Posts tonen met het label Maashees. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maashees. Alle posts tonen

vrijdag 12 februari 2016

Belastingambtenaar in het nauw

...Koppermaandag, een illustratie van David Vinckboons uit 1608, prentenkabinet Boijmans van Beuningen...
Het is koppermaandag in Maashees. En dus zitten de boeren in de kroeg. Op koppermaandag, de eerste maandag na Driekoningen, wordt gevierd  dat de kortste dag weer achter de rug is. Proost!
Voor Willem Rovers heeft deze maandag, 9 januari 1854, niets feestelijks. De Commies der Rijksbelastingen logeert in herberg Koks en is in het dorp om samen met zijn collega's Bosschart en Ouwerkerk belastinggeld te innen. 

Dat zijn functie hem niet geliefd maakt, weet de 28-jarige Rovers, afkomstig uit Aarle-Rixtel, als geen ander. Maar vandaag maken ze het wel heel erg bont, de boeren van Maashees. Het zullen de vele borrels wel zijn die ze achter de kiezen hebben. Dat ze daarom zo aan het sarren en het schelden zijn. Het is rond de klok van half twee als Rovers en zijn collega's een wel heel vijandige houding aantreffen in de herberg van Smits. Ze vermoeden dat de drinkende mannen  kwaad in de zin hebben. Vooral die Willem Jansen, een 22-jarige boerenknecht uit het dorp, heeft een grote mond. Het maakt de ambtenaren benauwd en ze vertrekken naar de volgende herberg, die van Jan Heez.

Eenmaal buiten worden ze gevolgd. Jansen voert de meute aan.  Als iemand in de herberg van Heez ambtenaar Bosschart de hand schudt, leidt dat tot luide afkeuring. De commiezen worden uitgescholden. 'Kale jakken', zo klinkt er. En 'landopvreters'. Jansen daagt Rovers uit om te vechten. 'Toe dan, toe dan!' De ambtenaren worden omringd en slagen er maar net in om de herberg te ontvluchten.

Rovers keert naar zijn gehuurde kamer terug in herberg Koks. Zijn collega's vergezellen hem, maar vertrekken later op de middag weer. Ze hebben het café net verlaten als ze horen dat de dronken kerels herberg Koks naar binnen zijn gegaan en Rovers belagen. Snel draaien ze zich om. Een paar maanden later verklaren ze voor de rechtbank in Den Bosch dat ze bij binnenkomst zien hoe Rovers  wordt omringd. Ze zien dat Willem Jansen, een kerel met 'reusachtige handen', Rovers een klap in het gezicht geeft. Dan klinkt een schot en valt de boerenknecht op de grond. De kogel uit Rovers' pistool treft de 22-jarige in het hoofd en hij is op slag dood.

Zelfverdediging, zo oordelen de rechters.  Rovers was in het nauw gebracht en in een stemming die verklaarbaar was na een dag van sarren en schelden. Hij wordt ontslagen van rechtsvervolging. De commies betreurt zijn daad wel. Hij had alleen maar willen zwaaien met het pistool, maar ineens, ineens was het afgegaan...

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Goede moordenaar
Koude kant koudgemaakt

De beste verhalen via e-mail ontvangen?



 


vrijdag 18 december 2015

Het verhaal van aangeschoten veldwachters

...impressie van landgoed Hattert...
Veldwachter, op dat beroep hoefde je vroeger niet echt jaloers te zijn. Hij probeerde de orde te bewaren tussen dat rauwe volk op het platteland dat een beetje respect had voor meneer pastoor maar weinig voor de handhaver der wet. Het ging vaak hard tegen hard.

Zoals in de nacht van zaterdag 4 op zondag 5 november 1905. Met zijn vieren slopen ze door de bossen. Vier veldwachters die moesten controleren of er werd gestroopt in de bossen van Smits van Hattert, de familie die het landgoed Hattert in Vierlingsbeek bestierde. En ja hoor, die nacht hadden ze succes. De vier veldwachters betrapten een stroper op heterdaad. De man was met een lichtbak in de weer. Een sterke lamp waarmee je het wild, hazen en konijnen, in het donker kunt verblinden. De dieren blijven meestal stilzitten en zijn dan een makkelijke prooi.

De betrapte stroper bleef echter niet stilzitten. Hij ging op de vlucht en schoot ondertussen met zijn hagelgeweer op zijn belagers. Twee hoeders der wet werden geraakt. Veldwachter Antoon Bus uit Vierlingsbeek kreeg een schot hagel in zijn enkel. De gemeenteveldwachter van Maashees, Huub Bouten, was er erger aan toe. Die kreeg een schot hagel in zijn been. Hij moest voor geneeskundige verzorging naar het hospitaal in Venlo gebracht worden.

De stroper ontkwam die nacht, maar hij zou toch zijn straf niet ontlopen. Al de volgende dag stonden de marechaussees bij hem op de stoep. Ondanks het donker hadden de veldwachters de snoodaard herkend. Het was immers iemand die nog niet zo lang geleden aan hún kant van de wet had gestaan. De stroper heette Augustinus van der Heijden en woonde in Groeningen. Hij was een tijdje veldwachter geweest in Cuijk, maar had nu de stiel van zijn vader weer opgepakt: klompenmaker. Blijkbaar was daar onvoldoende mee te verdienen om zijn acht kinderen mee te voeden en stond er met enige regelmaat gestroopte hazenbout op het menu.

Tijdens de rechtszitting in Den Bosch werden niet minder dan twaalf getuigen gehoord. Onder wie drie doktoren en een wapen smid. Van der Heijden werd op 8 maart 1906 veroordeeld tot vier jaar cel. Wegens goed gedrag was hij na drie jaar weer vrij man. Veldwachter Bouten was toen, in 1909, al een jaar dood. Niet als gevolg van het schot in zijn been tijdens die tragische ontmoeting in het bos overigens. De gemeente Maashees en Overloon deed na zijn dood een oproep voor een nieuwe veldwachter. Ondanks het gevaarlijke beroep, kwamen er toch 48 sollicitanten op af. Vast en zeker gelokt door het geboden jaarloon: 400 gulden…

Dit verhaal is geschreven door journalist/schrijver Geurt Franzen (www.geurtfranzen.com) en verscheen eerder in dagblad De Gelderlander (www.dg.nl/maasland).
Vind je dit interessant? Lees dan ook:
Een overspelige dominee
Moord en martelingen in Breda

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

maandag 13 juli 2015

Brabantse foto’s met 'n Braziliaans kleurtje

...van zwart-wit naar kleur, van Maashees naar Brazilie...
Bijna 10.000 kilometer scheiden Maashees en Brazilië van elkaar. Maar via de foto-app Instagram zijn deze plekken door één klik met elkaar verbonden. En dan kan het zomaar gebeuren dat een Brabantse foto uit 1932 in 2015 mooi wordt opgepoetst door Reinaldo uit Brazilië.

Bij de lancering van de site De auto van m'n opa maakten we voor de eerste keer gebruik van Instagram (@brabantvantoen). Een app die wereldwijd wordt bekeken en gebruikt; en dat leidt tot bijzondere contacten. Want Reinaldo Elias uit Brazilië (@reinaldoelias op Instagram) meldde zich al snel spontaan om het grijze stof van deze foto uit Maashees uit 1932 te blazen.

Met miniscule precisie kleurt Reinaldo deze 83-jarige foto in. Maar hoe weet je nu welke kleuren je moet gebruiken? Reinaldo kijk allereerst naar de grijstinten in de foto zelf, maar doet ook onderzoek naar wat de kleuren zouden kunnen zijn. En hij gebruikt natuurlijk zijn eigen fantasie. En dat werkt heel goed! Heel af en toe laat zijn Brazilaanse blik zich niet ontkennen en wordt  het nummerbord opgepoetst met een rode kleur… Maar na kort overleg werd dat snel weer aangepast naar het meer gebruikelijke Nederlandse blauw.


Niet alleen de foto uit Maashees zijn inmiddels voorzien van een Braziliaans kleurtje; ook twee Schijndelse foto’s zijn nu ingekleurd. En zo komen ook deze motorrijders weer meer tot leven. Alsof ze zo kunnen wegrijden. Obrigado Reinaldo!


Wil je ook aan de slag met onze foto’s? Of heb je zelf foto’s van oude auto’s? Volg ons via Instagram!

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
De oudste motor in Nederland
De ondergang van opa's Buick

De beste verhalen via e-mail ontvangen?






maandag 28 april 2014

Opgepast: zedelijke verwording en verwildering!

Twee vrouwen in een 'verfoeide' danstent in Reek
Vorige week kon je al lezen over een bezorgde bisschop uit de negentiende eeuw, die ons waarschuwde voor de almaar oprukkende danswoede. Begin twintigste eeuw was deze 'rampspoed' nog steeds niet geweken, bleek uit een artikel van de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond. Deze week zien we hoe in 1933 verschillende christelijke belangengroepen de handen ineen sloegen in een uiterste poging om het onzedelijke dansende volk weer in het gareel te krijgen...
'Groote rampspoed!'
Noodkreet aan de gemeente Maashees over de 'danswoede'
In oktober 1933 viel bovenstaande brief bij alle gemeenten in het diocees Den Bosch op de deurmat. Verschillende christelijke verenigingen, zoals de NCB, de katholieke onderwijzersbond en meerdere verenigingen van de Bossche Diocesanen, roepen de gemeenten op om 'alle zeilen bij te zetten' in strijd tegen de 'groote rampspoed' die het Nederlandse volk te wachten stond.
Waaruit bestond dan deze grote rampspoed? De christenen spreken van 'zedelijke verwording en verwildering', die onder andere gekenmerkt worden door 'minder behoorlijke kleeding, aan groote vrijheid in manieren (...) en aan allerlei ongepaste vrijheden op den dansvloer.'
Nog erger zijn de gevolgen die deze ongepaste vrijheden met zich meebrengen, namelijk vrije huwelijken, echtscheidingen, misdragingen door gehuwden, 'hoogst ongewenschte vrijage's' en zelfs onwettige geboorten!

Deze brief bevat enkele nadere bepalingen voor dansgelegenheden, waarmee gemeenten een handvat wordt geboden om de danswoede te weren, de zedelijkheid van het volk te redden en bovengenoemde 'ernstige excessen' zoveel mogelijk te vermijden.

Zedelijke dansleiders
Ten eerste moesten de dansleiders grondig gekeurd worden. Zij moesten echter niet alleen danstechnisch geschikt te zijn, maar zij dienden vooral in het bezit te zijn van een bewijs van goed zedelijk en onbesproken gedrag! Dit bewijs kon door de burgemeester van zijn woonplaats worden afgegeven.
Lange lijst met strakke eisen aan dansleiders
Naast dit bewijs waren er nog meer bepalingen waar de dansleiders zich aan moesten houden. Zo konden zij zich tijdens de dansfeesten absoluut niet tegoed doen aan alcoholische versnaperingen. Bovendien moesten zij toezicht houden op de dansende menigte. Ook zij moesten zich onthouden van alcohol. Daarnaast mocht er niet gedanst worden op 'aanstootelijke wijzen', noch door 'persoonen in een kleederdracht, welke die der andere kunne nabij komt of aanduidingen of kenmerken dienaangaande vertoont.'

Geen gedoofde lichten...
Ook aan de danstenten zelf werden vele eisen gesteld. Zo mocht de verlichting tijdens de feesten in geen geval worden gedoofd. Zelfs de toiletgelegenheden moesten behoorlijk verlicht zijn en voldoende gecontroleerd worden om onzedelijke praktijken te voorkomen.

Van binnen moest dus alles zo zichtbaar mogelijk worden gemaakt, maar van buiten mocht juist niemand weten van wat zich daar afspeelde. De danspartij mocht namelijk niet zichtbaar zijn vanaf 'den openbaren weg.' Verder was de burgemeester bevoegd te verbieden dat aan de toegangen aanduidingen werden geplaatst, waardoor op de aanwezigheid van die gelegenheden tot dansen werd gewezen. Reclame maken was dus niet toegestaan.

De brief bevat nog veel meer opmerkelijke bepalingen, zoals het aantal vierkante meter dat per danspaar gerekend moest worden (anderhalve vierkante meter per paar). Met teveel mensen op een kluitje konden er immers meer {ongewenste) aanrakingen plaatsvinden.  Verder mocht er niet gedanst worden vóórdat alle godsdienstoefeningen beëindigd waren.


Vind je dit interessant? Lees dan ook:
 

vrijdag 18 januari 2013

Halve varkenskop en de heilige Anthonius

...Maashees, beeld van Anthonius...

Maashees, Groeningen en het Limburgse Aijen hebben een eeuwenoude traditie, die alles te maken heeft met halve varkenskoppen en de verering van de heilige Anthonius Abt, namelijk de zogenaamde köpkesmert. De verkoop van varkenskoppen is bedoeld om de kas van de parochie en de kapel te spekken. In de loop der eeuwen zijn vorm en betekenis van de köpkesmert wel veranderd.

Het begon allemaal in 1712 met de “openbare” verkoop van een enkele varkenskop direct na de zondagsmis rond 17 januari. De opbrengst was niet gering, 18 stuivers, en dus zo'n succes dat het smaakte naar meer. Een jaarlijkse traditie was geboren, waarbij plaatselijke boeren varkenskoppen beschikbaar stelden om bij opbod verkocht te worden op de feestdag van de patroonheilige van het lokale gilde. Men hoopte op deze manier bescherming af te kunnen smeken tegen ziekten en sterfte onder het vee.


...Kopkesmert, 1986...
Het aantal aangeboden koppen bleef maar groeien; sterker nog, men ging zelfs over tot het halveren van koppen. Dat kwam wellicht doordat de animo zo groot was geworden, dat de koppen niet meer aan te slepen waren. Van Maashees weten we dat men in 1772 overstapte op halve varkenskoppen. Wanneer dat in Groeningen is gebeurd is niet bekend. De veiling van de varkenskoppen werd en wordt nog steeds geleid door een zogenaamde “ruuper” of roeper. Een verschil met vroeger is dat het vlees nu van de slager komt.

In Maashees organiseert het Sint-Joris- en Anthoniusgilde het feest rond het weekend van 17 januari. Na de zondagsmis kunnen de kerkgangers richting het gemeenschapshuis waar men “onderdelen” van een varken kan kopen, uiteraard bij opbod. In Groeningen vindt ook een köpkesmert plaats, al is die niet op zondag, maar op maandag. Vreemd genoeg kent men het gebruik niet in Sint Anthonis, waar nota bene de heilige Antonius Abt patroonheilige is van het dorp. Maashees gaat in de traditie dus voorop. Over de köpkesmarkt in het Limburgse Aijen wordt gezegd dat deze nog het meest authentiek is. Daar wordt het vlees nog direct na de mis, buiten verkocht.