Posts tonen met het label gevangenisregister. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gevangenisregister. Alle posts tonen

maandag 1 februari 2016

De lotgevallen van een 'hulpeloos mensch'

Slot van de lange klachtbrief van Swinkels. Onthou vooral zijn handschrift...
Ook deze week nemen we in het kader van de  openbaarheidsmaand weer een kijkje in één van onze kerkelijke archieven. Dit keer duiken we in het tragische verhaal van Martinus Swinkels, die keer op keer de Udense pastoor Spierings, bisschop Van de Ven en zelfs de aartsbisschop van Utrecht smeekte om te mogen trouwen. Wanneer we verder graven in onze archieven, vinden we de opmerkelijke reden van deze pertinente weigeringen...

Martinus Swinkels was geboren in 1874 te Uden als zoon van een ongetrouwde moeder. Op een gegeven moment vond hij werk bij een meubelmaker in Duitsland. Zijn 'zuur gespaarde penningen' wilde hij spenderen aan een mooie bruiloft. Maar helaas, de geestelijken stribbelden tegen...

Van Herodus naar Pilatus...
Het archief van de parochie Sint Petrus te Uden bevat een ellenlange klachtenbrief van Martinus Swinkels, gericht aan de 'aardsbisschop' van Utrecht. In een uiterste poging om tóch dispensatie te krijgen voor zijn huwelijk legt hij op 8 juni 1900 zijn 'treurigen toestand' aan de hooggeplaatste geestelijke bloot.

Vervreemd en uitgeworpen...Martinus twijfelt aan de Kerk!
De Udense pastoor Spierings had geweigerd om een verzoek voor dispensatie door te sturen naar bisschop Van de Ven in Den Bosch. Hij bemoeide zich niet met die zaak; dit waren 'zijne eigene woorden,' aldus een geagiteerde Martinus.

De gehele brief bestaat uit een klaagzang over de handelswijze van Spierings en Van de Ven, die hem verschillende reizen vanuit Duitsland lieten maken, allemaal zonder resultaat. Uiteindelijk bleef Martinus geruïneerd achter, als een 'hulpeloos mensch' en met een 'ledige beurs.'  Hij had er schoon genoeg van om telkens van 'Herodus naar Pilatus' te worden gestuurd en begon zelfs te twijfelen aan de leerstellingen van de Rooms-Katholieke kerk!

Schande
Na de zoveelste reis naar Nederland bleek dat er geen dispensatie kon worden verleend omdat hij in Duitsland woonde. Inmiddels had hij zijn aanstaande bruid bij zich in huis genomen, omdat zij niet langer kon wonen in haar 'onhoubare stal.' Je kunt het je voorstellen hoe heel Uden schande sprak van deze situatie. Teleurgesteld wendde Martinus zich 'fluks' tot de pastoor van Sterkrade en diens antwoord was verrassend. Lees maar mee:

De Duitse pastoor ziet geen enkel probleem!
Deze Duitse pastoor meende dus dat Swinkels zonder bezwaar in 'Holland' zou kunnen trouwen en dat er helemaal geen dispensatie verleend hoefde te worden! Het probleem was dat men het stel gewoon niet wílde trouwen, aldus de pastoor. Wat waren dan de achterliggende redenen voor Spierings en Van de Ven, die halsstarrig weigerden dit huwelijk te voltrekken?

Harmonicaspeler
Hiervoor moeten we even terug naar de prille jeugd van Martinus Swinkels. Op 15-jarige leeftijd komt hij als een onschuldig ogende harmonicaspeler al voor het eerst in aanraking met justitie. Wegens bedelarij tussen Sambeek en Boxmeer werd hij acht dagen in hechtenis genomen.

Aanklacht tegen de bedelende Martinus, 1890
In bovenstaande aanklacht staat precies beschreven hoe de pientere Swinkels dit aanpakte. Hij stak één van zijn armen in de jas 'ten einde de liefdadigheid der voorbijgangers op te wekken, willende doen voorkomen alsof hij die arm miste.'

Twaalfvoudige dief
Was dit dan voldoende grond om hem de kerkelijke zegen over zijn huwelijk te ontzeggen? Misschien konden de bisschoppen dit akkefietje nog wel door de vingers zien, maar een jaar later werd Martinus opnieuw in de kraag gevat. Ditmaal voor een ernstiger vergrijp, namelijk een twaalfvoudige diefstal!

De 16-jarige harmonicaspeler belandt in 1891 wéér in de gevangenis

Deze keer kwam Swinkels voorlopig de gevangenis van Breda niet uit. Hij kreeg maar liefst een jaar gevangenisstraf opgelegd. Zekerheid hebben we natuurlijk niet, maar het is heel goed mogelijk dat Spierings en Van de Ven vanwege zijn misdadige verleden geen dispensatie voor zijn kerkelijk huwelijk wilden verlenen.

Beschrijving van Martinus Swinkels in het gevangenisregister. Vergelijk zijn handtekening met de eerste foto...
Toch lijkt het erop dat Martinus zijn leven heeft verbeterd. Na 1891 duikt zijn naam niet meer op in de gevangenisregisters en op 28 juli 1900 stapte hij uiteindelijk in het huwelijksbootje met zijn geliefde Johanna Maria van Boxtel. Of het kerkelijk huwelijk ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, blijft vooralsnog een mysterie...


Geschreven door:
Lisette Kuijper  

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
Kijkje in kerkelijke archieven
Elk huisje heeft zijn kruisje

De beste verhalen via e-mail ontvangen?
 
 

vrijdag 6 november 2015

Geboeid door boeven!


Van kruimeldief tot moordenaar, van wanbetaler tot vechtjas, je komt ze allemaal tegen in onze archieven. De gevangenisregisters zijn een prachtige bron voor stamboomonderzoekers, maar ook bijvoorbeeld sociologen en criminologen kunnen er hun vingers aan aflikken. Deze lijvige inschrijfboeken bevatten namelijk de naam, geboortedatum, -plaats en het beroep van honderdduizenden gevangenen - mannen en vrouwen - maar ook informatie over de veroordeling door een rechtbank en het begane misdrijf. Bovendien bevatten veel registers signalementen van gevangenen en gegevens over ouders, burgerlijke staat, genoten onderwijs en gedrag in de gevangenis.

Geen wonder dat het BHIC vorig jaar de inschrijvingsregisters van de drie grote Brabantse strafgevangenissen uitkoos om te digitaliseren. Maar niet zonder de hulp van honderden vrijwilligers, want zij waren het die in record tempo - maar toch uiterst nauwkeurig! - alle namen wisten in te kloppen in een database. Daarin kan nu iedereen zoeken, je vindt ze tussen alle andere personen in onze stamboomdatabase. En zitten er nog boefjes in jouw familie? ;-)

Nieuwe klus
Omdat de honger van onderzoekers naar nieuwe informatie niet te stillen is, omdat alle inkloppers bleven vragen naar méér van dit soort spannende klussen en omdat het BHIC nog letterlijk kilometers archieven in huis heeft om digitaal toegankelijk te maken, komen we binnenkort met een nieuw project: de inschrijvingsregisters van de Brabantse Huizen van Bewaring.

Deze strafinrichtingen waren bestemd voor mensen die bijvoorbeeld wegens overtredingen tot een gevangenisstraf waren veroordeeld, voor gegijzelden wegens schulden, voor personen die nog terecht moesten staan, voor passanten en ook voor mensen die op verzoek van familie wegens verkwisting of wangedrag waren opgesloten. Kortom, niet alleen de spreekwoordelijke grote jongens, maar ook gewone burgers die een keer de fout waren ingegaan.

Verhalen uit de bak
Houd ons nieuws dus in de gaten als je mee wilt doen met dit nieuwe project. Want ook jij kunt helpen met het inkloppen van de persoonsgegevens van al die Brabanders die korte of langere tijd achter slot en grendel verdwenen en nu terug te vinden zijn in onze archieven.

En achter al die namen en gegevens van boeven en boefjes gaan natuurlijk tragische, indrukwekkende en soms romantische verhalen schuil. Journalist Geurt Franzen dook in deze archieven en legde elf persoonlijke geschiedenissen van grote en kleine criminelen vast. Eerder verschenen deze verhalen in dagblad De Gelderlander, de komende weken lees je ze iedere vrijdag hier, als lekkermakertje voor ons nieuwe boevenproject. Bovendien publiceert De Gelderlander sinds afgelopen maandag een serie nieuwe boevenverhalen door Geurt. Geniet ervan!

De foto's bij dit bericht zijn van het voormalige Huis van Bewaring aan de Sint Jorisstraat in Den Bosch, dat in 2008 de deuren voorgoed sloot. Ze zijn gemaakt door Ton Wetzer. Voor meer informatie zie de Bossche Encyclopedie.

Geschreven door:
Christian van der Ven, digitale archivaris

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Koude kant koudgemaakt
- Christiaan van der Ven op het criminele pad

De beste verhalen via e-mail ontvangen?

woensdag 15 juli 2015

Schijt aan den Koning!


De man die in november vorig jaar op een demonstratie in Amsterdam "fuck de koning" riep werd uiteindelijk toch niet vervolgd. Het Openbaar Ministerie besloot de zaak te seponeren omdat hij zijn uitspraak had gedaan "binnen de context van het publiek debat".

Dat publiek debat was echter ver te zoeken toen Christiaan Struick, een 53-jarige geboren Rotterdammer die als kleermaker woonde en werkte in Woudrichem, zich op 30 december 1850 voor de rechtbank in 's-Hertogenbosch moest verantwoorden voor het "boosaardiglijk en openbaar honen en smaden van de persoon des Konings van Nederland". Er was ook geen ontkennen aan voor hem, want hij uitte de belediging in een café vol getuigen. Christiaan had daar onenigheid gekregen over het uitblijven van een beloning voor zes trouwe jaren militaire dienst. Herhaalde pogingen tot erkenning van zijn diensttijd werden steevast door de Koning afgewezen.

Stront
Al zijn frustratie hierover dronk Christiaan op 1 november 1858 in de gelagkamer van een herberg in Woudrichem weg. Hij raakte er bovendien verzeild in een woordenwisseling met een gewezen Franse soldaat en op het kookpunt van zijn woede jegens 's lands Koning kwam de majesteitsschennis zo over zijn tong rollen: "ik heb schijt aan den Koning, niet één hoop, maar wel twéé, als ik eenen grooten hoop stront had, zoude ik hem dien op zijn kop zetten!"

Christiaan zelf kon zich door zijn beschonken toestand van toen, later niets meer van deze bloemrijke woordkeuze herinneren, maar had hoe dan ook een overduidelijk wanbedrijf begaan! En wel eentje waarop zomaar twee tot vijf jaar gevangenisstraf stond. Gelukkig voor hem vond de rechter een paar verzachtende omstandigheden voor Christiaan. Zo achtte deze zijn militaire diensttijd wel degelijk bewezen en ook gezien zijn "gewonden gemoedstoestand" kwam Christiaan Struick uiteindelijk weg met 'slechts' drie maanden cel. Het was de eerste kennismaking met het Bossche gevangenisleven voor de onfortuinlijke kleermaker uit Woudrichem.

Bron: archief rechtbank in Den Bosch (toegangsnr. 24), inv.nr. 61, vonnisnr. 166.

Dank
In deze zaak werd ik getipt door Antoon Vissers, die als vrijwilliger bij het BHIC druk doende is de bestaande naamindex op strafvonnissen aan te vullen. Je komt de vermelding van Christiaans gevangenisstraf trouwens ook tegen als je op zijn naam zoekt in onze nieuwe index op gevangenisregisters. Een prachtige bron om oude boeven en boefjes op te sporen! Check je eigen naam maar eens...

Geschreven door:
Christian van der Ven, digitale archivaris BHIC

Vind je dit leuk? Lees dan ook:
- Christiaan van de Ven op het criminele pad
- Vijf en twintig Bossche hoertjes in één brief

Onze beste verhalen via e-mail ontvangen?

vrijdag 27 februari 2015

Hoeveel Daltons telt jouw familie?


...De Daltons uit het zuiden...
Kleine boefjes en grote criminelen zijn online traceerbaar, nu de oude inschrijvingsregisters van Brabantse strafgevangenissen over de periode 1821-1925 doorzoekbaar zijn via 
www.bhic.nl/stamboom. Staat je achternaam er niet bij? Wacht even met het ontkurken van de champagne want het strafblad kán toch nog komen...

Met het doorzoeken van de gevangenisregisters zoek je namelijk nog niet in de Huizen van Bewaring waar mensen in (al dan niet voorlopige) hechtenis zitten. Maar vrees niet, tegen de zomer beginnen we met het maken van indexen hiervan zodat ook alle opa's of oma's die zich mogelijk niet helemaal aan de wet heeft gehouden boven water komt.

Familie van de Daltons uit het zuiden (op de foto hierboven) hoeft in ieder geval niet lang te zoeken naar de criminele sporen van hun voorouders. De Daltons danken hun bekendheid vooral uit de strips van Lucky Luke. Maar deze beruchte boeven zetten rond 1890 ook in werkelijkheid heel wat bank- en treinovervallen in de Verenigde Staten op hun naam. Een vergelijkbare club is in 1905 ook in Breda actief. Een soort Daltons maar dan met bolhoed en een zachte g.
Het gaat om vier mannen, twee uit Nederland en twee uit België. De twee Nederlanders (Ooijens en Duquesnoy) leren elkaar kennen in Waalwijk waar zij allebei schoenmaker zijn. Duquesnoy heeft ook een herberg in Rotterdam en daar leert het duo meneer Domhoff uit Zundert kennen. Het idee om brandkasten te kraken, komt van hem. Hij kent ook wel een paar "mannetjes" die dat heel goed kunnen. Deze mannetjes zijn de Belgen, Van Gelder en Guilliams uit Antwerpen. Ooijens en Duquesnoy hoeven "slechts" de plaatsen aan te wijzen waar de brandkasten staan.

Hoewel de heren in het proces-verbaal de beschuldigende vinger naar elkaar steken, kun je er dit verhaal uit afleiden. Op zondag 20 november 1905 ontmoeten de vier elkaar in het huis van Duquesnoy. Daar spreken zij af om in te breken in de ijzergieterij van de Gebroeders Cosijn aan de Tramsingel in Breda. Maar op weg daar naar toe zien ze aan de Veemarkt dat meneer Zwang, handelaar in muziekinstrumenten, samen met zijn vrouw, de winkel afsluit om naar huis te gaan.

Ze besluiten om eerst in dit huis in te breken. Duquesnoy en Ooijens staan buiten op wacht. Na ruim een uur komen de Belgen weer naar buiten. Thuis wordt de buit bekeken: ongeveer vijftien gulden, een gouden horloge met een kettinkje en een gouden herenring. Hierna gaan ze alsnog naar de ijzergieterij. De Belgen breken weer in, terwijl de andere twee op wacht staan. Maar nadat de voordeur eenmaal open is, gaan ze alle vier naar binnen. 
...de gekraakte brandkast van meneer Zwang...
Na tien minuten horen zij rumoer op het terrein rondom de gieterij. De politie heeft lucht gekregen van hun klus en is gearriveerd. Ooijens en Duquesnoy worden eerst gearresteerd. De Belgen vluchten eerst nog naar boven, maar worden al gauw ook opgepakt. Ook Domhoff moet worden aangehouden voor medeplichtigheid, maar de geruchten gaan dat hij gevlucht is. Dit is mogelijk doordat de Commissaris van Politie te Breda moet wachten tot het telegraafkantoor op maandag 21 november (om 7.30 uur) open gaat om een telegram te sturen naar de Brigade Commandant van de Marechaussee te Zundert.
uit: Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch, 1838-1930 (Toegangsnummer 22, inv.nr. 284)
Procesdossier rolnummer 5773, jaar 1905. J. van Geldere, J. Guilliams, Th. Duquesnoy en A. Ooijens, diefstal. 

Vind je dit interessant? Lees dan ook: 
- 100.000 boeven op het internet
- Beestachtig moordenaar

vrijdag 10 oktober 2014

Schuilt in jou een echte boevenvanger?

...welke boef pak jij in z'n kladden?...
Schuilt in jou een echte boevenvanger? Grijp jij dat elfjarige schoffie in de kraag dat appels heeft gejat uit de winkel of ga jij achter die man aan die vrouwen lastigvalt? Voor alle duidelijkheid: de boeven moeten worden “opgepakt” uit de gevangenisregisters van 1821 tot 1940. Hoe? Lees maar verder…

Het is de bedoeling dat met dit speciale project Brabantse gevangenisregisters (1821-1940) worden geïndixeerd. In de inschrijvingsregisters kun je op dit moment alleen op datum zoeken; een naamindex is meestal niet voorhanden. Daar brengt dit project verandering in. Liefhebbers (misschien ben jij dat wel?) lezen scans uit de registers en halen daaruit de naam, leeftijd, geboorteplaats en misdrijf. Daarmee wordt de boef 'vindbaar' voor onderzoekers.

Voor dit project wordt samengewerkt met de website VeleHanden, een online platform waarop archiefdiensten scans kunnen aanbieden zodat het grote publiek, de 'crowd', kan helpen om deze archieven beter toegankelijk te maken. Iedereen kan digitaal (of online) meedoen: het is leuk werk, beslist niet moeilijk en bovendien erg nuttig. 

Wat zijn gevangenisregisters?
Gevangenisregisters vormen de kern van de administratie van het gevangeniswezen uit de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw. Ze geven een zakelijke opsomming van gegevens van personen die in de strafinstellingen verbleven. Samen met jou willen wij de inschrijvingsregisters van de Brabantse strafgevangenissen over de periode 1821-1940 op naam toegankelijk maken. Het resultaat wordt een online database waarin iedereen op persoonsnaam de gevangenisregisters kan doorzoeken.

Die registers betreffen vooral de grote strafgevangenissen van 's-Hertogenbosch, Breda en Eindhoven, maar ook van enkele andere Brabantse strafinstellingen.Deze inschrijvingsregisters kunnen niet alleen gebruikt worden voor genealogisch onderzoek, maar bieden ook mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek van sociologisch/psychologische en criminologische aard. Ze geven persoonsinformatie als de naam, geboortedatum, -plaats en het beroep van de gevangene - mannen en vrouwen - maar bevatten ook informatie over de veroordeling door een rechtbank en het begane misdrijf.

Vaak geven de registers ook een signalement van de gevangene en gegevens over zijn of haar ouders, de burgerlijke staat, het genoten onderwijs en gedrag in de gevangenis.Waarom dit project?Wil je ons helpen met het digitaal toegankelijk maken van de oude Brabantse gevangenisregisters? Meld je dan snel aan via www.bhic.nl/velehanden of ga direct naar:www.velehanden.nl (kies bij de projecten voor ‘Gezocht! Inkloppers van Brabantse gevangenisregisters 1821-1940’).

Vind je dit interessant? Lees dan ook:
- De Zwarte Ruiter
- Veldwachters