialen op de bouwplaats...


maandag 19 maart 2012

Televisieontvanger voor de burgemeester


Gek woord eigenlijk 'televisieontvanger', maar zo heetten ze toch echt, de tv’s van de jaren ’50 en ’60. Het waren bakbeesten, maar toen vonden we dat niet erg.

We hadden immers een venster op de wereld, en voor de kleintjes waren er Tante Hannie en Dappere Dodo. Ook de burgemeester van Heesch zal blij zijn geweest met dit cadeau. Was het bij zijn afscheid of had hij een ambtsjubileum te vieren? Zeker is wel dat het gezelschap had plaatsgenomen in de hal van de Heilig Hartschool, aan het tegenwoordige Vijfeiken. Behalve de echtgenote van de burgemeester zien we ook een parochiegeestelijke, de ceremoniemeester en een man met een filmcamera, voorzien van een filmzon. Iedereen is officieel gekleed – “casual friday” is nog verre toekomst.



Ga even terug in de tijd met Tante Hannie. Als zij op de buis verscheen, zaten alle kinderen met open mond te kijken. Jij ook misschien?
Meer weten over Heesch? Kijk dan ook eens naar ons online geschiedenisboekje van Heesch of naar onze serie foto's op Flickr.

woensdag 28 september 2011

Wie heeft de klok horen luiden?


Heesch heeft eigenlijk geen beeldbepalende dorpskerk met toren. Ongeveer op de plek waar nu de Petrus Emmauskerk uit 1968 staat, stond van 1868 tot 1962 een forse neogotische kerk: Sint Petrus’ Banden. ‘Stond’ inderdaad, want terwijl kapelaan Burghouts op een zonnige vrijdagmiddag eind juni in 1961 voorging in een dienst, sloegen mensen buiten alarm: “Brand in de goot!”

Was het een sigarettenpeuk of misschien een stuk glas dat werkte als een vergrootglas? Hoe dan ook, onmiddellijk kwam de brandweer in actie. Ook uit de omliggende gemeenten schoot de brandweer te hulp. De mensen in de kerk verlieten met schrik in hun hart de kerk. Intussen bracht de kapelaan snel enkele kostbaarheden in veiligheid. Ook ramptoerisme was toen al een voorkomend verschijnsel getuige de verkeerschaos op de rijksweg die pal langs de kerk loopt.

Uiteindelijk moesten allen machteloos toezien hoe het kerkdak uitbrandde. Niet lang daarna kwam met luid lawaai en in een vuurwerk van vonken de torenspits naar beneden. Hoewel alleen de torenspits en het kerkdak uitbrandden, besloot het gemeentebestuur een jaar later toch het complete kerkgebouw met explosieven te slopen. Terwijl de toren omviel, sloegen de klokken nog een laatste noodkreet! Menig Heeschenaar zal zich dit moment nog goed kunnen herinneren.

Sint Petrus’ Banden kreeg in de jaren dertig van de vorige eeuw een zestal prachtige klokken als geschenk van de loyale parochiaan J. Vos. Wat er na die brand precies is gebeurd met deze klokken is voor ons een vraag, maar voor jou misschien een weet?

Foto: De klokken van Sint Petrus’ Banden in Heesch werden geleverd door de firma J. van de Kerkhof uit Aarle-Rixtel. Voor de kerk werd een installatie opgesteld voor het proefluiden van de klokken (Heesch rond 1932)

dinsdag 15 maart 2011

Loop naar de pomp! (maar waar is die dan?)


Eén foto kan soms heel wat reacties losmaken. Zoals deze nostalgische zwart-wit plaat van de Essopomp in Heesch. Want waar is die nu gebleven?

Aan een lange rij van reacties op ons forum voegt Bert Wijnen er nog één toe. Wat het helemaal mooi maakt, is dat hij er een foto bij doet van de plek zoals die er nu uitziet.


Bert schrijft erbij: "Onlangs zag ik een foto van de Essopomp die vroeger aan de weg tussen Heesch en Oss stond. Uw vraag was waar dat precies was en wie de beheerder destijds was. Deze pomp stond op de plek waar nu een parkeerplaats is voor het pannenkoekenhuis Heesch in Heesch.

Het bordje met de straatnaam Willibrordusweg staat er niet meer, maar de plek is nog duidelijk herkenbaar. De nieuwe A59 heeft deze weg doorsneden, zodat er op de plek waar vroeger de foto is gemaakt, alleen nog een stukje doodlopende weg te vinden is.

Dit stuk heeft momenteel geen naam meer. Wel grappig en overbodig om hier een stukje 30 km-zone van te maken. Er woont niemand en het doodlopend straatje is ongeveer 100 meter lang!Aan de Osse kant van de A59 loopt de weg verder en daar is de naam Willibrordusweg terug te vinden. Immers: deze weg loopt naar het historische Willibrordusputje. De Essopomp werd destijds uitgebaat door de familie Ruys."


Heb je zelf een verhaal over de Essopomp? Of over andere "verdwenen voorwerpen"? Laat het ons weten en breng ook deze geschiedenis tot leven!

maandag 17 januari 2011

Nieuw! "Kijk naar toen" op dit blog

Een vaste nieuwkomer op ons blog: de rubriek Kijk naar toen. Mooie foto's uit ons archief maar zonder verhaal. Weet jij er meer van? Laat het ons weten! Dit keer over de jonge boerenstand in Heesch. 

Omstreeks 1950 liet dit gezelschap zich fotograferen in een klaslokaal in Heesch of mogelijk in Oss. In de jongens- of de meisjesschool, of in de Osse landbouwschool? Dat is onduidelijk, maar zeker lijkt wel dat de meeste mannen iets te maken hadden met een standsorganisatie. Daarvan had je er in katholiek Brabant drie: van de boeren, de middenstand en de arbeiders.

Op deze foto zien we leden van de Jonge Boerenstand, waaruit later de KPJ is voortgekomen. De heren op de eerste rij kunnen van de landbouwschool zijn en op de achterste rij staan twee priesters; zij waren vrijwel zeker geestelijk adviseur.

De foto zal een feest der herkenning zijn voor velen, dus we verwachten de nodige reacties. We willen ook weten waarom de fotograaf moest opdraven. Je kunt je reactie hieronder kwijt of via onze site.
Kom maar op; we zijn er klaar voor ;-)

vrijdag 29 oktober 2010

Moet de klok een uur vooruit of toch...?



In menig huiskamer wordt dit weekend even gekibbeld: moet de klok nu een uur voor- of toch achteruit? Wees gerust, we hebben dit weekend een uurtje langer want de klok gaat van drie naar twee uur. Een traditie die we 'pas' sinds 1977 kennen.

Volgens de overlevering is het een Engelse aannemer die in 1907 vindt dat het zonde van de werkbare dag is. Zonder zomertijd komt de zon om 3.30 uur op, als vrijwel iedereen nog slaapt, om vervolgens om 21.30 uur weer onder te gaan. Door de klok te verzetten hou je in de zomer meer daglicht op uren dat mensen ook daadwerkelijk actief zijn.

Van 1916 tot 1945 kent Nederland zomertijd maar dat wordt na de oorlog weer afgeschaft. Pas in de jaren rond de oliecrisis wordt het plan weer uit de kast gehaald. En dat betekent dat al weer heel wat Nederlanders zijn opgegroeid met dit fenomeen.

Op de site van het BHIC vind je een mooi verhaal dat gekoppeld is aan de wintertijd. Kijk ook eens naar alle reacties die dit heeft opgeleverd of voeg er één zelf toe.

Foto: Het heeft iets filmisch; het spel tussen donker en licht met het pompstation en de auto als belangrijkste figuranten. En dat allemaal in Heesch in 1960.