Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen

vrijdag 27 mei 2016

Wandel door 'n eeuw geschiedenis van huize Bergen in Vught

...gezinszorgsters aan het vlechten (?)...
Het ene moment is er een internationaal gidsencongres, de andere keer zijn gezinsverzorgsters op cursus. Of je neemt opeens een kijkje in de speciale cactuskas of ziet er op toe hoe er in grote groepen wordt gevolksdanst. Eén ding is zeker: achter landgoed huize Bergen gaan talloze verhalen schuil. Schrijver Ton de Jong heeft een eeuw Huize Bergen samengebracht in honderd verhalen.

De voorbeelden van het gidsencongres tot de cactuskas komen uit onze eigen fotocollectie maar er zijn nog veel meer vertellingen over dit landgoed. Verhalen over Willem en Charlotte van Beuningen bijvoorbeeld en hun grote betekenis voor de Vughtse gemeenschap, verhalen over de tijd dat Landgoed Huize Bergen hét vormingsinstituut van Noord-Brabant was en over de laatste periode waarin het zich ontwikkelde tot hotel. Ook opmerkelijk: de villa en het park hebben hun rustieke karakter behouden.


Deze week werd het eerste exemplaar van het boek uitgebreikt door burgemeester Van de Mortel aan voormalig directrice Loes van Eenennaam en voormalig directeur Klaas van Leengoed. Van Eenennaam en Van Leengoed verantwoordelijk voor een halve eeuw directoraat van Landgoed Huize Bergen. De verhalen werden  door de jaren heen verzameld door Ton de Jong. Veel beeld wordt afgewisseld met korte verhalen. Bijzonder is dat het jubileumboek is voorzien van speciale techniek (augmented reality) waardoor er digitaal extra beeld, audio en verhalen beschikbaar zijn.

Wie de geschiedenis zelf van dichtbij wil herleven kan de interactieve wandelroute ‘Herleef Huize Bergen’ lopen via de app Knooppunt Vught. De app Knooppunt Vught laat je de mooiste Vughtse plekken op een nieuwe manier beleven. Zo is er, naast Herleef Huize Bergen, een rondleiding over het Fort Isabella en neemt soldaat Jacob Pynacker je mee langs de belangrijkste punten in Vught ten tijde van het beleg van ’s-Hertogenbosch.
Een preview van de wandeling ‘Herleef Huize Bergen’ is beschikbaar via www.herleefhuizebergen.nl. 

De jubileumuitgave wordt te koop worden aangeboden via Landgoed Huize Bergen, opbrengsten van de verkoop komen ten goede aan de Wensboom.

Geschreven door:
Marilou Nillesen

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Beziet U Selve!
Burgemeester van de Citadellaan

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 18 maart 2016

Jheronimus Bosch en de drankzucht van de kanunniken van Sint Jan


Over de herkomst van de wonderlijk wezens op de drieluiken van Jheronimus Bosch (ca 1450-1516) zullen we wel nooit volledige duidelijkheid krijgen. Maar waar de laatmiddeleeuwse schilder de inspiratie vond voor het afbeelden van op geld en drank beluste geestelijken, is niet moeilijk vast te stellen. Want terwijl de armoede onder de bevolking van ’s-Hertogenbosch steeds nijpender werd, verzette het kapittel van Sint Jan zich fel tegen door het stadsbestuur opgelegde belastingen op bier en wijn.

Directe aanleiding voor het conflict is de ramp die ’s-Hertogenbosch op 13 juni 1463 treft. In de Verwersstraat laat een lakenverver een brand ontstaan, die een groot deel van de stad in lichterlaaie zet. Het vuur kan zich snel verspreiden, omdat de meeste huizen nog zijn bedekt met riet. Kort nadat de vlammen zijn gedoofd, nemen de Bossche schepenen daarom een besluit: voortaan moeten alle gebouwen worden voorzien van ‘leyen, tychelen oft andere harden daken’.

Voor de financiering hiervan wordt een beroep gedaan op het kapittel van Sint-Jan, maar de kanunniken geven niet thuis. Met een verwijzing naar hun oude vrijstelling van belasting op verbruiksgoederen, weigert het kapittel een nieuwe bieraccijns te betalen. De kwestie leidt tot een rechtszaak, die zes jaar later in het voordeel van de geestelijken wordt beslist.

Smokkelpraktijken
Rond 1500 leidt een juridisch gevecht tot een bescheiden overwinning voor het stadsbestuur. Hoewel de belastingvrijheden overeind blijven, mogen de kanunniken niet langer bier en wijn aan derden verkopen. Dat laatste doen zij echter toch en daarom laat de magistraat in 1511 de wijnkelder van het kapittel aan de Papenhulst bewaken. Vijf jaar later zijn die smokkelpraktijken voor de Raad van Brabant aanleiding om de vrijheden van het kapittel te beperken: de dertig kanunniken mogen voortaan jaarlijks niet meer dan 180 vaten rijnse wijn en 1.200 vaten bier nuttigen.

Kort na de dood van Jheronimus Bosch gaat de strijd onverminderd door. Sterker, in het voorjaar van 1518 bereikt het conflict zijn hoogtepunt als de kanunniken erin slagen om de bisschop van Luik de stad het interdict op te laten leggen. Het stadsbestuur is woedend en slaat terug door een groep soldaten onder te brengen in de huizen van de kanunniken. Zo ontstaat er een grimmige sfeer met wederzijds pesterijtjes, die pas maanden later met een compromis verbetert: de kanunniken krijgen een hogere vrijstelling en het interdict wordt opgeheven.

Wonderlijke plant
Dat Jheronimus Bosch op de hoogte is van dit conflict is evident. Niet alleen bevindt zijn woonhuis aan de Markt zich precies tussen het raadhuis en de woningen van de kanunniken, hij ontmoet de strijdende partijen ook nog eens geregeld tijdens bijeenkomsten van het Lieve Vrouwe Broederschap. Vast staat bovendien dat stedelijke vertegenwoordigers bij hem schilderstukken bestellen. Zo staat stadssecretaris Peter van Os afgebeeld op het Boston-triptiek en gaat onder een wonderlijke plant op de Johannes de Doper in het Prado een afbeelding van schepen Jan van Vladeracken schuil.

Overigens is het conflict met dit compromis nog niet ten einde. Halverwege de zestiende eeuw breekt een nieuwe fase aan, die pas na een aantal jaren eindigt met een verdere beperking van de accijnsvrijheid van het kapittel. In de jaren zeventig maken de archieven voor een laatste maal melding van de ruzie; nieuwe sporen van een eventueel vervolg ontbreken. Het lijkt erop dat het standpunt van de kanunniken in die periode door de tijd is ingehaald. In de nasleep van het Concilie van Trente, waar de kerk zelf besluit afstand te doen van belastingexempties, breekt het verzet van het kapittel definitief.

Moordenaar
De strijd tussen kapittel en stadsbestuur speelt een voorname rol in Het valse paradijs. Kroniek van een moordenaar, een historische roman over de leef- en ideeënwereld van Jheronimus Bosch. Hiervoor verrichtte ik onderzoek in de archieven van ’s-Hertogenbosch, Den Haag en Brussel. Meer informatie op Het valse paradijs.

Geschreven door:
Jeroen Savelkouls

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 17 juni 2015

Hanewinckel? Schandelijke laster!

...Van de Graaff neemt het op voor de inwoners van de Meierij...

Inwoners van de Meierij werken van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, leven matig en houden zich met weinig tevreden. Een ieder die iets anders verkondigt, verkoopt pure laster. Die duidelijke boodschap van Servaas van de Graaff is gericht aan Stephanus Hanewinckel en zijn boeken "Reize door de Majory van ’s Hertogenbosch in den jaare 1798 en 1799”.

Als er in 1806 een ‘statistische beschrijving’ van het Koninkrijk Holland moet worden opgesteld, bedenkt Van de Graaff zich geen seconde, zo lezen we in Taxandria in 1912 (T136.19/1318). “Van alle onze Departmenten is er geen dat minder bekend is dan dit en hetwelk echter wel verdient van naderbij gekend te worden.” Van de Graaff is verontwaardigd over de manier waarop de inwoners van de Meierij van Den Bosch zijn vastgelegd in de boeken “Reize door de Majory van ’s Hertogenbosch in den jaare 1798 en 1799”. (Hanewinckel schreef deze boeken maar liet ze anoniem uitkomen).

Zoo men de naamlooze Schrijvers van de Eerste en Tweede Reize door de Majory van ’s Hertogenbosch in 1798 en 1799 geloven wil, dan zijn er geen misdaden, geen ondeugden of ligchaams- en zielsgebreken, waaraan de Meyerijenaars niet onderhevig zijn”. Maar dat slaat nergens op, zo heeft Van de Graaff ondervonden. “De inwoners der Meijerij van ’s Hertogenbosch zijn, over het algemeen beschouwd, een zeer goed slag van menschen, waaronder men zeer wel en genoeglijk kan leven.”

Hij vervolgt: “Niet alleen dat men de Meyerijenaars van domheid, bijgeloof en valschheid beschuldigt, maar men betigt hen ook van eene voorbeeldelooze ongevoeligheid, liefdeloosheid en ombarmhartigheid.” Van de Graaff weerlegt al die aspecten aan de hand van schrijnende voorbeelden. “Eene bijna naakte moeder, met nog naakter kinderen, zonder ligging noch zitplaats, zonder voedzel noch drank dan een weinig geitenmelk”, bleek in al haar goedheid nog een arme zieke vrouw van hulp te voorzien.
...uit het artikel in Taxandria...
Ook de kritiek dat er weinig goeds wordt voorgebracht in het gebied, weerlegt de schrijver met “uitmuntende hoeden uit Eindhoven, lakens van Tilburg en Geldrop en manufacturen uit Helmond.” Conclusie van Van de Graaff: het boek Reize door de Majorij is een lasterschrift. 

En over de schrijver ervan stelt Van de Graaff afsluitend: “Wat zou de Rotterdamsche Erasmus niet met verachting hebben neergezien op een wezen, dat om zijn zo hatelijk, op iedere bladzijde zijner brochture in de oogen lopend oogmerk te bereiken, de manier der onderwijzing eener taal aanrand, alleen om de personen, wier caracter hem in de oogen valt, hatelijk te maken.” 

Marilou Nillesen (met dank aan collega Hanneke voor de tip!)

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Hanewinckel, reporter en berucht schrijver
- Goede reis

maandag 9 februari 2015

Een boerderij met bijzondere kasteeldeuren…


...het verhaal van de boerderij vastgelegd...
Een imposante boerderij, een grote tuin en zelfs een fruitboomgaard! Henk en Wilda van Drunen-Langendijk waren in 1975 direct onder de indruk van de boerderij aan de Achterstraat 6 in Dieden. Maar er was ook een lek dak, muren met optrekkend vocht en veel achterstallig onderhoud. Toch kochten ze deze Gelderse boerderij en restaureerden dit bouwwerk. Bovendien legden zij 250 jaar bouwgeschiedenis van hun pand vast in een mooi boekwerk.

De lijst van werkzaamheden wat er allemaal met de boerderij moest gebeuren, was lang, heel lang. “Je bent jong en durft wat”, blikken Henk en Wilda van Drunen nu terug op hun beslissing van veertig jaar geleden. Want ze waagden de sprong en werden de nieuwe eigenaar van het pand waarvan de geschiedenis al in de 17de eeuw begint. Destijds als hallenhuis waar in 1724 ene Rijck Rutten woonde. Niet dat het gebouw toen al op het huidige leek; het was een vierkante plattegrond.

“Meer weten we niet. Dat moet een hallenhuis zijn geweest van het type loshoes. Mens en vee woonden toen in één ruimte samen”, schrijft het echtpaar. De tweede fase van de boerderij begint in 1764; dan wordt de boerderij uitgebreid en krijgt het een stenen gevel met de jaartalankers 1764. Die ankers zijn nog altijd aanwezig. Ruim een eeuw later, in 1878, wordt de rechthoekige vorm veranderd in een L-vorm en in de vierde en laatste fase verandert de vorm van een L- naar een T-vorm. 

Al die verbouwingen hadden de nodige consequenties: spanten werden weggehaald en staanders gewoon afgezaagd. In 1878 moesten steunmuren worden gemetseld om het geheel overeind te houden! Bij die verbouwing kreeg de boerderij ook een gang en viel men niet langer ‘met de deur in huis’. Door de eeuwen heen doet het bouwwerk aan de Achterstraat dienst als gemeentehuis, woonhuis van de burgemeester, mogelijk zelfs tot klaslokaal van de lagere school.

Saillant detail: in 1876 wordt het kasteel in Dieden afgebroken. Keihard bewijs is er niet voor maar volgens de overlevering zijn meerdere deuren vanuit het kasteel in de boerderij terecht gekomen. Dat verklaart de chique deuren in de boerderij… Wil je meer hierover lezen? Het hele verhaal staat in het boek “Een Gelderse boerderij in Brabant” van Wilda en Henk van Drunen. Onder meer in te zien bij het BHIC in Den Bosch.

Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

woensdag 4 februari 2015

Scheervlucht over Maasdonk 1993-2014

...herinneringen aan Maasdonk vastgelegd...
Op een zonnige augustusdag in 2014 vlieg ik over onze provincie en speciaal over het werkgebied van het BHIC. Aangekomen boven Maasdonk vraag ik de piloot om een rondje te draaien over de drie kerkdorpen Geffen, Nuland en Vinkel. Hij doet dat keurig en binnen vijf minuten overzien we de ligging van de gemeente Maasdonk tussen grote broers ’s-Hertogenbosch en Oss, die straks allebei een stuk van deze gemeente mogen inlijven. Al rondcirkelend besef ik tevens dat het samenstellen van een boek over deze nog jonge gemeente wel iets heeft van een scheervlucht. Immers, je overziet enkele grote lijnen, maar van wat daaronder ligt, pik je maar af en toe een detail op.

Ten tijde van de rondvlucht zijn Mechtilde Meijer en ondergetekende ruim een half jaar bezig met een gedenkboek voor de inwoners van Maasdonk. We worden begeleid door een redactiecommissie met daarin vertegenwoordigers van Lokale Omroep Vladeracken en de gemeente. Vladeracken nam het initiatief tot dit project. De omroep verwacht tegen eind 2014 ettelijke tienduizenden euro’s over te hebben, geld dat vóór 2015 moet zijn besteed, en liefst aan iets leuks voor alle inwoners: een boek! Ook het gemeentebestuur voelt voor dat idee. Niet vreemd, want Maasdonk kent een zekere traditie op dat terrein – denk aan de publicaties bij het begin van de gemeente in 1993 en bij gelegenheid van de opening van de snelweg tussen Rosmalen en Geffen in december 2005.


Het project begint met een oproep aan de bevolking bijdragen voor het boek – foto’s en eventueel teksten – aan te leveren. Verder hebben de samenstellers de taken duidelijk verdeeld: Mechtilde, communicatievrouw ‘pur sang’, doet interviews met bekende en vaak tevens kleurrijke inwoners van Maasdonk. Van mij wordt een duik in de geschiedenis van de drie kerkdorpen verwacht. Ze blijken onderling nogal te verschillen, maar zijn wel op elkaar aangewezen. Vandaar de titel van het boek: “Drie-eenheid in verscheidenheid”. Ook de gemeentelijke herindeling en de grenzen komen aan bod. Dat verhaal begint al veel eerder dan 1993 en het biedt bovendien kansen om het ‘waarom’ van de herindeling van 2015 naar boven te halen. Het onderzoek, in de archieven van Maasdonk en van de provincie, levert boeiend materiaal op. Zo blijkt het verloop van de oude gemeentegrens tussen Rosmalen en Nuland – dwars door de dorpskom van Nuland – nogal eens voor problemen te hebben gezorgd, en al in 1946 was er sprake van ‘Groot Oss’. Maar er komen ook voetangels en klemmen bloot. Gedurende de 22 jaar dat Maasdonk bestaat, rommelt het nogal eens binnen het gemeentebestuur. Enkele raadsleden en wethouders en zelfs een burgemeester lopen daarbij averij op. Ook dergelijke zaken mogen in het boek niet onbesproken blijven, maar zonder de betrokkenen verder te beschadigen.


De oproep aan derden blijft niet onbeantwoord: we worden bedolven onder het materiaal, zodat er keuzes moeten worden gemaakt. Uiteindelijk worden er uit alle drie de dorpen bijdragen geleverd, waaronder molenverhalen uit Geffen en Vinkel. En de Osse bouwhistoricus Hein Hundertmark legt de bouwgeschiedenis van de middeleeuwse kerk van Geffen vast, naar aanleiding van de restauratie van de kerk tijdens het eerste decennium van de nieuwe eeuw. Die kerk was één van de details die ik tijdens mijn scheervlucht over Maasdonk zag. Daarna werd mijn aandacht getrokken door de gebouwenmassa’s van Oss en ’s-Hertogenbosch, aan de rand van mijn blikveld……

Henk Buijks

Belangstellenden kunnen het boek kopen via de heemkundekringen in Geffen en Nuland voor 15 euro. [foto's bij dit blog: Henk Buijks]  

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Maasdonk in vogelvlucht
- Dakloos

maandag 22 december 2014

Een geschiedenis van Nederlandse dienstmeisjes

Nog niet zo lang geleden hadden veel huishoudens in Nederland een dienstmeisje. De meisjes woonden in, en stonden dus dag en nacht paraat. Meestal bleef het niet bij huishoudelijke taken alleen: niet zelden nam `het dienstje ook de opvoeding van de kinderen voor haar rekening. 

...het pas veschenen boek Alstublieft, mevrouw!...
Journaliste Tialda Hoogeveen sprak met zeven voormalige dienstmeiden. Dames op leeftijd, van wie enkele ouder dan negentig jaar, vertrouwden haar hun verhaal toe: waaruit het werk bestond, tegen welke problemen ze aanliepen, hoe de verhoudingen lagen en hoe die gaandeweg begonnen te verschuiven. Van het verhaal van een jong meisje dat in de jaren twintig door haar ouders op pad werd gestuurd om de kost te verdienen, tot het verhaal van een vrouw die zelfs in de roerige jaren zestig nog als dienstmeid aan de kost moest komen. In Alstublieft, mevrouw! vertelt Tialda Hoogeveen de meeslepende geschiedenis van de Nederlandse dienstmeisjes.
Dienstmeisjes zijn ook veelvuldig - en in verschillende vormen - terug te vinden in ons archief.Kijk maar eens mee...

Catharina van den Dungen is met haar opmerkelijke relaas te vinden is in de schepenprotocollen Heesch. Op verzoek van Isaacq Vester verklaart zij dat ze twee jaar als dienstmeid bij Antonij van den Heuvel heeft gewoond. "Op de terugweg naar Heesch naar Vinkel op de heide Jan Rijnders van Venrooij is tegengekomen en onder belofte van trouw met hem is meegegaan."
  
...Uit het parochiearchief H. Antonius Abt te Reek blijkt dat je als dienstmeid soms ook nog wat kon erven...


Maar volgens de criminele vonnissen zouden sommige dienstmeisjes ook nog wel eens een greep in de kas doen. Erger is het wanneer een dienstmeid - Catharina Melchert in dit geval - verdacht van "dood door schuld." Tussen 1824 en 1834 staan in de archieven van rechtbank Den Bosch maar liefst vier dienstmeiden die worden verdacht van kindermoord.

...Anna Maria van der Aa...
We zijn natuurlijk ook benieuwd naar verhalen van dienstmeisjes uit deze omgeving. Daarvoor hoeven zij niets op hun kerfstok te hebben; ook verhalen van jarenlange trouwe dienst zijn meer dan welkom! Op onze website staat een mooie foto van Anna Maria van der Aa, dienstmeid in Brabant. Meer verhalen zijn altijd welkom... Wie helpt ons er aan?

Marilou Nillesen

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Mooi portret
- De vreeselijke brand te Den Dungen

vrijdag 21 november 2014

Bijzondere geschiedschrijving door 90-plussers

...bijzondere geschiedschrijving door negentigjarigen...
Morgen, 22 november, verschijnt het boek: Negentig+.  Het verhaal en gezicht van een regio’ van schrijver en regiodichter Marco van de Plasse. Van de Plasse heeft meer dan veertig Negentigplussers uit vrijwel het hele Land van Cuijk geïnterviewd over de eerste veertig jaar van hun leven, met het accent op de wederopbouw, vlak na Tweede Wereldoorlog.

De oudste is 105 en de andere mensen zijn geboren in de jaren ’10 en ‘20 van de vorige eeuw. Ze wonen verspreid over twintig kerkdorpen, evenredig verdeeld over de gemeenten Cuijk,  Boxmeer, Sint Anthonis en Mill & St. Hubert. Else van der Sloot portretteerde de geinterviewden.

Er komt een breed scala aan onderwerpen en beroepen aan bod. Van keuterboer tot fabrieksdirecteur en van snoepjesverkoopster tot politica. Door die verschillende invalshoeken is het boek niet alleen cultuur-historisch interessant maar ook amusant om te lezen:

“… Ik belde toen naar de Lacto (Nutricia) of ze gauw een melkwagen wilden leegmaken en deze te vullen met water, zodat ik met m’n mannen de brand kon gaan blussen …”

“… Koos was toen voorzitter van JVC, maar hij had ook een stuk of tien schapen. Die liet ie vaak op het veld grazen om het gras kort te houden. Maar schapen poepen ook, en daarom ging Koos op de ochtend dat de voetballers moesten spelen altijd al vroeg het veld op om de keutels eraf te scheppen … ”

“… Er waren geen taal- of rekenboeken. Ik zette de sommetjes gewoon op het bord. De leerlingen moesten ze dan overschrijven. Eerst in het klad met een potlood, daarna in het net, met een kroontjespen…”.


Naast hun persoonlijke verhalen, geven in de inleiding van het boek een aantal Negentigplussers een mooie gedachte over ‘de kunst van het (heel) oud worden’. 22 November vindt de boekpresentatie plaats in het Oorlogsmuseum in Overloon. Zes maanden lang is hier ook een expositie te zien zijn over deze Negentigplussers. In groot beeldformaat en met twee documentaires. Daarna ‘reist’ de expositie door het Land van Cuijk, om zo wellicht een bijdrage te leveren aan een stukje cultureel erfgoed. Het boek kost € 29,95 is verkrijgbaar in regionale boekhandels en is een uitgave van Trendletter. 


Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Opa en oma in het bejaardenhuis
- Rangen en standen

dinsdag 15 april 2014

Biografie als tijdsbeeld: Rob van Roosbroeck

...Rob van Roosbroeck...
Het verdriet van België gaat over de omstreden historicus Rob van Roosbroeck - en enkelen van zijn tijdgenoten. Van Roosbroeck (1898-1988) groeit op in Antwerpen. Nadat hij na de Eerste Wereldoorlog wordt ontslagen als leraar, weet hij zich vervolgens op te werken tot één van de meest veelbelovende en productieve Vlaamse historici van het interbellum. Totdat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt.

Tijdens de bezetting sluit Van Roosbroeck zich aan bij de Vlaamse SS. In die functie wordt hij onderwijsschepen van Groot-Antwerpen en hoogleraar aan de universiteit van Gent. Na de oorlog leeft Van Roosbroeck een paar jaar ondergedoken in Antwerpen; hij is dan inmiddels ter dood veroordeeld. In 1947 ontkomt hij naar Nederland. Onder talrijke pseudoniemen publiceert hij in Vlaamse dag- en weekbladen. Hij schrijft verscheidene historische studies. Van Roosbroeck overlijdt in 1988 in het Noord-Brabantse Oosterhout.

Armand van Nimmen schreef een indrukwekkende biografie over deze intrigerende man. Voor de totstandkoming van zijn boek reisde hij naar een groot aantal archieven en kwam zo onder meer ook bij het BHIC. Van Nimmen bekeek daar onder meer archiefstukken van het Zwart en Nationaal Front en de Vlaamse Beweging. Stukken die niet openbaar zijn maar die met een ontheffing - waarbij de onderzoeker akkoord gaat zich aan bepaalde voorwaarden te houden - wel kunnen worden ingezien.

Deze biografie blijft echter niet beperkt tot het leven van Rob van Roosbroeck, maar schildert ook de woelige tijden waarin bekende figuren zoals Jan-Albert Goris, Herman Vos en Lode Baekelmans, maar ook Cyriel Verschaeve en Jef Van de Wiele zijn pad kruisten. Op die manier krijgt de lezer een genuanceerd beeld hoe Van Roosbroeck ideologisch evolueerde van een linkse, pacifistische instelling tot een rechtse overtuiging, om zich tijdens de Tweede Wereldoorlog in de collaboratie te storten.

Voor het eerst wordt hier licht geworpen op de omstandigheden waarin Van Roosbroeck ondergedoken leefde en om den brode bleef publiceren onder verschillende schuilnamen. Ook zijn heropstanding als historicus in Vlaanderen, die grotendeels te danken was aan de steun van een aantal Duitse historici, komt uitgebreid aan bod.

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- Een irritante lastpak en nog fout ook
- Leven naast het kamp

maandag 2 september 2013

Leven naast het kamp


...het boek Leven naast het kamp...
Wat doet een dorp als het plotseling wordt geconfronteerd met een nabijgelegen concentratiekamp? De inwoners van het Brabantse Vught moesten leven met Konzentrationslager Herzogenbusch, beter bekend als Kamp Vught. Boyd van Dijk deed onderzoek (onder meer bij het BHIC) en schreef een indrukwekkend boek: Leven naast het kamp.

Ze waren kind aan huis: Vughtenaren bevoorraadden het crematorium met brandstof, pleegden misdaden, maar leverden óók vele hulppakketjes af. Anderen hielden juist grote afstand tot het kamp. Hun levens, getekend door het meest dodelijke kamp van de Lage Landen, staan centraal in deze biografie van een kampdorp. Als je hier klikt, kun je een fragment uit het boek lezen.

...impressie van Vught in de jaren veertig...
Boyd van Dijk (Breda, 1987) studeerde politicologie en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Een halfjaar lang was hij een uitwisselingsstudent aan Sabançi University in Istanbul, Turkije. In 2010 rondde hij een master af aan zijn alma mater en vertrok daarna voor anderhalf jaar naar New York om Europese geschiedenis te gaan studeren aan Columbia University.

Volgende week, op maandag 9 september, wordt in het Bilderberg Garden Hotel in Amsterdam het boek Leven naast het kamp om 18 uur gepresenteerd. Paul Schnabel zal spreken, en Prins Pieter-Christiaan neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Meer info over de boekpresentatie vind je hier.

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- Kamp Vught
- Vliegen over Vught in jaren veertig

vrijdag 26 april 2013

Amerikaans bezoek in Grave

Robert Nielen Ogden samen met auteurs Piet van de Wijenberg en Jan Veekens op zoek naar sporen van voorouder Andries Nielen in het Graafse archief

Robert Nielen Ogden begint al aardig op zijn over-overgrootvader te lijken. Ook hij maakte afgelopen week namelijk een lange reis; van Amerika naar het kleine vestingstadje Grave. Zijn voorouder Andries Nielen (1850-1940) kan met recht een wereldreiziger genoemd worden. Hij vertrok in 1867 uit het Brabantse Haps om zijn geluk in Amerika te beproeven. En dat geluk heeft hij gevonden, aldus zijn achter-achterkleinzoon Robert, die met duizenden foto's heeft bijgedragen aan een boek over de Brabantse succesvolle 'businessman'. Naar aanleiding van dat boek bezocht hij deze week ons archief in Grave.
 
In maart 2010 verscheen, na veelvuldig archiefonderzoek, bewerking van duizenden foto's en een stroom van correspondentie tussen Nederland en Amerika, het boek 'Andries Nielen: Brabantse emigrant, zakenman, wereldreiziger, fotograaf.' De auteurs, Piet van de Weijenberg en Jan Veekens, hebben veel te danken aan de achter-achterkleinzoon van Andries. Zijn familie en de bibliotheek in Cincinnati beschikken namelijk over vele foto's, die gemaakt zijn door Andries Nielen.

Andries Nielen (1850-1940): een wereldreiziger van formaat!

Een eigen 'librarian' en Japanse kunstenaars
Toen Nielen in 1867 het ruime sop koos en naar Amerika vertrok, was hij pas een jongen van zeventien jaar oud. In het begin van zijn carrière verkocht hij medische tijdschriften en later ontpopte hij zich als fotograaf, die kiekjes maakte 'all over the world': van Japan tot Brazilië, van Cuba tot Nederland.
Van al deze foto's heeft zijn tweede vrouw, Dora Hartkemeier, verschillende albums samengesteld en deze zijn uiteindelijk terechtgekomen bij de moeder van Robert. Dora, die overigens op achttienjarige leeftijd al voor Andries werkte en hem ook vergezelde op zijn vele reisjes, was volgens Robert een echte 'librarian' en zorgde voor het bewaren én beschrijven van de vele foto's.

Nielen schoot gedurende zijn leven zo'n 30.000 plaatjes, waarvan ongeveer de helft bewaard is gebleven. Hij maakte overigens gebruik van een prachtige techniek om foto's kleur te geven. Hij liet dit doen door Japanse kunstenaars, die elke foto met de hand inkleurden. Vele foto's zijn overigens verschenen in het National Geographic Magazine.

Contact met Nederland
Ook in Nederland waren er foto's van de hand van Andries bewaard gebleven. Zo bezat de schoonfamilie van Piet van de Weijenberg verschillende foto's die de Brabantse fotograaf in Nederland had gemaakt. Deze familie was namelijk verwant aan Andries Nielen. Met dank aan verschillende connecties in Amerika komen Piet en Jan in contact met Robert en ontstaat het idee om een boek te publiceren met Hollandse kiekjes uit de omvangrijke collectie van Nielen.

Robert heeft de twee auteurs 'geweldig geholpen, vooral ook bij het verstrekken en kwalitatief verbeteren van foto's',  zo staat in het dankwoord van het boek. De achter-achterkleinzoon van Andries heeft zo'n anderhalf jaar gewerkt aan het digitaliseren van 3000 losse foto's en van enkele fotoalbums, die waren gemaakt door Dora.
Enkele foto's van Nielen uit Haps uit één van Dora's albums

Eerste 'serious visit' aan Nederland
Robert verblijft negen dagen in ons kikkerlandje, waarbij een bezoek aan de geboorteplaats van zijn voorouder natuurlijk niet mocht ontbreken. Helaas was de boerderij van de familie Nielen al in 1926 gesloopt. Ook het archief in Gave werd vereerd met een bezoek om enkele archiefstukken over zijn familie te bekijken. Zo lieten Jan en Piet het bevolkingsregister van Haps zien, waar de emigratie van Andries en zijn moeder staat opgetekend. Verder werden natuurlijk ook andere genealogische bronnen bestudeerd, zoals geboorte- huwelijks, overlijdens- en transportakten.

Robert geeft aan dat dit zijn eerste 'serious visit' aan Nederland is. De vorige keer was hij op doorreis naar Duitsland en verbleef hij slechts twee dagen in Amsterdam. Wie weet wordt deze nazaat van Andries Nielen ook wel een heuse wereldreiziger...

Vind je dit interessant? Lees dan ook:

- Afscheid van mijn Brabant

- Zelfmoord van voormalig succesvol acteur

maandag 15 oktober 2012

De hormoonfabriek


Je zou bíjna denken dat archiefbezoek de laatste tijd verplicht is gesteld voor auteurs... Na Porselein van Bettina Drion schreef Saskia Goldschmidt het boek De hormoonfabriek. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de farmaceutische fabriek Organon in Oss. Goldschmidt dook er voor in het bedrijfsarchief maar kwam voor haar boek ook bij het BHIC langs.

"Tijdens mijn research voor mijn familiegeschiedenis Verplicht gelukkig stuitte ik op een bericht over seksueel misbruik, gepleegd door een directielid van de farmaceutische fabriek Organon in Oss. Verder onderzoek leerde me dat twee joodse broers deel uitmaakten van de directie. Een van hen misbruikte zijn werkneemsters en werd daarvoor veroordeeld en gevangen gezet. Na zijn vrijlating in 1940 werd hij vermoord in Auschwitz. De andere broer wist te ontkomen en bleef ook na de oorlog een invloedrijke industrieel", zo staat te lezen op de site van Goldschmidt.

Het verhaal gaat over de succesvolle ondernemer Mordechai de Paauw, Motke voor vrienden. Hij kijkt terug op zijn leven terwijl hij in een bed ligt met een ijzeren rand. Het lijkt op de kooien waarin de proefdieren van zijn laboratorium werden opgesloten. Hij realiseert zich dat het hem niet gelukt is fatsoenlijk te leven. In de jaren twintig van de vorige eeuw stonden hij en zijn tweelingbroer Aron aan het begin van een adembenemend project. Samen met de beroemde hoogleraar en farmacoloog Rafaël Levine richtten ze een bedrijf op waarin het slachtafval van Motkes vleesfabriek gebruikt werd voor het ontwikkelen van hormoonpreparaten.

De omstandigheden aan het begin van de onderneming zijn niet gunstig. Armoede en criminaliteit in de katholieke provinciestad, de klassenjustitie die in het interbellum gemeengoed is en het opkomend antisemitisme vormen een giftig mengsel. Maar Motke zet door, geen prijs lijkt te hoog. Als na de Tweede Wereldoorlog de balans wordt opgemaakt, blijkt dat niemand ongeschonden uit de strijd is gekomen.

Behalve het BHIC bezocht Goldschmidt het NIOD, het Stadsarchief Oss en het bedrijfsarchief van MSD, de huidige naam van Organon. De boekpresentatie vindt plaats op vrijdag 2 november om 15 uur bij de Groene Engel in Oss.